Theaterzalen als archief: hoe vul je de leemte?

Tijdens de pandemie begonnen veel theaterzalen en andere locaties voor podiumkunsten met een eigen streamingdienst van meestal recente, maar ook historische producties van hun huizen. Op die manier kwamen ze opnieuw in de spotlights als plekken die mee de geschiedenis van de podiumkunsten dragen, samen met hun geïnstitutionaliseerde archieven en collecties.

Voor archief- en culturele erfgoedinstellingen die de geschiedenis van de podiumkunsten verzamelen en presenteren, kan deze “vernieuwde aanwezigheid van het verleden” bepaalde werkomstandigheden mogelijk maken (of net beperken).

Theaterstreaming en on-demand theateropnames tijdens de pandemie

Nachtkritik.de is het belangrijkste onafhankelijke platform met theaterrecensies van Duitsland. Begin maart 2020 – kort na de eerste reis- en werkbeperkingen tijdens de pandemie – begon Nachtkritik met het verzamelen en inventariseren van streamingaanbiedingen van televisiezenders, theater- en productiehuizen en theatergezelschappen.

Deze Nachtkritikstream zorgde voor een overzicht van zowel digitaal beschikbare podiumproducties, voorstellingen en digitale lezingen als voor discussies over het gebruik van digitale media. Het aanbod werd en wordt nog steeds druk bezocht, en vormt vaak een eerste point of entry voor informatie over waar je in Duitsland theater kunt bekijken op het internet. 

Omdat theaters en andere locaties voor onvoorspelbare tijd moesten sluiten (na een voorzichtige herstart in de meeste Bundesländer kwamen er helaas opnieuw enkele beperkingen), werd en wordt intensief gepraat over hoe je podiumkunsten en performatieve evenementen kan ‘vervangen’.

Een aantal belangrijke deiktische aspecten van de podiumkunsten tijdens deze periode ontbreken: het live-aspect, de tijdelijkheid en plaats, en het hier en nu als essentiële onderdelen van de podiumkunstenervaring. Deze aspecten kwamen vaak aan bod toen in de discussies over waarom en waar het digitale aanbod zich in de sector afspeelde. Het is dan ook heel interessant hoe huizen en gezelschappen deze ervaring probeerden te vervangen door en binnen de digitale media. 

Een interessante manier om een dergelijke digitale aanbod te onderzoeken is door het te structureren op basis van de ‘nabijheid’ tot het live-aspect van het evenement. Daarbij zet je tijdstip, locatie en de overdracht naar digitaal uit tegenover live-evenement op een locatie. Een structuur zou in dit geval kunnen zijn: 

  1. Content geproduceerd voor een live videopubliek en opgevoerd op het originele podium: deze content werd geproduceerd tijdens de pandemie en was sowieso bedoeld om in digitale livevorm te worden vertoond. De content suggereert dus om qua plaats en tijd dicht bij een live-ervaring aan te leunen. Deze digitale aanpak wordt als tool gebruikt om de podiumvoorstelling in kwestie en een fysiek afwezig publiek met elkaar te verbinden, zonder het oorspronkelijke idee van het live-evenement te veranderen.
  2. Content geproduceerd op en voor het podium die al bestaat op video, maar geproduceerd werd voor verschillende, pre-pandemische redenen (repetitie, documentatie, presentatie). De kwaliteit is in dit geval vaak zeer gevarieerd: een deel van het materiaal kan van mindere kwaliteit zijn, een ander deel op tv- of bioscoopniveau. Tijd wordt meestal niet vermeld (of is niet relevant voor het bekijken ervan) OF wordt vermeld omdat het videomateriaal een uitzonderlijke of vooral opmerkelijke gebeurtenis (uit het verleden) laat zien. Deze contentvorm wijst er toch op dat ze qua plaats dicht bij de live-ervaring staat. In dit geval wordt de digitale aanpak als tool gebruikt voor de zichtbaarheid van de podiumkunstenproductie en -locatie, zonder het oorspronkelijke idee van het live-evenement te veranderen.
  3. Content geproduceerd voor een live video-/onlinepubliek (dit kan op een podium maar ook op andere plaatsen). Deze aanpak werkt vaak met experimentele performatieve vormen, maar ook met experimentele vormen van contact met het publiek. Het lokale aspect komt niet noodzakelijkerwijs in de buurt van een podiumervaring, maar de temporele positie benadert wel de live-ervaring. In dit geval wordt de digitale aanpak uitgedacht en uitgevoerd als onderdeel van de productie, vaak in combinatie met een cultureel en mediakritisch perspectief.
  4. Content geproduceerd voor het internet/voor speciale digitale formaten, die niet noodzakelijkerwijs lijkt op een klassiek live-optreden (dit kan eventueel weer op het podium, maar het kan ook op andere plaatsen). Deze aanpak werkt ook vaak met experimentele performatieve vormen, maar de content wordt vaak voorgeproduceerd. De digitale aanpak wordt dus noch lokaal, noch in de tijd gebruikt om een live (gedeelde) ervaring te benaderen, maar werkt als elementair onderdeel van het podiumkunstenproces.

