Nieuw Kunstendecreet: werkingssubsidie aanvragen op 1 december 2021

Op vrijdag 18 december 2020 heeft de Vlaamse regering het voorontwerp voor een volledige herziening van het Kunstendecreet principieel goedgekeurd. Het was een formele stap op weg naar een finale goedkeuring in de zomer van 2021. Met werkingssubsidies ondersteunt het Kunstendecreet gedurende vijf jaar een structurele activiteit die een continu en permanent karakter vertoont. De indiendatum voor werkingssubsidies van 1 december 2021 is bevestigd. Voor organisaties die dan werkingssubsidies willen aanvragen betekent dit dus dat ze verder kunnen doen met hun voorbereidingen.

Wat is nieuw?

Vast staat dat de beslissing over de werkingssubsidies voor de periode van 2023-2027 uiterlijk op 30 juni 2022 door de Vlaamse regering zal genomen worden. We helpen je graag op weg met dit overzicht van wat we al weten.

Er volgen nog verschillende stappen met een advies van de Raad van State, openbare discussies in de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement en overleg met de sector. De procedures voor indiening, beoordeling, verantwoording en toezicht worden in het nieuwe Kunstendecreet niet gedetailleerd vermeld. Meer details in de Besluit van de Vlaamse regering (BVR of uitvoeringsbesluit) en draaiboeken die verwacht worden in de zomer.

Het Kunstendecreet krijgt een tweeledige structuur die kortlopende subsidie-instrumenten onderscheidt van werkingssubsidies. Nieuw is dat een vaste verdeling van het budget tussen beide wordt vastgelegd in het uitvoeringsbesluit. Er komt ook een wijziging voor de ondersteuning van internationale initiatieven.

Beperking op onderlinge combinaties van subsidies binnen het Kunstendecreet en met andere cultuurdecreten. Organisaties die voor de periode 2017-2022 een werkingssubsidie ontvangen, zullen daardoor op 15 september 2020 geen projectsubsidie kunnen indienen. Een organisatie die op 15 september 2020 een projectsubsidie aanvraagt en op 1 december 2021 een werkingssubsidie, moet het project beperken tot maximaal 1 jaar.
Uitzondering: indien een werkingssubsidie lager is dan een nog te bepalen grensbedrag, is het wel mogelijk om vanaf 2022 kortlopende subsidies aan te vragen voor internationale initiatieven.

De Vlaamse regering bepaalt de disciplines waarvoor het Departement CJM beoordelingscommissies samenstelt. Ook de verdeling van het beschikbare budget over de verschillende disciplines wordt bepaald door de Vlaamse regering (BVR).  Overzicht van de beoordelingscriteria:

  • De kwaliteit van de voorgestelde werking, waaronder de landelijke of internationale uitstraling, de kwaliteit van de eventuele samenwerkingsverbanden en de concrete uitwerking. Met specifieke subcriteria per functie!
  • De kwaliteit van de zakelijke aanpak en de realiteitszin en redelijkheid van de begroting, goed bestuur, het personeelsbeleid met aandacht voor een correcte vergoeding van kunstenaars, fair practices en integriteit;
  • De relevantie van het initiatief voor de discipline of het kunstenlandschap (nieuw beoordelingscriterium vanwege het streven naar Landschapszorg)
  • De mate waarin het initiatief een of meer aandachtspunten uitvoert uit de strategische visienota.
    • Meerstemmigheid en Landschapszorg – De werking neemt een unieke plaats in het kunstenlandschap in of biedt inzichten die nergens anders aan bod komen.
    • Traditie en Innovatie – Het project/de werking gaat op een innovatieve, een artistiek zinvolle of kwaliteitsvolle wijze aan de slag met het cultureel erfgoed, de canon en/of de rijke diversiteit aan historische tradities.
    • Internationalisering – Het project/de werking heeft een unieke internationale meerwaarde of potentie.
    • Kunst als gemeenschapsvorming – Het project/de werking betrekt op een unieke wijze (jonge) kinderen en jongeren bij hun artistieke werking.
    • Zelfredzaamheid – Het project/de werking heeft bijzondere aandacht voor de kwetsbare positie van de individuele kunstenaar.
  • Er zal ook naar de historiek gekeken worden via het toezicht op de lopende werkingssubsidie (indien van toepassing).

De aanvrager kan een toelichting geven bij de aanvraag en krijgt de mogelijkheid om via een repliek te reageren op het voorlopig resultaat van de beoordeling. Deze procedure moet nog concreter worden omschreven (BVR).

Er wordt een Landschapscommissie opgericht met het oog op integrale landschapszorg bij de beoordeling van de aanvragen voor werkingssubsidies. Deze commissie is samengesteld uit experten. Na de afronding van de beoordeling door de beoordelingscommissies stelt ze een bijkomend, discipline-overschrijdend advies op over:

  • de toekenning van de werkingssubsidies,
  • de punten die niet of onvoldoende worden opgenomen door de kunstenorganisaties die worden voorgesteld.

Met een beperkt budget kan dit advies een extra afweging doen voor een bijkomende selectie van werkingen met een positief advies.

Een nieuw principe: een subsidiëring voor twee beleidsperiodes (=10 jaar) met een beheersovereenkomst. Het is enkel toegankelijk voor kunstenorganisaties die al minstens 10 jaar werkingssubsidies kregen, minstens drie functies opneemt en “een grote schaal” hebben.

Bijkomende beoordelingscriteria zijn: de aanvrager
– neemt een landschapsversterkende rol op binnen haar discipline of (sub)sector,
– toont de noodzaak van langetermijn-subsidieëring voor de werking aan
– voorbeeldrol (fair practices, integriteit en cultural governance, inzet op traditie en vernieuwing, aandacht voor publiekswerking en -verbreding.
Minstens de functie van de zakelijke eindverantwoordelijke is een mandaatfunctie met een duur van zes jaar die één keer verlengbaar kan zijn.