Landschapstekening 2025: muziek

In het ecosysteem van de muziek in Vlaanderen vind je artiesten, kunstwerkers en muziekorganisaties. Ze hebben erg uiteenlopende profielen: artiesten kunnen creërende of uitvoerende muzikanten zijn in alle mogelijke genres, individueel of in groep, dj’s, producers, en veel meer. Ze werken volgens uiteenlopende zakelijke modellen, vaak met een mix van financieringsbronnen, van privé-inkomsten tot al dan niet rechtstreekse overheidsondersteuning. Het ecosysteem van de muziek is geen eiland. Op verschillende manieren raakt het aan andere disciplines en domeinen: van film en podiumkunsten tot media, IT, het evenementen- of entertainmentcircuit, gaming, en meer.

In dit hoofdstuk behandelen we zogenaamde klassieke en niet-klassieke muziek samen. We werken op basis van onze eigen informatieverzameling, de bijdrage van onze redactiepartner VI.BE, en bestaande data en onderzoeksrapporten. Klassiek en niet-klassiek zijn lastig te onderscheiden. Bij het woord ‘klassiek’ denkt men onder meer aan oude muziek, nieuwe muziek, en alles ertussen. Onder ‘niet-klassiek’ vallen dan weer pop en rock, hiphop, chanson, jazz, worldwide en folk. Experimentele of avontuurlijke muziek en geluidskunst zijn moeilijker in deze categorieën onder te brengen. Al deze vakken en genres, én de netwerken en circuits waarin ze bewegen, overlappen sterk. We moeten er spaarzaam mee omspringen, temeer omdat ze de blik dreigen te ontnemen op nieuwe evoluties in muziek die vaak genre-overschrijdend of transdisciplinair van aard zijn. Klassieke rollen als componist en uitvoerder vervagen, en ook oeuvre is steeds vaker een fluïde gegeven.

De verschillende circuits in het muziekveld krijgen bovendien met vergelijkbare uitdagingen te maken, wat de onderlinge verwevenheid – ondanks de vele verschillen – onderstreept. In wat volgt overlopen we deze gedeelde uitdagingen stapsgewijs: nood aan ruimte voor ontwikkeling, druk op spreiding, uitdagingen bij internationaal werken, inclusiviteit, overheidsregulering, digitalisering, artificiële intelligentie (AI), streaming, loopbanen en zakelijke vaardigheden, en de financiering van muziek.

Artistieke ontwikkeling

Artistieke ontwikkeling in de muziek kan veel vormen aannemen: van het uitwerken van nieuw materiaal en nieuwe technieken tot loopbaan- en talentontwikkeling. In de meeste muzikale genres bestaat hiervoor een gebrek aan tijd, ruimte en begeleiding. Gebrek aan tijd en ruimte voor bijvoorbeeld repetities kan een impact hebben op artistieke resultaten en op het groepsgevoel tussen muzikanten. Zij oefenen de partijen voor bestaand repertoire doorgaans in buiten de vergoede werktijden, en komen slechts voor een beperkt aantal betaalde repetities samen. Als er invallers nodig zijn, wordt dat extra moeilijk, net als bij projecten met wisselende bezettingen of bij het spelen van nieuw repertoire. Hetzelfde geldt wanneer muziek een diepgaand ontwikkelings- en productieproces doorloopt, zoals muziektheater of nieuw gecomponeerde muziek, of bij werk dat lange, complexe en technisch erg gespecialiseerde creatieprocessen vergt. Artiesten investeren zelf erg veel tijd in ontwikkeling. Daarnaast hebben veel bands en ensembles die eigen werk spelen, helemaal geen vergoede repetitietijd – het betreft tijd die zij zelf investeren, in de hoop dat dit later iets zal opbrengen.

Ook optreden voor een publiek draagt bij aan artistieke ontwikkeling. Dat kan meer zijn dan het presenteren van een afgewerkt programma. Sommige artiesten en groepen zoeken manieren om een stapsgewijze evolutie van hun werk mogelijk te maken, bijvoorbeeld met regelmatige semi-publieke try-outs. Dat doen ze ook voor eigen talentontwikkeling: een ander repertoire, stijl, genre of benadering verkennen, nieuw werk, nieuwe technieken of instrumenten uitproberen, collectief onderzoek doen naar ‘podiumprésence’, dramaturgie, alternatieve presentatievormen en locaties.

Via het Kunstendecreet kunnen artiesten en groepen ondersteuning vinden voor hun artistieke ontwikkeling, als individu kunnen ze bijvoorbeeld een beurs aanvragen. Daar wordt in muziek slechts weinig gebruik van gemaakt: slechts 10% van alle beursaanvragen belandt bij de muziekcommissies. Daarnaast kunnen individuele artiesten én groepen (zoals bands, collectieven, ensembles) een projectsubsidie voor ontwikkeling aanvragen. Ook dat gebeurt zeer weinig in muziek: slechts 2% van de projectaanvragen binnen deze discipline vinken deze functie af.

Vaker dienen aanvragers voor muziekprojecten in onder de functie productie, al dan niet in combinatie met ontwikkeling. Zeker voor projecten met grotere complexiteit (stilistisch eclectisch, minder courante creatie- of productieprocessen, experimenteel en onderzoekend werk) is het belangrijk dat de nodige tijd en het nodige budget worden voorzien voor ontwikkeling, en dat commissies dat begrijpen en ondersteunen. 

