Het Marokkaanse kunstenlandschap broeit: bottom-up met oog voor het volk

Het Qanat-project van Le 18

Eind januari 2019 nam het Vlaams-Marokkaans culturenhuis Darna samen met Kunstenpunt veertien muziek-, beeldende kunst- en filmprofessionals op sleeptouw naar de bloeiende cultuurscene van Casablanca, Rabat en Marrakesh. Dit werkbezoek was verbonden aan een tweedaags officieel bezoek van Minister Sven Gatz aan de Marokkaanse ministers van Migratie en Marokkaanse burgers verblijvend in het buitenland, van Cultuur en Communicatie en van Jeugd en Sport.

Naar aanleiding van dit bezoek schetst collega Dirk De Wit een context van het Marokkaanse cultuurlandschap. Naast het door de overheid gesubsidieerde circuit dat vooral mikt op prestige, ontstaan heel wat bottom-up initiatieven die kunstenaars én burgers samenbrengen en die moeiteloos het hokjesdenken overstijgen.

Het eerste deel van deze tekst focust op het Marokkaanse cultuurbeleid. In het tweede deel maak je kennis met alle bottom-up initiatieven die we bezocht hebben.

Het beleid

Een cultuurbeleid op verschillende snelheden

Marokko draagt nog steeds de sporen van de autoritaire regimes uit het verleden. Al is de macht in 2011 grotendeels overgedragen aan de verkozen regeringsleiders, toch behoudt de koning veel politieke en economische invloed. Zo is de jaarlijkse toelage aan de monarchie groter dan het jaarbudget van verschillende ministeries. Daarnaast wordt het eigen vermogen van de monarchie, die grootgrondbezitter is en participeert in de nationale investeringsmaatschappij, geschat op 5,7 miljard dollar. Met stichtingen voor maatschappelijke doelen steunt de monarchie projecten rond onderwijs, omgeving, cultuur en sociale werken en vormt zo een parallelle macht.

Een van de stichtingen die werd opgezet onder impuls van de koning, is de Fondation Nationale des Musées, een cluster van veertien Marokkaanse musea, opgericht in 2011. De Fondation moet het beleid van de musea moderniseren, democratiseren en de internationale uitstraling van het patrimonium verbeteren, en dat terwijl het ondergefinancierde ministerie van cultuur de basisnoden in cultuur en erfgoed nauwelijks kan lenigen.

Marokko zette het voorbije decennium volop in op economische ontwikkeling, getuige daarvan grote infrastructuurprojecten zoals havenuitbreiding, snelwegen en de TGV-verbinding Tanger-Rabat-Casablanca. Het land moet voor zowel Europa als Azië dé poort worden naar Afrika. Sociale en politieke stabiliteit zijn daarvoor cruciaal. Die stabiliteit zou kunnen komen van een goed functionerende democratie met mondige, opgeleide en ondernemende burgers, maar dat vertrouwen in de bevolking is er blijkbaar (nog) niet. Het beleid blijft grotendeels top-down met een grote concentratie van macht en middelen, waardoor er – ondanks economische groei – nauwelijks een middenklasse is ontstaan. Ook de publieke diensten profiteren amper van die groei: zorg is duur en de kwaliteit van het publieke onderwijs is ondermaats, waardoor het aantal private scholen groeit en de kloof tussen arm en rijk verder vergroot.

35% van de Marokkanen is tussen 14 en 35 jaar oud. Zij hebben veel potentieel, maar dat talent wordt nog te weinig benut. Kunnen de economische groei en de voorzichtige openingen in de samenleving hen kansen bieden om hun potentieel waar te maken?

Blogster Dounia Aerts, die deelnam aan het werkbezoek van Darna en Kunstenpunt aan Marokko, vertelt over de situatie in Fez, waar haar familie vandaan komt:

“Mijn nichtjes en neefjes hebben geen culturele buitenschoolse activiteiten, geen boeken thuis, geen buurtcentra, geen theater en maar één cinema voor de hele bevolking. Naast school, sport, cafés, internet en televisie doen de jongeren niets. In deze steden moeten culturele initiatieven en projecten worden opgezet, maar de participatie van de bevolking blijft een probleem om verschillende redenen. Dat is zeker iets waar wij in Vlaanderen zouden kunnen bij helpen in samenwerking met de overheid en lokale organisaties. (…)

“Ook bij het bezoeken van nieuwe initiatieven in Casablanca besefte ik meteen dat cultuur en een maatschappelijke en politieke boodschap onherroepelijk samen gaan. Jonge, ambitieuze en getalenteerde mensen die cultuur zien als dé oplossing, willen onbekende artiesten een podium geven en kansarme jongeren een plek waar ze zich kunnen ontwikkelen.”

 Dounia Aerts
Grand Théâtre in Casablanca, een van de prestigieuze projecten.

Cultuur als motor voor ontwikkeling, maar voor wie?

