Verbeelding inbedden: welke rol kan kunst spelen bij klimaatadaptatie?

Hoe kunnen onze steden zich aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zoals hittegolven, droogte en felle regenbuien? Hoe kunnen ze ‘klimaatrobuust’ worden? Welke rol kunnen kunst en cultuur spelen in klimaatadaptatie? Wat zijn de effecten van klimaatverandering op de cultuursector en hoe kan die sector zich daaraan aanpassen?

Dat zijn vragen die het Europese project Cultural Adaptations onderzoekt. In vier partnersteden – Glasgow, Dublin, Göteborg en Gent – werken telkens een culturele partner, een partner die bezig is met klimaatadaptatie en een kunstenaar gedurende twee jaar samen. In Gent zijn dat Greentrack (een overkoepelend netwerk dat zich inzet om de ecologische voetafdruk van de cultuursector te verkleinen), de Dienst Milieu en Klimaat van de stad en kunstenaar Anyuta Wiazemsky Snauwaert. Ellen Stynen interviewt haar voor Kunstenpunt over Cultural Adaptations.

Wat is jouw rol precies binnen het project?

Het project bestaat uit twee delen. In een eerste luik onderzoekt Greentrack Gent de link tussen klimaatadaptatie en de cultuursector. Welke rol kan Vooruit spelen tijdens een hittegolf? Kan De Bijloke bij hevige regenval mensen opvangen?

Ikzelf werk mee aan het tweede luik, waarbij in elke stad een kunstenaar ‘ingebed’ wordt bij een organisatie die bezig is met klimaatadaptatie. Ik ben ‘embedded artist’ bij de Dienst Milieu en Klimaat in Gent. De bedoeling is te onderzoeken hoe ik vanuit mijn expertise, achtergrond en denkwijze als kunstenaar invloed kan uitoefenen op hun werkwijze. De vier partnersteden organiseren elk een tweedaagse ‘Transnational Workshop’ rond dit thema; op de slotconferentie in Glasgow in oktober 2020 wordt een toolbox voorgesteld.

Wat houdt dat ingebed zijn concreet in?

Ik heb verschillende vergaderingen bij de Dienst Milieu en Klimaat bijgewoond, om inzicht in hun werking te krijgen. Het is een complexe structuur met verschillende diensten. Na een paar maanden heb ik een aantal concrete voorstellen gedaan. Een ervan was om mee te stappen in een lopend project aan het Paul de Smet de Naeyerpark in het Miljoenenkwartier. Dat park bestaat uit drie groenzones, gescheiden door verharde kruispunten die zullen onthard en heringericht worden.

Anyuta Wiazemsky Snauwaert (c) Yoeri Mishin

Proeftuin Paul de Smet de Naeyerpark

Vanwaar je interesse voor dit specifieke project?

Het feit dat het park in het Miljoenenkwartier ligt, maakt het bijzonder. Als je in andere wijken wil ontharden, dan is de eerste bekommernis meestal het verdwijnen van parkeerplaatsen. Maar hier zijn er heel wat omwonenden die zich vooral zorgen maken over de historische waarde van de site. Ook de timing valt goed. Het project wordt met Vlaamse subsidies gerealiseerd; het is een van de 23 ‘proeftuinen’ voor ontharding in Vlaanderen, en het is de bedoeling dat het al binnen drie jaar uitgevoerd wordt.

Ik ben in een vrij vroege fase van het project ingestapt; enkel de eerste info- en inspraakavond voor de buurt heb ik gemist. Ik wil invloed uitoefenen op de participatieve momenten die nog gepland staan. Hoe precies weet ik nog niet, maar ik wil infiltreren in het weefsel van de stad en structureel iets veranderen aan de manier waarop dit soort projecten doorgaans aangepakt wordt.

Het is niet de bedoeling dat jij als ingebedde kunstenaar een eigen kunstwerk maakt. Waaruit kan je inbreng dan wel bestaan?

Voorlopig gaat het over kleine, maar fundamentele dingen. Op mijn aandringen paste de stad het bestek aan: er werd in opgenomen dat het geselecteerde studiebureau zijn werk moet beginnen met een ontmoeting met de buurtbewoners. De mensen die rond het park wonen, hebben kennis van zaken. Die expertise moet meegenomen worden. Daarom werd het eerstvolgende participatieve moment vroeger ingepland dan oorspronkelijk voorzien en zal het eerste terreinbezoek geleid worden door stakeholders uit de wijk: mensen die onmiddellijk belang hebben bij de ontharding van het park.