De decretale steun voor ontwikkeling komt vooral onrechtstreeks bij artiesten terecht, via omkaderende organisaties die de functie ontwikkeling opnemen: werkplaatsen, residenties, managementkantoren. In de beoordelingscommissie voor klassieke muziek neemt geen enkele organisatie met werkingssubsidies enkel de functie ontwikkeling op. Voor genres waarin veel ontwikkelingstijd nodig is – denk aan sommige nieuwe muziek of muziek op de grens met geluidskunst – is dat een duidelijk hiaat. Structuren die enkel op de functie ontwikkeling inzetten zijn er wel in andere beoordelingscommissies zoals die voor muziektheater, jazz en geluidskunst. Alternatieve managementbureaus vullen de functie ontwikkeling niet enkel artistiek in, maar ook als loopbaanondersteuning aan artiesten (zowel individueel als in groep).

Organisaties die andere functies dan ontwikkeling aanvinken in het Kunstendecreet nemen er soms toch een rol in op: podia allerhande, festivals, ensembles en orkesten, en ook multidisciplinaire werkingen. Ze stellen repetitieruimte ter beschikking, bieden residenties aan, technische ondersteuning of zelfs coproducties, en zakelijke omkadering. Ensembles en orkesten met enige marge delen beschikbare ruimte met artiesten in hun netwerken. Dit is geen structurele oplossing, en zij worden voor deze initiatieven niet ondersteund binnen het Kunstendecreet (behalve wanneer die in hun plannen en begrotingen voorkomen). Nieuw talent vindt moeilijker toegang tot deze ondersteuning, en mid-careers vragen dan weer om een meer duurzame en volgehouden oplossing.

De kunstinstellingen moeten verplicht alle functies opnemen, waaronder ook ontwikkeling. Ze zijn allemaal actief in muziek, en ze vervullen de opdracht tot het ondersteunen van ontwikkeling op uiteenlopende manieren. DE SINGEL ondersteunt huisartiesten, heeft een residentiewerking met try-outs en werkt voor ontwikkeling samen met het Koninklijk Conservatorium. Concertgebouw Brugge ondersteunt twee (klassieke) muziekensembles als huisartiest. Opera Ballet Vlaanderen zet in op experiment en inclusie in hun VONK-pijler. Antwerp Symphony Orchestra nodigt internationale artiesten uit die masterclasses geven. Brussels Philharmonic organiseert LAB-SERIES en Vlaams Radiokoor heeft een atelier ter beschikking. VIERNULVIER heeft het platform Jeugd van de Nacht als resident: zij organiseren community meetings, geven meer context over nachtcultuur, bieden jongeren kansen voor hun artistieke initiatieven, en vormen met al die input een stem richting beleid. Ancienne Belgique geeft artiesten in residentie kansen op een toonmoment: ze hebben daarvoor bijvoorbeeld een samenwerking met Volta, een organisatie die expliciet inzet op de ontwikkeling van artiesten.

Spreiding: van speelkans naar maatwerk

De belangrijkste databron voor de spreiding van livemuziek in Vlaanderen is op dit moment de UiTdatabank van publiq, waar artiesten en organisatoren zelf hun tourgegevens invoeren. Dit platform wordt niet door alle organisatoren intensief gebruikt. Commerciële communicatie- en promotiekanalen bieden hen meer mogelijkheden, maar deze data zijn moeilijker of zelfs niet beschikbaar voor onderzoek.

Uit een vergelijking van gegevens in de UiTdatabank over de jaren 2014 en 2022 zien we een daling van zowel het totale aantal concerten in Vlaanderen en Brussel, als het aantal organisatoren. Dat geldt voor verschillende muzikale genres. Wat vooral opvalt is dat er in 2022 minder initiatief is vanuit het lokale verenigingsleven. Onder de organisatoren vinden we in 2022 minder sociaal-culturele verenigingen, jeugdhuizen en -organisaties, en amateurkunstenverenigingen dan in 2014.

In het begin van 2022 waren er nog enkele beperkende maatregelen ten gevolge van COVID-19 die mee in rekening moeten genomen worden. Vermoedelijk zijn deze dalingen ook te linken aan een toegenomen voorkeur voor bekende artiesten en muziek bij organisatoren en publiek. Daar krijgen we vanuit meerdere genres signalen over.

De speelkansen van artiesten hangen in grote mate af van de samenwerking van agents, bookers of impresario’s met programmatoren. Daarnaast zijn er collectieve initiatieven die iets trachten te doen aan de zorgen over afnemende spreiding. Voor kamermuziekensembles is er bijvoorbeeld Supernova. Via een open oproep krijgen zij de mogelijkheid om via speelkansen naamsbekendheid en podiumervaring op te bouwen. Verschillende programmatoren zijn betrokken bij het proces en zetten hun schouders onder een tournee van de finalisten.

Gelijkaardige formules vind je ook in andere genres, denk aan de werking van JazzLab of wedstrijden zoals Sound Track van Clubcircuit, Ancienne Belgique, Entree en VI.BE. Vaak bieden deze initiatieven de laureaten naast podiumkansen ook een jaar lang begeleiding op maat, om speelkansen aan talentontwikkeling te koppelen. 

Via optredens en de verkoop van opnames of merchandise kunnen artiesten hun investeringen in ontwikkeling en creatie voor een stuk terugverdienen. Subsidies uit het Kunstendecreet verplichten presenterende organisaties tot fair pay, maar die verplichting is er niet bij initiatieven die anders worden gefinancierd. Hierbij speelt de vraag wat fair pay inhoudt, met voor professionals de CAO als expliciete richtlijn, en voor liefhebbers de (impliciete) standaard van het richtbedrag van de amateurkunstenvergoeding (AKV). Binnen die onderhandeling bevinden zowel artiesten als presentatieplekken zich soms in financieel uitdagende situaties. Een kleine zaal voor experimentele muziek kan bijvoorbeeld moeilijk break-even draaien als ze muzikanten CAO-conform betaalt. Het is een oud zeer, en iets waarbij open gesprek en uitwisseling van aanpakken en praktijken van groot belang is.

