Meerstemmigheid in de kunsten: gender
Wil je meerstemmigheid binnen de kunsten versterken? Dan is het essentieel om de mechanismen van uitsluiting te begrijpen en te zien hoe ze op elkaar inwerken – dit wordt ook wel kruispuntdenken of intersectionaliteit genoemd.
Via het dossier meerstemmigheid brengt Kunstenpunt deze uitsluitingsmechanismen in kaart, en verkennen we hoe we deze kunnen doorbreken aan de hand van verschillende identiteitsassen.
Madonna Lenaert onderzocht de rol van gender bij het nastreven van meerstemmigheid in de kunstensector.
Over gender wordt zoveel geschreven en gezegd dat iemand zich kan afvragen of het de moeite waard is om toe te voegen aan die stomende, oververhitte hoop. Wat kan ik zeggen dat voelt als een toevoeging aan het gesprek of debat? Hoe kan ik proberen om de grote omvang van gender te vatten, zonder te vervallen in een ijl discours dat moeilijk toe te passen is? Hoe kan ik praten over de onmetelijke invloed die gender heeft op ons dagelijks leven zonder te vervallen in banale reductie of anekdotiek? Hoe moet ik me verhouden tot de waslijsten vol onzin die dagelijks op onze schermen verschijnen, of herhaald worden in politieke ‘debatten’? En hoe doe ik dat zonder pretentieus te zijn, zonder te pochen de waarheid in pacht te hebben?
Het is bijzonder complex geweest om over gender te schrijven – dat onzichtbare ding dat tussen ons allen inhangt en nergens echt te meten of te vatten valt. Een louter wetenschappelijk artikel over de invloed van gender op onze sector zat er al helemaal niet in. Literatuur die aandacht heeft voor genderdiverse personen ontbreekt grotendeels, waardoor het samenbrengen van het beschikbare materiaal een erg beperkt beeld zou schetsen. In een studie die VI.BE uitvoerde waarbij een nulmeting werd gedaan omtrent de relatie tussen persoonskenmerken, uitsluiting en discriminatie in de muzieksector, werden genderdiverse personen bijvoorbeeld niet besproken omdat ze onvoldoende data kregen om een representatief beeld te scheppen. Begrijpelijk, maar het helpt een alomvattend wetenschappelijk artikel weinig vooruit – en enkel schrijven over cisgender mannen en cisgender vrouwen is niet aan mij besteed.
Tegelijkertijd geef ik graag toe dat ik, wanneer ik over gender spreek, dat vaak doe in de termen van ‘man’ en ‘vrouw’, ook in deze tekst. Dat komt omdat we in een genderbinaire samenleving leven. Een genderbinaire samenleving voorziet enkel patronen voor man en vrouw, en ontkent een restgroep. Het logische gevolg daarvan is dat spreken over gender in dergelijke samenlevingen vooral over mannen en vrouwen gaat. Ik vind dat zelf, als non-binaire trans persoon, ingewikkeld en vervelend. Toch denk ik dat het waardevol is om die begrippen en verhoudingen onder de loep te nemen, en de status quo van onze samenleving te bespreken. Die is intriest, maar wel de moeite waard om te benoemen – wie niet benoemt laat onberoerd.
Ik heb daarom geprobeerd om verschillende begrippen, ideeën en inzichten met elkaar te verlinken. Het resultaat is eerder een soort lappendeken aan verhalen, betekenissen en verhoudingen. Op die manier ontstaat, denk ik, het meest realistische beeld van de invloed die gender heeft op mij, jou, hen, ons, de culturele sector en samenleving waarin we leven. Die sector is namelijk deel van een complexe maatschappij, waarin gender een grote en steeds onderschatte rol speelt. Gender is niet eenvoudig in tabellen of stabiele beschrijvingen te vatten, maar we kunnen wel makkelijker spreken over relaties, reacties en verhoudingen.
Uiteindelijk is het een tekst geworden die is doordrongen van ideologie, perspectieven en invalshoeken. Als je het mij vraagt is elke tekst dat. Ik geloof niet in neutraliteit en objectiviteit, in een onaangeraakt uitkijkpunt. Elk schrijven gebeurt door iemand – iemand die van ergens komt, iemand die iets wil, iemand die iets vindt. Door te schrijven vanuit ideologie, vanuit perspectieven, ontstaat net een nieuwe en verbonden blik. Een nieuwe invalshoek wordt mogelijk, een andere blik op het alledaagse opent zich.
Een eerste toevoeging aan het debat kan zijn om bepaalde begrippen nog eens helder te stellen om verwarring te vermijden. Dat lijkt broodnodig te zijn als je ziet hoeveel feitelijke onjuistheden er verschijnen op lokale en internationale fora. Dat zorgt ervoor dat de betekenis van woorden troebel raakt en constructief spreken zo goed als onmogelijk wordt. Laat ons dus beginnen bij het begin: woorden.
Voor ik daaraan begin, wil ik graag de tijd nemen om enkele mensen te bedanken. Eerst en vooral de mensen die doorheen dit proces tijd maakten om met mij in gesprek te gaan en mijn wereld te voeden. Daarbij heb ik het over Khadija el Kharraz Alami, Ciska Hoet en de mensen van go BOOM. Hun inzichten zijn verwerkt in deze tekst, wat natuurlijk niet betekent dat zij deze tekst (moeten) ondertekenen, maar dat ik hen dankbaar ben voor de verbreding die ze brachten in mijn ideeën. Daarnaast wil ik ook Kunstenpunt bedanken om me te vragen om deze tekst te schrijven, het was een waardevolle en confronterende rit.
Begrippen
- Sekse verwijst naar de seksuele anatomie van een persoon. Sekse is wat puur empirisch waargenomen wordt. Het idee heerst nog steeds dat sekse eenduidig en binair is. Wetenschappers brengen echter een complexer beeld aan het licht. Naar schatting zijn tot 1,7% van alle mensen intersekse, wat betekent dat hun anatomie niet op te delen valt in enkel mannelijk of vrouwelijk, maar elementen uit de twee categorieën combineert. Daarnaast bestaan er ook chromosoom variaties naast XY en XX, zoals onder meer XXY, X of XXX, die sommigen als intersekse categoriseren. Sekse is objectief, de categorieën die we gebruiken om wat we waarnemen op te delen zijn subjectief. Ja, ook de biologische categorieën ‘man’ en ‘vrouw’, die we aannemen als neutraal en objectief, zijn cultureel en arbitrair.