Klimaatadaptatie kan niet zonder sociale cohesie. Als je mensen met tegenovergestelde visies samenbrengt en laat werken aan een gemeenschappelijk doel, dan bereik je niet alleen klimaatrobuustheid, maar ook verbondenheid. De sleutel zit voor mij in het faciliteren van ontmoetingen tussen mensen die elkaar anders niet zouden tegenkomen.

Het traject is halverwege; wat zijn je eerste bevindingen? Kan je op basis van deze concrete proeftuin al meer algemene uitspraken doen over de werking van de Dienst Milieu en Klimaat als klimaatadaptatiepartner?

Ik voel tegelijk openheid en terughoudendheid. Openheid om mee te doen aan een experimenteel project waarvan de uitkomst niet vaststaat, maar ook een ingesleten gereserveerdheid en controledrang. Op een infosessie van een ander project smeekte een bewoner om meer inspraak dan alleen de kleur van de bakstenen. Ik vond dat zo’n mooie vraag; dat is een cadeau dat je moet aannemen. Maar niet iedereen ziet het zo. Als ik erin slaag om te begrijpen waarom je een dergelijk verzoek niet als een geschenk beschouwt, dan kan ik er misschien iets aan veranderen.

Klimaatadaptatie kan niet zonder sociale cohesie. Als je mensen met tegenovergestelde visies samenbrengt en laat werken aan een gemeenschappelijk doel, dan bereik je niet alleen klimaatrobuustheid, maar ook verbondenheid. De sleutel zit voor mij in het faciliteren van ontmoetingen tussen mensen die elkaar anders niet zouden tegenkomen. Daarom wil ik de aannemers en de bewoners samenbrengen.

Daarnaast wil ik de ontmoetingen tussen de bewoners en de stadsmedewerkers minder formeel maken. Ondanks de goodwill van die laatsten om samen met hun medeburgers aan de stad van de toekomst te bouwen, is de samenwerking vaak niet optimaal. Dat heeft volgens mij veel met communicatie te maken.

Paul de Smet de Naeyerpark in Gent (c) Demeester / Wikimedia CC 3.0

De kunstenaar als coach

Daarvoor zou men ook een bedrijfscoach kunnen inschakelen. Welke meerwaarde kan een kunstenaar bieden? Waar ligt voor jou de uitdaging?

Wel, ik denk niet dat een kunstenaar in deze context beter of slechter is dan een coach of een wetenschapper. We vertrekken allemaal vanuit een andere expertise en denkwijze. Tijdens de ontmoeting met mijn drie collega-embedded artists in Göteborg in november heb ik een aantal gelijkenissen vastgesteld. Ook al werken we niet allemaal in hetzelfde medium en hebben we andere bagage, we delen het vermogen om processen open te houden, om mensen bij elkaar te brengen, om onverwachte verbanden te leggen, om kritisch te zijn tegenover zaken die op het eerste gezicht vanzelfsprekend lijken …

Ik wil niet alle kunstenaars over één kam scheren, en je hoeft ook geen kunstenaar te zijn om deze skills te hebben. Maar ik merk bij de stad de neiging om vaak al bij aanvang van een project het speelterrein af te bakenen. Dan zie ik het als mijn taak om alles zo lang mogelijk open te houden, en om verbeelding binnen te brengen.

Toen ik de open call van de stad las, was ik meteen geïnteresseerd. Een embedded artist-project is voor mij, als maatschappelijk geëngageerd kunstenaar, de meest directe manier om een verschil te kunnen maken. Het feit ook dat het een onderzoekstraject is, maakt het boeiend. Of ik nu de stad of een mierennest onderzoek: het is een object waarvan ik niet weet hoe het werkt, en door het te onderzoeken ontdek ik wat ik ermee kan doen. 

In een ideale wereld wordt de technische expertise van de stad samengevoegd met de emotionele en praktische expertise van de bewoners. De stad van de toekomst wordt niet enkel door specialisten gebouwd. Dat is een lacune bij de stad Gent, dat ze niet altijd de verbeeldingskracht kan activeren die daarvoor nodig is.

Cultural Adaptation embedded artist project-meeting in Göteborg.

