Meerstemmigheid in de kunsten: leeftijd

Wil je meerstemmigheid binnen de kunsten versterken? Dan is het essentieel om de mechanismen van uitsluiting te begrijpen en te zien hoe ze op elkaar inwerken – dit wordt ook wel kruispuntdenken of intersectionaliteit genoemd. 
 
Via het dossier meerstemmigheid brengt Kunstenpunt deze uitsluitingsmechanismen in kaart, en verkennen we hoe we deze kunnen doorbreken aan de hand van verschillende identiteitsassen.
 
Sixtine Bérard onderzocht de rol van leeftijd bij het nastreven van meerstemmigheid in de kunstensector.

Leeftijd is een slibberige identiteitsas: ze laat zich moeilijk grijpen. Leeftijdsgenoten delen altijd wel ‘iets’ – een gelijkaardige levensfase, of de herkenning van bepaalde lichamelijke veranderingen – maar kunnen tegelijk op talloze andere vlakken sterk van elkaar verschillen. Ik ken bijvoorbeeld veel 25-jarigen met wie ik, behalve onze leeftijd, weinig fundamenteels deel. Tegelijk merk ik hoe mijn leeftijd meespeelt in hoe mijn stem wordt gehoord in een debat: soms als naïef, soms (on)terecht als relevanter, soms als ongeloofwaardig. Hoe kunnen we, vertrekkend vanuit de verschillen die in leeftijd en de belevingen ervan besloten liggen, werken in en aan de kunstensector?

Kunstenpunt start in 2025 een driejarig traject rond meerstemmigheid in de kunsten, waarin ook deze tekst kadert. Meerstemmigheid betekent hier een actieve inzet om stemmen te versterken die onderbelicht blijven, waarbij eenzijdige narratieven worden ontstegen. Inzetten op meerstemmigheid gaat daar ook gepaard met het onderzoeken van uitsluitingsmechanismen en hoe verschillende oorzaken van uitsluiting elkaar beïnvloeden. Meerstemmige betekenisgeving wordt hierbij beschouwd als een collectief proces dat het verschil – en niet de standaard – als uitgangspunt neemt.

Rekening houden met de identiteitsas leeftijd bij het nastreven van meerstemmigheid betekent grosso modo twee dingen: (1) ruimte geven aan de verschillende perspectieven die samenhangen met het behoren tot een bepaalde generatie of leeftijdsgroep en (2) oog hebben voor de verschillen binnen diezelfde groepen – en dus ook de verschillen in hoe er over leeftijd wordt nagedacht en hoe leeftijd wordt ‘beleefd’. 

In deze tekst wordt dus op de volgende vragen ingegaan:

  • Hoe beïnvloedt leeftijd onze stem binnen het kunstenveld?
  • Is er ruimte voor de geschakeerde beleving van leeftijd binnen het kunstenveld? 
  • Hoe kruist leeftijd met andere vormen van verschil – zoals gender, afkomst of klasse – en wat leert dit ons over meerstemmige praktijken?

Age is but a number

Makers

Volgens Loont passie? (2021) – een rapport over de sociaaleconomische situatie van creatieve professionals in België – is de leeftijdsverdeling binnen de kunsten ongelijk verdeeld. Dat geldt des te sterker wanneer ook naar gender wordt gekeken: naarmate de leeftijd stijgt, zijn er in steeds minder disciplines evenveel mannen als vrouwen actief. 

Architectuur en podiumkunsten behoren tot de jongste disciplines: een ruime meerderheid van de beoefenaars is jonger dan 44 jaar. Bij architecten is zelfs een aanzienlijke groep jonger dan 35. Er zal dus minder vanzelfsprekend ruimte zijn voor invalshoeken die verankerd zijn in ondervertegenwoordigde leeftijdsbelevingen. In andere disciplines ligt het aandeel van de jongste leeftijdsgroep tussen 11,5% en 20%. Daartegenover staan ‘oudere’ disciplines zoals literatuur en beeldende kunsten, waar ongeveer twee derde van de respondenten 45 jaar of ouder is. Onder schrijvers heeft zelfs één op de vijf de pensioenleeftijd bereikt.

