Over de betekenis van prijzen in de beeldende kunsten

Anamnesis, Otobong Nkanga

De Belgian Art Prize, één van de belangrijkste kunstprijzen in België, wordt geannuleerd en dat voor het tweede jaar op rij. De finalisten van 2020 hadden bedenkingen bij het opzet van de prijs. Kunstenpunt maakt de vergelijking met gelijkaardige prijzen in onze buurlanden. Zo hopen we bij te dragen aan de discussie over de relatie tussen kunstenaars en de organisaties die de prijzen uitdelen, en hoe beide met elkaar (kunnen) werken.

Kunstprijzen en cultuurbeleid

Kunstprijzen worden georganiseerd door overheden of de private sector om opkomend talent te ontdekken, om oeuvres te bekronen en om het debat en de publieke belangstelling voor kunst te stimuleren. Ze spelen daardoor altijd een rol in het proces van waarderen en canoniseren. Kunstenaars verwerven er naam mee en komen erdoor in het vizier van curatoren, potentiële kopers of opdrachtgevers. Ze zijn dus gesitueerd in een omgeving -dikwijls een spanningsveld- tussen koningen en overheden, opdrachtgevers, verzamelaars, academies, kunstinstellingen, kunstenaars en critici, en staan daardoor regelmatig ter discussie.

Al eeuwenlang worden prijzen aan kunstenaars toegekend door onder andere staatshoofden, staatsgebonden academies of private opdrachtgevers. Zo werd de Prix de Rome onder impuls van Koning Louis XIV uitgereikt door de Académie Royale de peinture et de sculpture vanaf 1666, een stipendium waarmee de laureaat drie tot vijf jaar lang in Rome kan werken in de Académie de France. De prijs was zeer gegeerd.

In de 19de eeuw werden prijzen meermaals bekritiseerd omdat het systeem de macht zou bevestigen van bekende kunstenaars, de kunstacademies (het ‘academisme’) en de beschermheren en -dames (die bovendien dikwijls onderling met elkaar verbonden zijn). Ook worden bestaande waardenkaders erdoor in stand gehouden en is er te weinig ademruimte voor nieuwe kunstpraktijken en stromingen.

Prijzenbeleid in de 20ste eeuw

Wanneer overheden in de 20ste eeuw een cultuurbeleid ontwikkelen voor beeldende kunst, investeren ze niet enkel in opleidingen en musea, maar ook in rechtstreekse steun aan kunstenaars. Dat gebeurt in de vorm van kunstaankopen en sociale ondersteuning, maar ook kunstprijzen worden een instrument van de overheid om kunstenaars te steunen.

In de jaren 1980 en 1990 evolueren de meeste Westerse landen naar een ontwikkelingsgericht beleid: beurzen zijn niet meer verbonden aan een resultaat, maar geven kunstenaars tijd en materiaal om hun oeuvre te ontwikkelen. Ook beloftevolle projecten worden gesubsidieerd. De beoordeling gebeurt door experten uit het veld, die door de jaren heen steeds diverser worden samengesteld (leeftijd, gender, culturele achtergrond, kennis van subdisciplines), om zo maximaal open te staan voor nieuwe praktijken en generaties. Soms behoudt de overheid één jaarlijkse prijs, aanvullend op het subsidiebeleid.

Het prijzenbeleid in Vlaanderen

Dezelfde ontwikkeling zien we ook terug in Vlaanderen. In de jaren ‘80 werden jaarlijks 17 oeuvreprijzen toegekend aan Vlaamse kunstenaars voor in totaal ongeveer 44.000 euro per jaar. Daarnaast organiseerde de overheid ook aanmoedigingstentoonstellingen voor jong talent.

Vanaf 1992 zet Vlaanderen in op een ontwikkelingsgericht beleid voor beeldende kunsten met een aankoopbeleid, beurzen, projectsubsidies, internationale projecten, tussenkomsten in reis en verblijf, buitenlandse residenties en steun aan galeries die Vlaamse kunstenaars promoten op belangrijke buitenlandse kunstbeurzen. [1]

Sinds 2003 worden de Vlaamse Cultuurprijzen – nu de Ultima’s [2] – uitgereikt door de Vlaamse minister van Cultuur aan toonaangevende artiesten, kunstenaars, organisaties of gezelschappen. Het zijn kwaliteitslabels die erkenning geven aan het culturele belang van het werk van de laureaten. Daarnaast reiken ook steden en private stichtingen prijzen uit.