Onder impuls van de koning – zelf een fervent verzamelaar van moderne Afrikaanse kunst – wordt cultuur ingezet als hefboom voor ontwikkeling, groei en sociale integratie. Er wordt geïnvesteerd in prestigieuze festivals en culturele infrastructuurprojecten zoals het Grand Théâtre in Rabat ontworpen door Zaha Hadid (het grootste theater van Afrika), het Grand Théâtre in Casablanca (3 zalen met een capaciteit van respectievelijk 1800, 600 en 300 personen) en het museum voor moderne en hedendaagse kunst Mohammed VI in Rabat. De bestaande kunstinstellingen worden geprofessionaliseerd en internationaal vernetwerkt door samenwerkingsakkoorden. Zo sluit de Fondation des Musées akkoorden met Centre Pompidou, Musée d’Orsay, l’Institut du Monde Arabe, het Louvre, Musée Picasso, Fondation Giacometti, het Metropolitan Museum, het Pouchkine Museum, de Ermitage… Die samenwerkingen scheppen een beeld van een open en vooruitstrevende samenleving, wat helpt om investeerders aan te trekken en de geopolitieke agenda van het land te verstevigen als interface tussen Afrika, het Midden-Oosten en Europa.

De huidige cultuurpolitiek komt ten goede aan de stedelijke elite, buitenlandse professionals en toeristen. Maar met bewoners in arme voorsteden en op het platteland is er een grote kloof.

Maar deze cultuurpolitiek komt hoofdzakelijk ten goede aan de stedelijke elite, buitenlandse professionals en toeristen. Met bewoners in arme voorsteden en op het platteland daarentegen is er een grote kloof. Dat cultuur zwak staat onder de bevolking in Marokko wordt gestaafd door de Vereniging Racines die ijvert voor de ontwikkeling van cultuur in Marokko door middel van onderzoek, vorming en pleitbezorging. In 2016 peilden ze in een enquête ‘Les pratiques culturelles des Marocains’ naar de actieve cultuurparticipatie, de cultuurconsumptie en de vrijetijdsbesteding en verenigingsleven onder een representatieve steekproef van bewoners over heel Marokko.

Het cultuurbeleid gaat niet uit van de rol die kunst en cultuur kunnen spelen in de ontwikkeling van burgers, de samenleving, verbeelding en zelfbeschikking, maar is vooral gericht op het aanbod en op het nationaal patrimonium. Er is nauwelijks ruimte voor hedendaagse creatie en ontwikkeling of voor het levende erfgoed van bewoners. Marokko is inderdaad stabiel, maar tegen welke prijs?

Kunst met en voor de burgers

Marokkaanse burgers en kunstenaars dromen van een burgersamenleving waar bewoners hun land en hun toekomst mee kunnen vormgeven. Kunst en cultuur spelen daarbij een cruciale rol. Er ontstaan bottom-up initiateven van kunstenaars, kunstwerkers, ondernemers en bewoners, die via kunst en cultuur streven naar een open, mondige en eerlijke manier van samenleven. Het multidisciplinair cultuurcentrum L’Uzine drukt dat heel treffend uit:

“la culture, en plus d’être un moyen d’expression libre, peut être un vecteur de développement du pays et de sa jeunesse.” Het design collectief Houna stelt het als volgt: “Nous nous sommes unis autour de l’idée que nous pouvons être les acteurs d’une société plus juste et plus ouverte grâce à la culture, l’art et le design, et que la collaboration est la voie de l’avenir.”

Dat gebeurt momenteel vooral in Tanger, Rabat, Casablanca en Marrakesh, maar kan binnenkort ook overwaaien naar kleinere steden. Deze initiatieven plaatsen kunst en cultuur midden in de samenleving, in plaats van kunst en cultuur te maken en er vervolgens een publiek voor te zoeken.

In deze bottom-up initiatieven worden kunst en cultuur gemaakt, beleefd, verspreid en herinnerd mét burgers, mét de kunstenaars en creatievelingen, mét bemiddelaars, experten en educatoren. Ze overstijgen probleemloos de scheidingen die ons westers en geprofessionaliseerd cultuurveld met veel moeite trachten te overbruggen.

Wat deze initiatieven gemeen hebben, is dat ze burgers niet enkel beschouwen als afnemers, maar dat ze integraal werken: kunst en cultuur worden gemaakt, beleefd, verspreid en herinnerd mét burgers en de verenigingen waar ze deel van uitmaken, mét kunstenaars en creatievelingen, en mét bemiddelaars, experten en educatoren. De initiatieven die we bezochten spreken telkens van een driehoek als fundament van hun werking. Atelier de L’Observatoire heeft het over de kunstenaars, de burgers en verenigingen, en de experten. Het design collectief Houna spreekt van de vormgevers en kunstenaars, de burgers, en de ambachtslui. Het cultuurcentrum Les Etoiles van Sidi Moumen stelt de burgers en verenigingen, de kunstenaars en de educatoren centraal.

Deze initiatieven gaan dwars door de scheidingen heen die ons westers en geprofessionaliseerd cultuurveld meestal kenmerkt – en die we met veel moeite trachten te overbruggen. Verbindingen tussen amateurkunsten en professionele kunsten, tussen autonome en toegepaste kunsten, tussen kunst en educatie, tussen kunstdisciplines, tussen kunsten en erfgoed… Een gebrek aan structuur in cultuur en onderwijs in Marokko biedt het voordeel dat men niet gehinderd wordt door scheidingen: hier speelt de wet van de remmende voorsprong.