- Gender slaat op de verzameling aan ideeën en verwachtingen die betrekking hebben op hoe mensen zich horen te gedragen binnen een cultureel kader, op basis van hun vermeende sekse. Het zijn dus de waarden en normen die we toekennen aan seksecategorieën. Gender begint in die zin daar waar sekse eindigt, maar is in tegenstelling niet empirisch waarneembaar. Het wordt sociaal geconstrueerd, is dynamisch en relationeel. Dat betekent dat gender een sociale praktijk is die wordt gevormd en hervormd tussen mensen die samenleven. Gender is, net als sekse, een stuk complexer dan ‘man’ of ‘vrouw’.
- Binariteit verwijst naar een systeem dat een volledige groep onderverdeelt in twee nette categorieën. Een binair systeem is een systeem waarbij geen restgroep bestaat. Zowel op het vlak van gender als sekse is het binaire dogma het meest dominante: het geloof dat we alle mensen (de groep) kunnen opdelen in man of vrouw (twee categorieën) zonder dat er dan mensen zouden overblijven (geen restgroep). Gender binariteit en sekse binariteit zijn ideologieën waarvoor geen sluitend empirisch bewijs bestaat.
- Genderidentiteit slaat op een innerlijke en persoonlijke identificatie met bepaalde maatschappelijke ideeën. Het is de manier waarop we onszelf al dan niet herkennen met ideeën of rollen binnen gender zoals we het zien opgevoerd worden rondom ons. Onze genderidentiteit is het al dan niet voelen van resonantie met de ideeën die we weerspiegeld zien in een samenleving of cultuur.
- Genderexpressie duidt op de gedragingen die we zichtbaar maken. Het stemt niet altijd overeen met onze eigen genderidentiteit, noch met de voorbedachte genderrollen binnen een samenleving. Genderexpressie hoeft niet rechtlijnig te zijn. Het slaat op alle zichtbare elementen waarmee we iets communiceren aan de buitenwereld over onze genderidentiteit, ook als we ons anders voordoen dan hoe we ons voelen. Onze naam, fysicaliteit, kleren, accessoires, voornaamwoorden en (sociale) rollen zijn enkele voorbeelden van dingen die onderdeel zijn van genderexpressie.
Gender gevormd
Gender wordt in onze samenleving over het algemeen als iets schijnbaar genaturaliseerd beschouwd. Dat betekent dat we doorheen de tijd het ordenende systeem niet langer als systeem zijn gaan beschouwen, maar als onderdeel van de natuurlijke wereld. Veel mensen geloven niet dat gender gecreëerd is, maar denken dat het er altijd al is geweest. De mate waarin mensen dat geloven, schommelt vanzelfsprekend – gender als iets wat onveranderlijk is, tegenover gender als iets wat een onveranderlijke kern heeft.
Niet alleen gender is een genaturaliseerd systeem, maar ook sekse. We lijken te denken dat de seksecategorieën ‘man’ en ‘vrouw’ altijd hebben bestaan en nooit veranderlijk zijn geweest. We weten ondertussen echter dat er doorheen de tijd ook culturen en samenlevingen zijn geweest die geloofden in meer dan twee seksen, of die de categorieën van ‘man’ en ‘vrouw’ niet hanteerden.
Als we echter kijken naar de evolutie die gender in onze samenleving heeft doorgemaakt de voorbije decennia – of zelfs enkel het voorbije decennium – kan ik niet anders dan constateren dat gender een erg dynamisch gegeven is. Als we daarbij verder kijken, ook buiten onze eigen samenleving, zien we dat er niet eens een stabiele kern te vinden is. Het is duidelijk dat wat we verwachten van, of verstaan onder, ‘een man’ of ‘een vrouw’ evolueert als we die grotere schaal hanteren. Maar hoe volstrekt dit proces zich op kleine schaal, bijvoorbeeld van jaar op jaar, maand op maand, dag op dag, uur op uur, seconde op seconde?
Het dominante mainstream gender paradigma biedt geen antwoorden. Dat stelt namelijk dat gender niet tot stand komt maar een vaststaand feit is. Aanhangers van dit idee wijzen dan graag naar kleine deelaspecten van oude culturen die ze topografisch, of zelfs niet, begrijpen. Wie echter een degelijke vergelijking maakt van gender in verschillende culturen, ziet dat wanneer je genoeg culturen begint te vergelijken, er geen enkel stabiel element overeind blijft. Elke mogelijke vorm, associatie of gewoonte is terug te vinden. Dat je dus voor je eigen ideeën historische anekdotes vindt, is niet zo bijzonder, noch is het bijzonder om te stellen dat gender duidelijk een dynamisch gegeven is. Zo hanteren sommigen culturen de categorieën ‘man’ en ‘vrouw’ helemaal niet, of hebben ze een of meerdere alternatieve categorieën.
Om dat goed te vatten, moeten we gender begrijpen als een sociale praktijk. Dat uitgangspunt verdiept het besef dat gender geen inherente of stabiele kern heeft. Het sociale slaat erop dat het iets is wat tussen mensen tot stand komt, en tegelijkertijd ingebed zit in de sociale instituten van een samenleving. Denk aan hoe de arbeidsmarkt wordt georganiseerd, hoe macht wordt verdeeld, wie de zorgtaken krijgt toebedeeld en wat als normaal of afwijkend wordt bestempeld. Gender dient ook sociale noden en zorgt ervoor dat er mensen beschikbaar zijn om bepaalde taken op zich te nemen. Het dient als een organiserende kracht die vele aspecten van ons leven aanraakt en stuurt.
Dat het een praktijk is duidt erop dat gender niet iets is wat inherent deel is van wie we zijn, maar iets is wat we in stand houden door te doen. Gender heeft nood aan zichtbare herhaling en bestendiging om te blijven bestaan en is daardoor erg fragiel en (ver)vormbaar. Onze genderidentiteit is in die zin misschien wel minder vormbaar dan gender zelf.
Een belangrijk begrip om daarover na te denken is performativiteit. Judith Butler bracht het idee op in hun werk Gender Trouble (1990). Butler stelt dat gender niet iets is wat ergens vast staat opgeschreven, of uit de lucht komt vallen. Eerder is het iets wat impliciet opgepikt wordt en tot stand komt door performatieve gebaren. Performatief in deze context heeft weinig te maken met ‘een performance’. Niemand staat op en denkt ‘hoe zal ik vandaag tonen dat ik een man ben’. Eerder is gender een optelsom van gedragingen die we onbewust tot ons nemen en uitdragen. Wat we verwachten van mannen en vrouwen in deze samenleving is dus iets wat we dagdagelijks in stand houden.