Legitimatie van kunstprijzen in een veranderd beeldende kunstenveld

Zowel de uitbouw van de kunstmarkt en van publieke kunstorganisaties, als de omslag naar een ontwikkelingsgerichte visie op de ondersteuning van kunstenaars, hebben een grote invloed op de rol, doelstellingen en vorm van kunstprijzen. Je kan de vraag stellen of er in een context van residenties, werkplaatsen, kunstruimtes, musea, biënnales, galeries en kunstbeurzen nog nood is aan dit soort prijzen. Wat is hun meerwaarde en bestaansrecht?

Die veranderingen – en de discussies die ermee gepaard gaan – brengen we in kaart aan de hand van vier prijzen: de Belgian Art Prize (B), de Prix de Rome (NL), de Turner Prize (VK) en de Prix Marcel Duchamp (F). Elk van deze prijzen nomineert en bekroont genomineerde kunstenaars die in het land werken en nodigt hen uit om nieuw werk te maken.

Niet jong, wel vernieuwend

De Prijs Jonge Belgische Schilderkunst / Prix Jeune Peinture Belge werd in 1950 opgestart door verzamelaars en mecenassen om jonge kunst te promoten en te ondersteunen. Door de jaren heen ontstonden er echter voldoende initiatieven rond opkomend talent. Daarom werd de prijs in 2016 omgevormd tot de Belgian Art Prize – zonder leeftijdsgrens – voor “getalenteerde toonaangevende Belgische of in België residerende kunstenaars om hun carrière verder uit te bouwen en hun nationale en internationale erkenning te versterken.” (belgianartprize.be)

Ook de Turner Prize (1984) en de Prix Marcel Duchamp (2000) hanteren geen leeftijdsgrens. Voor de Nederlandse Prix de Rome (1807) ligt de leeftijdsgrens op 40 jaar. Die grens zorgt voor discussie. Termen als jong en opkomend worden als paternalistisch aangevoeld en hebben een marktgericht karakter: alsof vernieuwing en experiment het privilege zijn van jonge kunstenaars, en carrières rechtlijnig verlopen naar de top met enkel ondersteuning bij de opstart. Sector en beleid gaan eerder uit van levenslang ontwikkelen.

Media en zichtbaarheid als meerwaarde

Prijzen hebben een potentiële communicatiewaarde, zowel voor de kunstenaars als voor de beeldendekunstensector. De Turner Prize is de meest gemediatiseerde en genereert dikwijls een geanimeerd debat over kunst. Om die zichtbaarheid te versterken trachten de organisatoren de prijs te organiseren in samenwerking met een grote publieke instelling en met de media.

  • De Belgian Art Prize wordt georganiseerd in samenwerking met Bozar en het tijdschrift HART,
  • de Turner Prize in samenwerking met Tate en BBC,
  • de Prix de Rome met het Stedelijk Museum,
  • de Prix Marcel Duchamp met het Centre Pompidou.

Bovendien beschikken die partners vaak over de nodige expertise rond procedure en jurering, en geven ze de prijs een publiek karakter (als evenwicht tegenover de kunstmarkt en de verzamelaars).

Turner Prize 2019 nominees: Oscar Murillo, Tai Shani, Helen Cammock and Lawrence Abu Hamdan (c) Stuart C. Wilson / Getty Images for Turner Contemporary

Streven naar eerlijke relaties, ook binnen een prijs

Een ontwikkelingsgerichte visie op de ondersteuning van kunstenaars betekent dat je als sector (zowel privaat als publiek) zorgt voor de juiste condities om hun talent te ontwikkelen en kunstwerken te maken. Er is nood aan tijd, werkruimte, productiemiddelen en professionele omkadering.