In een analyse van de aanvragen en toekenningen van kortlopende subsidies, merkte Kunstenpunt op hoe de piek in aanvragen zich vooral bij twintigers en dertigers bevond. Eind twintigers en vooral dertigers zijn het best vertegenwoordigd onder de onderzochte beurs- en projectaanvragen; bij beurzen ligt de piek duidelijk bij begin dertig, de aanvragers – en ontvangers – van projectsubsidies zijn gelijkmatiger verdeeld tussen de leeftijd van 27 en 40.

De helft van alle goedgekeurde beursaanvragen zijn afkomstig van dertigers. Twintigers vertegenwoordigen ongeveer een kwart. Veertigers, vijftigers en oudere leeftijdsgroepen zijn elk veel minder vertegenwoordigd. Neem je alle 40+’ers samen, dan kom je aan een kwart van de aanvragen. Bij de individuele projectsubsidies is 43% van de goedgekeurde aanvragen van een dertiger, 20% van een twintiger en 37% van een 40+’er.

Het eerste luik van leeftijd en meerstemmigheid – ruimte geven aan uiteenlopende perspectieven die samenhangen met leeftijd of generatie – komt niet vanzelfsprekend tot stand in de kunstensector. Veel kunstenaars werken in een omgeving die grotendeels leeftijdshomogeen is.

Publiek

Ook bij het publiek varieert de leeftijdsverdeling sterk per activiteit of discipline, zo blijkt uit Cultuurparticipatie ontrafeld (Siongers et al., 2025). Ook bij het publiek varieert de leeftijdsverdeling sterk per activiteit of discipline, zo blijkt uit het bevolkingsonderzoek. Dat heeft verschillende oorzaken. De triade van Bourdieu – economisch, sociaal en cultureel kapitaal – is uiteraard bepalend voor culturele participatie. Die zaadjes worden vaak al jong geplant. “Wie tijdens de tienerjaren zelden of nooit een museum of erfgoedsite bezoekt, maakt een grotere kans om op volwassen leeftijd weinig of geen interesse te vertonen voor deze plekken”, stelt Lode Vermeersch (2020) in een rapport over hoe musea en erfgoedsites tieners kunnen bereiken.

Daarnaast toont onderzoek aan hoe leeftijd samenhangt met iemands smaak en interesses, maar ook met de frequentie, inhoud en het doel van de culturele activiteiten waaraan men deelneemt. Tegelijk speelt ook het generatie-effect mee: wie in een andere tijd en culturele context is opgegroeid, kijkt en kiest anders (Siongers, Lievens en Spruyt 2025).

Ook langs deze kant kan gesteld worden dat er niet vanzelf ruimtes ontstaan waarin verschillende leeftijden – en de uiteenlopende belevingen ervan – samen komen en verschillend kunnen zijn.

De beleving van leeftijd is meerstemmig

Eenzijdige narratieven en leeftijdsdiscriminatie

In augustus 2025 trad het iconische DJ-duo Underworld op in de Londense Boiler Room. Karl Hyde (1957) en Rick Smith (1959) zaten achter de knoppen, en een uitzinnige menigte ging uit de bol op Born Slippy Nuxx. De rave icons uit de jaren 80 zijn inmiddels grijzend. Angela Davis is 81. Wie in de jaren 2000 op een ‘30 onder 30-lijstje’ stond, is nu rond de vijftig. Voor sommigen biedt de menopauze een welkom kantelpunt, anderen vinden eenvoudigweg geen tijd om zich opnieuw uit te vinden. En ondanks alle Youth for Climate-protesten geldt dat jongeren niet vanzelf progressiever zijn: zo is de steun voor Vlaams Belang groter bij mannelijke Gen-Z’ers dan bij hun oudere tegenhangers (2024). De beleving van leeftijd is meerstemmig, maar dat uit zich te weinig in onze denkbeelden en in beleid.