Kleinschalige plekken met een publiek van peers of sympathisanten spelen een belangrijke rol in talentontwikkeling. Er bestaat ook waardevol initiatief van publieke en private origine over heel Vlaanderen, waaronder hubs en broedplekken, jeugdhuizen, cultuurhuizen met een lokale uitstraling, horeca, gemeentelijk of stedelijk deeltijds kunstonderwijs, en amateurkunstverenigingen. Deze ruimtes maken niet altijd het onderscheid tussen professionele of amateurmuzikanten zoals in het beleid. Dat stelt hen voor administratieve en financiële drempels, zoals de registratieplicht op Working in the Arts om met een AKV te kunnen werken, of de verplichte correcte vergoeding door het Kunstendecreet. We hoorden in sectorsessies veel zorgen over de mogelijkheden tot optreden in zulke plekken, en over de drempels om ze op te richten.

Speelplekken voor muziek gaan van de huiskamer, buurtplein of de kerk, tot de gespecialiseerde muziekclub en concertzaal. Het komt voor dat artiesten en speelplekken samenwerken rond nieuwe manieren om de beleving maximaal te laten aansluiten op de context, de muziek en het publiek dat men wil bereiken. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot kortere concerten in meer intieme settings of op bijzondere locaties, of kamermuziek met geluidsversterking. Gevestigde codes worden steeds vaker bevraagd, wat drempelverlagend kan werken. Dit gaat over gewoontes als luid volume en stroboscopische lichteffecten, stilzitten en luisteren, applaudisseren op het juiste moment, of niet laattijdig binnenkomen. De keuze van het programma, de locatie, de beleving en de communicatiemiddelen verlopen dan niet volgens een vast stramien, en vergen nog meer maatwerk en overleg tussen artiest en presentatieplek.

Die verscheidenheid vraagt niet enkel om verschillende presentatievormen, maar ook een andere financieringslogica. Experimenteren met presentatievormen vergt extra werk, en een grote publieksopkomst is niet gegarandeerd. In die zin is het begrijpelijk als veel artiesten en ruimtes toch liever de gekende contexten opzoeken, zeker wanneer ze zonder directe subsidies werken. Maar ook voor muziekorganisaties met een werkingssubsidie uit het Kunstendecreet houdt experiment een risico in. Zij moeten een minimum aan eigen opbrengsten kunnen aantonen, behalve wanneer ze hiervoor een uitzondering aanvragen.

Internationaal werken

Internationaal werken inspireert en motiveert muzikanten, het voedt artistiek onderzoek en vernieuwing, en ondersteunt professionalisering. Het versterkt de competenties van zowel artiesten als hun entourage. Het leidt tot internationale zichtbaarheid en erkenning, en het vergroot de mogelijke afzetmarkt. Internationale inkomsten uit tournees, de verkoop van merchandise, streaming, fysieke verkoop en auteursrechten zijn voor veel artiesten en hun omkadering van groot belang voor duurzame carrières. Een positieve internationale dynamiek biedt ook zuurstof op de lokale markt, waardoor opkomend talent stimulansen krijgt om zich te ontwikkelen.

Artiesten reizen om concerten of workshops te geven, of om opleidingen, masterclasses en residenties te volgen. Die zijn niet altijd makkelijk te combineren met een vaste job of een gezinsleven, ook op administratief vlak is het evenmin vanzelfsprekend. Visum- en douaneformaliteiten, en invoerheffingen of -beperkingen, bemoeilijken de internationale mobiliteit van Vlaamse artiesten. Voor korte periodes en binnen de Schengenzone valt het verkrijgen van een werkvergunning misschien nog mee, maar eenmaal daarbuiten verhogen de complexiteit en kostprijs. Die moeilijkheden zijn nog verscherpt door ontwikkelingen zoals de Brexit of de protectionistische maatregelen van de Verenigde Staten (zij staan samen met het Verenigd Koninkrijk in de top vijf van landen waar Vlaamse pop- en rockartiesten het vaakst spelen buiten België; VI.BE 2025; Leenknegt 2018a). Artiesten met kostbare instrumenten of andere waardevolle materialen krijgen te maken met douaneregels en trage procedures. Sommigen hebben hier al kennis en ervaring rond opgebouwd, anderen zijn aangewezen op de eerstelijnsinformatie van Cultuurloket en de eventuele sectorale steunpunten, of ze betalen voor tweedelijnshulp op maat.

Globalisering en stijgende concurrentie kenmerken de internationale muziekmarkt. Zichtbaarheid verwerven op streamingplatformen, tijdens showcases, bij bookers of programmatoren van festivals en concertzalen, is een grote uitdaging. Verschillende Europese landen zetten daarom specifiek in op de ondersteuning van muziekexport en betalen soms voor podia op ‘showcasefestivals’, die daar een verdienmodel van maken.

Ook in Vlaanderen bestaat de vraag naar een overkoepelend strategisch plan voor internationalisering. Grosso modo stelt dat drie stappen voor: het verfijnen en versterken van bestaande beleidsinstrumenten en de creatie van nieuwe ondersteuningsmogelijkheden; het uitbreiden van de middelen en internationale acties van Belgium Booms (een initiatief van VI.BE en Wallonie-Bruxelles Musique); en de creatie van een exportkantoor naar analogie met buitenlandse voorbeelden (voor een overzicht van de bestaande instellingen in verschillende landen, zie Sillamaa 2023). Niet enkel de ondersteuning van livemuziek is hierbij belangrijk, maar ook kennis en advies met betrekking tot internationaal werken, praktijkontwikkeling, cocreatie, collectieve promotie en netwerkversterkende acties. Dat vergt een langetermijnvisie van verschillende beleidsvelden en actoren uit het veld.

