Het recht op vliegen: discoursanalyse van een duurzaamheidsdiscussie

We leven in een klein land. Een groot potentieel aan publiek, kunstenaars en organisaties lonkt dan ook buiten onze grenzen. Maar over internationaal werken woedt al een hele tijd discussie binnen de kunstensector.

Enerzijds moet je om internationaal te kunnen werken de nodige kansen krijgen en toegang tot de middelen die je nodig hebt. Anderzijds kunnen de snelheid en hoeveelheid van het reizen je persoonlijk welzijn en de interculturele dialoog onder druk zetten. En dan is er nog het probleem van de grote ecologische voetafdruk …

Klimaatneutraal reizen is een uitdaging die leidt tot gedeelde onzekerheid over hoe dat aan te pakken. Er ontstaan verschillende visies, waarbij feiten met meningen worden verweven, en ook het taalgebruik kan verwarring of misverstanden doen ontstaan.

Om deze complexe werkelijkheid te structureren, duiken we in een wetenschappelijke analyse van het discours over de vraag: “is vaak vliegen nog verantwoord?”.

Duurzame internationale samenwerking in de kunsten

Kunstenpunt werkte twee jaar aan het praktijkontwikkelingstraject (Re)framing the international [1] waarin de ecologische, artistieke, menselijke, sociale en economische betekenissen van international werken met elkaar werden verbonden. 

Momenteel gaan we in het kader van A Fair New Idea?! de confrontatie aan met de ‘time-out’ waarmee de coronacrisis de kunstensector confronteert. Een internationale groep kunstenaars en kunstwerkers onderzoekt deze drie vragen: 

  • Hoe vinden we een evenwicht tussen internationaal werken enerzijds en anderzijds de zorg voor de planeet, mensen en betekenisvolle relaties in het artistieke ecosysteem?
  • Hoe kunnen we de ongelijke verdeling aanpakken van kansen en middelen voor internationaal werken tussen en binnen bepaalde landen en regio’s?
  • Hoe internationale relaties ondersteunen tussen individuen en collectieven, die samen willen denken en handelen?

Welke denkkaders en argumenten kunnen het werk van deze groep voeden? In het verdere verloop van dit artikel lees je een samenvatting van de controverse over luchtvaart, gebaseerd op de algemene conclusies van een onderzoeksrapport van UGent en ULB over het duurzaamheidsverhaal. De kadertekst schets de context van het onderzoek. Het sluit af met een persoonlijke respons.

Analyse van de controverse: “is vaak vliegen nog verantwoord?”

De dataset voor deze discoursanalyse rond luchtvaart [4] bestond uit 285 publieke tekstbronnen (158 Nl en 127 Fr) en 5 online interviews. Na analyse van deze bronnen beschrijven de onderzoekers drie discoursen over luchtvaart in België:

  • gebalanceerde groei: een groeiscenario voor de luchtvaartsector is onvermijdelijk vanwege de stijgende vraag. Sociaal verantwoord ondernemen en technologische innovatie bieden duurzame oplossingen om aan die groei te voldoen.
  • duurzaam toerisme: heeft oog voor de negatieve impact van vliegreizen op klimaat, milieu en lokale gemeenschappen. Nieuw reisgedrag kan toerisme tot motor voor duurzame ontwikkeling maken in de hele wereld. Dit discours is sterker aanwezig in de Nederlandstalige bronnen dan in de Franstalige.
  • rechtvaardige mobiliteit: verdere groei van luchtvaart is onhoudbaar. Een beleid voor een ontgroeiscenario voor de luchtvaart en opwaardering van duurzaam transport is nodig. Reizigers kunnen door de principes van slow travel toe te passen een nieuwe vrijheid ontdekken.

De impact van de luchtvaartsector op het klimaat wordt in geen enkel van de drie discoursen ontkent. Samengevat zijn de belangrijkste bouwstenen van deze drie discoursen:

Algemene conclusies

Uiteindelijk blijkt dat er in het algemeen in de analyse van elke controverse drie discoursen verschijnen, die aansluiten bij internationaal wetenschappelijk onderzoek:

  • een status-quo discours
  • een hervormingsgericht discours 
  • een transformatief discours. 

In het status-quo discours worden de duurzaamheidsuitdagingen erkend en zoekt men oplossingen binnen de bestaande politieke, economisch en sociale structuren. Een hervormingsgericht discours vertrekt van een kritischere houding en vraagt maatschappelijke aanpassingen in de vorm van toenemende kleine veranderingen binnen het bestaande systeem. In het transformatieve discours wil men ongelijkheid wegwerken via radicale transformatie van het bestaande systeem en wordt sociale rechtvaardigheid het sterkst uitgewerkt.