We spraken eerder al over de relatie tussen gender en de noden die in een samenleving voorkomen. Omdat gender continu wordt gevormd, kan het zich ook relatief eenvoudig aanpassen aan veranderende noden in een samenleving of cultuur. Denk aan hoe de verwachtingen die rusten op vrouwen transformeren in oorlogstijd, waarbij werken plots wel aanvaardbaar werd.
Het is belangrijk om daarbij te stellen dat – ondanks het dynamische karakter – gender niet noodzakelijk een begrip is waar iedereen evenveel invloed op heeft. Zo zijn er in onze samenleving tal van instituten en instanties die wegen op gender. Denk aan het onderwijs of gezondheidszorg, of politici die elk op hun eigen manier bijdragen aan het verdiepen of verbreden van gender. Zo kunnen die instellingen bewust bepaalde gedragingen promoten of marginaliseren. Hun impact is een pak groter dan de impact van individuen en hun performativiteit.
Het gigantische belang van gender wordt zichtbaar wanneer we zien hoeveel weerstand er bestaat tegen nieuwe ideeën, voorstellen, impulsen of kritiek. Een legioen rijst naar de oppervlakte om het te vrijwaren van het onbekende. Dat verdedigen kan vele vormen aannemen. Soms is het discursief, waarbij (non-)argumenten worden aangehaald om de huidige opvattingen te verdedigen. Veelal nemen die argumenten de vorm aan van naturalisering (gender is gender omdat het ingebed zit in de natuur), essentialisering (gender is gender omdat onze lichamen die gedragingen vanzelf produceren) of historisering (gender is gender omdat het altijd al zo was, of gender is gender omdat de geschiedenis dit als systeem heeft geproduceerd). Voor geen enkele van die inzichten valt – volgens de schrijver van deze tekst – veel te zeggen.
Andere vormen die soms worden aangewend, zijn verbaal of fysiek geweld, in een poging het performatieve veld te vrijwaren van disrupties. Disrupties kunnen zich manifesteren aan de hand van gender-atypische vormen van liefde, expressie of levenspaden. In het kort proberen ze de lichamen die atypisch gedrag vertonen, zich gedisciplineerd te laten vertonen in de publieke ruimte, of ze eruit te weren. Op die manier wordt de mimetische en zelf-bestendigende cyclus niet verstoord.
What autonomy is so terrifying to men that they continue to remain silent, not inventing anything? Producing no new, critical, or creative discourse about their own situation? How long do we have to wait for male emancipation? It’s up to them, to you, to take up your independence.
- King Kong Theory
Schakeringen
Over gender wordt vaak gesproken als een ‘algemene kracht’ die ons leven vormt of stuurt. Dat betekent dat de druk niet hier en daar opduikt maar in het algemeen voelbaar is. Omdat gender zo’n algemene en breed vormende kracht is, kan het niet anders dan dat die in interactie gaat met andere identiteitskenmerken. Als we nadenken over gender kunnen we het niet los zien van de invloed die onze (gepercipieerde) huidskleur, cultuur, ability, klasse, … heeft op ons leven. Die interactie zorgt ervoor dat genderrollen voor ons openen of sluiten, en dat ons gedrag op een bepaalde manier wordt gelezen. Het is belangrijk en waardevol om te erkennen dat er verschillende vormen zijn van mannelijkheid en vrouwelijkheid, ook in een binair systeem. Die vormen verhouden zich op verschillende, dynamische manieren tot elkaar.
Al in 1979 maakt Paul Hoch een heldere analyse van hoe ras en gender met elkaar kruisen. Dat doet hij in zijn boek ‘White Hero, Black Beast’. In dat boek legt hij uit hoe witte mannelijkheid zich verhoudt tot zwarte mannelijkheid in de Verenigde Staten. Hij stelt dat de narratieven die hoog gehouden worden erop uit zijn om zwarte mannen te criminaliseren en witte mannen te verheerlijken. Witte mannen werpen zich op als degene die witte vrouwelijkheid moet beschermen voor zwarte mannelijkheid.
Dezelfde verwerpelijke narratieven duiken ook nog steeds op in onze samenleving. Denk aan hoe de feministische strijd tegen seksueel geweld wordt misbruikt om te pleiten tegen asielcentra en voor gesloten grenzen. Die narratieven berusten op een louter anekdotische argumentatie, en gaan de machtsstructuren in de eigen samenleving volledig uit de weg. We worden bang gemaakt voor de vorm die gender krijgt in andere samenlevingen om ons blind te houden voor hoe gender zich in onze eigen omgeving manifesteert.
In haar essay ‘The Conspiracy Against Men’ schrijft filosoof en professor Amia Srinivasan helder over hetzelfde probleem. Srinivasan stelt dat er geen complot bestaat tegen mannen, maar wel tegen bepaalde mannen. Ze geeft daarbij heldere cijfers over de onterechte vervolging van mannen die beschuldigd worden van seksueel geweld: slechts 14% van de Amerikaanse mannen is zwart, maar 27% van hen zijn veroordeeld. Meer nog: een zwarte man heeft 3,5 keer meer kans om onterecht veroordeeld te worden voor verkrachting dan een witte man. De kans is ook groot dat hij arm is, zoals de meeste mensen die in de Amerikaanse gevangenis zitten (wist je trouwens dat de Verenigde Staten slechts 5% van de wereldbevolking telt, maar 25% van alle gevangenen? Much to think about…). Srinivasan kadert dit niet enkel als een hedendaags fenomeen, maar linkt het met een langdurige geschiedenis. De feiten spreken voor zich.
Bram van Oostveldt schrijft in zijn publicatie ‘Over de sensualiteit van het cruisen’ (2025) ook over de intersectie die seksualiteit en klasse hebben. Hij beschrijft daarin hoe er lang werd gedacht dat homoseksuele handelingen iets waren van de gegoede klasse. Zo werd homoseksualiteit iets wat als bourgeois werd aanzien, en niet toegankelijk voor de arbeidersklasse. De arbeidersklasse kreeg een volledig andere invulling van mannelijkheid, gestoeld op een economisch model dat hard- en ruigheid verlangde.
