Loont passie? Sociaal-economische positie van beeldend kunstenaars

Fiche beeldend kunstenaars

1. Profiel

LEEFTIJD

De helft van de beeldend kunstenaars in dit onderzoek is jonger dan 45 jaar. 26% is ouder dan 55 jaar. Alleen de schrijvers en illustratoren zijn als groep ouder.

GENDER

De beeldend kunstenaars kennen globaal een lichte oververtegenwoordiging van mannen met 53%. De genderverhouding verschuift echter ‒ net als bij de andere disciplines ‒ met de leeftijd. De groep van 35-minners bestaat voor 62% uit vrouwen en 38% uit mannen, terwijl deze verhouding helemaal gespiegeld is bij de leeftijdsgroep van 65+.

DIPLOMA’S

De beeldend kunstenaars behaalden in vergelijking met de kunstenaars uit andere disciplines wat minder vaak een diploma aso (secundair onderwijs), maar studeren dan weer duidelijk meer af in het kso. 87% van de beeldend kunstenaars heeft een diploma hoger onderwijs. In het hoger onderwijs is een masterdiploma buiten de universiteit het courantste diploma. Van alle kunstenaarsgroepen behaalden de beeldend kunstenaars het meest een artistiek diploma ‒ met driekwart van de respondenten.

ERKENNING

Onder de bevraagde beeldend kunstenaars beschouwt zo’n 30% zich als (eerder) erkende kunstenaar en 41% als (eerder) opkomende kunstenaar. De overige 30% positioneert zich daartussenin. Daarmee wijken de beeldend kunstenaars wat af van het totale plaatje van de kunstenaars in deze studie, waarin 45% zich als (eerder) erkend beschouwd.

GENRES

De beeldend kunstenaars werd gevraagd in welke genres van de discipline ze actief zijn. Driekwart van hen geven aan meerdere genres te beoefenen. Worden door de meeste beeldend kunstenaars beoefend: schilderkunst (47%), tekenkunst (43%) en installatie (41%).

2. Activiteiten, vergoedingen en tijdsbesteding

WERK ALS BEELDEND KUNSTENAAR (TYPE 1)

Zo goed als elke beeldend kunstenaar (93%) stelde in 2014 te hebben gewerkt aan de creatie van eigen werk. Slechts één op de drie kreeg daarvoor ook een vergoeding. 77% van de beeldend kunstenaars stelde in datzelfde jaar tentoon. Slechts 30% van wie tentoonstelde, kreeg daarvoor een vergoeding. Onderzoekswerk, reflectie en prospectie werd door zo’n 40% van de kunstenaars gerapporteerd als activiteit. Tegenover dat werk staat in 28% van de gevallen een vergoeding. Alleen voor creaties in opdracht (door 50% van de kunstenaars gedaan in 2014) is vaker een vergoeding voorzien, in 7 op de 10 gevallen. 37,5% van de kunstenaars gaf aan in 2014 minimaal één solotentoonstelling te hebben gehad. 65% had minimaal één groepstentoonstelling.

NIET-ARTISTIEK WERK IN DE BEELDENDE KUNSTEN (TYPE 2).

De gerelateerde activiteit die door de meeste beeldend kunstenaars wordt uitgeoefend, is de productie van eigen werk (incl. verkoop en promotie). 77% van de kunstenaars stelde in 2014 dit soort werk te hebben gedaan. Een goeie 50% nam (ook) de zakelijke aspecten van het werk op zich. De derde bijkomende activiteit voor beeldend kunstenaars blijkt het geven van lessen of workshops in de kunst (door 50%). Alleen lesgeven blijkt een activiteit die in de regel wordt vergoed, i.e. in 86% van de gevallen. Beeldend kunstenaars die lesgeven, doen dat doorgaans in een privécontext (37%), het deeltijds kunstonderwijs (28%) en/of in het hoger (kunst)onderwijs (22%).

