Landschapstekening 2025: participatieve kunstpraktijken
Net zoals bij cross-sectorale praktijken ligt ook bij participatieve kunst een grote nadruk op het procesmatige. Beide vormen dagen de kunsten uit: ontdek er alles over via onderstaande link.
Cross-sectoraal werken – het samenwerken tussen partners over de grenzen van sectoren heen – maakt een opmars in de kunsten. In Vlaanderen beschouwt het nieuwe Kunstendecreet (2021) het voor het eerst als een volwaardige discipline. Naast een erkenning en opwaardering voegt dat ook de concrete optie van projectmatige en structurele ondersteuning toe aan de middelen die de experimentele subsidielijn innovatieve partnerprojecten sinds 2017 voorziet.
“Je zet het modernistische idee van kunst niet op de helling, je maakt het poreuzer. Het gaat over het beter en zinvoller verknopen van kunst en samenleving.”
- Uit de sessie cross-sectoraal in het kader van de Landschapstekening 2025
Daarnaast bestaan er andere instrumenten en beleidsinitiatieven ter stimulering van de cross-sectorale praktijk in relatie met kunst en cultuur: projectsubsidies binnen het Bovenlokaalcultuurdecreet, het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk dat een cross-sectorale reflex ademt, en ondersteuning vanuit Europa.
In de handleiding bij het Kunstendecreet vertrekken cross-sectorale kunsten “vanuit een te onderscheiden kunstdiscipline, waarbij intensief wordt samengewerkt met maatschappelijke domeinen buiten de kunstensector (wetenschap, zorg, onderwijs…). Door deze interactie ontstaan nieuwe vormen van creëren en vertonen.” Er zijn ook kunstvormen die intrinsiek verbonden zijn met andere sectoren zoals architectuurcultuur en vormgeving. Wie in de kunstensector cross-sectoraal aan de slag gaat, treedt voor een stuk uit de sfeer van de kunstpraktijk zelf.
Er wordt een verbinding gelegd – en een traject aangegaan – met een of meerdere partners uit een andere sector. Naast de hierboven vermelde sectoren kan het bijvoorbeeld gaan over banken, technologiebedrijven, partners werkzaam in landbouw en veeteelt, armoedebestrijding, of de gamesector. In het kunstenveld bestaat vooral ervaring in de samenwerking met aangrenzende sectoren, zoals sociaal-cultureel werk, erfgoed, jeugdwerk, circuskunsten, amateurkunsten, gelijke kansen en het onderwijs.
Download en lees de Landschapstekening 2025
Hoe wordt kunst met een publiek gedeeld? En hoe kan ze worden gewogen en geëvalueerd? In cross-sectorale praktijken werken artistieke en niet-artistieke partners samen rond gedeelde interessegebieden of onderzoeksvragen. Het proces, de inzichten en de ideeën die dat de verschillende partijen oplevert, zijn vaak even belangrijk als een artistiek resultaat. Dat resultaat kan makkelijk herkenbaar zijn als ‘kunst’ (een voorstelling, een tentoonstelling), evengoed kan het ons kunstbegrip uitdagen.
Naast een publiek gedeeld eindresultaat is er dus ook de nieuwe kennis die zich verspreidt onder partners in verschillende sectoren, en mogelijk hun peers en stakeholders. Dat maakt publiekscijfers relatief: het aantal mensen op een toonmoment is geen afdoende indicator van publieksinteresse of impact. Opnieuw wordt hier de maatschappelijke meerwaarde van kunst duidelijk, en opnieuw neemt ze verrassende vormen aan. Onvermijdelijk bevragen ook cross-sectorale praktijken de gevestigde kijk op wat we kunnen verstaan onder kunst, productie, spreiding en presentatie.
Vanuit het beleid en de sector zijn er verschillende manieren om deze praktijk te stimuleren. Er is behoefte aan centralisering en ontsluiting van informatie over financieringsbronnen in verschillende beleidsdomeinen, mogelijke partners in uiteenlopende sectoren en inspirerende praktijken, en aan kansen om te leren en experimenteren rond cross-sectoraal werken. Er wordt gewezen op het belang van mediatoren: mensen die vertrouwd zijn met de realiteit van de kunstpraktijk en met goede kennis over onder meer de cultuur, de gevoeligheden, en het jargon in andere sectoren.
Beoordelingscommissies kunnen beter geïnformeerd en gesensibiliseerd worden rond cross-sectorale kunst. Nogal wat mensen vragen zich af of het logisch is om deze praktijken en transdisciplinair werk door dezelfde commissies te laten beoordelen. Beide kunstpraktijken hebben een experimentele ingesteldheid met elkaar gemeen, combineren allebei verschillende manieren van werken en uiteenlopende ‘werkdomeinen’, en hun werkprocessen en uiteindelijke artistieke resultaten zijn vaak onvoorspelbaar. Toch vergen ze uiteenlopende expertises: transdisciplinair werk blijft binnen de kunsten terwijl cross-sectorale praktijken er per definitie buiten treden.
Omwille van de aard van cross-sectoraal werken – het samenwerken van spelers binnen en buiten de kunsten, met een duidelijke meerwaarde voor de verschillende partijen – lijkt het logisch dat dit niet enkel vanuit het Kunstendecreet gefinancierd zou worden. Er bestaan financieringsbronnen in meerdere domeinen en sectoren en bij verschillende beleidsdepartementen, maar een domeinoverschrijdende visie vanuit cultuur is er nog niet. Dat is geen pleidooi voor minder middelen in het Kunstendecreet voor cross-sectorale praktijken, wel integendeel voor een volledige en domeinoverschrijdende visie op de financiering ervan.
Net zoals bij cross-sectorale praktijken ligt ook bij participatieve kunst een grote nadruk op het procesmatige. Beide vormen dagen de kunsten uit: ontdek er alles over via onderstaande link.
Op zoek naar beleidsaanbevelingen rond cross-sectoraal werken? Ontdek onze opsomming van opportuniteiten om het kunstenbeleid te optimaliseren via onderstaande link.