Toch is het belangrijk om te erkennen dat er altijd verschillende versies van mannelijkheid en vrouwelijkheid voortkomen uit dezelfde setting of context. In 1970 documenteert Paul Willis hoe twaalf witte jongens, die naar dezelfde school gaan, zich ontwikkelen en ontplooien als man. Hij merkt daarbij dat diezelfde omgeving erg andere versies van mannelijkheid kan voortbrengen. Sommige jongens zetten zich af tegen hun omgeving, andere grijpen hun academische omgeving net aan om in competitie te gaan met elkaar. De eerste groep vindt hun weg naar fabrieken, de tweede naar verdere academische studies.
Een studie die meer dan 50 jaar oud is lijkt misschien achterhaald, maar de cijfers uit ons Vlaams onderwijs lijken toch iets gelijkaardig te insinueren. In een artikel in De Standaard (2024) schrijft journalist Merel Gelders helder over de prestatiekloof in het middelbaar onderwijs tussen jongens en meisjes. In dat artikel kadert socioloog Mieke Van Houtte die dynamiek. Ze wijst daarbij op de stoere houding die van jongens wordt verwacht, die hen niet toelaat om iets hard te proberen.
In hetzelfde artikel stelt Van Houtte dat meisjes ook met een soortgelijke dynamiek te kampen hebben, waarbij ze moeten balanceren tussen inclusie in de groep en toch het halen van goede punten. Zij slagen er echter in om die twee dingen met elkaar te verzoenen, en jongens niet. Dit zou goed verband kunnen houden met de dwingende eis die al op jonge meisjes rust om leuk gevonden te worden en te pleasen, wat minder van jongens wordt verwacht. Door die drukkende verwachting worden ze er na verloop van tijd mogelijks ook beter in.
Geassocieerde ideeën
Om beter te begrijpen hoe gender wordt gevormd en opgepikt, is het waardevol om een paar inzichten, ideeën en dynamieken nauwer te bekijken. Als eerste pik ik er de happiness scripts uit van de Australische filosoof Sara Ahmed. Het begrip wordt voornamelijk in haar werk ‘The Promise of Happiness’ (2010) verdiept, maar wordt later nog gehanteerd en uitgewerkt.
Ahmed duidt met dit begrip op hoe er in elke cultuur verhalen aanwezig zijn over hoe je een gelukkig leven kan leiden. Die scripts stellen dat als je die stappen volgt – bijvoorbeeld een diploma halen, een partner vinden, kinderen krijgen, een baan hebben die veel verdiend of net de zorgtaken opnemen – je uiteindelijk geluk zal vinden. Ahmed verklaart dat je niet alleen geluk vindt door de stappen te volgen, maar ook leert wanneer en hoe je gelukkig moet zijn, en hoe gender op zich ook al zo’n script is.
We can think of gendered scripts as “happiness scripts” providing a set of instructions for what women and men must do in order to be happy, whereby happiness is what follows being natural or good. Going along with happiness scripts is how we get along: to get along is to be willing and able to express happiness in proximity to the right things.
- The Promise of Happiness
Happiness can thus also be a form of pressure. Pressure does not always feel harsh. A pressure can begin with a light touch. A gentle encouragement: Go this way, go that way. Be happy, don’t be happy. Are you having children? When are you having children? A concerned look. Questions, questions: insistence on a when: when will this happen, this will happen when. Questions can be wrapped up with warmth, even kindness: she will be so much happier when, so when?
- Living a Feminist Life
Een ander idee dat ons kan helpen om de dynamieken beter te begrijpen komt terug van Srinivasan. We vinden het in haar werk ‘The Right to Sex’ (2021), waarin ze stelt dat verlangens, ook seksuele verlangens, nooit pre-politiek zijn. Daarmee doelt ze op hoe ons verlangen wordt vormgegeven door de omgeving waarin we leven. Ook de onderdrukkende systemen – zoals onder meer racisme, seksisme, validisme, klassisme – die in de wereld aanwezig zijn, vormen zo onze (seksuele) voorkeuren. Wat we mooi, leuk, aantrekkelijk en begeerlijk vinden, wordt volgens haar ingegeven door de wereld waarin we leven en ontstaat niet zozeer uit een inherente innerlijke bron.
René Girard heeft een erg gelijkaardig idee dat ook inzicht kan bieden. Hij stelt in zijn theorie over mimetisch verlangen dat de dingen die we willen niet vanuit een innerlijke bron komen, maar worden aangeleerd. We pikken ze op uit onze omgeving aan de hand van een proces van mimesis – kopiëren. Geen vergezocht inzicht lijkt me. Wie wordt geboren met het verlangen om een blinkende, wit-marmeren vanity te hebben op hun slaapkamer?
Volgens mij niemand. Het zijn ideeën, verlangens, horizons die we oppikken uit wat ons omringd. Bij dit idee is, net zoals bij het idee van gender als sociale praktijk, performativiteit een belangrijk element.
Tijdens het schrijven moet ik terugdenken aan een anekdote die ik soms vertel. Ik ben er weinig trots op omdat ik er slecht in praat over twee vrienden die me erg dierbaar zijn (daarom nu geanonimiseerd!). Die twee niet nader genoemde vrienden groeiden allebei op in een omgeving die een pak beter gesteld is dan de omgeving waarvan ik kom. Ze konden allebei proeven van dure cultuur, waarbij voedsel zoals oesters, drank zoals champagne en kledij van prestigieuze merken nooit ver te zoeken waren. Ooit hoorde ik hen samen in een gesprek toewerken naar de conclusie dat de ander ‘het gewoon begrijpt’. Ik vroeg me toen af of de ander echt iets ‘begrijpt’, of eerder toevallig met dezelfde referenties en patronen opgroeide. Daarin vind ik een spiegel voor de ideeën van Ahmed, Srinivasan en Girard – en daarmee genoeg over mij en mijn vrienden die welgesteld zijn.
Naast deze impliciete vormen van disciplinering en zachte verklaringen voor gedrag, is het belangrijk om ook aandacht te besteden aan meer expliciete correcties. De eerste stop die we daarvoor maken is bij Terrence Real, een (relatie)therapeut uit de Verenigde Staten. In ‘How Can I Get Through to You’ (2002) vat hij een paar kerninzichten samen over hoe vrouwen en mannen betere relaties kunnen hebben enerzijds, en over hoe hij kijkt naar zijn zonen die langzaamaan opgroeien en gesocialiseerd raken in het patriarchaat.