Inclusief en veilig

Op het muziekpodium heerst een gender- en opleidingsongelijkheid. Van de artiesten bevraagd voor ‘Loont passie?’ (Ferwerda e.a. 2022) identificeert driekwart zich als man. Daarmee blijkt er onder artiesten (in verschillende muziekgenres) een groter genderonevenwicht dan in andere disciplines. Gelijkaardig aan andere disciplines is dat er zich onder artiesten meer langgeschoolden bevinden dan onder de algemene bevolking. De vaststellingen uit ‘Loont passie?’ sluiten aan bij die van ander recent onderzoek naar muziekprofessionals (zoals Timmermans 2023; VI.BE en PXL Music 2024). 

Achter de schermen werken mensen vaak onder hoge druk. Financiële verwachtingen, concurrentie maar ook zaken als zichtbaarheidsdruk, gefragmenteerde tewerkstelling, en administratieve verplichtingen knagen aan het welzijn van artiesten en muziekprofessionals. Aan die lijst kunnen ook discriminatie en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag toegevoegd worden. Ondanks meer bewustzijn en initiatief is een veilige werkomgeving nog niet overal een vanzelfsprekendheid.

De Participatiesurvey (De Baere 2021a en 2021b) geeft een kijk op het publiek van livemuziek in Vlaanderen en Brussel, waar de opleidings-, leeftijds- en genderongelijkheid eveneens heerst. Langgeschoolde mensen participeren in alle genres in grotere getale en frequenter aan concerten en festivals; de kloof met kortgeschoolde mensen is de afgelopen decennia groter geworden. De bezoekers van klassieke concerten zijn gemiddeld ouder dan 40 jaar; mensen jonger dan 25 jaar bezoeken deze klassieke concerten beduidend minder. Bezoekers van concerten en festivals in pop, rock, elektronische muziek, folk en andere muziekgenres dan klassiek zijn doorgaans net jonger dan 40 jaar. Mannen bezoeken vaker dan vrouwen de niet-klassieke muziekfestivals.

Voor niet-klassieke muziek is bij dat laatste de link te leggen met ander onderzoek naar de drempels die vrouwen ervaren bij concerten en festivals (Onderzoekscentrum Publieke Impact 2023). Het gevoel van onveiligheid, al dan niet gevoed door eerdere ervaringen van bedreigingen, discriminatie, geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, wordt als belangrijkste barrière aangestipt (zie ook Onderzoekscentrum Publieke Impact 2025). 

Tal van initiatieven in het niet-klassieke muzikale ecosysteem proberen iets te doen aan de ongelijke toegang tot muziekbeleving. Go BOOM ondersteunt talentontwikkeling van Flinta* artiesten in punk en andere hardere genres, collectief LEDA zet zich in voor safer spaces in nightlife, Champion Sound Belgium organiseert in samenwerking met Trix producer workshops voor vrouwen en queer personen, en er zijn de Flinta*-netwerkdagen en andere Belgische initiatieven gelinkt aan internationale bewegingen zoals Keychange of shesaid.so. Drempelverlagende initiatieven kunnen ook gaan over een lager volume, een vroeger (of preciezer) start- en einduur, zichtbaar opgehangen codes of conduct en meldpunten voor grensoverschrijdend gedrag.

Ook in klassieke muziek bestaan er manieren om drempels te verlagen. Hier voelen sommige mensen zich soms geïntimideerd door een eerder exclusieve sfeer, of door gedragscodes die ze niet per se kennen of willen volgen. Initiatieven voor een meer inclusieve beleving komen hieraan tegemoet. Mensen die zich willen laten onderdompelen in de beleving kunnen uitleg krijgen over de codes, en zo toegang krijgen tot de traditie. Of concertorganisatoren zetten net in op een ontspannen sfeer via een hartelijk onthaal, heldere duiding van de gedragscodes, en andere locaties met minder drempels.

Nog een andere aanpak is om samen te werken met amateurkunstenverenigingen waar mensen musiceren in hun vrije tijd, en waarbij de professionele artiest als koorleider, orkestdirigent of begeleider van een concertprogramma optreedt. Participatieve muziekpraktijken peilen naar de interesses van mensen om livemuziek te beleven, of naar de muziek die ze zelf willen maken. Dat laatste gebeurt vooral in muziekeducatieve initiatieven die ruimte maken voor de inbreng van autodidacten en voor verschillende muziekculturen.

Muziekeducatieve initiatieven gaan van muziekverenigingen – eventueel als alternatieve leercontext (ALC) – over privé muzieklessen tot deeltijds kunstonderwijs. Onderzoek wijst uit dat mensen die zelf muziek maken ook frequente concertgangers zijn, en op jonge leeftijd met het gezin concerten meemaken verhoogt de concertparticipatie later in het leven, in eender welk genre (De Baere 2021a; Willekens e.a. 2019, 77-82). Vandaar ook de aandacht voor muziekeducatie in het leerplichtonderwijs, want daar kan iedereen – ook kinderen en jongeren die het thuis niet meekrijgen – muziek leren maken en beleven.

De prijzen van concerttickets of fysieke dragers van opgenomen muziek zijn sinds COVID-19 sterk toegenomen, en niet voor iedereen vanzelfsprekend. Dat geldt ook voor het vervoer van en naar een muziekevenement, eten en drinken ter plaatse en kinderopvang (Onderzoekscentrum Publieke Impact 2023). Verschillende initiatieven – van UiTPAS tot pay what you can – proberen die financiële drempels te verlagen.

