Loont passie? Sociaal-economische positie van podiumkunstenaars

Fiche podiumkunsten (acteurs en andere podiumkunstenaars)

In deze fiche rapporteren we over de onderzoeksresultaten van het kunstenaarsonderzoek uit 2016 voor de podiumkunstenaars en integreren we de relevante resultaten uit het acteursonderzoek van 2014.

1. Profiel

LEEFTIJD

De podiumkunstenaars vormen de jongste groep in dit onderzoek. 70% van de respondenten is jonger dan 45 jaar. Meer dan een derde is jonger dan 35 jaar.

GENDER

De genderverhouding in de podiumkunsten is globaal genomen 50/50. Bekijken we de genderverhouding per leeftijd, dan zien we dat het aandeel vrouwen sterk afneemt per leeftijd. Bij de jongste leeftijdsgroep podiumkunstenaars van 35-minners is het aandeel vrouwen 58%. In de groep van 65-plussers is dat evenwel nog maar 13,3%. Bij de acteurs is de daling niet zo sterk. In het acteursonderzoek van 2014 daalde het aandeel vrouwen ongeveer twee derde naar een derde. (De vertegenwoordiging van de fysiekere disciplines van de dans met vroege uitval en de oververtegenwoordiging van vrouwen in de dans verklaart mogelijk het lage aandeel vrouwen in de hoogste leeftijdsgroep van het kunstenaarsonderzoek van 2016.)

DIPLOMA’S

De podiumkunstenaars zijn, net als de andere kunstenaars, hoog opgeleid. 85% haalde een diploma hoger onderwijs. Een vierde haalde een masterdiploma aan de universiteit, een vijfde een masterdiploma van de hogeschool. 56% van de podiumkunstenaars haalde een artistiek diploma.

ERKENNING

Ongeveer een vierde van de podiumkunstenaars beschouwt zich als een opkomend, en iets minder dan de helft als een erkend kunstenaar. Daarmee beantwoorden ze ongeveer aan het gemiddelde van alle bevraagde kunstenaarsgroepen.

GENRES

Bij de podiumkunstenaars worden theater en performance door resp. 60% en 56% van de respondenten gemeld als genres die ze uitoefenden in 2014. Daarop volgt hedendaagse dans met 39% en muziektheater met 31%. 4% deed aan klassiek ballet en 9% aan opera. Een vierde van de podiumkunstenrespondenten beoefende één genre, een vierde twee genres en een ander vierde vier genres.

2. Activiteiten, vergoedingen en tijdsbesteding

Artistiek werk binnen de podiumkunsten (type 1). Het spelen van voorstellingen of toonmomenten is de meest voorkomende activiteit onder de podiumkunstenaars. Zo’n 77% speelde in 2014 een of meerdere voorstellingen. In bijna 90% van de gevallen waren deze activiteiten ook vergoed. Creatie van eigen werk wordt ook door drie vierde van de respondenten gedaan, maar in bijna de helft van de gevallen is deze activiteit niet vergoed. De activiteit die het minst op een vergoeding kan rekenen, is die van onderzoek of reflectie.

Meer dan de helft van de podiumkunstenaars was in 2014 betrokken bij vier of meer producties. 70% van de podiumkunstenaars bij drie of meer producties.

NIET-ARTISTIEK WERK BINNEN DE PODIUMKUNSTEN (TYPE 2)

Het geven van lessen en workshops (65%) en coaching (50%) zijn de meest gerapporteerde niet strikt artistieke activiteiten binnen de podiumkunsten. Podiumkunstenaars zijn de kunstenaarsgroep die het meest les of workshops geeft (in de eigen discipline). Meer dan bij de andere groepen gaat het om privélessen of workshops. Het hoger kunstonderwijs en het sociaal-cultureel werkveld gelden elk voor ongeveer een vierde van de lesgevende respondenten als lescontext. Lesgeven wordt doorgaans betaald, coaching wordt in 70% van de gevallen vergoed. Meer dan 40% van de respondenten rapporteert productie- en zakelijk werk. Dat zijn vaak niet-vergoede activiteiten.

ARTISTIEKE ACTIVITEITEN BUITEN DE PODIUMKUNSTEN (TYPE 3)

Driekwart van de podiumkunstenaars geeft aan ook artistiek actief te zijn in andere kunstdisciplines. Daarmee onderscheiden ze zich sterk van alle andere disciplines. Meer dan de helft van de podiumkunstenaars deed ook betaalde activiteiten binnen andere disciplines. Het courantst zijn activiteiten als (in volgorde) beeldend kunstenaar, muziek en film.

NIET-ARTISTIEKE ACTIVITEITEN (TYPE 4)

Podiumkunstenaars hebben het minst van al een betaalde job buiten de kunstensector. Het gaat om 25% van de respondenten. Deze jobs situeren zich vooral in het (niet-artistiek) onderwijs en in de sector van kunst, amusement en recreatie.

TIJDSBESTEDING

De podiumkunstenaars besteden gemiddeld 60% van hun tijd aan hun activiteiten als podiumkunstenaar (type 1). 78% van hun tijdsbesteding speelt zich af binnen de kunstensector (type 1, 2 en 3). Deze verdeling is gelijk aan die van de schrijvers en illustratoren.

Wie in activiteiten zonder job kan terugvallen op een werkloosheidsuitkering via het kunstenaarsstatuut kan 66% van zijn tijd aan podiumwerk besteden. Wie dat niet heeft 47%.

