De Landschapstekening maakt uit alle beschikbare data, informatie en kennis een selectie. Niet elk onderwerp kon een plek krijgen in het boek, en niet elke kwestie kon tot in detail worden uitgewerkt. Daarom voorzien we hier een overzicht van dertig thema’s die actueel zijn. In de geprinte versie van de Landschapstekening wordt er naar deze verdiepende informatie verwezen via een icoon in de marge.
Bij elk thema geven we een korte situering en verwijzen we door naar
In veel gevallen geven we ook aan waar in de Landschapstekening de kwestie wordt besproken.
Hier maken we ook plaats voor een nieuwe, decretaal vastgelegde opdracht van de Landschapstekening Kunsten: de “opsomming van opportuniteiten om het kunstenbeleid te optimaliseren.” Daarvoor baseren we ons in hoofdzaak op 25 memoranda, formele en informele nota’s, verslagen en andere tekst, ter beschikking gesteld door 35 belangengroepen en netwerken. Die aanbevelingen hebben we samengevat volgens de 30 onderwerpen die we hieronder detecteren. Waar nodig bieden we context of stippen we bijkomende uitdagingen aan.
Via het Kunstendecreet kunnen artistiek kwaliteitsvolle initiatieven in bepaalde disciplines Vlaamse ondersteuning krijgen. Beleidsaanbevelingen hebben onder meer te maken met drempelverlaging en planlast, en met een verfijning van subsidie-instrumenten.
Artistieke beoordeling van individuele dossiers hangt samen met overwegingen omtrent Landschapszorg: hoe bewaak je dynamieken tussen spelers in de kunsten met behulp van subsidiëring? Nogal wat beleidsadviezen gaan daarom specifiek in op de beoordelingsprocedure binnen het Kunstendecreet, en op de beschikbare budgetten en hoe die verdeeld worden.
De voorbije jaren zijn de meeste cultuurgerelateerde bevoegdheden naar het lokale bestuursniveau (steden en gemeenten) overgeheveld. Dat leidt tot een aantal uitdagingen in verband met coherentie tussen verschillende steden en gemeenten, transparantie, infrastructuur, en meer. Lokale cultuurhuizen en bibliotheken staan voor uitdagingen, en meer algemeen is er vraag naar een overkoepelend kader.
De presentatie van theater, dans en klassieke muziek in de voormalige cultuurcentra en de huidige lokale cultuurhuizen is al lang een groot discussiepunt. Dat heeft onder andere te maken met bevoegdheden inzake cultuur die bij steden en gemeenten zijn komen te liggen, zonder dat Vlaanderen een duidelijk kader biedt.
De (fysieke) culturele infrastructuur vergt een complex beheer, met vele belanghebbenden en uiteenlopende verwachtingen. Uitdagingen hebben onder andere te maken met financiering, beschikbaarheid en hergebruik van ruimte, Europese richtlijnen, duurzaamheid en digitalisering. De beleidsadviezen gaan over de gebouwen waarin kunstenaars en kunstorganisaties werken, en de nood aan en beschikbaarheid van ruimte voor artiesten. En niet te vergeten: culturele infrastructuur kan ook digitaal zijn.
Opdrachtgevers voor kunst in de publieke of de semi-publieke ruimte kunnen privépersonen zijn, maar ook bedrijven, verenigingen, kunstorganisaties of overheden. Ze moeten rekening houden met onder meer de creatieve autonomie van de kunstenaar en de belangen en wensen van wie met de kunst in de publieke ruimte in aanraking zal komen, maar ook met meer praktische overwegingen als het onderhoud en de bewaring van die kunst op de lange termijn.
De ambitie is om kunst tot stand te kunnen laten komen in professionele condities voor ontwikkeling, productie en presentatie. In beleidsaanbevelingen wordt gepleit voor meer ruimte voor en ondersteuning bij artistieke ontwikkeling, voor het coachen van talent, het stimuleren van goede financieringsmodellen in verschillende disciplines, en voldoende aandacht voor een inclusieve blik op bestaande en potentiële publieken.
Internationaal samenwerken botst op uitdagingen rond ecologische, menselijke en zakelijke duurzaamheid. In sommige kunstdisciplines pleiten sectorspelers voor een exportkantoor, en breder beschouwd vraagt men naar een aanspreekpunt inzake internationale regelgeving met betrekking tot kunst. De huidige subsidie-instrumenten rond internationaal werken hebben verbeterpunten, en ze kunnen breder: internationaal werken gaat over meer dan export alleen.
België is een complex land met verschillende beleidsniveaus. Al deze niveaus raken op de één of andere manier aan de kunsten, en daarnaast zijn er ook inter- en transnationale instellingen zoals de EU, de Raad van Europa en UNESCO, en is er de specifieke situatie van Brussel. Dit alles creëert uitdagingen rond afstemming en transparantie, maar ook kansen voor samenwerking (bijvoorbeeld gezamenlijke internationale promotie). De beleidsadviezen gaan hierop in en vragen ook naar grotere inclusiviteit bij de behandeling van visumaanvragen van buitenlandse kunstenaars.
