Drooglegging der kunsten – brief Helen Perquy

“Door de ‘drooglegging der kunsten’ in 2020-2021 werd samenwerking onontbeerlijk om te overleven.”

Het is herfst 2030. Kuierend over de Suzan Danielbrug in hartje Brussel, uitkijkend op Tour en Taxis, een
staaltje van financiële samenwerking en herstel van oude glorie, neem ik de busboot tot in Mechelen.
De stad baadt in rust, en de ‘turning of the leaves’ is zelfs hier te zien omdat het autoverkeer plaats
maakte voor bus-, tram-, trein- en bootverkeer. Zuurstof, ongefilterd.
Het Hannah Arendtinstituut in Mechelen werd exact 10 jaar geleden opgericht, onder impuls van
toenmalig VUB-rector Caroline Pauwels. In 2020 herontdekte ons land de wetenschap, maar evengoed
de filosofie. Het gedachtegoed van Hannah Arendt werd leven ingeblazen in onder meer Duitsland, en
gelukkig ook bij ons, om de band tussen disciplines als filosofie, wetenschap, politiek, maar ook kunst en
literatuur te bekrachtigen en verbinding te ondersteunen.
Ons land was namelijk veranderd in een bezette stad. De C van Covid had alle cultuur, kleine of grote C,
verpletterd: iedereen moest op de schop, alles ging onverbiddelijk op slot. De ontreddering door deze
oorlog veroorzaakte een even groot litteken als WO I. Heling vereist samenwerking. Weg met de
tussenschotten en de versnippering! Net zoals Paul Van Ostaijen de impact van de oorlog letterlijk in zijn
poëzie binnenbracht, zo begrepen de vele kunstdisciplines dat ze onderling verbonden moesten blijven
om de aanval op ons leven, onze wereld, het hoofd te kunnen bieden, en andere wegen te zoeken om
het publiek te bereiken in deze nieuwe werkelijkheid.
Loopgraven werden geruild voor ons “kot”, en na een lockdown in de lente, brachten de donkere
wintermaanden een ontnuchterende waarheid naar boven. Een leven zonder perspectief, zonder nauw
contact, en zonder “be-leving”, onttrekt alle kleur aan ons bestaan.
Bingewatchen kon nog wel. Streaming was niet langer disruptief, het werd de regel in ‘the blink of an
eye’. Fictie is altijd escapisme geweest, maar ook een beleving waarbij emoties door een groot publiek
gedeeld worden. Theater, dans, muziek, ze toonden zichzelf op het internet, omdat er een gemis was
ontstaan dat deze generatie nooit eerder gekend had. Men snakte ernaar te verdwalen in schoonheid,
rauwheid, vertrooiing, emoties, …
Ons zo gekoesterd individualisme werd een spiegel voorgehouden. Daar zaten we dan alleen In onze
toren. O ironie. We snakten naar ‘samen’. Festival, dans, opera, film, theater: we misten de beleving in
groep. Het delen.
En dat was voor mezelf niet echt een verrassing. Mijn passie schuilt ook vandaag nog in de productie
van fictiereeksen. Geslaagde projecten zijn nooit een “allerindividueelste expressie van een
allerindividueelste emotie”. Het is precies in de samenwerking met vele talenten, elk met hun specifieke
creativiteit, dat er een onmiskenbaar nieuw geheel ontstaat. Elke schakel draagt bij tot een authentiek,
geloofwaardig geheel.
Een detail – ik zeg maar iets: een plothole, een anachronisme, een valse noot, een slechte
acteursprestatie -, kan de ‘willing suspension of disbelief’ opheffen, waardoor de kijker afhaakt en
wegzapt.