As soon as we neglect the differences between individuals, we over-generalise and treat older people, ageing, and old age in a stereotypical manner. This stereotypical construction of older people, ageing, and old age is called ‘ageism’. – Ayalon en Tesch-Römer 2018

Leeftijdsdiscriminatie – volgens de definitie van Unia “het anders behandelen van iemand omdat die (te) oud of (te) jong zou zijn, in situaties waarin dat wettelijk niet mag” – is een van de hardnekkigste vormen van discriminatie op de arbeidsmarkt.

In combinatie met racisme, seksisme of validisme wordt die impact nog groter. Dat is geen louter artistieke lacune: ook mensenrechtenorganisaties vragen al jaren om aandacht voor leeftijdsdiscriminatie, en om dit in verdragen te verankeren, zie onder meer het advies van het Vlaams Mensenrechteninstituut (2024).

Eenzelfde verlangen naar collectieve visievorming omtrent leeftijd klinkt uit de recente Landschapstekening van Kunstenpunt (2025): “In het kunstenveld worden stappen gezet richting grotere inclusiviteit. Leeftijd en senioriteit (mid-career tot latere fases in een artistieke loopbaan) komen hierbij meer dan vroeger in de aandacht, maar veel collectieve visievorming is er nog niet. Ook niet aan de kant van het beleid, afgezien van de aandacht die beoordelingscommissies moeten hebben voor landschapszorg in het algemeen.”

Geld en leeftijd

Een duik in de begroting van de kunstensector laat ook zien hoe een eenzijdige blik op leeftijd concrete financiële gevolgen heeft. Veel financiële kortingsmogelijkheden zijn gebaseerd op een koppeling tussen leeftijd en vermogen. Zo hebben ‘jongeren’ meestal recht op korting, en vaak ook 65-plussers. Dat is een arbitraire scheidslijn: in de praktijk zijn veel 40-jarigen armer dan bepaalde 21-jarigen, en waar sommigen nog ruime pensioenen treffen, zitten andere 80-jarigen alarmerend onder de armoedegrens. Een manier om een eenzijdige overeenkomst tussen leeftijd en financieel vermogen open te breken, is door te werken met systemen als pay what you can of pay what you want. De prijsvariatie wordt hierbij niet bepaald door leeftijd, maar wel door de inschatting van het publiek over diens eigen financieel vermogen – en eventuele marge voor een extra solidariteitsbijdrage. De meeste culturele organisaties die hiermee werken, zien dat er een juist evenwicht wordt bereikt. 

Hetzelfde geldt voor makers: precariteit is niet (uitsluitend) verbonden met leeftijd, en toch is het leven doorgaans goedkoper voor mensen jonger dan 25 jaar – denk onder meer aan gereduceerde tarieven voor openbaar vervoer, krant- en andere media-abonnementen, of allerhande tickets. Zulke kosten zijn verstrengeld met het opbouwen van een artistieke praktijk. Het onderzoekstraject Common Income onderzocht de mogelijkheden om financiële middelen te herverdelen volgens het principe van earn what you need. Dat model stelt voor om inkomens niet te laten afhangen van parameters zoals leeftijd, gezinssamenstelling of opleidingsniveau, maar van de feitelijke behoeften van individuen. Zulke denkoefeningen vereisen verbeeldingskracht en ruimte maken voor frictie en verschil – zowat de kern van meerstemmig werken. Dat komt mooi naar voren in het gesprek dat Kunstenpunt voerde met Philippine Hoegen (SOS Relief), Anna Rispoli (Common Wallet) en Elli Vassalou (Globe Aroma & The Post Collective) over de (herver)deling van geld.

Loopbaan en leeftijd

Binnen een leeftijdsgroep kan veel variatie bestaan op bepaalde vlakken, op andere vlakken is er dan wel effectief sprake van een sterke overlapping aan ervaring of realiteiten. Ook dat moet meegenomen worden in sectorbrede gesprekken. Een voorbeeld hiervan is het debat rond fair pay. Anciënniteit gaat in theorie over de verloning van de groei van professionele ervaring in een functie – maar de facto wordt een werknemer ‘duurder’ met de leeftijd. Er zijn nu strikte sectorbrede afspraken rond correcte vergoeding, maar de middelen zijn beperkt. Het risico bestaat dat er dan vaker wordt gekozen voor ‘goedkopere’ en dus jongere werknemers; dat is althans de vrees van sommige cultuurwerkers.