In dat boek beschrijft hij een specifiek moment. Zijn oudste zoon had enkele vrienden over de vloer. Bij hun binnenkomst dartelde de jongere zoon van de trap in zijn favoriete prinsessenkostuum om hen te begroeten. De oudere zoon en zijn vrienden maakten met een eenvoudige blik duidelijk aan de jongere dat wat hij doet niet acceptabel is. Hij begrijpt die signalen, rent de trap weer op en bergt het kostuum weg in de verkleedkoffer, waar het nooit meer uit zal komen. Dergelijke momenten benoemt Real als the normal traumatisation of boys.
Het is belangrijk om mee te geven dat dit een relatief zacht voorbeeld is van de ‘normale traumatisatie van jongens’. Met die dynamiek doelt Real op een breder verhaal waarin jonge jongens wordt geleerd dat ze beter afscheid nemen van hun eigenschappen die met vrouwelijkheid worden gelinkt, zoals emotionaliteit of zachtheid. Het is de optelsom van alle signalen die jongens tegenkomen waaruit ze die boodschap trekken. Expliciete vormen van sturing – ‘jongens huilen niet’ en fysiek geweld – en impliciete vormen van sturing – de woordeloze correctie van de oudere jongens, de angst voor uitsluiting – vallen allemaal onder het begrip.
Q: WHAT FEMININE PART OF YOURSELF DID YOU HAVE TO DESTROY IN ORDER TO SURVIVE IN THIS WORLD?
A: I’M TRYING TO FIGURE IT OUT.
- Femme in Public, Alok Vaid-Menon
De genderbinaire ideologie gelooft erin dat het kan lukken om alle mensen op te delen in twee categorieën – alle acht miljard. Zelf vind ik dat een waanzinnig uitgangspunt. Wat ik vooral zie in de wereld rondom mij is hoe mensen delen van zichzelf opofferen en toekomsten uitsluiten om binnen een systeem te passen. Het beeld van koekjesdeeg waar met een vormpje dingen worden uitgesneden, komt dan altijd naar de oppervlakte. Het overtollige deeg verdwijnt in de vuilbak.
Onze culturele geschiedenis is rijk aan tactieken en praktijken van hoe mensen die buiten de norm leefden uit de maatschappij werden gefilterd. Het gaat over economische en sociale uitsluiting: mensen konden moeilijk werk of huisvesting vinden, konden niet aansluiten bij gemeenschappelijke momenten zoals een misviering en waren niet welkom op familiale ijkpunten. Daarnaast hebben we ook een rijke historie van institutionalisering, waarbij trans of niet-heteroseksuele personen belandden in instellingen. Door ze uit de maatschappij te halen raakt de mimetische cirkel van de samenleving niet verstoord.
Een gelijkaardige tendens zien we ook vandaag opduiken in de samenleving. De vernieuwde normalisatie van haat tegenover niet-cisgender of niet-heteroseksuele personen speelt daarin een belangrijke rol. Het goedkeuren van haatdragende taal creëert namelijk een context waarin fysiek geweld kan floreren. Dat geweld laat zich vertalen naar gebroken botten of gesneden vlees, het is ideologisch bloedvergieten.
Naast die discursieve tendens zien we ook beleidsmatige ingrepen die de uitsluiting van – in het bijzonder – genderdiverse personen stimuleren. In het Verenigd Koninkrijk werd bijvoorbeeld de deur opengezet naar dergelijke exclusieve wetgeving. Dat gebeurde toen een rechtbank besliste dat de Equality Act 2010 van toepassing is op biologische sekse, en niet op genderidentiteit. Wie overigens denkt dat het zal stoppen bij de uitsluiting van trans personen, en andere mensen met een identiteit buiten de sociale norm ongedeerd zullen blijven, zou maar eens aan het kortste eind kunnen trekken.
“So people often ask me ‘Why do you continue to dress as you do, to live as incandescently as you do, knowing that you’d experience violence?’ To which I respond ‘Why do you continue to lie to yourself, knowing that you’ll experience depression? Why do you continue to sacrifice your authenticity knowing you’ll never experience happiness? Why do you stay in relationships that aren’t serving you? It’s because you’re afraid. And your fear is holding you back from actually being alive. And you hate me because I template what it means to be alive. You hate me because I show you that you didn’t have to clip your own wings, that you didn’t have to live in an abbreviated version of your joy, that you didn’t have to wait for pride — it could be pride 24/7. You didn’t have to dress up for the event or the red carpet, that every motherfucking street could be your red carpet.’ That is why trans people are being targeted. It’s not because we lack, it’s because we love. And we have the audacity to love the parts of ourselves that other people hate in themselves. So what I want is actually a societal mass reckoning with healing: I want more comprehensive therapy for all people. I want more resources for people to understand what trauma does. I want real conversations around addiction and escapist culture, I want real conver- sations around the crisis of domestic violence and intimate partner violence. The reason that you’re typecasting an entire group of people as predatory and dangerous, that you don’t know, is because it’s easier for you than to implicate your own parents, your own family, the people around you. The reason you’re scapegoating these strangers you don’t know is because you have some unresolved pain in you.”
- Alok Vaid-Menon
“Wanting to be a man? I am better than that. I don’t give a damn about penises. Don’t give a damn about facial hair and testosterone — I possess all the courage and aggression I need. Of course I want it all, just like a man; and in a man’s world I want to defy the rules. Overtly. Not tangentially or apologetically. I want to obtain more than I was promised to begin with. I don’t want to be silenced. I don’t want to be told what I may do. I don’t want them to cut into my flesh in order to make my tits bigger. I don’t want a slip of a girl’s figure when I’m nearly forty. I don’t want to flee conflict so as not to reveal my strength and thereby risk losing my femininity. A hostage is freed, and on the radio she says, “I have finally been able to have a wax, and wear perfume. I am getting my femininity back.” Or in any case that was the part they chose to broadcast. She doesn’t want to go into town, see her friends, read the papers. She wants to get a wax? Fine, that’s her business. Just don’t tell me I should think it’s normal.”
- King Kong Theory
Het patriarchaat
Het is niet makkelijk om concreet te spreken over gender, onder meer omdat er zoveel verschillende invullingen van genderrollen bestaan – er zijn verschillende manieren om een man of een vrouw te zijn. Het is makkelijker om te spreken over hoe verschillende genders zich tot elkaar verhouden, gezien deze verhoudingen stabieler zijn dan hun inhoud. Die relaties kunnen we het beste vatten als we eerst het overkoepelende en alomtegenwoordige systeem bespreken: het patriarchaat. Later bespreken we nog andere veruitwendigingen van dat systeem, en hoe die macht materialiseert.