Ook relaties met andere domeinen zoals jeugd, stadsontwikkeling/stedenbouw en innovatie verlopen zonder hindernissen. Dat betekent niet dat er geen professionalisering en specialisatie is, maar die leiden (voorlopig) niet tot verkokering. Alle spelers beseffen dat ze van elkaar kunnen leren en elkaar nodig hebben om een burgersamenleving te kunnen uitbouwen.

Ook curatoren dragen hun steentje bij aan de ontwikkeling van de burgersamenleving. Nadia Sabri uit Rabat bijvoorbeeld is onderzoekster en curator, maar ze geeft ook les om haar kennis rond kunst en samenleving te delen met jonge generaties. Het feit dat er geen opleiding kunstgeschiedenis bestaat in Marokko belet haar niet om er les over te geven aan de Faculteit Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Mohamed V, aan studenten die weinig of geen voorkennis hebben over kunst en cultuur. Ze praat over “l’histoire des idées et des arts” zoals ze dat zelf noemt, over de ideeën die kunststromingen en kunstenaars dragen. Ze vertrekt daarbij vanuit de referentiekaders van haar studenten en wat bij hen leeft via de media.

Daarnaast wil Sabri via haar multidisciplinaire project ‘Exiles, fertile paradagm (Ballingschap, een vruchtbaar paradigma)’ bijdragen aan de problematiek van migratie. Emotionele, ruimtelijke, culturele, menselijke en fysieke banden – en het verlies ervan – vormen de leidraad in haar werk. Ze gelooft dat het noodzakelijk is om collectief de geschiedenissen van onderdrukking, vlucht, vervreemding en ballingschap te ontrafelen vanuit verschillende perspectieven – waaronder kunst – om banden te herstellen en nieuwe perspectieven en contexten te creëren.

Artistieke ontwikkeling en residenties

Deze focus op cultuur en burgerschap belet niet dat er ook initiatieven ontstaan voor artistieke ontwikkeling in de vorm van specifieke programma’s en residenties voor opkomend talent en dankzij gespecialiseerde plekken die focussen op ontwikkeling, productie en (internationale) distributie. Ze maken steeds de brug naar de samenleving en de lokale context, wat hen onderscheidt van gelijkaardige kunstinitiatieven wereldwijd.

In tegenstelling tot steden als Casablanca, Rabat en Tanger – waar culturele initiatieven bottom-up ontstaan door lokale kunstenaars en burgers – worden er in Marrakesh ook nieuwe initiatieven opgestart door buitenlandse kunstprofessionals die zich engageren voor de stad en culturele ontwikkeling. Zo zijn er bijvoorbeeld het Musée Yves Saint-Laurent Marrakech, de Montresso Art Foundation & Artist Residency, de Ecole Supérieure d’arts Visuels (ESAV), maar ook Le 18 en Queens collective. Ze doen dat vanuit westerse standaarden rond kunst en professionalisme. Ze brengen niet alleen hun internationale netwerken mee, maar brengen de lokale bevolking en gemeenschappen ook in contact met een actueel discours rond gender, dekolonisatie en duurzaamheid.

Er gaapt een kloof tussen het internationale en het lokale maar men is zich daarvan bewust. De kunstenaars in residentie in Le 18 ontwikkelen gedurende enkele maanden projecten rond de stad maar die dienen vooral de artistieke ontwikkeling van kunstenaars en laten daar weinig sporen na. Daarom heeft Le 18 heeft ook lange termijn trajecten opgezet rond locale thema’s waar ook wetenschappers, kunstenaars en onderzoekers uit Marrakesh en Marokko aan meewerken. Daarmee wordt er duurzaam locaal gewerkt. Ook tijdelijke residenten kunnen daaraan deelnemen. Het project Qanat, rond de waterproblematiek in Marrakesh is daar een voorbeeld van. Ook de private school Ecole Supérieure des Arts Visuels (ESAV), die opgericht werd in 2006 door de Zwitserse stichting Susanna Biedermann om kunstonderwijs van internationaal niveau aan te bieden, is zich bewust van de drempels rond de onderwijstaal de westerse standaarden rond beeld.

Het Qanat-project van Le 18

Projectmatige steun uit het buitenland

De onafhankelijke kunst- en cultuurinitiatieven geloven in de rol van cultuur bij de uitbouw van een open burgersamenleving. De overheid gaat daar maar mondjesmaat in mee, zonder écht te geloven in cultuur als aanjager van ontvoogding en van een open publiek debat over de samenleving van vandaag en morgen.

De meeste onafhankelijke initiatieven worden beperkt gefinancierd door de lokale en Marokkaanse overheid. Meestal worden ze daarnaast ook projectmatig ondersteund door culturele instituten en stichtingen uit het buitenland. Enkelen hebben zelfs een structurele subsidie van buitenlandse overheden of stichtingen.

Recent steunt de Marokkaanse overheid ook kunstenaars via kleine beurzen en projectsubsidies voor internationaal werken, maar dit gebeurt voorlopig nog zeer selectief en bescheiden. Het overgrote deel van de subsidies gaan naar de cultuurcentra en naar de grote officiële presentatieplekken.

