Financieringsmix: van kapitaal belang

Financieel gezien komt het er voor kunstwerkers op aan een context te scheppen waarin je tijd en ruimte kan vrijmaken om te werken. De financiële, menselijke en sociale flexibiliteit die je daarvoor aan de dag moet leggen is cruciaal en vergt heel wat energie.

De meeste kunstenaars boren verschillende bronnen aan om zich te verzekeren van een leefbaar inkomen en de middelen om te investeren in hun praktijk. Ze combineren verschillende jobs, artistieke en andere. Hierdoor switchen ze regelmatig tussen financieringsmixen, statuten, organisatievormen …

Verdiep je dus in die materie, leer van elk contract en statuut de voor- en de nadelen kennen, vraag aan experten wat voor jou het beste is. Voor iedereen loopt het anders. Het is niet omdat een collega het beste af is als zelfstandige in bijberoep of met een vzw dat dat ook voor jou geldt. 

Wat is een goede financieringsmix?

  • Voor welke elementen in je leven en artistieke praktijk heb je geld nodig?
  • Hoeveel maandelijks, hoeveel jaarlijks?
  • En waar ga je dat halen?

Die drie vragen moet je kunnen beantwoorden om daarna te beslissen welk statuut (zelfstandige, werknemer, ambtenaar) voor jou het beste is, en hoe je dat organiseert.

1. Waarvoor heb je geld nodig?

Onderzoek, ontwikkeling, een project, een innovatie, een verblijf in het buitenland, een aankoop van materiaal, een overbrugging, bepaalde huurkosten … Maar ook naar de winkel gaan, kleren kopen, ontspanning …

Naast de inhoud speelt ook de duur een rol. Voor welke termijn heb je geld nodig? Kan je een lijst maken van de kostenposten in je leven en je artistieke werk? Heb je een idee van de tijd die je steekt in je artistieke werk, en hoeveel tijd er dan overblijft voor andere zaken? Kan je die zaken ook een prioriteit geven?

2. Hoeveel heb je nodig?

Wat niet mag ontbreken is je begroting van de kosten. Voor elk puntje op de lijst dingen waarvoor je geld nodig hebt, moet je een maandelijks of jaarlijks bedrag schatten. Dat is één kant van het financiële plan van je artistieke praktijk. Je artistiek idee in cijfers omzetten is geen sinecure.

Bij Vlaio en Cultuurloket kun je terecht voor financieringsadvies en het opstellen van een begroting. Dat kan best zo nauwkeurig mogelijk. Hoe beter je begrotingsplan trouwens, des te meer kans op financiering. En zorg dat de cijfers te koppelen zijn aan je inhoudelijk plan. Om je te financieren moeten mensen je plan snappen en erin vertrouwen.

Cijfers geven niet alleen de doorslag. Vergeet niet je visie en je missie te koppelen aan die cijfers. Als je wil dat iemand je artistieke werk financiert, moet je dat ook kunnen overbrengen.

3. Hoe ga je alles financieren?

En dan komt het balanceren. Het totaal van alle kosten die je hebt opgesomd moet je weten te compenseren door inkomsten. Investeer je die opnieuw in je werk, dan zijn het “financieringsbronnen”. Die inkomsten (letterlijk alles wat binnen komt)  noemen we ook wel “financieringsbronnen”.

Hier sommen we er een paar op: 

  • Inkomen uit werk dat wel of niet te maken heeft met je artistieke visie. Veel kunstenaars doen naast hun artistieke project nog andere jobs. Een danser kan bijvoorbeeld lesgeven aan de balletschool, meedraaien in een een project van een collega, bijklussen in een restaurant. Een beeldend kunstenaar is ook grafisch vormgever, game designer, of boekhouder.
  • Subsidies: Het Kunstendecreet voorziet in kunstsubisidies. Andere Vlaamse subsidies vind je op vlaanderen.Be
  • Passief inkomen: bv. uit auteursrechten, aandelen, een erfenis …
  • Aanvullende financiering: sponsorship, crowdfunding, crowdlending, friendraising, banklening, microkrediet voor starters, cultuurkrediet, taxshelter, winwinlening, private investering, mecenaat, business angel, filantropische stichtingen … Er zijn veel meer mogelijkheden dan je denkt, een overzicht vind je bij Vlaio en Cultuurloket.   