De budgetten van kunstorganisaties staan niet minder onder druk, dus laat ons er collectief over waken dat makers en cultuurwerkers met ervaring niet opzij geschoven worden omdat ze ‘doorwegen op de begroting’. – Natalie Gielen in Etcetera (2024)

Gesprekken over loopbanen voeren vanuit verschillende leeftijdsgerelateerde invalshoeken kan fricties opleveren, maar is noodzakelijk in een sector waar werk en leven bovendien sterk door elkaar lopen. Bij gesprekken over atelierruimte – en woonzorgcentra – wordt bijvoorbeeld zelden stilgestaan bij de perspectieven van oudere kunstenaars. Daar probeert het Kurt Defrancq-huis aan tegemoet te komen: oudere kunstenaars kunnen er samenleven, gebruik maken van artistieke faciliteiten en indien nodig en gewenst ook beroep doen op zorg en ondersteuning.

Jeugdigheid

Cijfers bevestigen het: de sector is jongerengedreven en biedt weinig ruimte voor het ontstaan van organische, intergenerationele wisselwerkingen. Sommige leeftijden worden sterk als (te werven) doelgroepen benaderd en worden via aparte circuits de kunstwereld in ‘geleid’. Dat hoeft latere intergenerationele kruisbestuivingen evenwel niet in de weg te staan (zoals belicht wordt in de werking van Victoria Deluxe, zie later in de tekst). 

Veel cultuurhuizen hebben een jongerenwerking, en veel festivals of media belichten jong talent – denk maar aan Jong Werk op TAZ, Young Artists in the City bij het Klarafestival en Humo’s 30 onder 30-lijst.

Ter illustratie: De Jongerenbib Kubus van Bibliotheek Permeke probeert jongeren vanaf 15 jaar op een duurzame manier te betrekken. Dat doen ze onder meer door sterk in te zetten op participatie: bij het opstellen van de huisregels of het samenstellen van een selectie boeken. Ook de programmatie geven ze participatief vorm, door vooral vraaggericht te programmeren en de voorstellen van jongeren zelf dus mee mogelijk te maken. De jongerenwerker van Permeke ziet er bewust op toe jongeren niet als een homogene groep te behandelen. Ze delen misschien een leeftijdscategorie en enkele generatiegebonden voorkeuren of gewoontes, maar er bestaat niet zoiets als ‘de jongere’ of ‘de stem van jongeren’. Dat wordt ook benadrukt bij GEN-ZIE, een kunstproject van Fameus voor en door jongeren van 14 tot 24 jaar in Antwerpen. Een enthousiaste stuurgroep van zo’n twintig jongeren helpt er de werking vormgeven. GEN-ZIE loopt een heel jaar en biedt verschillende manieren om deel te nemen. Jongeren kunnen gratis workshops volgen, zonder enige ervaring, in samenwerking met diverse culturele partners in Antwerpen. Jaarlijks vindt het GEN-ZIE-festival plaats in hetpaleis, waar meer dan honderd jongeren hun talent tonen op het podium of in een expo voor een groot publiek. Het project ontstond na een bevraging waaruit bleek dat jongeren nood hadden aan een dergelijk initiatief, en nog steeds zijn het jongeren die de werking aandrijven en organisaties – en elkaar – wijzen op blinde vlekken.

Daarnaast zijn voorbeelden van talentontwikkelingsprojecten die zich specifiek op jongeren richten talrijk: zo is er onder andere ECHO Rising Stars bij klassieke muzikanten, EU Mies Awards Young Talent bij architecten, of de Schrijfresidentie van het Vlaams-Nederlands huis voor literatuur deBuren. Er zijn ook bepaalde fondsen die voorbehouden zijn aan jonge makers of collectieven, zoals de Alles Kan-subsidiepot in Gent of het À fonds-initiatief in Brussel. Een overzicht van participatieve kunstpraktijken – waarvan sommigen zich specifiek op jongeren richten – in Vlaanderen en Brussel, vind je hier.