Kunstenaars moeten tijd kunnen kopen om zich te concentreren op hun werk, bijvoorbeeld door een beurs of door verloning. Daarnaast hebben ze ook een budget nodig voor de productie en presentatie van nieuw werk. [3] De hiërarchische en patronale verhouding – waarbij de kunstenaar onderaan staat op de ladder, volledig zelf investeert, en blij mag zijn om deel te nemen aan een tentoonstelling die de symbolische en financiële waarde van hun werk mogelijks zal verhogen – maakt vandaag stilaan plaats voor een horizontale verhouding, waarbij de ins en outs eerlijk verdeeld worden.

Prix de Rome

Ook sommige prijzen maken die omslag. Zo krijgen de 4 kunstenaars op de shortlist van de Nederlandse Prix de Rome elk een vast werkbudget van 9.000 euro voor een werkperiode van 5 maanden, bedoeld om tijd vrij te maken en het nieuwe werk te realiseren. Daarnaast kunnen de kunstenaars een bedrag tot 8.250 euro productiekosten doorrekenen op basis van facturen van derden (voor bijvoorbeeld het huren van een tijdelijke studio, apparatuur, gespecialiseerde werkplaatsen of diensten). Daarnaast kunnen ze ook vijf gesprekken voeren met een coach of een inhoudelijke sparring partner naar keuze (bijvoorbeeld een kunstenaar, filmmaker, curator of beoefenaar van specifiek ambacht). Vanuit het tentoonstellingsbudget wordt bijgedragen aan de presentatie van het werk en aan een publicatie. De uiteindelijke winnaar krijgt 40.000 euro en een werkperiode van drie maanden in de American Academy in Rome.

Prix Marcel Duchamp

De Prix Marcel Duchamp voorziet voor elk van de 4 genomineerde kunstenaars 30.000 euro voor de productie van een nieuw werk en draagt de kosten voor de presentatie van hun werk gedurende drie maanden in de galerie 4 van het Centre Pompidou (650 m2), inclusief een catalogus. Op basis van die expo kent een internationale jury de prijs van 35.000 euro toe.

Turner Prize

De Turner Prize voorziet 5.000 Britse pond per genomineerde kunstenaar voor de productie en verloning, en 25.000 pond voor de winnaar.

Belgian Art Prize

De Belgian Art Prize voorziet een tussenkomst van 5.000 euro in de kosten voor de productie van nieuw werk. Daarnaast voorziet de organisatie de presentatie in Bozar en een catalogus. De prijs bedraagt 25.000 euro, de ING-publieksprijs is goed voor 10.000 euro.

Een productiebudget van 5.000 euro of pond per kunstenaars veronderstelt dat de kunstenaars een stuk zelf investeren in de productie, en dat ze in competitie gaan met elkaar om hun investeringen eventueel te recupereren wanneer ze de prijs winnen. Dit was één van de redenen waarom de genomineerde kunstenaars van de Belgian Art Prize 2020 in gesprek zijn gegaan met de organisatoren, in de vorm van ‘suggesties in 7 punten van de finalisten voor de BAP 2020’.

De Belgian Art Prize beslist eenzijdig tot de annulering. Het persbericht van de BAP stelt dat de kunstenaars “voorwaarden en eisen gesteld hebben die veranderingen in het reglement, de partnerschapsovereen­komsten en de organisatie van de Prijs behelzen. (…) Omdat er geen overeenkomst werd bereikt hebben de organisatoren van de Belgian Art Prize besloten om de editie van 2020 te annuleren.”

Om dezelfde reden stelden de genomineerden van de Turner Prize 2019 zich op als collectief en stelden ze de jury voor om de prijs te verdelen onder de 4 genomineerden.

At this time of political crisis in Britain and much of the world, when there is already so much that divides and isolates people and communities, we feel strongly motivated to use the occasion of the prize to make a collective statement in the name of commonality, multiplicity and solidarity – in art as in society. (…) The other reason is that we genuinely didn’t feel like in the nature of the works we make the competition format worked because it would pit prescience over the contribution that we make as artists.

