Landschapstekening 2025: tuimelen en besmetten: participatieve kunstpraktijken in Vlaanderen

Participatief werken in de kunsten kent een lange traditie in Vlaanderen – zij het onder andere noemers, zoals sociaal-artistiek werk en niet-formele kunsteducatie. Het voorbije decennium heeft het een vlucht genomen: meer spelers, grotere waardering, nieuwe invullingen. Over het algemeen maakte participatie ook belangrijke veranderingen door: het uitdoven van het Participatiedecreet en de overheveling van de middelen voor Demos en publiq naar het decreet Digitale Transformatie, het schrappen van de ondersteuning aan participatie voor kansengroepen, en de overheveling van gerelateerde materie – zonder oormerking van middelen – naar (boven) lokaal beleid.

Binnen het Kunstendecreet is participatie een van de vijf basisfuncties waarop aanvragers kunnen intekenen. Daar wordt het omschreven als “het ontwikkelen en toepassen van visies, concepten en processen die via actieve betrokkenheid bijdragen tot de totstandkoming of een diepgaandere beleving van kunst, met aandacht voor maatschappelijke en culturele diversiteit”. Die vlag kan vele ladingen dekken. En gelukkig maar, want participatieve kunstpraktijken laten zich niet onder één noemer vangen.

Steeds meer praktijken stellen participatie centraal in hun werking. 22 organisaties met werkingssubsidies binnen het Kunstendecreet zetten er in de beleidsperiode 2023-2027 exclusief – dus niet in combinatie met andere functies – op in, wat er acht meer zijn dan de ronde ervoor. Er zijn ook spelers die niet expliciet voor de functie kiezen, maar participatie wel diep in hun DNA meedragen.

Daarnaast zijn er organisaties die participatie combineren met andere functies. Het betreft kunstinstellingen van de Vlaamse Gemeenschap (die alle functies moeten opnemen), organisaties met ondersteuning voor twee beleidsperiodes die participatie kiezen als een van drie verplichte functies, en andere werkingen. Veel van de spelers die participatie met andere functies combineren zijn middel- tot heel groot en hebben de functie iets minder in hun historische praxis zitten. Naast kunstinstellingen gaat het overwegend over productiehuizen, kunstencentra en andere meer institutionele actoren. Zij vullen de opdracht doorgaans in vanuit hun eigen sterktes: soms met eigen participatief initiatief, maar vaak ook faciliterend, versterkend, en omkaderend voor spelers met participatie als kernwerking.

Andere organisaties hebben hun participatieve ambities teruggeschroefd naar aanleiding van een tegenvallende toewijzing van werkingsmiddelen in 2023. Daarnaast heb je enkele spelers met een specialisatie in participatie, die daarnaast ook andere functies opnemen.

We belichten achtereenvolgens spelers met een participatieve praktijk als kernwerking, organisaties die veeleer omkaderend en faciliterend werken, de impact van participatieve kunst, en de kansen en uitdagingen voor de toekomst.

Download en lees de Landschapstekening Kunsten 2025

Algemeen besluit

De afgelopen jaren stegen de aandacht en interesse voor participatieve kunst in de sector. Participatieve kunst kan naast artistieke ook sociale, maatschappelijke en politiserende doelstellingen hebben. Ze combineert deze doelen met een aanpak op het tempo en de maat van de mensen die haar mee realiseren. Enerzijds kan dat schuren met partners die planmatigheid en voorspelbaarheid nodig hebben, anderzijds kan dat ons informeren: er zijn manieren om de zorg voor mensen prioriteit te geven en tegelijk je gestelde artistieke doelen te bereiken. Dat kan inspiratie bieden bij de zoektocht naar manieren om werkdruk terug te dringen en het welzijn van kunstprofessionals beter te beschermen.

Participatieve praktijken nodigen uit anders te kijken naar artistieke kwaliteit en presentatiecontexten. Ze verbreden de kijk op excellentie, die evenzeer in methodiek, aanpak en duurzame impact kan liggen als in artistieke of esthetische zeggingskracht. Ze bevragen de visie op publiek, en het belang van publiekscijfers en een breed publieksbereik. Tegenover een blik op publieksdeelname stellen ze vaak een meer kwalitatieve benadering: elk publiek in zijn juiste context.

Er zijn twee belangrijke aandachtspunten. Ten eerste: hoe kan kunstkritiek kritisch en geïnformeerd schrijven over participatieve kunst, met aandacht voor al haar facetten? Een tweede gaat over de nood om de methodieken en gespecialiseerde kennis die momenteel vooral in de hoofden van mensen schuilen, samen te brengen en te borgen. En daaraan gekoppeld: een visie op archivering en documentatie van participatieve praktijken.

Kerninzichten

  • Participatieve kunstpraktijken nodigen uit onze blik op kunst, kwaliteit, excellentie en cijfermatig succes te verbreden.
  • Mensen en organisaties actief in participatieve kunst hebben expertise in het correct en zorgzaam betrekken van niet-professionele deelnemers.
  • De archivering van participatief werk en het borgen en documenteren van de vele methodieken vormen een uitdaging.

Landschapstekening 2025: cross-sectoraal werken en de verknoping van kunst en samenleving

Net zoals bij participatieve praktijken ligt ook bij cross-sectorale kunst een grote nadruk op het procesmatige. Beide vormen dagen de kunsten uit: ontdek er alles over via onderstaande link.

Participatieve kunstpraktijken in Vlaanderen en Brussel: een actueel overzicht

Wat zijn participatieve kunstpraktijken en hoe bakenen we deze praktijken af (of net niet) ten aanzien van ‘reguliere’ kunstpraktijken? Het is een vraag die de afgelopen jaren veel inkt deed vloeien, niet in het minst rond 2015, toen de organisaties onder het Vlaamse Kunstendecreet voor het eerst konden inzetten op de functie participatie.

wiki 1