De private sector steunt enkel de grote huizen en publieksgerichte festivals. Zij zien sponsoring als een economische return en niet zozeer als een investering in de burgersamenleving. Uitzonderingen hierop zijn de Fondation Touria en Abdelaziz Tazi (L’Uzine) of de Fondation Al Zaoua (Les Étoiles). Marokko verschilt hierin van bijvoorbeeld Turkije, waar er een traditie bestaat van private subsidiëring voor cultuur, in die mate dat de meeste initiatieven rond hedendaagse creatie en geëngageerde cultuur enkel bestaan door mecenassen en private stichtingen. Dat komt doordat Turkije een middenklasse en een maatschappelijk middenveld heeft ontwikkeld sinds de jaren 1980.

Internationale samenwerking

Alle autonome culturele initiatieven in Marokko zijn sterk internationaal vernetwerkt. Dat is te danken aan een jonge generatie opgeleide Marokkaanse kunstenaars en kunstwerkers die snel netwerken bouwen, aan de internationale opleidings- en netwerkprogramma’s van culturele instituten en fondsen, aan kinderen van migranten die naar Marokko terugkeren om er culturele projecten te ontwikkelen en aan buitenlandse kunstenaars, programmatoren en curatoren die zich in Marokko vestigen of er structureel relaties mee aangaan. Het speelt daarbij zeker mee dat er momenteel in het westen een grote interesse heerst voor de kunst- en cultuurscene in Afrika.

Ook de overheid stimuleert internationale relaties. Zo zijn er niet enkel de Europese culturele instituten die vestigingen hebben in Marokko. Ook omgekeerd zet Marokko in op de uitbouw van culturele relaties in Afrika en Europa. Het Vlaams-Marokkaans huis Darna in Brussel (een initiatief van de Vlaamse én Marokaanse regering) en de plannen voor een Marokkaans cultuurhuis in Amsterdam zijn daar voorbeelden van.

Darna is gestart om de relaties tussen Vlaamse en Marokkaanse gemeenschappen in Vlaanderen via cultuur beter samen te brengen, maar die cultuurscenes kan je niet meer los denken van de rest van Noord-Afrika en de MENA-regio. Marokko haalt in het algemeen de banden aan met Marokkaanse burgers in het buitenland, omdat zij veel kunnen betekenen voor de ontwikkeling van Marokko. Zo is er niet alleen een ‘Ministerie voor Marokkanen die in het buitenland wonen’, maar ook ‘De Raad van de Marokkaanse gemeenschap in het buitenland’.

Tenslotte kijken zowel de Marokkaanse overheid als de lokale kunstscene niet langer enkel naar Europa, maar is er ook oog naar meer samenwerking binnen de MENA-regio en binnen Afrika.

Enkele Marokkaanse bottom-up kunstinitiatieven uitgelicht

Het werkbezoek van Darna en Kunstenpunt aan Marokko was gekoppeld aan een officieel bezoek van Minister Sven GatzDe delegatie van veertien kunstprofessionals uit Vlaanderen Brussel bestond uit: Dirk De Clippeleir (voorzitter Darna en directeur Ancienne Belgique), Mehdi Marechal (Darna), Mohamed Ouachen (acteur en curator), Wim Wabbes (Handelsbeurs), Najat Koudia (muzikante, coach en cultureel bemiddelaar), Mounir Aït Hammou (acteur en filmmaker), Dounia Aerts (digital content creator en blogger), Dirk De Wit (Kunstenpunt), Katrien D’Haemers (Faro), Jan Boelen (Z33), Danielle Dierckx (De Roma), Myriam Stoffen (Zinneke Parade) en Frank Herman (Departement Cultuur, Jeugd & Media). Hieronder krijg je wat meer uitleg over enkele van de plekken die de delegatie bezocht:

L’Uzine

Het multidisciplinair cultuurcentrum L’Uzine in Casablanca werd opgericht in 2014 om creatie en presentatie van kunst te stimuleren. In een leeg kantoorgebouw werden alle ruimtes op de zes verdiepingen omgevormd tot 44 werk- en repetitieruimtes voor muziek, dans, theater, fotografie, textiel, grafiek en beeldende kunst. Beneden is er een cafetaria, een bibliotheek, ontmoetingsruimtes, een kleine exporuimte en een zaal voor 100 toeschouwers die gebruikt wordt voor muziek, theater, dans en film. Kunstenaars (zowel amateurs als professionals) kunnen er in ruil voor hun lidmaatschap alle dagen terecht om te werken.

In 2018 telde L’Uzine 500 leden, 150 kunstenaars gingen er in residentie, er werden 70 evenementen georganiseerd en er kwamen 1000 bezoekers per maand. Het team faciliteert en ondersteunt waar nodig en organiseert regelmatig stages en workshops, maar het zijn vooral de kunstenaars onderling die elkaar ondersteunen. In L’Uzine repeteren en werken zowel jonge rockbands en muzikanten van een trouwfeestband als textielontwerpers of een danser die uitgenodigd werd door het Kaaitheater voor een residentie.

Boultek

Ook muziekclub Boultek (Casablanca) biedt ruimte voor repetities, workshops en optredens voor actuele muziek en ondersteunt muzikanten in hun groeiproces naar professionalisering. Wim Wabbes (artistiek directeur van de Handelsbeurs) ging mee op werkbezoek met de Vlaamse en Brusselse delegatie naar Marokko en deelt wat hij leerde over muziekclub Boultek:

De muziekclub bevindt zich in het Technopark in het zuiden van Casablanca. Op het eerste gezicht een atypische plek voor een underground club, maar het biedt de initiatiefnemers wel het voordeel dat ze concerten en aanverwante activiteiten kunnen organiseren zonder burenhinder. Het Technopark stelt de benedenverdieping van het gebouw ter beschikking aan Boultek en is zo een belangrijke financier.