De laureaten van de Turner Prize 2019 (The Guardian, 3 december 2019)

Transparantie tussen kunstenaars en kunstorganisaties

Het debat over de verloning wordt wereldwijd gevoerd, mede omdat de sociaal-economische positie van beeldend kunstenaars een van de slechtste is van alle kunstdisciplines. [4] In de meeste landen ontstaat consensus tussen overheid en kunstensector over de noodzaak om kunstenaars te verlonen, en dit te scheiden van het (co)productiebudget en de kosten voor presentatie, reflectie en bemiddeling. [5]

Een goede samenwerking tussen kunstenaars en kunstorganisaties houdt ook in dat alle partijen in gesprek gaan en onderling transparantie scheppen over condities, middelen, uitgaven, financieringsbronnen, opbrengsten en verwachtingen. De kunstprijzen maken die condities transparant in een reglement en een procedure die online worden gepubliceerd. Het vormt een uitdaging om daarbinnen kunstenaarsgericht te werken. [6]

Naast verloning en productiemiddelen spelen ook andere kwesties rond werken in de kunsten zonder schade aan te brengen aan mens of natuur. Denk aan duurzaam reizen en materiaalgebruik, het gebruiken van diensten waarvoor mensen eerlijk vergoed worden en de herkomst van de financiering.

Zo hebben kunstenaars recent geweigerd om deel te nemen aan tentoonstellingen in musea zoals MoMA PS1 en Whitney Museum of American Art, omdat die gesponsord worden door bedrijven die betrokken zijn bij oorlogsindustrie, vervuiling of uitbuiting. [7]

De genomineerde kunstenaars voor de Turner Prize 2019 hadden bezwaren bij een homofobe sponsor, net zoals de genomineerde kunstenaars van de Belgian Art Prize vragen hadden bij hoofdsponsor ING, waartegen een klacht loopt bij de OESO. [8] Met deze acties kunnen de kunstenaars de wereld niet onmiddellijk veranderen, maar ze stellen zich wel consequent op over de manier waarop ze eerlijk willen werken, en vragen aan kunstorganisaties om werk te maken van ethische kaders. Een dergelijke omslag vraagt tijd en begint bij het handelen van kunstenaars en kunstorganisaties.

Divers op het gebied van leeftijd, gender, praktijk en culturele achtergrond

Een ander aandachtspunt is diversiteit: hoe kan je als sector oog hebben voor diversiteit in praktijken, leeftijd, gender en culturele achtergrond? Hoe kan je dominante trends en bestaande machtsmechanismen (van opleidingen, kunstdealers, musea, galeries, kunstbeurzen en curatoren) openbreken?

Het opzet van de procedure en de samenstelling van de jury zijn cruciaal om die evenwichten in te bouwen en de checks and balances intern te garanderen. Zo wordt vermeden dat de prijs het belang van één of van een beperkt aantal partijen dient, of de bestaande machtsverhoudingen en trends te sterk bevestigt.

De meeste prijzen hanteren een mix van sferen en expertise. Voor de Turner Prize stelt Tate elk jaar een jury samen die bestaat uit een mix van kunstorganisaties, curatoren, critici en schrijvers (dus geen galeristen, verzamelaars of dealers). Minstens één lid is buitenlander. De jury kiest de nominaties op basis van een eigen lijst en een lijst van kunstenaars die voorgedragen zijn door het publiek via de Tate website.

Tijdens de eerste 3 edities was slechts één kunstenares genomineerd en het duurde tot 1993 tot Rachel Whiteread als eerste vrouw de prijs wint. De diversiteit van de Turner Prize is een kwestie van diversiteit in de jury, volgens Linsey Young, curator van de afdeling Britse hedendaagse kunst in Tate Britain:

The Prize has gone through quite subtle changes, and the lists are certainly getting more diverse and obviously it reflects what’s happening in the wider contemporary art community. That diversity is helped along by an eclectic, thoughtful judging panel, which now includes an outlier in the mix—someone who is engaged with art, but not in a direct, professional sense. Past examples include the novelist Tom McCarthy in 2018, or fashion journalist Charlie Porter on this year’s panel.

Linsey Young, Tate Britain op artsy.net (29 november 2019)

Het Mondriaan Fonds nodigt telkens een breed samengestelde groep van scouts uit om elk twee kandidaten voor te dragen. Daarnaast kunnen ook derden namen voordragen, waaruit de internationale jury uiteindelijk 4 kunstenaars nomineert.

Voor de Prix Marcel Duchamp zijn het de verzamelaars en kunstliefhebbers die 4 kunstenaars kiezen. Zij maken nieuw werk op basis waarvan een jury de prijs toekent.