Publiek voor kunst is erg breed, maar in de Landschapstekening 2025 gaat specifiek aandacht naar kunst voor jonge mensen, en de rol van kunsteducatie en het onderwijs op vlak van artistieke geletterdheid. Voor universele toegang tot kunst en cultuur is de samenwerking tussen kunst en onderwijs van erg groot belang. Naast beleidsadviezen daaromtrent, zijn er ook aanbevelingen die gaan over toegang en inclusiviteit. Belangenbehartigers vragen om te investeren in manieren om een zo divers mogelijk publiek te bereiken met een aanbod afgestemd op diverse noden en wensen, in zoveel mogelijk disciplines.
Het kan een hele uitdaging voor kunstenorganisaties zijn om hun inkomsten en hun uitgaven in evenwicht te houden. De levensduurte stijgt, het engagement van sponsors en mecenassen vermindert, en het wordt moeilijker om coproducenten te vinden voor artistieke creatie. De beleidsaanbevelingen gaan over verschillende manieren om hier iets aan te doen: via fiscaliteit, de toegang voor kunst en cultuur tot meer financieringsbronnen, en de verkenning van nieuwe organisatie- en samenwerkingsvormen.
Gemiddeld genomen kan slechts 1 op de 10 professionele kunstenaars hun levensonderhoud voorzien met inkomsten uit hun kernartistieke activiteiten. Gezien die realiteit vragen belangengroepen om tussen te komen in de hoge kosten van (met name beeldend) kunstenaars, om de verdienmodellen voor zelfstandige kunstenaars te optimaliseren, en om meer inkomenszekerheid te voorzien aan individuele makers.
Verschillende mensen verstaan uiteenlopende zaken onder fair practices. Goed bestuur en integriteit behandelen we apart, maar daarnaast kan fair practices ook gaan over transparantie, duidelijkheid, veiligheid en solidariteit – en dus over veel meer dan fair pay.
Beleidsaanbevelingen gaan in op de financiering en vol te houden sensibilisering om werk te maken van fair practices, specifieke statuten en werkomstandigheden van kunstenaars, technici en vrijwilligers in de kunsten, en de solidariteit tussen spelers in de sector.
Formele tewerkstelling kan mensen een werkomgeving bieden waarin via CAO’s en barema’s, wetgeving, sociale zekerheid en sociaal overleg geprobeerd wordt om een optimale context te scheppen. Maar in de kunstensector werkt men vaak projectmatig, en voor velen is flexwerken de norm. Adviezen schuiven meer aandacht voor onderzoek en monitoring van de impact van de fragmentatie van werk naar voor, stimuleringsinstrumenten om mensen aan te werven, fiscale maatregelen en fondsen om startende kunstenaars en kunstenaars met meer ervaring te laten samenwerken.
In de periodes tussen kunstopdrachten of -contracten kunnen kunstenaars en kunstwerkers onder bepaalde voorwaarden een aangepaste uitkering aanvragen: de kunstwerkuitkering. Daarvoor moeten ze als kunstprofessional worden erkend door een kunstwerkcommissie. Die erkenning komt onder de vorm van het kunstwerkattest, wat een vernieuwing is van het vroegere kunstenaarsstatuut. Beleidsaanbevelingen focussen op onderzoek naar en monitoring naar de effecten en naar mogelijke verbeterpunten van het kunstwerkattest.
In België is sociale zekerheid over het algemeen goed geregeld. Toch zijn er volgens belangengroepen administratieve en fiscale verbeterpunten, en zijn aanpassingen voor specifieke doelgroepen aan de orde, zoals mensen die met opeenvolgende korte contracten werken, mensen in kwetsbare sociale statuten, en mensen in de sector van de beeldende kunsten.
Voor heel wat producenten in film, podiumkunsten en klassieke muziek is de Tax Shelter een onmisbaar instrument in de financieringsmix voor een productie of werk. Beleidsaanbevelingen gaan voornamelijk over een mogelijke uitbreiding van het instrument naar andere disciplines en doelgroepen. Er zijn ook aandachtspunten: zo houdt de Tax Shelter in principe geen rekening met artistieke overwegingen.
De herstelnood in de kunsten ligt hoog. Herstelnood is een voorspeller van burn-out. Werken in de kunsten komt met uitdagingen op het vlak van welzijn, omdat mensen: vanuit een grote intrinsieke motivatie werken, ongepast gedrag niet snel aan de kaak stellen, angst hebben dat tegenspraak beslag kan leggen op hun professionele kansen, hoge mate onzeker en tijdelijk tewerkgesteld worden, en werken voor lage lonen. Er is al veel werk gedaan rond het verbeteren en beschermen van het welzijn van kunstprofessionals, maar het werk is niet af.
De Bestuurscode Cultuur (Universiteit Antwerpen) kreeg in 2020 haar tweede editie. Vandaag legt ze nadruk op onder meer integriteit, deontologie, evenwichtige samenstelling, zorgzaamheid voor organisatie én voor de mensen die er werken. De doorvertaling van de code is vrij en wordt niet gecontroleerd. Sommige aspecten aan de code, zoals de invulling van principes als meerstemmigheid en pluralisme, zijn volgens velen aan hernieuwing toe. Ook kan de code betere bescherming bieden tegen bestuurlijke inmenging.