Directeur Hicham Bahou vertelt dat Boultek werd opgericht in 2010 als eerste centrum voor hedendaagse muziek in Marokko, met aandacht voor alternatieve muziek, pop, rock, jazz, urban culture (hiphop, rap) en hedendaagse muziek. Hij leidde ons rond in het gebouw dat een concertzaal heeft met een capaciteit van 200 toeschouwers (staand) en over drie goed uitgeruste repetitiestudio’s beschikt. Die repetitieruimtes zijn essentieel in de werking van Boultek. Ze worden zowel gebruikt door jonge als gevestigde muzikanten en zorgen voor een boeiende muzikale uitwisseling.

Jonge muzikanten worden van in de repetitieruimte tot op het podium begeleid en krijgen hulp bij het zoeken naar managers, bookers, het opzetten van tournees. Het openstellen van de repetitiefaciliteiten heeft volgens Hicham Bahou niet alleen geleid tot een verrijking van de muziekscene en betere muziek, maar ook tot het ontstaan van een community van verschillende generaties muzikanten. Het delen van een plek leidt zo ook tot het delen van kennis en informatie met elkaar. Oudere en gevestigde muzikanten engageren zich voor de jongere generatie en opkomend talent.

De programmatie van Boultek spitst zich vooral toe op de urban muziek scene met veel aandacht voor hiphop, rap, slam poetry … Tijdens het werkbezoek hebben we een Open Mic-sessie kunnen meemaken waarop jonge artiesten de kans krijgen om zelf ervaring op te doen en hun muziek voor te stellen aan een publiek. Boultek is onderdeel van de vzw Boulevart, een vereniging “die pleit voor de promotie en ontwikkeling van hedendaagse muziek en stedelijke cultuur in Marokko”.
De vzw organiseert ook het L’Boulevard festival, een grootschalig muziekfestival met een verscheiden muziekaanbod. De Belgische band Black Flower stond bijvoorbeeld in 2018 op de affiche. 

Designcollectief Houna

Creatieve ontwerpers en ondernemers voelen de behoefte om de ruimtes die burgers van Casablanca dagelijks gebruiken open te breken en te veranderen door middel van design: het design collectief Houna staat voor “changemaking through design and culture” en “human centered design”. In een land zonder noemenswaardige designopleidingen en designstructuren dragen ze spontaan en bottom-up bij aan de rol van design in de samenleving en aan de opleiding en lancering van talen. Houna is ook initiatiefnemer van de Casablanca Design Week. Jan Boelen (artistiek directeur bij kunstencentrum Z33 in Hasselt), lid van de Vlaamse en Brusselse delegatie op werkbezoek naar Marokko, schetst de werking van Houna:

In 2016 werd het design collectief Houna opgericht in Casablanca door zeven creatievelingen. Ze gebruiken enerzijds de rijke Marokkaanse ambachtelijke maakcultuur en anderzijds het gebrek aan opleidingen en industriële productie als hun sterkte. Ze leiden zichzelf op door hun netwerk dat designtalent in Casablanca en Marokko verbindt. Dat netwerk heeft ook internationale relaties met Europa en het Midden-Oosten: Houna wordt bijvoorbeeld gevraagd op de Dutch Design Week of op de Sjarjah Design Week.Het team van zeven jonge vrijwillige krachten organiseert design talks, pop-up stores voor jong talent in bestaande plekken (musea, hotels, leegstaande panden), workshops en een summer school. Ze functioneren als een nomadisch initiatief dat gebruik maakt van de bestaande culturele infrastructuur en de ruimtes van geïnteresseerde bedrijven. Door de faciliteiten van andere spelers te gebruiken groeit het netwerk van onderuit. Hun meest zichtbare event is de biënnale Casablanca Design Week, die plaatsvindt op twintig plekken in de stad. Meer dan 1720 participanten namen deel aan de eerste editie in October 2017.

Het gebrek aan structuur rond design in Marokko helpt hen om dwars door de traditionele (westerse) hokjes te denken en te werken. Er wordt probleemloos gelaveerd tussen openbare ruimte en interventies, productontwikkeling, ambachten en social design. Ze brengen burgers, verenigingen, ondernemers, kunstenaars en grote bedrijven bij elkaar. En dat alles in een stad die alle kenmerken heeft van uit de hand gelopen urbanisatie met alle positieve en negatieve ingrediënten vandien. Zonder opleidingen, subsidies of infrastructuur ontwikkelen ze een innovatieve en inspirerende designcultuur in een postindustriële maatschappij.

Het internationale Social Design project Houna Momkin bestaat uit een co-creatieproces in de steden Casablanca, Marseille en Alexandrië. In dit project komen inwoners, kunstenaars en designers samen om verhalen te delen en te verbeelden. Het verbinden van politieke, historische, antropologische en filosofische perspectieven vormt daarbij het uitgangspunt. 

L’Atelier de l’Observatoir werkt samen met buurtbewoners aan een ‘musée collectif’.
Detail van het ‘musée collectif’.