Een tekst die daarbij aansluit en die ook jou inspireerde is What do Artists Know van de Amerikaanse kunstenaar Frances Whitehead, die als embedded artist mee het Chicago van de toekomst uittekende. Naast hun diverse praktijken, achtergronden, technieken en theoretische kaders zijn kunstenaars ook getraind in een aantal unieke vaardigheden en methodologieën. In What do Artists Know somt Whitehead er enkele van op. Welke zijn voor jou relevant?

De eerste in de lijst, over het spreken van verschillende talen en verbindingen maken, is essentieel.

“Synthesizing diverse facts, goals, and references – making connections and speaking many “languages”. Artists are very “lateral” in their research and operations and have great intellectual and operational agility.”

In een interview met Etcetera haalt Elly Van Eeghem aan dat non-expertise belangrijk is bij haar projecten in de stad. Naast je métier werken. Staat dat haaks op jouw talent om veel talen te spreken – je studeerde niet alleen beeldende kunsten maar ook rechten en sociologie, je hebt verschillende jobs gedaan in uiteenlopende sectoren, je spreekt ook letterlijk drie talen?

Ik wist bij aanvang van het project amper iets over klimaatadaptatie. Net door je gebrek aan expertise kan je dingen in vraag stellen. Het is een troef. Maar ik merk dat het wel helpt om verschillende talen te spreken, en om gedeeltelijk mee te kunnen stappen in het jargon en de wetenschappelijke logica van de stad. En ik verdiep me er ook wel in. Elke keer als ik me in een zone bevind waar ik niets van af weet, leer ik erover bij. Dat is onvermijdelijk; het is niet zo dat ik mijn onwetendheid wil bewaken.

In welke andere redenen om een kunstenaar mee te nemen in je project herken je je nog?

“Artists do not think outside the box – there is no box.”

Ook al is er een voorgeschiedenis of een systeem, als kunstenaar ga je er steeds van uit dat niets voor altijd is. Je kan altijd opnieuw een wit doek leggen. Bij alles kun je je de vraag stellen: moet het echt zo zijn? Moet een infosessie van de stad er zo formeel aan toe gaan? Moet die werktekst zo moeilijk zijn? Een goede coach kan daar natuurlijk ook de vinger op leggen, maar als coach ben je gebonden aan een vooropgesteld resultaat en moet je op het eind van de rit met iets werkbaars komen. Ik heb als embedded artist veel meer vrijheid: ik draag vanuit mijn persoonlijke denkwijze bij aan het project, en kan daarbij ook pistes bewandelen die buiten ieders comfortzone liggen.

“Creative, in-process problem solving and ongoing processes, not all upfront creativity: responsivity.”

Als kunstenaar leg je altijd een proces af. Niet alleen in participatieve projecten. Ook een schilder werkt procesmatig: je schetst, schildert, luistert naar iemand, past al dan niet nog iets aan. Je blijft werken tot je schilderij zegt dat het klaar is. Hetzelfde voor een filmmaker of een beeldhouwer: je neemt voortdurend afstand om te evalueren en dan duik je weer in je werk. De stad daarentegen hangt vast aan stramienen en procedures. Als embedded artist krijg ik de ruimte en de tijd om die procedures in vraag te stellen.

De Cultural Adaptations-partners ontmoeten Bj¨rn-Siesjö, stadsarchitect van Götenborg.

De stad van de toekomst

Op 13 en 14 mei 2020 vindt de Gentse editie van de transnationale bijeenkomst van Cultural Adaptations plaats. En in oktober is er de slotconferentie in Glasgow. Wat hoop je tegen dan bereikt te hebben?

Mijn ambitie is om een structurele verandering teweeg te brengen in de manier waarop de stad werkt, zodat mijn inbreng ook na afloop van Cultural Adaptations voelbaar blijft. In dit stadium ontwikkelt het proces zich nog vrij en organisch, maar ik zou wel graag tot een meetbaar resultaat te komen. Ik denk nu aan een toolkit. Ik weet nog niet of het een tekst of een presentatie wordt, of een reeks vragen die je jezelf kan stellen voor je aan dit soort projecten begint, of iets helemaal anders.

Ik hoop inzichten te kunnen delen i.v.m. communicatie. Ik geloof dat je door horizontaal te communiceren een groter draagvlak kan creëren voor klimaatadaptatie. Ik wil zoeken naar een manier om de technische en wetenschappelijke expertise van de stadsdiensten samen te brengen met de dagelijkse, pragmatische, emotionele en eventueel professionele expertise van de buurtbewoners.