Dataverzameling over de kunstensector is belangrijk, omdat het ons feitelijke informatie geeft over evoluties en aandachtspunten, en omdat het toelaat de impact van beleid en andere acties op te volgen. Maar dataverzameling vergt ook rapportering door spelers in de kunsten, en dus extra administratieve planlast. Naast cijferdata zijn ook permanente kennisopbouw en gericht permanent onderzoek belangrijk. Er zijn beleidsaanbevelingen rond de organisatie en optimalisatie van dataverzameling, kennisopbouw en onderzoek binnen de kunsten.
De participatieve en de cross-sectorale praktijken kregen in de Landschapstekening 2025 elk een eigen hoofdstuk. Beide kunstpraktijken maken de veelzijdige maatschappelijke impact van kunst duidelijk. Er kan meer kennis over worden opgebouwd, om deze praktijken nog beter te verankeren in het veld en in de samenleving.
De Landschapstekening 2025 wijdt een hoofdstuk aan de hogere kunstopleidingen in Vlaanderen. Ook belangengroepen formuleerden hierrond beleidsadviezen. Deze gaan onder andere over de profielen en statuten van docenten, het voorbereiden van kunststudenten op hun professionele toekomst, de verbreding van hun blik op de mogelijkheden, en beleidsmatige afstemming.
Met instroom, doorstroom en uitstroom bedoelen mensen soms verschillende zaken. Bovendien hebben ze het soms over makers en soms over kunstprofessionals meer algemeen. Het evenwicht tussen in-, door- en uitstroom in het kunstenveld is belangrijk. Waar nodig kan er worden bijgestuurd om dat evenwicht te beschermen. Dat is een onderdeel van Landschapszorg.
Werken in de kunsten is fijn en motiverend, maar ook uitdagend. Dat geldt met stip voor wie achter de schermen veelal onzichtbaar werk uitvoert: mensen in zakelijke, productionele en technische functies (daar wijdt de Landschapstekening 2025 een apart hoofdstuk aan) maar ook mensen in communicatie, onthaal, ticketing en vele andere functies. Specifiek is er aandacht nodig voor onder meer permanente bijscholing, digitalisering, veranderingsmanagement, kennisborging en wervingsbeleid.
Specifiek met betrekking tot kunstkritiek en het reflectieve gesprek over kunst zien heel wat belangengroepen een taak weggelegd voor de openbare omroep. Ook de academische wereld kan hierin een rol opnemen. De kunstensector zelf geeft aan meer met de inzichten uit het reflectieve werk aan de slag te willen gaan.
Kunstenerfgoed is een breed begrip. Het gaat over het al dan niet borgen en potentieel heractiveren van alles wat met een artistieke praktijk verbonden is. Belangengroepen adviseren onder andere om het beheer van nalatenschappen proactiever te organiseren en stimuleren, om daarbij breed te kijken naar de soorten kunst die bewaard en/of gedocumenteerd moeten worden, en te werken aan de zichtbaarheid en hergebruik van kunstenerfgoed.
De digitale transformatie grijpt in op de creatie, beleving, valorisatie en organisatie van kunst. Beleidsaanbevelingen hebben vooral aandacht voor artificiële intelligentie, streaming en auteursrechten. En men vraagt om waakzaamheid omtrent recurrente kosten, bovenop de hoge investeringskosten, en de nood aan veranderingsmanagement en levenslang leren.
De klimaatverandering zet zich door, en heeft in de kunsten onder meer een impact op vlak van infrastructuur en internationale mobiliteit. Ecologische duurzaamheid speelt ook een rol op vlak van energiebeheer, geluidsoverlast, publieksverplaatsingen, afvalbeheer, enzovoort. Er zijn beleidsaanbevelingen op het vlak van infrastructuur en mobiliteit, kennisdeling en de ondersteuning van partnerships rond het samen werken aan een duurzame toekomst.
Meerstemmigheid is niet enkel een kernthema van Kunstenpunt 2023-2027, het was ook een aandachtspunt van het kunstenbeleid in de afgelopen beleidsperiode. Beleidsaanbevelingen gaan onder meer over de monitoring van diversiteit in onze sector, drempel- en planlastverlaging, diversiteit in programmatie en curatie, in commissies en jury’s, en een bevraging van wat artistieke kwaliteit is. Er zijn ook aanbevelingen over inclusie, zoals het toegankelijker maken van fysieke en digitale ruimtes.
De Landschapstekening Kunsten 2025 wijdt een hoofdstuk aan representativiteit en politieke inspraak in het kunstenveld. Ook de adviezen van belangengroeperingen gaan hierop in. Meerdere voorstellen gaan over het organiseren van structureel overleg tussen sectorspelers en verschillende beleidsniveaus, en de ondersteuning van overlegplatforms en belangenbehartigers. Verder worden o.m. het belang van artistieke autonomie en vrijheid van meningsuiting benadrukt, en de nood om die te verzekeren en beschermen.