ARTISTIEKE ACTIVITEITEN BUITEN DE BEELDENDE KUNSTEN (TYPE 3)

45% van de beeldend kunstenaars gaf aan een artistieke activiteit te hebben gedaan in een andere discipline (bv. regisseren, illustreren, muziek maken). Alleen de muzikanten zijn minder actief in andere artistieke disciplines.

NIET-ARTISTIEKE ACTIVITEITEN (TYPE 4)

De beeldend kunstenaars nemen, met 41% van de respondenten, het meest van al een betaalde job buiten de artistieke sector. Voor een kwart onder hen is dat een job in het (niet-artistiek) onderwijs, voor 15% een job in de kunst-amusement-recreatiesector, voor telkens 7,4% in horeca en gezondheids-welzijn-maatschappelijke dienstverlening.

TIJDSBESTEDING

Beeldend kunstenaars spenderen gemiddeld 53% van hun tijd aan hun artistieke kernactiviteit als beeldend kunstenaar en 76% aan activiteiten binnen de kunstensector. Een kwart van de kunstenaars kan 80% of meer van zijn/haar tijd aan het maken van kunst besteden. Gemiddeld 24% van hun tijd gaat naar niet-kunstgerelateerd werk. In het algemeen geldt: hoe meer men zich erkend voelt als kunstenaar, hoe meer tijd men besteedt aan zijn kernactiviteit en hoe minder tijd aan een job buiten de kunsten.

3. Inkomstenprofiel

STATUUT VOOR ARTISTIEKE ACTIVITEITEN

Beeldend kunstenaars oefenen zelden hun artistieke activiteiten uit in loondienst (12,5%). Zelfstandige in bijberoep is het courantste statuut waarin beeldend kunstenaars hun artistieke activiteiten onderbrengen (met 32% van de respondenten). 25% is zelfstandige in hoofdberoep, 81% onder hen doet dat in de vorm van een eenmanszaak. 16% werkt weleens als werknemer via een SBK of uitzendbureau. 25% maakte in 2014 gebruik van de KVR.

TOTALE NETTO-INKOMSTEN

De helft van de beeldend kunstenaars met een zelfstandigenstatuut (voor al hun activiteiten) verdient minder dan € 12.000 netto per jaar. Driekwart verdient minder dan € 21.000 en een kwart minder dan € 4.000 per jaar. 50% van de beeldend kunstenaars die zelfstandige in bijberoep zijn, haalt minder dan zo’n € 1.900 per jaar uit facturatie en € 27.000 uit loondienst. (In vergelijking met de andere disciplines ligt het inkomen uit facturatie laag. Dat vanuit loondienst is gelijkaardig met de andere (alleen podiumkunstenaars die zelfstandige in bijberoep zijn, wijken daar vanaf met een duidelijk lager inkomen).) De beeldend kunstenaars die al hun activiteiten onder het statuut van werknemer doen, hebben een mediaaninkomen van € 13.700 en een kwart onder hen verdient minder dan € 7.000 op een jaar. Beeldend kunstenaars zijn daarmee als groep uitgesproken de laagste verdieners van alle kunstenaars.

INKOMEN NAAR LEEFTIJD EN GENDER

Vanaf de leeftijdsgroep van 35-44 jaar blijft het gemiddelde inkomen van de beeldend kunstenaars over de leeftijd stabiel rond de € 20.000. De gemiddelde netto-inkomsten van de leeftijdsgroep 55-64 jaar is met € 20.200 maar half zo hoog als dat van de muzikanten van dezelfde leeftijd. De filmmakers van dezelfde leeftijd in de studie verdienen meer dan drie keer zoveel. Na de schrijvers en illustratoren zijn de beeldend kunstenaars de groep artiesten met de grootste gendergap in inkomsten. In de leeftijdsgroep van 45-54 is die het grootst: waar de mannen een gemiddeld jaarinkomen hebben van € 24.000, is dat bij de vrouwen
€ 13.500.