L’Atelier de l’Observatoire

L’Atelier de l’Observatoire, opgericht in 2012 door kunstenaar Mohamed Fariji en Lea Morin, werkt ook rond de stad en zijn bewoners, niet vanuit designperspectief maar vanuit het geheugen van bewoners. Ze reiken de bewoners tools aan om hun stad weer in handen te nemen. De kunstenaars zijn daarbij de gangmakers. Katrijn D’hamers is adviseur participatie en diversiteit bij FARO, het Vlaams steunpunt voor het roerend en immaterieel cultureel erfgoed. Ze vertelt over het werkbezoek aan het Atelier.

L’Atelier de l’Observatoire is een multidisciplinair platform voor artistieke co-creatie en voor reactivatie van vergeten plekken in de periferie van Casablanca. Alles vertrekt vanuit het collectieve geheugen. De verschillende activiteiten, ateliers, inzamelingen en ontmoetingen leggen samen de basis voor een collectief museum van Casablanca.

Dat museum stimuleert het collectieve geheugen van de stad door objecten, films en herinneringen te verzamelen over familie, het dagelijkse leven, én over verlaten, verdwenen of vergeten publieke ruimten in de stad. De focus ligt vooral op het activeren van het geheugen van bewoners over hun dagelijkse leven. L’Atelier de l’Observatoire werkt daarvoor in de wijken en met de bewoners.

Van 2012 tot 2014 vormde het oude Aquarium van Casablanca – een beschermd gebouw dat verlaten is sinds de jaren 1980 – een belangrijke inspiratiebron. Het museum gaat op zoek naar documenten, foto’s en verhalen die herinneren aan het gebouw. Hoe kan de verlaten ruimte weer in gebruik worden genomen? Wat kan de rol zijn van burgers als co-creanten? L’Atelier de l’Observatoire werkte ook in en rond andere plekken zoals het verloederde pretpark Parc Yasmina, het industrieterrein Ain Sebâa, de wijk Ain Chock of recent de oude medina. Inwoners kunnen een bijdrage leveren door hun objecten voor te stellen voor de expo’s. Door middel van ateliers over design, architectuur, journalistiek, geluid, cinema, filosofie voor kinderen, theater, dans … speelt L’Atelier in op het collectieve geheugen. Het materiaal wordt via tijdelijke tentoonstellingen ontsloten in publieke ruimten, via artistieke projecten, digitaal en via publicaties.

Vanaf 2019 wil men op een publieke ruimte een tijdelijk collectief museum inrichten, met de resultaten van de onderzoeken, inzamelingen en creaties. Er worden een bibliotheek, een café en gedeelde werk- en atelierruimtes voorzien voor de inwoners, maar evengoed om opleidingen aan te bieden over de museale praktijk. Zo hoopt men op termijn tot een stadsmuseum te komen, met de steun van de stad Casablanca en met input van conservatoren uit heel Marokko.

Het ‘musée collectif’ wordt niet ondersteund door de lokale of nationale overheid. Het initiatief bestaat dankzij de steun van fondsen (zoals Drosos en AFAC) en culturele organisaties (zoals Mawred El Thaqafy en het l’Institut Français du Maroc). Eerder financierden UNESCO, het Ministerie van Cultuur en de Europese Unie het l’Atelier de l’Observatoire.

Centre Culturel Les Étoiles de Sidi Moumen

Andere initiatieven – zoals het cultuurcentrum Les Étoiles van de Fondation Ali Zaoua in de wijk Sidi Oumen (Casablanca) – werken met kinderen en jongeren. Zij proberen de educatoren zoveel mogelijk in de wijk of buurt te vinden: talent in de buurt betekent iets voor kinderen. En het biedt ook kansen om ouders bij het cultuurcentrum te betrekken. Nadia Agmir (Cinéart) was deelneemster aan het werkbezoek en deelt haar ervaringen.

Het cultureel centrum Les Étoiles de Sidi Moumen is een inspirerende plek. Een ruimte voor initiatie, educatie en vorming, waar de talenten van de buurt de mogelijkheid krijgen om zich vrij te uiten. Ik ben dol op dit burgerinitiatief dat artistieke activiteiten brengt die toegankelijk zijn voor het grote publiek. Dankzij de toewijding van kunstenaars zoals Nabil Ayouch, Mahi Binebine en de vastberadenheid van directeur Sophia Akhmisse is het een centrum geworden dat bruist, dat contacten tot stand laat komen in een dynamische en warme omgeving. Een ruimte die horizonten verbreedt, waar ideeën evolueren en waar indirect ook ouders zich ontwikkelen. Meisjes en jongens spelen er met elkaar, raken elkaar, respecteren elkaar (met of zonder sluier).

Les Étoiles heeft een breed aanbod van activiteiten: van theater en muziek over klassieke dans tot sieraden maken. Er is ook plaats voor hiphop, wat naar mijn mening een belangrijk wereldwijd fenomeen is: het is een taal die jongere generaties met elkaar gemeen hebben, ongeacht hun achtergrond (Afrikaans, Europees, Amerikaans …) en hun sociaal milieu. Ik vind het zeer bemoedigend om te zien dat dit model zich ook uitstrekt naar andere steden in Marokko (zoals Fez en Tanger), en dat een ruimte Les Étoiles uitnodigt om jezelf te overtreffen en jezelf opnieuw uit te vinden. 