Focussen op jongeren sluit mensen uit die noodgedwongen ‘later’ zijn begonnen – wat andere discriminaties versterkt. Denk maar aan (chronisch) zieke kunstenaars, voor wie een kunstcarrière als een speer onder de 30 niet vanzelfsprekend is; mensen die aan hun volwassenheid zijn begonnen met schulden, en hierdoor vooral geld moesten verdienen; mensen die op latere leeftijd in België zijn aangekomen, later zijn afgestudeerd van het middelbaar; vrouwen die zonder veel ondersteuning moeder worden; en combinaties hiervan. De kunstenaars en cultuurwerkers waarmee ik sprak getuigen allemaal over de impact van dit soort gecombineerde uitsluitingsmechanismen. Kunstenaars die om een van voorgenoemde redenen uitvallen op hun 25 en op hun 35 terug op adem kunnen komen, zijn de maximumgrens voorbij van allerlei talentontwikkelingsprojecten en kortingsmogelijkheden. Een starter is niet altijd ‘jong’.

Casus: jeugdigheid en klassieke muziek
Hoewel de leeftijdsverdeling van muzikanten en componisten overeenkomt met het gemiddelde van de disciplines onderzocht in Loont Passie? (2022), blijft klassieke muziek kampen met het imago van een discipline met een ‘oud en elitair publiek’. Nederlands onderzoek naar concertbezoekers bevestigt dat beeld deels: waardering voor klassieke muziek stijgt inderdaad met de leeftijd. Toch is alarmistische berichtgeving over het ‘vergrijzende publiek’ misleidend. Jongeren gingen ook in de jaren 1970 en 1990 al minder vaak naar klassieke concerten; dat patroon is niet nieuw. Wat wel doorslaggevend blijkt, is de mate waarin mensen op jonge leeftijd in aanraking komen met klassieke muziek – die ervaring bepaalt latere affiniteit.
De meeste concertzalen en andere muzikale structuren proberen inmiddels een jonger, diverser publiek aan te trekken. Daarbij vallen de clichés op waarmee concertbezoekers worden voorgesteld, naargelang hun leeftijd. Titels als “Op sneakers naar de opera: klassieke muziek verleidt jong publiek” (Bruzz, 30 april 2025) tonen hoe leeftijd nog vaak als cultureel verschil wordt verbeeld. Alsof sneakers enkel door jongeren worden gedragen, en alsof sociale klasse niet evenzeer als leeftijd de samenstelling van het operapubliek bepaalt. 

Het entre-deux

Sommige stimuleringsbeurzen of talentontwikkelingstrajecten richten zich expliciet op starters – zonder leeftijdsonderscheid. Zo is er de beurs voor opkomend talent via het Kunstendecreet en in Nederland de Artist Start-subsidie van het Mondriaanfonds. Hoewel de website van het Departement Jeugd, Cultuur en Media aanstipt dat de beurs voor opkomend talent zich richt op “jonge, beloftevolle kunstenaars” is er in de praktijk – en in de regelgeving – geen sprake van een leeftijdsgrens. Minder initiatieven richten zich expliciet op het entre-deux: geen starter maar ook (nog) geen ‘gevestigde’ kunstenaar

Die bevinding halen KUL-sociologen Jasper Delva, Anneleen Forrier en Nele De Cuyper eveneens aan in een artikel over artistieke loopbanen: “[…] mid-career kunstenaars […] bevinden zich in een spannende fase waar ze zogenaamd moeten bevestigen […], maar hebben meestal nog geen eigen structuur, vast publiek of gevestigde status waar ze op terug kunnen vallen en verder bouwen. Net om deze redenen hebben zij het vaak moeilijk in hun loopbaan.”