Het aspect van de fysieke vervreemding

Het debat over streaming van podiumkunstenevenementen betreft vooral de vraag of de live-ervaring, de plaats- en tijdgebaseerde lokalisatie, kan worden verschoven naar het internet/naar de digitale omgeving. Deze vraag lijkt echter sterk op de vraag waar de archieven en erfgoedinstellingen van de podiumkunsten al vele jaren mee te maken hebben – het gaat om de kwestie van de fysieke afwezigheid in de kunsten.

Archieven en erfgoedinstellingen van theater en dans verplaatsen per definitie vaak podiumkunstenevenementen in ruimte of tijd door ze naar een andere plaats en een andere tijd te brengen en te trekken. Dit aspect van het archiveringswerk kenmerkt het bestaan van de archieven, maar komt vooral ter sprake als het gaat om de archieven van de podiumkunsten. Omdat het live-aspect van evenementen vaak wordt aangekondigd als een belangrijk identificerend element van podium- en performatieve kunstprocessen, is het een raadsel hoe podiumkunsten überhaupt deel kunnen uitmaken van en kunnen bestaan in archieven.

De huidige verschuiving van de podiumvoorstellingen naar een digitale omgeving is gelijkaardig aan de verschuiving die plaatsvindt wanneer een live voorstelling naar de captatie ervan in een archief (waarbij het event ook wordt losgekoppeld van plaats en tijd).

Hierdoor werden de theaters en de kunstenaars zelf ook een belangrijke factor in de archivering van de podiumkunsten. Tijdens de periode dat ze geen voorstellingen konden geven op een plek met een live publiek, moesten locaties voor podiumkunsten een volwaardig archief worden, dat hun heden en verleden naar het digitale publiek bracht. Maar hoe gingen ze om met deze processen en met de vragen over het live-aspect en de mogelijke mutatie van hun werken?

Welke rol heeft het archief?

Meestal deden podiumkunsteninstellingen hun (huis)werk inzake archivering, waardoor ze op het eerste gezicht veel makkelijker en sneller toegang gaven tot het bestaande videomateriaal dan reguliere archieven. De reden hiervoor is dat ze rechtstreeks konden onderhandelen over intellectuele en artistieke eigendomsrechten met de kunstenaars zelf die in de theaters werkten of nog werken.

Dit is iets wat voor de archieven bijzonder moeilijk ligt. Vaak waren ze immers niet de producenten van de artistieke processen of de bijbehorende documenten en materialen, en moeten ze dus minstens één of twee extra stappen zetten (plus extra onderzoek doen om contacten te vinden met betrokken kunstenaars en acteurs, en in veel gevallen zelfs het productieproces herbekijken) om de rechten te clearen.