Overheid: flexibiliteit en regulering

De rol van de overheid gaat breder dan het verschaffen van subsidies. Het gaat ook over regelgeving zoals auteurs- en naburige rechten, de veiligheid van live evenementen, het kunstwerkattest, fiscale maatregelen, of het beschikbaar maken van infrastructuur. En dat op verschillende beleidsniveaus en in meerdere beleidsdomeinen: niet enkel in cultuur, sport, jeugd en media, maar ook in welzijn, werk en buitenlandse zaken, of (op federaal niveau) de sociale zekerheid.

Bij veel spelers in de muziek leeft een verlangen naar een meer laagdrempelige overheid. Ze willen onder meer grotere flexibiliteit bij administratieve verplichtingen, geluids- en milieunormen of veiligheidsvoorschriften. Dat zou kleinschalig initiatief, cruciaal voor artistieke ontwikkeling (zie ook hoger), kunnen stimuleren. Ruimtegebruik is bijvoorbeeld sterk gebonden aan vergunningsprocedures, parkeerbeleid of strenge normen rond brandveiligheid en geluidshinder, wat spontane repetities of concerten bemoeilijkt.

Soms worden bepaalde normen als een bedreiging voor de vrijheid van ondernemen gezien, soms betreft het een moeilijke afweging van belangen. In 2023 werd deze discussie aangevuurd door de tijdelijke sluiting van de Brusselse nachtclub Fuse, die strengere geluidsnormen en een vroeger sluitingsuur opgelegd kreeg na klachten van een buur. Dit soort conflict is niet nieuw (zie Huybregts, Vettenburg en Vanspauwen 2002; Muziekcentrum Vlaanderen 2014). Het gaat over de plaats van collectieve muziekbeleving in de samenleving, en hoe die te verzoenen met de belangen van particulieren, ondernemers en de eerlijke behandeling van de artiesten of groepen. Overheden treden dan op als facilitator van het maatschappelijke gesprek en hakken de knopen door, soms met administratieve drempels tot gevolg.

Op bepaalde vlakken horen we echter net een pleidooi voor strakkere regulering. Bijvoorbeeld wanneer het gaat over de activiteiten van multinationals, of wanneer het de aandacht voor muziekerfgoed betreft. Hoewel het belang daarvan duidelijk benadrukt werd tijdens sessies met de sector, bleek uit de Veldanalyse dienstverlening Kunstenerfgoed (Rutgeerts e.a. 2023) dat slechts weinigen hier veel aandacht aan (kunnen) besteden. Overheidsregulering zou kunnen leiden tot een depot van opgenomen muziek, bijvoorbeeld via het Vlaams muziekarchief. Dat wacht op een duurzame beleidsoplossing om zowel de actualisering van de unieke fysieke collectie als de digitale vertaling ervan veilig te stellen, in overeenstemming met andere muziek(drager)collecties in Vlaanderen. In het Kunstendecreet staat al een verplichting tot zorg voor het eigen archief.

Digitalisering, artificiële intelligentie en streaming

Digitalisering heeft de afgelopen decennia de creatie, distributie, marketing, verkoop en consumptie van muziek flink door elkaar geschud: van peer-to-peer netwerken en illegaal downloaden over de democratisering van ‘productietools’ tot streamingdiensten. In 2025 is generatieve AI de grote uitdager. Aan de ene kant brengt AI tal van beloftes met zich mee. Het kan worden toegepast in vernieuwende artistieke processen, repetitief of uitputtend werk automatiseren, of als hulpmiddel dienen om de zakelijke kant van het artiestenbestaan te faciliteren. Aan de andere kant trekt het een vat van onzekerheden open. Bijvoorbeeld als het gaat over de impact op werkgelegenheid in muziek, over de uitdagingen die het stelt voor regelgeving rond auteurs- en naburige rechten, of over de mogelijke concurrentie tussen AI-gegenereerde muziek en muziek waarvan het intellectueel eigendomsrecht bij artiesten ligt. Visievorming is nodig – vanuit de sector en het beleid – om op lange termijn duurzaam om te gaan met deze digitale ontwikkelingen.

Binnen de geldstromen rond opgenomen muziek nemen de globale inkomsten uit streaming nu het leeuwendeel in. Dat zowel op wereldschaal (zie bijvoorbeeld de jaarlijkse rapporten van International Federation of the Phonographic Industry (IFPI)) als in België (BRMA 2024; Kunstenpunt 2019, 59). De verkoop van fysieke dragers (cd, vinyl) levert nog maar een beperkt deel van de omzet, in tegenstelling tot de situatie eind 20e eeuw. In deze shift hebben streamingplatformen zoals Spotify, YouTube of Apple Music een centrale positie verworven. In lijsten van de economisch meest succesvolle muziekbedrijven in Europa en Noord-Amerika staan naast deze nieuwe Big Tech-spelers ook de grote platenmaatschappijen met wortels in de 20e eeuw (Universal Music Group, Warner Music Group, BMG) (Music Moves Europe 2025, 17-18). Zij zijn erin geslaagd de markt te consolideren en een centrale positie in te nemen.

Bij die veelal internationale spelers zien organisaties in het Vlaamse ecosysteem een intransparante en eenzijdige manier van werken. Het gaat dan over rechten correct uitkeren, inkomsten herverdelen, en de beperkte toegang tot data van streamingplatformen, maar ook over privacy, het fenomeen van ‘valse’ artiesten (die bewust zouden worden ingezet om echte artiesten weg te concurreren in playlists, zie Drott 2024, 186-192) of de algoritmische methodes achter muzieksuggesties en zichtbaarheid. Een recent voorbeeld van dat laatste was de onvrede in de muzieksector na het ontslag van de enige Spotify redacteur met voeling voor Belgische muziek en het tijdelijke verdwijnen van playlists die focusten op Belgische muziek (VI.BE 2024).