Dat gevoel leeft ook in de letteren, merkte Gaea Schoeters op in haar scherpe tekst Mid-careers tussen de mazen (2019). Annelies Van Assche (2018, 272) tekent het volgende op in haar studie naar precariteit in de danssector: “Several informants have indicated that they seem to find themselves in ‘a mid-career gap’ or a ‘weird hole between the new and the big’ where they feel they are not supported because on the one hand, they are not fresh and emerging enough that a programmer, venue or funder could take the credit for their discovery, and on the other hand, they are not established enough to stand a chance for structural funding.”

In 2023 wijdden zowel Rekto:Verso als Etcetera een nummer over leeftijd in de kunsten. Wat beide cultuurkritische tijdschriften aangaven, is hoe jongerengedreven de sector overkomt. Zo schrijft de redactie van Etcetera in hun edito: “Hoewel het goed is dat we aandacht hebben voor de vaak kwetsbare start van een carrière in de kunsten, is de manier waarop we jaar na jaar jonge makers vervangen door nog jongere, weinig duurzaam. Wie volgt de artiesten op die nu al niet meer jong zijn, maar evengoed nog geen gevestigde waarde? Voor wie zich in het uitgestrekte gebied tussen ‘jong en veelbelovend’ en ‘bewezen staat van dienst’ bevindt, is het steeds uitdagender om aansluiting te vinden bij het podiumkunstenveld.”

Watlab, van literair productiehuis Vonk & Zonen, is een van de initiatieven die zich wél specifiek richten op mid-career makers. Ze richten hun oproep in het bijzonder naar makers die “de talentontwikkeling [zijn] ontgroeid”, maar ook naar “enkele beloftevolle talenten”, waarbij ze geen leeftijdsgrens hanteren. Het Rotterdamse Lab-Z combineert jong en mid-career talent in intergenerationele producties rond maatschappelijke thema’s. Deelnemers werken er toe naar landelijk toerende, professionele theaterproducties over schurende maatschappelijke issues in de (vooral grootstedelijke) samenleving van nu.

Intergenerationele samenwerkingen

Ook in projecten met (onbewuste) leeftijdsafbakening zijn vaak meerdere generaties betrokken. Van echte meerstemmigheid is echter pas sprake wanneer al die stemmen – en de verschillen die ze belichamen – evenwaardig klinken en niet noodzakelijk tot een consensus moeten uitmonden. Dat is niet altijd het geval. In het artikel Friction and tension at work (2025), laten cultuursocioloog Annelies Van Assche en choreograaf/artistiek onderzoeker Tuur Marinus verschillende dansers aan het woord over leiderschapservaringen. Sommige geïnterviewden maken gewag van een gevoel van hiërarchie dat versterkt wordt door leeftijdsverschillen.

Tegelijkertijd klinkt er een verlangen om intergenerationeel mentorschap te versterken binnen de sector, zoals SOTA Groups Gap in een open brief uit 2020 schreef, net als jonge maker Lissa Van Nieuwenhove in een tekst voor het TheaterFestival-magazine: “Nadenken in termen van generaties kerft kunstmatige kloven in ‘de tijd’. Vandaag, hier, zie ik de verzoening van die tijd, van jaren werk en de toekomst in dat werk. De makers verrijken elkaar, een jonge speler kan een mentor zijn van een speler met jaren ervaring” (Van Nieuwenhove 2025, 33).

Kunst en cultuur zouden een omgeving bij uitstek kunnen zijn waar verschillende leeftijden elkaar kruisen en ze elkaar verrijken vanuit die veelheid aan levenservaring, stelt ook een van de cultuurwerkers waarmee ik sprak. Sommige initiatieven zetten hier expliciet op in: Senioren Slam bijvoorbeeld, een intergenerationeel project van TRILL en 30CC waarbij jongeren en ouderen samenwerken rond slam poetry en spoken word. In Brussel en Wallonië is er het traject Papot’âge waar de creatie en vertoning van levende kunsten wordt aangewend als nexus van intergenerationele ontmoetingen. De participatieve kunstpraktijk KleinVerhaal is voornamelijk actief aan de Belgische kust, die in een sneltempo aan het vergrijzen is. KleinVerhaal zet dan ook expliciet in op intergenerationaliteit in hun projecten. 