De Belgian Art Prize nodigt een 80-tal kunstprofessionals en verzamelaars uit om elk 5 kunstenaars voor te stellen waaruit een internationale jury 4 kunstenaars nomineert. Hen wordt gevraagd om nieuw werk te presenteren, waarna de jury een winnaar kiest.

In 2018 ontstond controverse over de 4 genomineerde mannelijke kunstenaars voor de Belgian Art Prize. [9] Dit leidde tot een debat over de procedure en de nood aan meer diversiteit bij de nominatoren en jury. De organisatoren schakelden voor de editie 2020 een adviescomité in om een vernieuwd panel op te stellen dat de diversiteit binnen het ecosysteem van de beeldende kunsten beter vertegenwoordigt. Op die manier hebben de organisatoren juryleden geselecteerd die betrokken zijn in de hedendaagse kunstscene en die verschillende achtergronden en een verscheidenheid aan activiteiten hebben in zowel de publieke als de privésector. Dit liet zich ook merken in een opmerkelijk diversere lijst van genomineerden voor de Belgian Art Prize 2020.

Nationaal/Transnationaal

Tenslotte speelt de vraag naar het nationaal karakter van deze prijzen in een kunstwereld die transnationaal is. Die kwestie loopt parallel met de landenpaviljoenen tijdens de biënnale van Venetië. De Belgian Art Prize is gericht op Belgische kunstenaars, de Prix de Rome op Nederlandse kunstenaars, de Prix Marcel Duchamp op Franse kunstenaars en de Turner Prize op Britse kunstenaars. Maar elk van de prijzen rekt het begrip nationaliteit open naar kunstenaars die verblijven in het land of voeling hebben met de kunstscene van een land. Ook over deze kwestie spraken de kunstenaars die de Turner Prize 2019 wonnen zich uit:

The artists referred to the significance of the Turner prize – which is for a British artist working in Britain – seeking to “expand what it means to be British”, and said their work sought to take a stand against isolation and exclusion in a hostile environment with a “symbolic gesture of cohesion”.

The Guardian, 3 december 2019

Prijzen blijven belangrijk, maar net als alle andere vormen van ondersteuning van kunstenaars en van maatschappelijk debat over kunst is het belangrijk dat ze open en transparant verlopen, zich ontdoen van sporen van paternalisme, zich eerlijk verhouden tot kunstenaars en de betekenis van kunstenaars en kunst in de samenleving dienen. Die omslag naar eerlijk en ethisch werken in de kunsten vraagt geduld en inlevingsvermogen om daarover met elkaar in gesprek te gaan, maar dat mag niet weerhouden om er nu werk van te maken.

Noten

[1] Verhack, Valerie, “Het Vlaamse beeldende kunstbeleid”, in: Frisse lucht, lange adem. Historiek, cijfers en scenario’s van het beeldende kunstveld in Vlaanderen, BAM 2011, p.4.

[2] ultimas.be

[3] Over de sociaal-economische positie van kunstenaars en de rol van ontwikkeling in hun loopbaan, zie Kunstenpunt (red.), Landschapstekening Kunsten 2019. Ontwikkelingsperspectieven voor de kunsten anno 2019, Kunstenpunt 2019, pp. 149-165.

[4] Hesters, Delphine, Loont passie? Een onderzoek naar de sociaal-economische positie van professionele kunstenaars in Vlaanderen – Samenvatting, 2016, pp.15-18.

[5] In Nederland is er het Kunstenaarshonorarium, lees meer over verloning in het VK en in Frankrijk.

[6] Lees meer over het Charter Fair Practices van oKo, de Nederlandse Fair Practice Code, de Fair Art Almanac van State of the Arts en het Handvest voor de podiumkunstenaar

[7] Bishara, Hakim, “Artist Phil Collins Withdraws From MoMA PS1 Exhibition in Solidarity With Prison Divestment”, Hyperallergic, 30 oktober 2019.

[8] In het statement van de kunstenaars wordt verwezen naar Fairfin.

[9] Zie bijvoorbeeld de open brief “Response to the BelgianArtPrize exclusionary shortlist 2019” uit 2018.

Je leest: Over de betekenis van prijzen in de beeldende kunsten