Gedeelde grond 19: Koi Persyn
Gedeelde grond is een reeks gesprekken met kunstprofessionals uit Vlaanderen. Waar dromen ze van? Waar maken ze zich zorgen over? We vroegen het aan curator Koi Persyn. Naast zijn eigen praktijk is Koi stichtend lid van Publiek Park, en maakt hij deel uit van kunstplek celador in Brussel.
We proberen hier content te tonen van PodBean.
Kunsten.be gebruikt minimale cookies. Om inhoud te zien die afkomstig is van een externe site, kan die site bijkomende cookies plaatsen. Door de inhoud te bekijken, aanvaard je deze externe cookies.
Lees meer over onze privacy policy.
Samenvatting
Curator Koi Persyn is stichtend lid van Publiek Park. Als nomadisch en multidisciplinair initiatief presenteert het werk van lokale en internationale kunstenaars in parken en publieke tuinen. Werk dat ontstaat in opdracht, én in relatie tot die groene omgeving waarin het getoond wordt. Het initiatief onderscheidt zich door tijdelijke kunst in de publieke ruimte te tonen en plek te geven aan jonge kunstenaars, maar ook aan praktijken die daar zelden te zien zijn zoals performance en video.
Na een eerste editie in Gent en nadien in Antwerpen, vond de derde editie plaats in Brussel in de Plantentuin van Meise en de Botanique. Grotere partners, grotere middelen, maar ook meer complexiteit. “Het betreft natuurlijk een andere schaal. De Plantentuin is een zodanig rijke plek, niet alleen financieel maar ook wat kennis betreft: de rijkdom aan fauna en flora. Dat was heel boeiend, maar ook uitdagend om ons ten opzichte daarvan te verhouden met een groep van elf kunstenaars, om iedereen rond de tafel te krijgen en draagvlak te creëren. We kijken daar met heel veel plezier en trots op terug, dat was een fijn en leerrijk traject.”
Naast Koi bestaat het Publiek Park-team uit drie andere cultuurwerkers en curatoren: Jef Declercq, Adriënne van der Werf en Anna Laganovska. “Wij doen als team van vier de volledige begroting, de administratie, de communicatie, de distributie van de boeken. We begeleiden niet enkel kunstenaars, maar doen ook al het papierwerk.” Vaardigheden die breder gaan dan het traditionele curatorschap, en de tendens illustreren naar een meer hybride praktijk waarin curatoren ook organisator, producent en bemiddelaar zijn. Niet enkel de loopbanen van kunstenaars zijn hybride, ook die van curatoren. Dat schuurt met ingesleten ideeën over de artistieke praktijk:
“Er is nog steeds dat idee van de success narrative, je cv moet elk jaar consistent aangedikt worden. Je moet de hele tijd met grote partners of namen samenwerken. Je moet de hele tijd bouwen aan een carrière. Ik denk dat voor heel veel jongere profielen die instroom in het institutionele veld, of in een jobmogelijkheid, moeilijker wordt.”
Die evolutie gaat hand in hand met een groeiende nood aan netwerken, ondersteuning en gemeenschapsvorming voor curatoren – een traditioneel individueel beroep. “Support networks, of een plek, tijd, een manier om de koppen bij elkaar te steken, van elkaar te leren, nieuwe kansen te kunnen faciliteren, nieuwe samenwerkingen te ontwikkelen. Ik denk dat daar een beetje een hiaat zit, en ik weet niet hoe of wie dat moet gaan opnemen, maar ik denk wel dat wij er als Publiek Park heel veel aan hebben gehad dat wij elkaar vijf jaar lang binnen dat project hebben ondersteund. Al beperkt het zich niet enkel tot Publiek Park, we ondersteunen elkaar ook in andere uitdagingen of vraagstukken. We zitten op gelijke punten in onze carrière, maar ook in andere gebieden. En daar voelen we ook dat we elkaar echt kunnen helpen of geruststellen.”
“De manier waarop de opleiding wordt aangeboden, blijkt steeds minder de lading te dekken. Of je voelt dat veel nieuwe stemmen of nieuwe profielen die instromen juist heel hard dat bredere aspect van ondersteuning willen betrekken in hun praktijk.”
Dat merkt Koi ook elders in zijn praktijk. Naast Publiek Park is hij actief bij celador, een kunstplek in Brussel. “Maar het is ook een collectief van elf cultuurwerkers die samen een ruimte huren. De sterkte is opnieuw dat je omringd bent met mensen die in hetzelfde veld staan en met dezelfde uitdagingen moeten omgaan.”Wanneer we Koi vragen naar zijn droom voor het kunstenveld, bestaat die dan ook uit een meer verbonden sector waarin samenwerking, dialoog en solidariteit centraal staan. “Ik hoop dat wij als sector meer naar elkaar luisteren, zonder vooroordelen, zonder persoonlijke dimensies, met het hogere doel in gedachten. Dat die dialoog ook open kan getrokken worden naar beleidsmakers, niet enkel op federaal maar ook op lokaal niveau. En dat op die manier een gezond en duurzaam kunstenveld kan ontwikkeld worden, waar mensen elkaar horen, zien, welkom heten, stimuleren. Dat is natuurlijk heel naïef en open dromen. Maar dat is wel waar we naar moeten streven, denk ik.”