Verandering zorgt altijd voor frictie. In elk van de discoursen en hun verhaallijnen verschijnen dynamieken die business as usual herhalen en bestendigen. De auteurs benoemen vier beperkende strategieën:

  • overgave: TINA, there is no alternative, verandering is onmogelijk…
  • verantwoordelijkheid afwentelen: andere sectoren hebben een nog grotere klimaatimpact, oneerlijke internationale concurrentie, individuele actie centraal stellen i.p.v. collectieve actie …
  • niet-transformatieve oplossingen voorstellen: technologisch optimisme, woorden zonder daden, vrijwillige actie stimuleren …
  • nadelen van klimaatactie benadrukken: belang van jobs, verworven vrijheden niet op het spel zetten met ingrijpende beleidsmaatregelen (zie ook onderstaande visualisering).
Fig. 1. A typology of climate delay discourses. Discourses of climate delay – Scientific Figure on ResearchGate.

Het doel van het rapport is om het democratisch debat te stimuleren en tot een verbindende communicatie te komen. De kennis van de drie discoursen vergroot het inzicht in zowel de eigen aannames als de mogelijke perspectieven van gesprekspartners.

Verhaallijnen of strategieën die observaties als onveranderbaar of onvermijdelijk voorstellen, beperken het denken en vernauwen de discussie. Tussen tegengestelde verhaallijnen in de analyses verschijnen toch raakpunten qua wereldbeeld of waarden. Volgens de auteurs bieden die wereldbeelden kansen.

In zowel gebalanceerde groei (status-quo discours) als rechtvaardige mobiliteit (transformatief discours) komt rechtvaardigheid in het wereldbeeld naar voor. Dit zou als centrale waarde verbindend kunnen werken. De auteurs stellen voor om dit materiaal in workshops te gebruiken als aanzet tot een open en leerrijk discussie die niet vastloopt in patstellingen.

Persoonlijke respons

Sociaal psycholoog Jonathan Haidt biedt inzichten die een ander licht werpen op de algemene conclusies van dit rapport. [5] Volgens zijn onderzoek zijn mensen in de eerste plaats intuïtieve wezens: instinctieve gevoelens hebben de bovenhand over strategische redeneringen. Sterker nog: argumenten worden aan de intuïties aangepast. Verbinding maken met mensen die er andere oordelen op nahouden is moeilijk. 

“Je kunt de klassieke technieken van overtuiging gebruiken als je met je vrienden praat. Mensen zullen daar publiekelijk minder snel toe geneigd zijn, want ze gaan hun team niet verraden.”

Jonathan Haidt (sociaal psycholoog)

Opmerkelijk: uit zijn onderzoek bleek dat mensen twee verschillende invullingen geven aan de notie van eerlijkheid. De ene ziet in eerlijkheid een grond voor gelijk(waardig)heid, terwijl de andere er evenredigheid onder verstaat. Er is een groot verschil tussen beide opvattingen.

Voorstanders van gelijke rechten sluiten aan bij de psychologie van vrijheid en hebben mededogen met slachtoffers van onderdrukking. [6] Aanhangers van evenredigheid zijn verwant met de psychologie van wederkerigheid en vinden straffen of vergelden van bedrog legitiem. 

Deze verschillende interpretaties van eerlijkheid leiden tot een ander begrip van de discoursen over luchtvaart. Waar de auteurs van het rapport in rechtvaardigheid een waarde zien die de verschillende discoursen delen, moeten we de waarschuwing van Jonathan Haidt ter harte nemen. 

In elk wereldbeeld krijgt het recht op vliegen een andere invulling. Het status-quo discours van gebalanceerde groei wil het democratische karakter van de luchtvaart behouden, want aanrekenen van de CO2-uitstoot zou vliegen elitair maken.

In het hervormingsgericht discours over duurzaam toerisme is de notie van sociale rechtvaardigheid impliciet te ontwaren: de reissector brengt inkomen en dus ontwikkeling van gemeenschappen wereldwijd. In het transformatieve discours van rechtvaardige mobiliteit is onze individuele vrijheid om te vliegen ingeperkt, ten voordele van het welzijn van mens en planeet, vandaag en in de toekomst.

Kortom, deze verschillende opvattingen over het recht op vliegen vormen de kern van deze controverse. Laten we daarover met elkaar in gesprek gaan. 

Voetnoten

[1] Lees ook: Do the locomotion, duurzaam internationaal reizen met de trein

[2] F. De Roeck, Lugen, M. en Block, T. Duurzaamheidscontroverses in België: een discoursanalyse. 2021. Brussel. Koning Boudewijnstichting.

[3] Gebaseerd op het werk van John S. Dryzek.

[4] De twee andere controverses (vleesproductie en -consumptie en waterstof) worden in dit artikel niet behandeld.

[5] J. Haidt. Het rechtvaardigheidsgevoel. Waarom we niet allemaal hetzelfde denken over politiek en moraal. Utrecht. Ten Have. 2021.

[6] Te onderscheiden van het politieke vrijheidsbegrip zoals o.a. politiek historicus Annelien De Dijn dat heeft beschreven.

Colofon

auteur: Nikol Wellens
feedback: Tom Ruette, Simon Leenknegt, Dirk De Wit
dank aan: Ruben Arnaerts, Pulse Transitienetwerk cultuur jeugd media

Je leest: Het recht op vliegen: discoursanalyse van een duurzaamheidsdiscussie