Een platform als Spotify heeft een internationaal bereik en biedt toegang tot muziek van miljoenen artiesten. De democratisering van manieren om zelf muziek op te nemen en te distribueren, en de doorgedreven globalisering van de muzieksector dragen bij aan het grote speelveld. Maar opvallen op die platformen is een uitdaging die evoluerende strategieën vereist. Tijdens de snelle opmars van streaming konden een aantal grootschalige en multinationale platenmaatschappijen hun centrale positie consolideren en versterken. Dit maakt het moeilijker voor andere spelers om zichtbaar te zijn op deze platformen, zeker op internationaal vlak, en net die zichtbaarheid hebben veel artiesten nodig voor een diverse financieringsmix.

Maar streamingdiensten en concerten zijn niet de enige weg waarlangs opgenomen muziek inkomsten of zichtbaarheid oplevert. Zo luistert in 2024 62% van de Vlamingen dagelijks naar (lineaire) radio. Radiokanalen bereiken dagelijks tienduizenden mensen (CIM 2025b). Ter vergelijking: 52% van de Vlamingen luistert naar Spotify, 48% luistert via YouTube (De Marez e.a. 2025, 29). De meest recente editie van de CIM Audio Time-studie (CIM 2025a) gebruikt andere berekeningen, maar komt tot dezelfde vaststelling: radio wordt overduidelijk het vaakst beluisterd – zowel in Vlaanderen als in België.

De zichtbaarheid hangt dus niet enkel af van multinationale bedrijven. ‘Traditionele’ poortwachters zoals de publieke omroep spelen eveneens een belangrijke rol. De Week van de Belgische muziek, gelanceerd door VRT en VI.BE tijdens de COVID-19-lockdowns, illustreert hoe de muzieksector en de openbare omroep de handen in elkaar slaan om de rijkdom, diversiteit en waarde van muziek te belichten. Vlaamse spelers in het ‘oude’ medium radio bereiken voornamelijk het binnenlandse publiek. Dat toont aan hoe belangrijk het is voor het lokale muziek-ecosysteem om ook met deze spelers goede banden te onderhouden.

Vergoedingen uit streaming worden vaak gezien als ontoereikend en oneerlijk verdeeld. Alle inkomsten (uit abonnementen, advertenties) worden in een grote pot gegooid en vervolgens krijgen artiesten die maandelijks het meest gestreamd worden – en hun rechthebbenden – het grootste deel van het geld. Vooral de grote (wereld)sterren met miljoenen streams per maand doen hier hun voordeel mee. De afgelopen vijf jaar zijn de abonnementskosten gestegen, terwijl de uitbetalingen per stream bijna gelijk bleven. De platformen geven amper data vrij over de geldstromen achter streaming. Wat wel wordt vrijgegeven, ontbeert het detail voor een onderbouwde discussie over wat een correcte (her)verdeling van streaminginkomsten zou kunnen zijn (Hesmondhalgh 2020).

Loopbanen en zakelijke vaardigheden

Wat is succes in de muzieksector? In het thematisch hoofdstuk, ‘Succes, leven en welzijn in de kunsten’, stellen we de vraag voor kunst in het algemeen. In onze samenleving stelt men een succesvol parcours vaak gelijk aan een doelgericht groeipad. In muziek zet men dan bijvoorbeeld de eerste stappen op lokale schaal, om vervolgens door te groeien tot een Vlaams of zelfs internationaal niveau. Dat gaat in diezelfde visie gepaard met een groei in inkomsten, erkenning (men wint een muziekwedstrijd, een prijs, veel lovende kritieken) en publieksbereik door te spelen in prestigieuze venues en op grote festivals.

Dat lineaire verhaal klopt voor bepaalde artiesten, maar lang niet voor iedereen. Evenmin is het een ambitie van elke artiest. Er zijn variété-artiesten die – soms met aanzienlijk commercieel succes – hun loopbaan lang spelen op privéfeesten, lokale festiviteiten, in cultuurhuizen met een een lokale uitstraling, én tegelijk optreden in grotere concertzalen of op grote schlagerfestivals in binnen- en buitenland. Metalbands kunnen al vroeg in hun carrière op tournee langs een internationaal, maar ook zeer specifiek circuit van venues (Leenknegt 2017 en 2018a), zelfs voor ze eventuele erkenning krijgen in eigen land. Of een artiest komt plots in de schijnwerpers terecht door een wedstrijd of een hit op sociale media, en moet op enkele maanden tijd een team van management, productie, techniek en promotie samengesteld krijgen om alle kansen te grijpen. 

Ook volgehouden succes is geen vanzelfsprekendheid. Artiesten zetten hun professionele carrière – om tal van redenen – in sluimerstand, ze stoppen of wisselen af met ander, al dan niet muziekgerelateerd werk.

Een gelijkaardig verhaal is te vertellen over opvattingen rond professionaliteit en professionele ontwikkeling. Een dominant idee is dat professioneel handelen gaat over een streven naar groeiende financiële mogelijkheden (Keunen 2013).De realiteit van het artiestenbestaan is in veel gevallen anders, zoals de cijfers uit ‘Loont passie?’ aantonen.