Racines

De vereniging Racines werd opgericht door cultuurwerkers om de positie van cultuur in Marokko te verbeteren door pleitbezorging, door het publiek debat te voeden en door het gesprek aan te gaan met de overheid. Racines doet onderzoek over de positie van cultuur in Marokko, evalueert van het cultuurleven in verschillende regio’s, organiseert workshops om de professionalisering te bevorderen en houdt een pleidooi om de leef- en werkcondities van creatief talent te verbeteren. Je zou Racines dus kunnen omschrijven als een mix van steunpunt en belangenbehartiger. Myriam Stoffen van de Zinneke Parade schrijft haar indrukken neer van het werkbezoek aan Racines.

Zaterdagochtend, 26 januari 2019. Helemaal wakker zijn we nog niet wanneer we in de lokalen van Racines onthaald worden door een breed glimlachende Dounia Benslimane (directrice voor de uitbouw van partnerships) en Aadel Essaadani (algemene coördinator van de vereniging). Wanneer ze van wal steken duurt het geen halve seconde om onze hoofden op scherp te stellen. Ze leggen uit hoe de poging om van de oude slachthuizen van Casablanca een culturele ruimte te maken in 2010 mislukte en leidde tot de oprichting van Racines. Wat niet lukt via de politieke en publieke diensten of via economische ontwikkeling, moeten de doeners en denkers van het land dan maar zelf in handen nemen, was de conclusie.

Wat volgt is een verbluffend relaas van een organisatie met een glasheldere analyse en missie, gedragen door een handvol straffe persoonlijkheden die met een breed netwerk van burgers, academici en culturele actoren de collectieve intelligentie van Marokko en daarbuiten weten te mobiliseren. Het plan: cultuur als een onontbeerlijke pijler voor persoonlijke, sociale en economische ontwikkeling in het beleid inschrijven in Marokko en het Afrikaanse continent. Het uitgangspunt: cultuur (en culturele diversiteit) is een mensenrecht, essentieel in de emancipatie van mensen, de uitbouw van educatieve systemen, het creëren van debatruimte, het definiëren van wie je bent.

De acties die Racines opzet zijn al even gevarieerd als ambitieus: breed veldonderzoek naar de bestaande culturele praktijken in Marokko, grondige analyses van de lokale en regionale cultuurpolitiek, diagnoses van de evoluties in de plaats van cultuur in de Arabische regio, informatieverspreiding en debatten in alle mogelijke vormen, opleidingen en ontwikkeling van werktools om burgers, culturele actoren en kunstenaars te versterken in hun actiekracht. Racines is een incubator voor de professionalisering van organisaties, gezelschappen, ondernemers, collectieven en individuele kunstenaars. Dit rijke materiaal vertaalt zich in teksten, rapporten, publicaties, mappings en een tweejaarlijkse Staten Generaal van de cultuur die de overheidsinstellingen onder druk houdt.

Aadel en Dounia zuchten diep wanneer we polsen naar het slechte nieuws dat we opvingen: op 26 december vorig jaar oordeelde de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg dat Racines ontbonden moest worden. Een klacht van de gouverneur van Casablanca betichtte de vereniging ervan activiteiten te organiseren die buiten haar statuten vallen, in concreto door hun lokalen ter beschikking te stellen voor de opname van het satirisch webprogramma ‘1 dîner, 2 cons’. In binnen- en buitenland startte meteen een brede solidariteitsactie (o.a. van Amnesty International), maar voor het eerst in de geschiedenis van het land riskeert  anno 2019 een middenveldorganisatie opgedoekt te worden.

Niets is zeker. Behalve dat de medewerkers en sympathisanten van Racines vastberaden zijn: “Ze begrijpen niet dat we niet willen vechten om te overleven. We vechten voor vrijheid van meningsuiting. Die is nu ingeschreven in de grondwet. Evenals in onze statuten trouwens.” Bulderlach. En zucht. Together we stand. Vive Les Racines! Met zo’n wortels in de grond kan het alleen maar goed komen met de wereld. 

Le 18 is een multidisciplinaire ontmoetingsplaats en kunstenaarsresidentie die werkt rond actuele thema’s en stad.

Le 18

Le 18 in Marrakesh is een ontmoetingsplaats met publieke programma’s en een kunstenaarsresidentie in een riad in de medina, waar multidisciplinair gewerkt wordt rond actuele thema’s en stad. De kunstenaars in residentie ontwikkelen gedurende enkele maanden projecten rond de stad, maar die dienen vooral de artistieke ontwikkeling van kunstenaars en laten weinig sporen na. Le 18 heeft nu ook langetermijntrajecten rond lokale thema’s waar wetenschappers, kunstenaars en onderzoekers uit Marrakesh en de rest van Marokko aan meewerken, en waar duurzaam en lokaal gewerkt wordt. Ook tijdelijke residenten kunnen deelnemen of op het onderzoek inspelen. Een voorbeeld is het project Qanat rond de waterproblematiek in een stad die snel groeit en toeristisch geëxploiteerd wordt. 