In sommige gevallen namen podiumkunstlocaties echter hun reguliere kunstenaarscontracten als basis om hun rechten te laten gelden op de publicatie van geproduceerd (video)materiaal. Zelfs wanneer er kunstenaars werden ingehuurd die soms betrokken waren bij het artistieke proces, maar niet op het podium (en de video) te zien waren – zoals auteurs, componisten, decorontwerpers, enz. – werden hun (auteurs)rechten vaak over het hoofd gezien. Verder vonden de onderhandelingen met auteursrechtenorganisaties en uitgeverijen, televisiezenders enz. – de tweede laag van het rechtenbeheer – die de rechten van kunstenaars en auteurs vertegenwoordigen en in sommige gevallen de auteurs van de documenten, slechts sporadisch plaats.

Op dit moment gebeurt dit alles in een omgeving waarin de Europese Unie het systeem van auteursrechten en intellectuele eigendomsrechten aan het veranderen is – een hervorming die zich nog in de implementatiefase bevindt. Dit leidt tot een crisis van de auteursrechten en creëert onzekerheid voor archief- en cultuurplatforms van het digitale culturele erfgoed over heel Europa.

Impact voor archiefinstellingen van de podiumkunsten en impact voor de theaterarchieven

De activiteiten van de theaters op het vlak van digitale toegang tot documentatiemateriaal van hun producties zorgen natuurlijk voor druk bij de archieven en erfgoedinstellingen. Zij moeten uitleggen waarom ze zich houden aan de strenge regels van auteursrechten en intellectuele eigendomsrechten op hun documenten en objecten. Een situatie die in het licht van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de auteursrechtelijke regels steeds moeilijker is geworden.

Deze druk is echter tweeledig. Door nieuwe manieren om de archivering van objecten toegankelijk te maken, wordt ook de bewustmaking rond dit bestaande en rijke materiaal in de archieven zelf vergroot.

Verder opent dit ook nieuwe manieren om met financieringsinstellingen te onderhandelen. Vaak kenden financieringsinstellingen of verkozen ze geen financiering toe te staan aan de digitalisering van objecten die verband houden met de podiumkunsten. Daarbij houden de bewaarde archieven het midden tussen materieel en immaterieel erfgoed, zijn de objectgroepen multimaterieel (papieren bladen, kostuums, kunstwerken, audiovisueel), en is een kunstvorm evenementgericht en niet objectgericht. Nu digitalisering een belangrijk financieringspunt wordt in de cultuurdepartementen van steden, gemeenten en overheden, zal het in de toekomst hopelijk gemakkelijker worden om de dringend noodzakelijke digitalisering van de archieven te vervroegen.

Ook de huidige zichtbaarheid van de (niet langer enkel interne) archieven binnen de locaties voor podiumkunsten draagt bij aan het bevorderen van de zichtbaarheid en waarde van de eigen archieven van deze locaties. Deze delen van de theaters zijn vaak vergeten en slecht gefinancierd, en krijgen nu meer publieke aandacht en bijgevolg een meer relevante positie in de theaters zelf. Dit is al meer dan tien jaar een van de kerndoelstellingen van de Rondetafel van Berlijnse Theaterarchieven, een netwerk van Berlijnse theaterdramaturgen, geleerden en archivarissen die de rijke en belangrijke collecties van theaters en instellingen voor podiumkunsten in Berlijn als gemeenschappelijk erfgoed beter zichtbaar willen maken.

Bovendien creëren de podiumkunsteninstellingen nieuwe realiteiten door de digitale presentatie te promoten en dus te tornen aanhet live-effect van de voorstellingen. Wanneer het live-effect binnen de podiumkunsten (weer) ter discussie staat – nu nieuwe medialiteiten nieuwe mogelijkheden scheppen om te spelen met het idee van live te zijn of dit te simuleren – is het kader waarbinnen instellingen, kunstenaars en wetenschappers handelen en denken binnen de podiumkunsten minder gebonden aan aspecten van tijd en locatie. Wat de relatie tussen archieven en podiumkunsten betreft, geeft dit ook een nieuwe richting aan, meer bepaald wat een archiefconcept kan voorstellen en verkrijgen met en binnen de podiumkunsten.

C.H.

Christine Henniger

Je leest: Theaterzalen als archief: hoe vul je de leemte?