Waar moet je op letten?

Aan elke financieringsbron zijn voor- en nadelen verbonden. Zorg dat je weet welke dat zijn. Vlaio, Cultuurloket, Flanders DC en Kunstenpunt kunnen je helpen met je overwegingen (keuze, aanvraag, gevolgen etc.).

Hier sommen we enkele afwegingen op:

  • Werk je individueel of als een organisatie? Sommige subsidies binnen het Kunstendecreet zijn er voor individuele kunstenaars (ontwikkelingsbeurzen, projectsubsidies, residentiebeurzen …), andere voor kunstenorganisaties (werkingssubsidies, projectsubsidies …). Als je een organisatie wil opstarten moet je een ondernemingsvorm of rechtspersoon kiezen: een eenmanszaak, een NV, een vzw, een stichting…
  • Wat is de inhoud van je project? Subsidies komen vaak met een bepaald inhoudelijk kader, en zakelijke vereisten. Afhankelijk van je verhaal zul je sponsors vinden die gelijkgestemd zijn (crowdfunding etc), sommige kunstprojecten worden gesteund omdat ze ook een sociale opdracht vervullen, enzovoort. 
  • Waar vindt je project plaats? Er zijn premies en subsidies die plaatsgebonden zijn. Een subsidie van de stad of gemeente, of de subsidies uit het bovenlokale cultuurdecreet.
    • Zie ook OP/TIL voor steun bij bovenlokale samenwerking
  • Welke andere vormen van financiering boor je aan? Bepaalde subsidies kun je niet cumuleren met andere. Cultuurkrediet krijg je bijvoorbeeld enkel als je bank je geen lening geeft voor je project. 
  • Wat is je leeftijd? Heel wat prijzen en calls zijn leeftijdsgebonden. 
  • Hoe werkt de markt? Is je artistieke werk goed verkoopbaar? Daar kijken bepaalde investeerders naar. 
  • Specifieke vereisten: bv. een waarborg bij een banklening. Wanneer moet je het geld terugbetalen? Meteen of met uitstel? Met rente of zonder? Welk resultaat verwachten je investeerders? Wat zijn de juridische gevolgen? 

Geld verdienen met je werk

Naast financiering via subsidies, schenkingen, leningen of vormen van investering kan je ook geld verdienen via werk of vormen van exploitatie van je artistieke werk. Je gebruikt dan dat geld om van te leven en om mee te investeren in je artistieke traject.

Betaald werk kan dan:

  • in loondienst: vb. Een danser heeft een vast contract bij een gezelschap
  • per uur: vb. Een muzikant geeft tien uur pianoles en wordt per uur betaald
  • per transactie: vb. Verkoop van een CD of streams
  • via verhuur: vb. Kunstwerken kun je ook verhuren. (link Kunst in Huis)

Verdienmodel

Het omspringen met die financieringsbronnen leg je vast in een verdienmodel. Combinaties van bovenstaande bronnen zijn courant in de kunstensector.

Heel wat artiesten genereren inkomsten via multiple job holding. Een kunstenaar werkt bijvoorbeeld én een stukje in loondienst, én factureert af en toe vanuit een bijberoep per uur of verkoopt werkt, én haalt een beetje uit auteursrechten. Al die jobs samen leveren per maand een bedrag op dat gaat naar levensonderhoud, materiaal en ruimte voor de kunstpraktijk.

Welk verdienmodel je ook gebruikt, zorg dat je fair betaalt en betaald wordt. Om je daarbij te helpen, kun je terugvallen op een aantal richtlijnen. Verdiep je in de barema’s en leer de CAO’s kennen zodat je weet hoeveel je kunt vragen.

Op JuistisJuist vind je allerhande tools en richtlijnen om je te helpen. Om sterker te staan bij het onderhandelen, bestaan er calculators waarmee je een correcte betaling kunt berekenen. Let wel, het gaat hier om richtlijnen, minima. Er is altijd ruimte om te onderhandelen. Maar zo weet je wat je minstens zou moeten krijgen.


Welke kwesties onderzoekt en analyseert Kunstenpunt? Welke thema’s bepalen straks de toekomst van de kunsten in Vlaanderen en Brussel? Bekijk het overzicht.