Landschapstekening 2025: de kaarten herschud – kunst en cultuur (boven)lokaal

Als het gaat over een kwaliteitsvol en bereikbaar artistiek aanbod heeft de Vlaming geluk. Vlaanderen beschikt over een wijdvertakt netwerk aan plekken voor kunstbeleving, van grootstad tot gemeente. Met onze lokaal ingebedde cultuurhuizen (de voormalige cultuur- en gemeenschapscentra) en ons deeltijds kunstonderwijs (dko) zijn we uniek. Samen met de bibliotheken vormen zij de infrastructurele ruggengraat voor het lokale artistieke leven in Vlaanderen. Daarnaast heb je stedelijke en gemeentelijke evenementen van stadsfestivals tot triënnales, privé-initiatieven in de vorm van kunstgaleries over dansscholen tot live muziek, de vele spelers in het Kunsten-, het Jeugd-, het Amateurkunsten- en het Cultureelerfgoeddecreet, én creatieve hubs en artistieke vrijplaatsen, vaak op initiatief van kunstenaars en ondernemers, en soms met lokale ondersteuning. 

De voorbije decennia zijn culturele bevoegdheden en budgetten verschoven tussen beleidsniveaus. Aan de grondslag ligt het principe van subsidiariteit: wat door een ‘lager’ niveau gedaan kan worden, gebeurt ook best op dat niveau, omdat men ervan uitgaat dat dat effectiever is en omdat men op dat niveau de lokale noden en dynamieken beter begrijpt. Vlaanderen heeft het lokale beleidsniveau grotere autonomie gegeven, ook budgettair: de middelen in het Gemeentefonds zijn niet geoormerkt voor cultuur. 

Het decreet Lokaal Cultuurbeleid expliciteert bijna geen culturele opdrachten meer. De provincies hebben evenmin nog culturele bevoegdheden. Hun budgetten zijn verdeeld over (voornamelijk) Vlaanderen en de lokale besturen. Vandaag voert Vlaanderen nog een bovenlokaal cultuurbeleid met intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS’en) voor bovenlokale cultuurwerking en subsidies voor bovenlokale projecten.

Deze verschuivingen brengen uitdagingen en kansen met zich mee. Het is van belang om hier vanuit de sterkte van elk beleidsniveau het kader en de handvatten te voorzien, in zinvolle en duurzame verhouding tot evoluties in het kunstenveld zelf.

Download en lees de Landschapstekening Kunsten 2025

Algemeen besluit

Een lokaal kunst- en cultuurbeleid moet rekening houden met uiteenlopende noden en wensen. Plaatselijke verenigingen en (groepen) kunstenaars zijn op zoek naar werk-, speel-, berg-, repetitie- en toonruimte. Vlaams gesubsidieerd werk wil zo bereikbaar mogelijk zijn voor publiek in heel Vlaanderen. Publieksgerichte organisaties willen een uitnodigende en laagdrempelige werking ontwikkelen. Verschillende spelers – waaronder cultuurhuizen, deeltijds kunstonderwijs (dko), amateurkunsten, creative hubs, Vlaams gesubsidieerde huizen – verhouden zich tot elkaar en zorgen samen voor de lokale, culturele dynamiek.

Dit thema behandelt de impact van verschoven culturele bevoegdheden, waarvoor de middelen nu niet-geoormerkt via het Gemeentefonds lopen. Voortaan zijn het lokale beleidsmakers die de budgetten voor cultuur lokaal toewijzen. De band tussen het Vlaamse en het lokale niveau is daarmee zo goed als doorgeknipt. 

Voor een autonome ontwikkeling van lokaal kunst- en cultuurbeleid, alsook in functie van onderlinge coherentie tussen steden en gemeenten op dat vlak, zijn kennisopbouw en -uitwisseling belangrijk. Het gaat zowel over artistiek-inhoudelijke aspecten als over gevoeligheid voor bestuurlijke hygiëne, want bestuurders trachten weleens te wegen op de inhoudelijke keuzes van spelers onder hun bevoegdheid.

De nieuwe bevoegdheidsverdeling brengt een uitdaging met zich mee voor de spreiding van kunst geproduceerd met Vlaamse middelen. Traditioneel worden vooral podiumkunsten en muziek – en daarnaast onder meer film en beeldende kunst – voor een belangrijk stuk via lokale cultuurhuizen gespreid. Vandaag wegen deze huizen een bredere waaier aan noden en ambities af. Er bestaat behoefte aan visievorming en bovenlokale afstemming. Hoe kunnen deze cultuurhuizen hun profilering in alle autonomie en complementariteit uittekenen? Welke rol spelen ze voortaan in de landelijke spreiding van kunst gemaakt met middelen uit het Kunstendecreet?

Bovendien zijn verscheidene lokaal beheerde gebouwen voor cultuur aan renovatie toe. Idealiter gaat ook dat hand in hand met een grondige en toekomstgerichte visie(oefening), met oog voor landschapszorg en lokale of regionale complementariteit. Hiervoor is bovenlokaal overzicht nodig.

Kerninzichten

  • Er is behoefte aan een hernieuwde visie op de bevoegdheden rond kunst en cultuur op verschillende beleidsniveaus.
  • Er is visievorming nodig rond de taken en rollen van cultuurhuizen vandaag en in de toekomst, en op het onderhoud en de vernieuwing van hun infrastructuren.
  • Bestuurlijke hygiëne is belangrijk, ook op lokaal vlak. Programmatoren van cultuurhuizen hebben vertrouwen, vrijheid en middelen nodig om een lokaal relevant aanbod te ontwikkelen.
  • Kennisdeling en afstemming tussen steden en gemeenten onderling zou bevorderlijk zijn voor (regionale) landschapszorg en de opbouw van expertise rond cultuurbeleid op lokaal niveau.

Opportuniteiten om het kunstenbeleid te optimaliseren

Op zoek naar beleidsaanbevelingen rond goed bestuur en andere evoluties in het (boven)lokaal cultuurbeleid? Ontdek onze opsomming van opportuniteiten om het kunstenbeleid te optimaliseren via onderstaande link.

Ontdek ons advies

Op zoek naar informatie en documentatie over werken in de kunsten? Ontdek ons advies in de gids voor kunstenaars en kunstorganisaties.

wiki 3