De zakelijke vaardigheden die artiesten of hun omkadering nodig hebben, hangen af van hun doelstellingen. Succes nastreven in termen van publieksbereik en financieel gewin is iets anders dan zoeken naar een financieringsmix met een balans tussen betaald en onbetaald werk. Het schrijven van een dossier voor een subsidie in het Kunstendecreet vergt andere capaciteiten dan een werkvisum aanvragen. Zulke uiteenlopende vaardigheden kunnen artiesten ofwel zelf verwerven en onderhouden, of uitbesteden aan omkaderende zakelijke leiders,managers, bookers of agents. Niet iedere artiest kan over een entourage beschikken, vandaar de roep om meer zakelijke vaardigheden aan te leren in muzikale opleidingen.

Een eerlijke praktijk betekent niet automatisch een hoge fee, maar wel een gesprek op ooghoogte over wat er financieel en omkaderend mogelijk is, én eerlijk voor alle betrokken partijen. Transparantie en bewustzijn over onderlinge afhankelijkheden zijn daarbij cruciaal, zoals Juist is Juist aangeeft. Artiesten werken in een systeem dat hen als het ware dwingt zoveel mogelijk zichtbaarheid te zoeken. Dat maakt hen kwetsbaar voor onfaire praktijken. Erg vaak werken ze onderbetaald. Organisatoren zijn dan weer gebonden aan administratieve regels en verplichtingen waarvan artiesten niet altijd op de hoogte zijn.

De financieringsmix

Het onderzoek ‘Loont passie?’ (Ferwerda e.a. 2022) geeft inzicht in de samenstelling van een gemiddeld jaarinkomen van een artiest. De gemiddelde artiest haalt netto meer inkomen uit andere bezigheden dan uit de muzikale kernactiviteit. Slechts 9% van de professionele artiesten in Vlaanderen en Brussel geeft aan een volledig inkomen te kunnen halen uit het pure muzikale werk.

De relatie tussen werktijd en inkomen spreekt boekdelen. 40% van het inkomen komt uit het (muzikale) artistieke en creatieve werk, terwijl 60% van de werktijd ernaartoe gaat. 25% van het inkomen komt uit ander werk als artiest, zoals lesgeven of zakelijk beheer. Deze activiteiten nemen een even groot percentage van de werktijd in. 13% van het inkomen komt uit niet-artistiek werk (zoals een job in de horeca, of lesgeven in iets anders dan muziek), dit komt ook overeen met de werktijd die het inneemt. Idem voor de inkomsten en tijdsbesteding aan werk in andere kunstdisciplines, bijvoorbeeld wanneer een muzikant ook acteur is. De overige 20% van het inkomen komt uit een vervangingsinkomen: pensioen, een kunstwerk- (of op het moment van de studie nog gekend als werkloosheids-), ziekte- of invaliditeitsuitkering, of een leefloon. Inkomsten uit intellectuele eigendomsrechten zijn voor een aantal artiesten significant, maar voor de meesten laag (Ferwerda e.a. 2022). 

Inkomstenbronnen uit muziek komen onder meer uit ticketverkoop, uitkoopsommen, coproducties, sponsoring, directe subsidies (bijvoorbeeld via het Kunstendecreet), Tax Shelter (enkel voor klassieke muziek), horeca-activiteiten, platenverkoop en streaming, en merchandise. Nog talloze andere bronnen kunnen deel uitmaken van de financieringsmix (voor cijfers over gesubsidieerde organisaties, zie Leenknegt 2018b).

We hoorden artiesten en organisaties spreken over de druk op inkomsten, en het moeilijke evenwicht met de uitgaven. Wie oudere Landschapstekeningen en overzichtsanalyses leest, weet dat die uitdagingen al lang bestaan (Kunstenpunt 2019, 50-59; Muziekcentrum Vlaanderen 2014; MuziekOverleg 2009). De druk komt telkens uit andere hoeken: inflatie en stijgende productiemiddelen of personeelskosten duwen de uitgaven de hoogte in, een daling in betaalde speelkansen duwt de inkomsten naar beneden. Besparingen op overheidsuitgaven zetten druk op inkomsten uit subsidies, en wie een eigen infrastructuur uitbaat wordt geconfronteerd met beheerskosten en verplichte investeringen zoals ventilatie voor de luchtkwaliteit.

Neem concertzalen en -organisatoren als voorbeeld. De inkomsten op peil houden met de uitgaven kan in spanning komen met de artistieke of maatschappelijke missie. Veel concertzalen en -organisatoren zijn grotendeels of helemaal afhankelijk van eigen inkomsten, waardoor men misschien vaker dan gewenst moet programmeren met oog op een goede ticketverkoop, de prijzen van tickets of drankconsumptie moet optrekken, of de infrastructuur moet verhuren voor acts of evenementen die niet per se bij het eigen profiel passen. De keuzes die ze maken in functie van zulke inkomsten kunnen wringen met het bieden van kansen aan minder bekend talent (zogenaamd ‘risicovol’ programmeren), het inzetten op ontwikkelingskansen via artistieke residenties van artiesten, rekening houden met ecologische overwegingen bij het programmeren van internationale artiesten, een scherp artistiek profiel, of investeringen in de fysieke toegankelijkheid van de concertzaal voor een inclusieve muziekbeleving.