3. Inkomstenprofiel

STATUUT VOOR ARTISTIEKE ACTIVITEITEN

Podiumkunstenaars werken voor hun artistiek werk vooral als werknemer in loondienst (56,8%) of via SBK of uitzendbureau (50,8%). Ze werken het minst van al als zelfstandige (hoofd- of bijberoep). Samen met de muzikanten maken zij het meest gebruik van de KVR (41% gaf aan in 2014 gebruik te hebben gemaakt van de KVR).

TOTALE NETTO-INKOMSTEN

De 41 respondenten die als zelfstandige werkten in 2014 hebben een mediaan netto jaarinkomen van € 20.000 en een gemiddelde van € 39.400 (wat wijst op een aantal topverdieners). De zelfstandigen in bijberoep hadden een mediaaninkomen van € 8.500 via facturatie en € 17.500 als inkomen uit loondienst. Met die bedragen zitten ze in verhouding met de andere disciplines met een relatief hoog inkomen per facturatie en met het laagste inkomen via loondienst. Voor de podiumkunstenaars die volledig als werknemer werken, geldt dat de helft € 17.000 of minder verdient. Ook het gemiddelde ligt rond de € 17.000. Alleen de beeldend kunstenaars verdienen minder. De inkomsten van de acteurs (als werknemers) liggen wat hoger: voor de acteurs komen zowel mediaan als gemiddelde op € 19.000.

INKOMEN NAAR LEEFTIJD EN GENDER

Wat opvalt bij de podiumkunstenaars is dat het gemiddelde inkomen niet meer stijgt vanaf de leeftijdscategorie van 35-44 jaar. De gemiddelde netto-inkomsten van de leeftijdsgroep 55-64 jaar is met € 18.400 maar half zo hoog als dat van de muzikanten van dezelfde leeftijd. De filmmakers in de studie verdienen meer dan drie keer zoveel. Bij de podiumkunstenaars is de gendergap het grootst bij de 35-minners (met zo’n € 6.000 verschil in inkomsten). In de daaropvolgende leeftijdsgroepen is ze kleiner.

SAMENSTELLING INKOMSTEN

Het percentage van de inkomsten dat de podiumkunstenaars halen uit hun activiteiten als podiumkunstenaar (type 1) ligt met 47% het hoogst van alle kunstenaars. Dit staat tegenover 60% van hun tijdsbesteding. Gemiddeld 64% van hun inkomsten komt voort uit kunstgerelateerde activiteiten (type 1, 2 en 3). De podiumkunstenaars doen het meest van al een beroep op werkloosheidsuitkeringen (gemiddeld 20% van hun inkomen) en het minst van al op betaald werk buiten de kunsten.
Het percentage van podiumkunstenaars dat alleen inkomsten verwerft uit zijn activiteiten als podiumkunstenaar is 10%. Bij de acteurs lag dit percentage op 8% (type 1). Kijken we naar wie zijn volledige inkomen uit kunstgerelateerde activiteiten haalt, dan komt dat op 27% (type 1, 2 en 3). Dat zijn de laagste percentages van alle kunstenaars.

WERKLOOSHEID

47% van de respondenten geeft aan te kunnen terugvallen op een uitkering via het kunstenaarsstatuut ‒ een hoog percentage in vergelijking met de andere groepen. 7,6% kan terugvallen op een andere werkloosheidsuitkering.

BEROEPSKOSTEN

Podiumkunstenaars rapporteren een beroepskost van gemiddeld € 13.700 per jaar. De belangrijkste kostenpost zijn vergoedingen aan derden. Het meest van alle kunstenaars geven ze ook een behoorlijke som uit aan opleidingen, workshops of residenties (gemiddeld zo’n € 1.200). Materiaal- en uitrustingskosten en kosten voor een werkruimte schommelen elk rond gemiddeld € 1.700.

4. Arbeidstevredenheid

90% van de podiumkunstenaars en acteurs is tevreden over de inhoudelijke en artistieke aspecten van de job. 85% is tevreden over de mogelijkheid tot zelfontplooiing en de ontwikkeling van zijn kunstenaarsactiviteiten.

Zo’n 45% van de podiumkunstenaars en acteurs is tevreden over de vergoeding die staat tegenover prestaties, een vierde is ontevreden. Ongeveer de helft geeft aan ontevreden te zijn over de hoogte van zijn totale inkomsten.

Acteurs en (andere) podiumkunstenaars scoren erg hoog qua tevredenheid over de waardering die ze van het publiek krijgen. Zo’n 90% laat een positief geluid horen. Over de omgang met critici, media en journalisten is men verdeelder. Over de feedback die men van de media, critici en journalisten krijgt, is dan weer een kleine 50% van de podiumkunstenaars en 30% van de acteurs tevreden.

Eén op vijf podiumkunstenaars vindt het werk als podiumkunstenaar slecht combineerbaar met het hebben van een gezin.

Acteurs en podiumkunstenaars overwegen meer dan kunstenaars uit andere disciplines om te stoppen als professioneel kunstenaar. 50% van de podiumkunstenaars overweegt het soms, 9% vaak.

5. Ondersteuning

Podiumkunstenaars halen in de eerste plaats informatie en advies bij collega’s (82% geeft aan collega’s te raadplegen). De volgende adviesbronnen zijn werkgevers of opdrachtgevers (voor 65% van de respondenten). Kunstenloket wordt geraadpleegd door de helft van de respondenten, de vakbond en SBK’s door 40%.

45% van de podiumkunstenaars is lid van de vakbond ‒ een hoog percentage in vergelijking met de andere groepen. 40% is aangesloten bij een beheersvennootschap.

D.H.

Delphine Hesters

Je leest: Loont passie? Sociaal-economische positie van podiumkunstenaars