Verbeelding is hierin een bindmiddel. Het vermogen om het grotere plaatje te zien: wat betekent dit project voor de stad, welke consequenties heeft het, hoe draagt het bij aan de toekomst. Als je die verbeelding bij de buurtbewoners kan aanwakkeren, dan ben ik zeker dat ze sneller bereid zullen zijn om constructief mee te werken. Let wel: ik stuur er niet op aan dat mensen in hun vrije tijd ook nog eens urenlang gratis werk verrichten. Uitgebreide participatie draagt een zeker gevaar in zich. Waar ligt de grens tussen inspraak vragen van betrokken bewoners, en hen uitbuiten? Kunnen we in de toekomst budget voorzien om beroep te doen op hun expertise? Het is een moeilijke maar ook een interessante evenwichtsoefening.

Cultural Adaptations is een leerproces. Het zou fantastisch zijn mocht het na 2020 nog een vervolg krijgen, en mocht het idee van een embedded artist ook op andere diensten ingeburgerd geraken. Op de transnationale bijeenkomst in Göteborg leerde ik TILLT kennen, een organisatie die al sinds jaren een brug slaat tussen de overheid, de bedrijfswereld en kunstenaars. TILLT gelooft in de kracht van een creatieve maatschappij, waarin kunst – via embedded artists – bijdraagt aan menselijke groei. Wie weet kan er hier een soortgelijke organisatie opgericht worden.

Door horizontaal te communiceren kan je een groter draagvlak creëren voor klimaatadaptatie. Ik wil zoeken naar een manier om de technische en wetenschappelijke expertise van de stadsdiensten samen te brengen met de dagelijkse, pragmatische, emotionele en eventueel professionele expertise van de buurtbewoners. Verbeelding is hierin een bindmiddel.

Tot slot: denk je dat kunst zich in het licht van de klimaatcrisis noodgedwongen zal moeten herdenken? Dringt er zich, zoals sommige kunstenaars en denkers nu opperen, een tabula rasa op, zoals na de Tweede Wereldoorlog?

Ik heb een deontologisch probleem met die stelling. Als embedded artist sta ik nu ten dienste van de maatschappij en werk ik vanuit een geïnstrumentaliseerde positie. Maar dat is mijn eigen keuze, ik doe dat niet omdat iemand dat van mij verwacht. Ik vind niet dat we het recht hebben om iets te verwachten van de kunst. Er moet ook kunst bestaan waarvan het statement net is dat ze geen statement wil maken over de maatschappij. Kunst als een toevluchtsoord, waar je even aan alle problemen kan ontsnappen.

Het maatschappelijk engagement van de kunstenaar kan een antwoord bieden op hoe de kunst van de toekomst er kan uitzien. Kunstenaars zijn actief op zoek naar een nieuwe taal en nieuwe vormen. Die zoektocht vormt zich van binnen de kunsten zelf, en niet omdat de klimaatcrisis, de dramatisch veranderende politieke situatie of de maatschappij dat opleggen. Ik ben zelf benieuwd naar wat die nieuwe vormen zullen zijn. Ik denk dat kunstenaars zoals John Baldessari, Tehching Hsieh, Rirkrit Tiravanija er een grote invloed op zullen hebben. Een andere tendens die ik opmerk is de opkomst van activistische kunst en kunstactivisme, denk aan Maria Lucia Cruz Correia of Katrin Nenasheva. Maar dat is stof voor een volgend gesprek.

Meer informatie

wiazemsky.eu
greentrack.be
culturaladaptations.com

E.S.

Ellen Stynen


Anyuta Wiazemsky Snauwaert

Anyuta Wiazemsky Snauwaert (1989, Rusland) is een jonge Russisch-Belgische kunstenaar. Ze studeerde af aan de rechtenfaculteit in Moskou, voordat ze besloot een artistieke carrière te beginnen. Ze studeerde Schone Kunsten aan het KASK, School of Arts in Gent. Haar werken werden getoond in Moskou, Gent, Leuven, Kortrijk, Brussel, Rotterdam en in Hyderabad. Ze maakt beeldend werk, fotografeert en performt.

Je leest: Verbeelding inbedden: welke rol kan kunst spelen bij klimaatadaptatie?