Een fictiereeks is enerzijds een artisanaal product, want telkens uniek, gemaakt door vele handen. De
vele talenten werken intensief samen om een mooie, succesvolle reeks te maken die in het beste geval
een zo breed mogelijk publiek verrast, inspireert, ontroert en ja, zelfs verrijkt.
Anderzijds is de productie van fictiereeksen ook een economisch gegeven. Elke euro subsidie levert een
paar extra euro’s op die in onze economie worden gepompt. Een fictiereeks wordt niet gefinancierd met
subsidies. Die subsidies vullen hoogstens het gat in de financiering en zorgen vooral voor een
kwaliteitsinjectie. Ook hier is samenwerking het sleutelwoord. Samenwerking tussen verschillende
zenders, distributeurs, overheden en vele anderen.
Door de ‘drooglegging der kunsten’ in 2020-2021 werd samenwerking onontbeerlijk om te overleven.
En de inzichten van Hannah Arendt toonden mee de weg.
Aangezien ‘streaming’ en ‘bingewatching’ een onmiskenbaar hoge vlucht namen, behoorden ze tot de
weinige onderdelen van de ‘foodchain’ die niet economisch geraakt werden. Kijken kon nog vanuit onze
toren. Het audio-visuele ecosysteem is een communicerend vat. Sterke fictie maakt alle partijen beter,
en iedereen die er aan verdient, moet er wezenlijk en in verhouding aan bijdragen. Omdat, u heeft het
helemaal begrepen, bij één valse noot of plothole, het hele systeem niet duurzaam op lange termijn kan
worden bekeken of onderbouwd. Lees: wie betaalt in welke verhouding welke correcte bijdrage? ‘Willing
suspension of disbelief’ ook hier, jawel. Het vertrouwen in de toekomst van een sector is maar zo sterk
als het vertrouwen in de correcte samenwerking van de delen.
In niet mis te verstane bewoordingen: als pakweg Ricky Gervais of Stephen Spielberg een thumbs up
sturen naar een “Vlaamse” fictiereeks die ze dankzij een streamingplatform konden bekijken, is dat goed
nieuws. Maar wie wat bekijkt, blijft veelal een raadsel. Data over het aantal views op onze reeksen
worden niet gedeeld door de streamingdiensten. Kan dat nog? Hoe kunnen mensen die een bijdrage
leverden vergoed worden, als we de afname en het gebruik niet in kaart brengen? Net dàt werd onder
het licht gehouden in 2020. Omdat een breuklijn een opportuniteit is om de dingen te resetten en te
corrigeren.
Overleven houdt ook in dat je zélf nieuwe bronnen aanboort, dat je onderneemt. Europa werd in zijn
geheel getroffen. Dus behalve naar de SVOD-platformen, werd ook de hand uitgestoken naar
samenwerking tussen zenders over de grenzen heen. Publieke omroepen en commerciële omroepen
voelden de roep van het publiek naar fictie en de nood tot uitbreiding van hun online platformen. Daar
moest iets te “bekijken” zijn – waren we in Europa nu net niet altijd al goed in het vertellen van verhalen?
Wat kwamen de netflixen van de wereld hier anders zoeken? Taxsheltergeld en subsidies, uiteraard.
Maar eerst en vooral: talent in het produceren van geweldige reeksen, in een uitstekende prijs-kwaliteit
verhouding.
De ROI (return on investment) van onze creativiteit bij het maken van fictiereeksen is van wezenlijk
belang om de toekomst ervan te kunnen blijven garanderen. In plaats van onze talenten individueel naar
het buitenland te laten vertrekken om daar knikkers te helpen verdienen en een groter publiek te
verwarmen met hun kunnen, werd er eindelijk hier collectief ingezet op talent. De knikkers werden
samengelegd om dat te doen waar we goed in zijn: moedige, gedurfde verhalen vertellen die naast
“onze kijker” ook dat grote internationale publiek bleken te bereiken. Eindelijk gingen we daar zélf de
inkomsten en successen voor delven en herverdelen. Onze fictieproducenten waren voldoende
commercieel, juridisch én economisch onderlegd om vanuit hun onafhankelijke positie het ecosysteem in
al zijn facetten aan te boren en als spelverdeler te functioneren. Ook de politiek begreep dat die
strategie en métier onontbeerlijk waren om de middelen van taxshelter en subsidies structureel te
optimaliseren. Het was de broodnodige aanpak voor een duurzaam herstel mét langetermijnvisie.

Want waarom investeren als de inkomsten voornamelijk naar buitenlandse spelers vloeien? Iedereen die
aan het model verdient, moet betalen. Waarom het ingewikkeld maken als het eenvoudig kan?
Streaming populair en breed toegankelijk? Wel, dan staat ze dus vanuit economisch standpunt in een
goede positie. Waar fictie verteerd wordt, waar er spelers aan verdienen, mogen er inkomsten
terugvloeien.
Duurzaamheid geeft zuurstof. Filosofie reikt economische tools aan. We kunnen massaal treuren omdat
de fantastische beleving in de cinemazalen tijdelijk werd opgeschort, maar als we weten dat de wereld
verandert, als we weten dat ondernemerschap flexibiliteit en samenwerking nodig heeft, zie de brug.
Zoek de brug. Bouw ze desnoods.
En die boot? Ja, dat was een loophole. Maar zolang het beeld u bijbleef, en u meenam in de redenering,
onderstreepte het ook het argument. Een beetje zoals fictie, toch?
“Storytelling reveals meaning without committing the error of defining it.”
Hannah Arendt