Raewyn Connell spreekt in het werk ‘Masculinities’ (1995) over het patriarchaat als een systeem waarin mannen de machtige posities bekleden in de samenleving enerzijds, en waar de systemen of structuren zelf ook mannelijk zijn. Dat betekent dat machtsstructuren opereren aan de hand van een logica die binnen onze samenleving als mannelijk wordt gelezen. Denk aan een staat die sterk moet zijn, die straft en controleert, die verdedigt. Andere dingen die we kunnen linken aan onze staat, zoals bijvoorbeeld zorgen of opvoeden, lijken steeds meer als secundaire taken opgevat te worden die geen prioriteit hebben.
Er zijn veel verschillende dynamieken die het patriarchale systeem faciliteren. Ze zijn verbonden met elkaar, en met andere systemen die macht in stand houden. Hier nemen we enkele dynamieken onder de loep. De drie – van vele mogelijke – voorbeelden die ik bespreek zijn mannelijkheid als neutraliteit, de rol van zorg in het in stand houden van patriarchale dynamieken en het patriarchale dividend.
Het patriarchaat en mannelijke neutraliteit
Een centraal inzicht in ‘De tweede sekse’ van Simone De Beauvoir is dat mannen en mannelijkheid steeds als neutraal worden beschouwd. Vrouwen en vrouwelijkheid worden als iets anders beschouwd, als iets van de ander. Omdat het man-zijn als neutraal, als nulpunt wordt beschouwd, vormt de mannelijke blik ook de standaard.
“Representation of the world, like the world itself, is the work of men; they describe it from their own point of view, which they confuse with absolute truth.”
Dezelfde dynamiek vinden we terug bij de verhouding van trans perspectieven tot cis perspectieven. De Britse theatermaker Travis Alabanza schrijft in hun publicatie ‘Gender’: “So often gender feels like something we gaze out on in others, let them do the heavy lifting of transgression, without ever turning the eyes inwards to watch how we transgress, or confirm, or uphold, or dismantle”. Het zinspeelt op hoe genaturaliseerd gender is in onze samenleving, waardoor we het moeilijk kunnen waarnemen. Als het ons toch lukt om het te zien dan is het vooral bij de ander. Dat wijzelf ook aan gender doen, lijkt vaak onwaarschijnlijk, terwijl natuurlijk niets minder waar is. Denken dat enkel trans of non-binaire personen aan gender doen, dat enkel hun leven erdoor wordt beïnvloed, toont een groot gebrek aan inzicht in de realiteit.
Het laat me denken aan een gesprek dat ik had met iemand die werkt voor een Gentse vzw die focust op jongeren. Hij wou met me afspreken omdat er mensen in zijn werking zitten die soms conservatieve ideeën uiten over seksuele diversiteit of genderdiversiteit, wat niet zo bevorderlijk is voor jongeren die niet in de seksuele of gendernorm vallen. Daarom had hij contact gezocht via Instagram, zodat we een koffie zouden kunnen drinken om daarover te spreken, hoe hij het zou kunnen aanpakken, of ik daarin iets kon betekenen misschien. Het was een vraag waar ik graag op inging, mede omdat ik de werking van die specifieke vzw waardeer.
Ons gesprek verliep vlot en aangenaam. Ik voelde een enorme openheid bij hem, en hij pikte de ideeën snel op. Dat was ook nodig, want ik was een lezing die normaal iets meer dan een uur duurt aan het stoomtreinen op tien minuten. Aan het einde van het gesprek bleek ik tegen dezelfde muur te lopen waar ik vaak tegenaan loop. Hij had nog steeds het gevoel dat het voor mij heel moeilijk en ingewikkeld was en stelde zichzelf volledig buiten het probleem. De realiteit ziet er echter helemaal anders uit.
Een eenvoudige uitweg zou zijn om hem te problematiseren: hoe durft deze hetero klootzak mijn uitleg verkeerd begrijpen? Maar de realiteit is dat het voor cisgender personen, en in het bijzonder cisgender hetero mannen, gewoonweg moeilijk is om hun eigen identiteit te ervaren. Want hoe kan je je bewust zijn van iets wat je overal in de wereld weerspiegelt ziet? Van datgene waar je nooit frictie tegenover ervaart?
Mannelijkheid zit overal in de samenleving ingebakken en ingebouwd. Eerder bespraken we al de mannelijkheid van maatschappelijke structuren, maar dezelfde mannelijke standaard vinden we ook in hoe hoog en laag kasten hangen, hoe warm ruimtes zijn, op wie medicijnen worden afgesteld, hoe crashtest dummies eruit zien en waar je snel raakt met het openbaar vervoer.
Kortweg is onze wereld opgebouwd om mannen te dienen en mannelijkheid te verankeren. Die analyse gaat vanzelfsprekend niet alleen op voor mannen, maar evenzeer voor bijvoorbeeld witte mensen, mensen die leven met een lichaam of geest zonder handicap, mensen die heteroseksuele relaties kunnen en willen aangaan, en mensen die leven in hogere maatschappelijke klassen. Hoe dichter je bij dat ideaalbeeld aansluit, hoe eenvoudiger je door de wereld kan bewegen, hoe minder wrijving je ervaart. Wie wel wrijving ervaart, wordt door zij met meer maatschappelijke macht verkeerdelijk weggezet als waanzinnig, particulier, niche of tegendraads. Volgens mij schuilt in die perspectieven echter een grote waarheid over hoe het leven binnen de norm functioneert.
Het is in deze tekst al moeilijk gebleken – en dat zal zo blijven – om genderverhoudingen ook te betrekken bij non-binaire personen. Dat komt omdat de categorie van non-binariteit veel verschillende en uiteenlopende identiteiten omvat. Non-binariteit is namelijk deel van wat we een negatieve identificatie kunnen noemen. Het is identificeren door te zeggen wat we niet zijn, niet door te zeggen wat we wel zijn. Non-binaire personen zijn niet op te delen in de categorie ‘man’ of ‘vrouw’, maar dat betekent niet dat mensen in die categorie genderervaringen hebben die daar voorbij iets met elkaar te maken hebben.