Download en lees de volledige Landschapstekening

Sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen

Sterktes

  • Muziek heeft een maatschappelijk verbindende kracht: samen muziek maken en horen is voor veel mensen een evidentie. Het ecosysteem zelf huisvest een brede waaier aan artistiek en organisatorisch talent. Tal van spelers maken van muziek ook een economische sector.
  • Muziek gaat veel in interactie met andere kunstvormen en andere maatschappelijke domeinen wat mogelijkheden schept op artistiek, sociaal en economisch vlak.
  • Vlaamse muzikanten, componisten, bands, dj’s, producenten, ensembles en orkesten uit diverse genres genieten internationaal aanzien, en Vlaanderen biedt plaats aan wereldberoemde festivals, muziekclubs en concertzalen.
  • Live presentatievormen die voorbijgaan aan de frontale concertervaring blijven verschillende connecties met het publiek leggen. Gedragscodes voor publiek en verwachtingen in de beleving (bijvoorbeeld geconcentreerde stilte of applaudisseren na een solo) zijn vanzelfsprekend, worden geritualiseerd of net doorbroken, om uiteenlopende vormen van beleving mogelijk te maken.
  • De klassieke muzieksector staat open om te experimenteren met langere ontwikkelings- en productieprocessen. Ze stellen bijvoorbeeld ruimte ter beschikking of delen kennis. Het Kunstendecreet biedt werkingssubsidies voor ontwikkeling en productie om zowel omkaderende organisaties als platformen hiervoor te ondersteunen.

Zwaktes

  • Laagdrempelige speelplekken, repetitieruimtes en broedplaatsen voor muzikaal experiment en talentontwikkeling vormen een rijke muzikale scene waarin artiesten zich kunnen ontplooien. Heel wat van hen navigeren moeizaam tussen onder meer het Kunstendecreet, het Amateurkunstendecreet en het Jeugddecreet, of tussen Vlaams en lokaal beleid.
  • Een kleine minderheid van muzikanten en componisten verdient hun inkomen uitsluitend uit muzikale kernactiviteiten en de beroepskosten zijn hoog. De inkomstenstromen staan onder druk en fair pay is nog vaak een utopie. Bepaalde aspecten van de hervorming van het kunstwerkattest zijn nog niet geabsorbeerd door de muzieksector. Het zet een rem op duurzame carrières en op de instroom van nieuw talent.
  • Initiatieven omtrent onder andere safe(r) spaces, inclusie, veiligheid, ecologische duurzaamheid, genderevenwicht, grensoverschrijdend gedrag, en ethisch leiderschap zijn er, maar de transitie gaat traag.
  • Een versplintering in smaakvoorkeuren bij het publiek maakt het moeilijker brede publieksgroepen te bereiken met een muzikaal aanbod (en met de promotie voor dat aanbod), met uitzondering van grote en belevingsrijke live ervaringen (zoals erg grote concerten of festivals).
  • Dure live ervaringen concurreren met meer kleinschalige concertvormen.
  • Heel wat artiesten en hun omkadering voelen de nood om permanent zichtbaar te zijn op streamingplatformen, podia en sociale media. Het is een facet van een oververhittend systeem dat we in andere vormen terugzien in andere disciplines. Het vreet aan het welzijn van artiesten en muziekprofessionals.
  • Zakelijke kennis is aanwezig maar nog niet goed verspreid of breed gedeeld. Nochtans is dat nodig om de financieringsmix tussen kunst en economie, en op het snijvlak van subsidies en marktinkomsten te begrijpen.
  • De reflex om muziekuitgaven, opnames, captaties, muziekeducatieve methodieken, partituren, nalatenschappen, en andere vormen van muzikaal erfgoed bij te houden is klein. Het kleine aantal bestaande initiatieven vindt moeilijk toegang tot het collectiebeherende erfgoedveld.

Kansen

  • Een krachtenbundeling van sector en beleid is mogelijk door middelen uit verschillende beleidsdomeinen en -niveaus te combineren met private middelen. Bijvoorbeeld de financiering van internationaal werken kan daarvan de vruchten plukken.
  • De centrale ligging in Europa is een troef voor internationale mobiliteit en samenwerkingen. Tegelijk kan meer inzetten op participatie de erkenning van de artistieke, economische en maatschappelijke waarde van muziek in Vlaanderen en Brussel versterken.
  • Digitalisering biedt kansen op vlak van automatisering, productie, distributie, promotie, directe connectie met publiek en dataverzameling. Dit is een kans op voorwaarde dat kwesties omtrent eerlijke verdienmodellen, auteursrechten en ethische implicaties uitgeklaard raken.
  • Verder bouwen op de bestaande opleidingen en inzetten op kennisdeling via coaching en mentorschap voor artiesten en professionals kan hen sterken in de zakelijke aspecten van muziek.

Bedreigingen

  • Gaten tussen beleidsniveaus en -domeinen hinderen initiatieven, bijvoorbeeld op vlak van muziekeducatie, repetitieruimtes, concertorganisatie, spreiding, en internationalisering.
  • Monopolisering en consolidatie in de internationale muziekmarkt van onder meer streamingplatformen, platenlabels en concertorganisatoren resulteren onder meer in hyperconcurrentie, ongebalanceerde verdienmodellen en ontoegankelijke marktdata. Waarbij veelal de artiest de rekening betaalt en er weinig marge is voor kleinschalige spelers.
  • Stijgende ticketprijzen dreigen van muziek- en cultuurbeleving iets exclusief te maken.
  • Complexe administratie en regelgeving op vlak van geluidsoverlast, beveiliging en vrijwilligersbeleid bemoeilijken de organisatie en oprichting van clubs en podia in de onmiddellijke nabijheid van het publiek. Zeker voor vele lokale of kleinschalige initiatieven is dit een uitdaging
  • De snelle opmars van AI leidt tot zorgen over het auteursrecht, eerlijke vergoedingen en de mogelijke devaluatie van menselijke creativiteit.

Opportuniteiten om het kunstenbeleid te optimaliseren

Op zoek naar beleidsaanbevelingen rond het publiek voor kunst, internationale samenwerking, inclusie, diversiteit en meer? Ontdek onze opsomming van opportuniteiten om het kunstenbeleid te optimaliseren via onderstaande link.

wiki 5