Hetzelfde geldt voor Victoria Deluxe, waar actief gewerkt wordt aan het stimuleren van wisselwerking over leeftijden heen. Agnes De Maeseneir van Victoria Deluxe kaart aan hoe vanuit de sector soms gekeken wordt naar de organisatie als een plek waar meerstemmig werken ‘vanzelf lukt’. Dat klopt niet helemaal, zegt De Maeseneir. Vaak vloeien spontane intergenerationele wisselwerkingen voort uit afgebakende projecten, met leeftijdslimieten. Via zulke projecten – zoals younited9000 (theaterateliers voor 15 à 25-jarigen) en Rebels (een documentairefilm van Ann Peuteman en Brecht Vanhoenacker over ‘rebels’ ouder worden) – raken mensen vertrouwd met de werking. Vanuit die ‘vertrouwde’ context sluizen sommige deelnemers door naar andere projecten of de alledaagse werking van Victoria Deluxe; over leeftijdsafbakeningen heen, maar wel met een gedeelde verankering in de organisatie.

De meest boeiende intergenerationele projecten of samenwerkingen zijn diegenen waarbij niet het leeftijdsverschil wordt gethematiseerd, maar wel een thema dat verrijkt wordt door de diversiteit aan invalshoeken, een diversiteit die mede wordt bepaald door het behoren tot verschillende generaties. Dat ondervonden de makers van De CLASH, een voorstelling van Antigone en de Unie der Zorgelozen. Daarin werd een breed scala aan leeftijden betrokken, onder andere vanuit het idee het over leeftijdsverschil te hebben – maar het mondde uit in een voorstelling over existentiële thema’s, vanuit die leeftijdsverschillen benaderd.

“In the glass (or on the screen), that image is, after all, thin and chimerical, whereas I, on my side of it, am grounded in the fleshy thickness and productivity of a life, in the substance – not the reproduced surface – of endless transformation. Thus, now each time I start to fixate on a new line or wrinkle or graying hair in the mirror, now each time I envy a youthful face on the screen, I am quick to remember that on my side of the image I am not so much ever aging as always becoming” – Sobchack 2024, 52.

Niet elke leeftijdgenoot denkt op dezelfde manier – maar ze delen wel een leeftijd, en een bepaalde beleving van wat die leeftijd doet met je sociale, fysieke en economische positie in de samenleving. Meerstemmig werken houdt ook in dat je die invalshoeken aanwendt, en de dialoog ertussen mogelijk maakt. Dat start soms ook al door te beseffen dat er in de groep 65-plussers ook (ex-)dj’s zitten, en dat queer kunst niet alleen gemaakt wordt door wie jonger is dan 60. Meerstemmigheid betekent systemen en denkbeelden openbreken, zien hoe het schuurt en dat boeiend vinden. Het is beseffen dat iedereen not so much ever aging as always becoming is, op een eigen manier maar verbonden door identiteitsspecifieke overlappingen. 

Grote dank aan Agnes De Maeseneir, Stefanie Huysmans-Noorts en Douwe Haenen voor hun tijd en inzichten, alsook aan alle mensen met wie ik over dit thema sprak in de afgelopen weken. 

Literatuur

Siongers, Jessy, John Lievens, en Bram Spruyt, red. 2025. Cultuurparticipatie ontrafeld – Verdiepende analyses in tijden van verandering. ACCO Uitgeverij. https://www.cultuuronderzoek.be/wp-content/uploads/2025/07/9789464674514_Cultuurparticipatie-ontrafeld_WEB-1.pdf.

Sobchack, Vivien. 2004. Carnal Thoughts: Embodiment and Moving Image Culture. University of California Press.

Van Nieuwenhove, Lissa. 2025. ‘Is er nog tijd? Over intergenerationeel samenspel op en naast de bühne’. Magazine. het TheaterFestival. 

wiki c