Omdat die identiteiten zo ver uiteenlopen en onze samenleving er geen echte categorie voor kent, kunnen we moeilijk spreken over hoe ze zich verhoudt tot andere categorieën. Wel kunnen we nadenken over de relatie die non-binaire identiteiten hebben tot binaire identiteiten. We herkennen daarin sterk dezelfde dynamiek als tussen mannen en vrouwen als het gaat over neutraliteit. Non-binaire identiteiten zijn de ander, de ervaring wordt als totaal atypisch bestempeld en daardoor vaak genegeerd.
Het patriarchaat en de rol van zorg
In onze patriarchale samenleving speelt zorg een belangrijke rol bij de instandhouding van het systeem. Het is de analyse die al door de eerste feministische bewegingen werd gemaakt. Zij stelden dat de onderdrukking van de vrouw begon in de gezinseenheid. Centraal in die analyse ligt het idee dat van vrouwen veel onbetaalde zorgarbeid verwacht wordt in relatie tot het gezin, wat leidt tot financiële afhankelijkheid en een gebrek aan vrouwelijke input in de wereld buiten het huis. Laten we die ideeën verdiepen.
Van vrouwen wordt een enorme waslijst aan gratis arbeid verwacht. De eerste categorie waarin we die arbeid kunnen onderverdelen zijn de klassieke zorgtaken. We denken daarbij aan het krijgen en de verzorging van de eigen kinderen, maar ook het zorgen voor kinderen uit de omgeving. Ook de zorg die nodig is voor het huishouden is daar deel van, zoals het huis proper en ordelijk houden, zorgen voor verse boodschappen, de bereiding ervan tot voedsel en het zorgen voor zieke familieleden en naasten.
Diezelfde verwachting strekt ook voorbij het huis. Jobs die draaien rond het vervullen van die taken – bijvoorbeeld leerkrachten in het kleuter, lager en middelbaar onderwijs, poetspersoneel, mensen die in verpleegkunde werken – worden voornamelijk door vrouwen ingevuld. Het zijn ook jobs waar vaak slechte verloning en arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn. Bij leerkrachten zouden we zelfs kunnen stellen dat hoe minder zorgtaken er vervuld moeten worden, en hoe meer de focus komt op kennisoverdracht, hoe beter de verloning en voorwaarden worden.
Wanneer vrouwen disproportioneel on(der)betaalde zorgarbeid verrichten, worden de handen van mannen vrijgemaakt om werk te verrichten dat beter verloond is. Het zorgt ook voor minder competitie op de arbeidsmarkt voor desbetreffende functies. Vrouwen verdienen daardoor minder en maken een florerende economie mogelijk. Zonder hun on(der)betaalde arbeid zou er namelijk een enorme kost ontstaan in de samenleving.
Is het zorgvuldig om vrouwen op deze manier weg te zetten als degenen die voor het huishouden en de kinderen zorgen? Nee, niet volledig. De realiteit is natuurlijk een stuk complexer. Toch is het niet zinloos om te praten over algemene trends en tendensen; over de druk van verwachtingen. De cijfers zijn beperkt, maar wel helder: mannen zijn tevredener in een huwelijk dan vrouwen. Dat uit zich in een betere fysieke en emotionele gezondheid en financiële stabiliteit. Vrouwen die single zijn komen er dan weer beter vanaf dan mannen die alleenstaand zijn. Interessant en het waard om vernoemd te worden. U ziet: niet alleen de economie profiteert van vrouwelijk labeur, ook mannen pikken hun graantjes mee.
Dat mannen het er beter vanaf brengen dan vrouwen in relaties en huwelijken, heeft met meer te maken dan enkel die klassieke zorgtaken. Er zijn namelijk nog andere taken die van vrouwen verwacht worden die bijdragen tot die dynamiek, en ook een verhouding hebben tot zorg. Een eerste gebied dat de moeite waard is om te bespreken, is de emotionele arbeid die verwacht wordt van vrouwen in relatie tot mannen – binnen en buiten romantische partnerschappen. Emoties van mannen worden vaak hoger in het vaandel gedragen dan het comfort van vrouwen. Die laatste moeten hun eigen noden vaak opzij schuiven om mannen zeker niet te kwetsen.
Dat uit zich in hoe mannen slecht met hun eigen emoties kunnen omgaan – door hoe ze worden gesocialiseerd – en ook de emoties van anderen slecht kunnen plaatsen. Van vrouwen wordt verwacht dat ze hun tijd en energie vrijmaken om mannen doorheen hun emoties te helpen, eerder dan dat die arbeid van andere mannen wordt verwacht of dat ze die zelf verrichten. Hoe we als samenleving omgaan met Bart De Pauw of hoe ons rechtssysteem omgaat met een student gynaecologie die zijn medestudent verkracht, zijn twee actuele voorbeelden. De dynamiek is echter een pak breder dan deze twee recente verhalen. Het omvat het grote belang dat wordt gehecht aan mannelijke perspectieven en ervaringen, en het kleine belang dat wordt verbonden aan die van vrouwen.
The issue is not that so many men are unable to cope with discomfort – it is that society as a whole is unable to cope with male discomfort, to the extent that it is considered unmanly to learn any of the basic emotional coping skills that carry a person through times of change and uncertainty. Where men’s potential discomfort is a problem to be solved, women’s pain is normalised, made invisible, and accepted – at least up to a certain degree – as our lot in nature and creation.
- Laurie Penny
Naast de emotionele en psychologische toegang die verwacht wordt, is er ook de seksuele en fysieke toegang. Die toegang was lang ook verankerd en weerspiegeld in de wet. Tot 1989 was verkrachting binnen het huwelijk geen misdaad, en pas in 2007 werd het volledig gelijkgeschakeld met andere vormen van verkrachting. De Franse auteur Virginie Despentes schrijft in ‘King Kong Theory’ helder: “like housework and bringing up children, women’s sexual services must be done for free”. Of, als het niet helder zou zijn, schrijft de Britse activist Laurie Penny in ‘Sexual Revolution’: “Interrogating the idea of the Hobbesian ‘social contract’, Pateman explains that the fundamental assumptions of Enlightenment liberation rely on an enforced power differential between men and women – an unspoken sexual contract whereby women owe men a duty of care, attention, sexual access and unpaid domestic labour”.
Ook buiten relaties vinden we die dynamiek terug. We kunnen moeilijk stellen dat het de maatschappelijke consensus is dat mannen recht hebben op seksuele toegang. Dat idee is al lang niet meer gangbaar. Stellen, daarentegen, dat het een populaire maatschappelijke praktijk is om je als man toegang te verschaffen tot de lichamen van vrouwen is minder frappant. Wat de #MeToo-beweging mooi blootlegt is hoe ver mannen gaan om die toegang te krijgen – welke argumenten, machtsverschillen en geweld ze aanwenden om de seks te verkrijgen die ze willen.