Esav

De private school Esav (Ecole Supérieure des Arts Visuels) werd in 2006 opgericht in Marrakesh door de Zwitserse Fondation Susanna Biedermann en Max Alioth om de rol van kunstenaars in de samenleving te versterken. De school is zich bewust van de drempels die taal kan scheppen naar potentiële studenten uit Marokko en de MENA-regio. De onderwijstaal is Frans en de school hanteert de Europese en westerse standaarden rond film en grafiek, maar er worden ook stappen gezet naar andere (geschreven en visuele) talen en de lokale context van de studenten. Op termijn wil de school meer Afrikaans en Marokkaans worden wat zowel staf, programma als studenten betreft. 

Jemaa El-Fna

Het bekendste plein van Marrakesh is ongetwijfeld Jemaa El-Fna, dat als marktplaats en ontmoetingsplek een centrale rol speelt in de stad. Maar hoe gaat de lokale gemeenschap met haar eigen tradities en immaterieel erfgoed om met de steeds grotere druk van het toerisme en commercialisering? Myriam Stoffen van Zinneke vertelt hoe ze het bezoek aan het plein heeft ervaren.

Woensdagavond, 30 januari 2019. We hebben onze allerlaatste afspraak van deze reis op het Jemaa El-Fna plein van Marrakesh, het beroemde plein in het hart van de medina, het oude stadsdeel. Midden jaren ’90 werd het plein bedreigd door grootse bouwplannen, ondanks het statuut van de medina als een Unesco werelderfgoed-site. Lokale bewoners bonden de strijd aan voor het behoud van het plein en de eeuwenoude tradities die haar tot een unieke culturele ontmoetingsplek maken. Het was de Spaanse schrijver Juan Goytisolo die aan de alarmbel trok bij de toenmalige Unesco-directie. Met zijn pleidooi voor de bescherming van het plein als “patrimonio oral de humanidad” inspireerde hij de Unesco om een nieuw luik aan hun programma toe te voegen, dat van Mondeling en Immaterieel Werelderfgoed – een leemte in de toenmalige internationale bescherming van erfgoed. Het Jemaa el-Fna plein werd in 2001 geklasseerd onder dit statuut en zag aldus haar culturele tradities beschermd. Of althans, deels beschermd.

Want een Unesco-label trekt onvermijdelijk massatoerisme aan, wat op zijn beurt grote druk zet op de rijke waaier aan animaties, restaurants en verkopers allerhande die Jemaa el-Fna zo bijzonder maken. En dit brengt ons meteen bij het complexe vraagstuk van wie instaat voor het beheer van dit immateriële erfgoed. En ook: over welk erfgoed, over welke tradities van de volkscultuur gaat het? Wie definieert ze, wie houdt ze levend en pertinent? In welk evenwicht met de sociaal-economische noden?

De afspraak die we vanavond hebben licht een tipje van de sluier op. We maken kennis met Isham en zijn collega’s die in 2004 een vereniging oprichtten voor de bescherming van de tradities en het werk van de kunstenaars van Jemaa el-Fna. Enkele zitbankjes worden aangedragen en traditiegewijs in een cirkel geplaatst. Isham spreekt nauwelijks Frans, maar nos ami.e.s Belgo-Marocains tolken ons doorheen het strijdverhaal van deze geëngageerde volkskunstenaars.

“Het werk van de kunstenaars op Jemaa el-Fna wordt sinds eeuwen overgedragen van generatie op generatie. De vertellers, muzikanten, dansers, acteurs, acrobaten, maar ook de kruidendokters, hennep-tatoueurs, apentemmers, slangenbezweerders, waarzeggers… vertegenwoordigen ook de vele Arabische, Berberse, sub- Saharaanse culturen die Marokko rijk is. Dat alles maakt deel uit van de identiteit van de bewoners van de stad. Met de erkenning door Unesco zagen we hoe de animaties op het plein veranderden: mensen zonder ervaring of zonder artistieke praktijk zagen in het toerisme een weg om hun brood te verdienen. Begrijpelijk, maar wat Unesco wilde beschermen dreigde net verloren te gaan. Hierop hebben we ons verenigd om de kwaliteit van de artistieke animaties te vrijwaren en de overdracht van die unieke kennis van het performen op Jemaa el-Fna te versterken. Je moet je vak kennen. Je moet weten hoe en waar en wanneer je een halqua (cirkel) maakt. Je moet met je stem, mimiek en lichaamshouding de mensen weten aan te spreken op de juiste toon. Kunstenaars die nu willen performen op het plein moeten lid worden van onze vereniging. Elke dag zijn we hier om het werk van de kunstenaars op te volgen.”

Isham kijkt ons met zijn priemende ogen aan. We zitten voorovergebogen in een dichte cirkel. Onze halqua intrigeert de voorbijgangers. Intussen is de avond gevallen en we moeten er vandoor. De cirkel van deze reis is rond. Het is buitengewoon lastig werken zonder beleid en zonder middelen om te overleven. Maar zonder civil society die vragen stelt bij het soort samenleving dat we willen en die zich concreet engageert om er zelf vorm aan te geven, staan we helemaal nergens. Dat hebben deze intelligente, geëngageerde, genereuze mensen die we ontmoetten ons meesterlijk aangetoond. Tot ziens, insjallah. 

Je leest: Het Marokkaanse kunstenlandschap broeit: bottom-up met oog voor het volk