SAMENSTELLING INKOMSTEN

Gemiddeld halen de beeldend kunstenaars 26% van hun inkomsten uit hun kernactiviteit als beeldend kunstenaar. 47% van hun inkomsten komt uit activiteiten binnen de kunstensector. Inkomsten uit ander betaald werk staat voor 30% van de inkomsten en werkloosheidsuitkeringen voor 12%. Met deze samenstelling van inkomsten lijken ze het meest op de schrijvers en illustratoren. 11% van de beeldend kunstenaars haalt zijn/haar volledige inkomen uit de kernartistieke activiteit. 32% haalt zijn/haar volledige inkomen uit kunstgerelateerde activiteiten.

WERKLOOSHEID

7,6% van de respondenten geeft aan te kunnen terugvallen op een uitkering via het kunstenaarsstatuut, 12,7% op een andere werkloosheidsuitkering.

INKOMSTEN UIT KVR EN/OF SUBSIDIES

Beeldend kunstenaars doen het minst van al een beroep op de KVR. Slechts 25% maakte er in 2014 gebruik van. 12% van de beeldend kunstenaars uit de studie ontving in 2014 subsidies voor een gemiddeld bedrag van € 6.800.

BEROEPSKOSTEN

Beeldend kunstenaars hebben, samen met muzikanten, de hoogste beroepskosten. Belangrijkste kostenposten zijn vergoedingen aan derden, de huur van een werkruimte en materiaalkosten. Het gemiddelde van de geschatte totale kosten voor 2014 was ongeveer € 27.000.

62% van de kunstenaars geeft aan vergoedingen meteen terug in te zetten om de kosten van nieuw werk te dekken.

4. Arbeidstevredenheid

Kunstenaars zijn over het algemeen erg tevreden over de inhoudelijke aspecten van hun job. Beeldend kunstenaars zijn daar geen uitzondering op. Meer dan 90% geeft aan (zeer) tevreden te zijn over de inhoudelijke uitdagingen, meer dan 80% met de mogelijkheden tot zelfontplooiing en de ontwikkeling van hun praktijk en met het artistieke aspect van hun werk.

Beeldend kunstenaars zijn het meest uitgesproken ontevreden met de vergoedingen die tegenover hun werk staan en met de hoogte van hun inkomsten, wat gezien het niveau van die inkomsten niet verwonderlijk is.

De bevraagde kunstenaars zijn over het algemeen tevreden over de waardering die ze krijgen van het publiek. Beeldend kunstenaars hebben doorgaans minder direct contact met hun publiek dan liveperformers, maar toch geeft ook van de beeldend kunstenaars meer dan 70% aan (zeer) tevreden te zijn over de publiekswaardering. De ervaring van waardering en omgang met critici ligt meer gespreid.

Beeldend kunstenaars zijn, samen met de schrijvers en illustratoren, de kunstenaarsgroep waarin het grootste aandeel aangeeft dat hun werk goed combineerbaar is met een gezin (59%). 15% vindt het werk slecht combineerbaar met een gezin. Die groepen zijn, samen met de muzikanten, ook degene die het minst van al overwegen om te stoppen als kunstenaar. 60% van de beeldend kunstenaars geeft aan nooit te overwegen om als kunstenaar te stoppen.

5. Ondersteuning

Beeldend kunstenaars zijn het minst van alle kunstenaars lid van een beroepsvereniging, met slechts 50% lidmaatschap (waar de andere kunstenaarsgroepen tot 85% gaan).

De belangrijkste kanalen waaruit beeldend kunstenaars advies halen, zijn collega’s (70% van de kunstenaars). 48% klopt aan bij Kunstenloket en een goede 30% haalt advies bij resp. opdrachtgevers en galeristen.

D.H.

Delphine Hesters

Je leest: Loont passie? Sociaal-economische positie van beeldend kunstenaars