De manier waarop mannen blijven aandringen tegenover vrouwen legt die dynamiek verder bloot. Het toont dat ze niet genoeg hebben met een ‘nee’, omdat ze ergens lijken te geloven dat ze er recht op hebben. Daarom geven ze niet af of op, omdat dit is wat hen beloofd werd. De verkrachtingscultuur waarin we leven is een logisch gevolg van deze dynamiek.
Het patriarchale dividend
De seksuele en fysieke toegang die mannen zich verschaffen tegenover vrouwen sluit naadloos aan op een belangrijk idee dat ons helpt om patriarchale dynamieken goed te vatten. We noemen dat idee het patriarchale dividend. In het kort communiceert dit idee dat er een reeks voordelen zijn – waarvan we hierboven al twee bespraken – die mannen halen uit onze patriarchale samenleving. Het zijn die voordelen die ervoor zorgen dat mannen trouw blijven aan de patriarchale cultuur.
In 2021 organiseerde ik samen met enkele klasgenoten, met wie ik later het Magdalena Collectief zou vormen, een gesprek dat enkel openstond voor cisgender heteromannen uit onze opleiding. Samen met hen hadden we het over hoe zij de patriarchale cultuur ervaren, hoe ze keken naar hun eigen mannelijkheid en de mannelijkheid van anderen. Het is nog steeds mijn droom om van dat gesprek een duurzamer project te maken, omdat de gesprekken die ontstonden me toch enigszins verrast hebben. Ze hadden een veel groter inzicht in hun eigen situatie en de complexiteit ervan dan ik eerst vermoedde. Iedereen die deelnam kon erg vlot en open praten over hun perspectief en daar veel nuance in aanbrengen.
Wat al snel duidelijk werd voor mij is dat mannen misschien wel niet zo overtuigd zijn van wat ze doen – wat ze performen – als ze laten uitschijnen. Bell Hooks komt tot dezelfde conclusie als ze zegt: “I think the reason that men are so very violent is that they know, deep in themselves, that they’re acting out a lie, and so they’re furious at being caught up in the lie.” “Being caught up” betekent overigens iets helemaal anders dan “being caught”. Het tweede zou betekenen dat ze betrapt zijn, maar “being caught up” betekent dat je ergens in verstrengeld bent geraakt, ergens ongewild in bent vastgeraakt waar je niet meer uitraakt. Mannen zijn agressief, want ze weten dat ze vastzitten in een leugen waar ze niet meer uit geraken.
The vast majority of feminist women I encounter do not hate men. They feel sorry for men because they see how patriarchy wounds them and yet men remain wedded to patriarchal culture. While visionary thinkers have called attention to the way patriarchy hurts men, there has never been an ongoing effort made to address male pain. To this day I hear individual women express their concern for the plight of men within patriarchy, even as they share that they are unwilling to give their energy to help educate and change men.
- Bell Hooks
Begrijpen dat ook mannen slachtoffer zijn van het patriarchale systeem is belangrijk. De eerste mannenorganisaties in de Verenigde Staten kwamen ook tot dat besef, dat werd onderstreept door feministische organisaties. Zij zagen mannen niet (enkel) als dader maar (ook) als slachtoffer, een groep die bevrijd moest worden. Dat slachtofferschap uit zich in hoe van mannen wordt verlangd dat ze hun emoties niet diep voelen of ernaar handelen, en hoe ze daardoor slechtere en minder diepgaande relaties opbouwen, de male loneliness epidemic ervaren, hoe ze als soldaten naar het front moeten in tijden van oorlog, hoe ze in een halve waarheid van zichzelf leven, hoe ze angstig staan tegenover emotionele en fysieke nabijheid van vrienden en familie, en ga zo maar door.
Wat in de kern van het patriarchale dividend ligt, is wat we nodig hebben om te begrijpen waarom mannen toch trouw blijven aan de patriarchale cultuur die hen schaadt, of wondt zoals Hooks schrijft. Het stelt namelijk dat de voordelen die mannen halen uit het patriarchale systeem voor hen meer doorwegen dan de nadelen, dat de privileges het waard zijn om de pijn die hen wordt gepresenteerd te verduren.
De mate waarin mannen overtuigd worden door dat dividend is niet te onderschatten. Het zorgt er namelijk niet alleen voor dat ze bereid zijn om zichzelf het eerder genoemde en verregaande geweld aan te doen, maar ook om geweld te plegen tegenover hun omgeving als die afwijkend gedrag vertonen. De nuance die ik hierbij moet aanbrengen is dat ze er enerzijds bereid toe zijn, en dat ze er anderzijds toe in staat gesteld worden omdat de omgeving het tolereert. Ik heb het dan over een breed palet van geweld dat strekt van verbaal geweld en sociale uitsluiting tot het opwekken van schaamte of het institutionaliseren van mensen en het plegen van fysiek geweld op naasten en vreemden.
Men love talking about women. At least then they don’t have to talk about themselves. How is it that in thirty years no man has produced the slightest innovative work on masculinity? They are so expert, so voluble when it comes to holding forth about women, so why this silence when it comes to themselves? We know that the more they speak, the less they say – of essentials, of what they really think.
- King Kong Theory
Gender exclusiviteit
The people running the society call the shots as if they’re still living in one of those little villages, where they kill the ones they don’t like or put them in the forest to die… when somebody else is running a society like that, and you are the one who would be put out to die, it gets too hard to stay out in that society all the time. And that’s when you find a place, and you try to bar the door and check all the people who come in. You come together to see what you can do about shouldering up all of your energies so that you and your kind can survive… But that space while it lasts should be a nurturing space […] In fact, in that little barred room, where you check everybody at the door, you act out in the community.
- Coalition Politics
Dit citaat uit ‘Coalition Politics’, een essay van de componist en activist Bernice Reagon, vat goed samen waarom exclusieve ruimtes belangrijk kunnen zijn. Een exclusieve ruimte is een plek waar enkel mensen die deel uitmaken van een bepaalde identitaire groep welkom zijn. Wie constant onder druk staat van de buitenwereld om authenticiteit in te ruilen voor comfort heeft soms nood aan ruimtes waar het centrum, het nulpunt, ergens anders ligt. Plekken waar bijvoorbeeld enkel FLINTA+-personen (female, lesbisch, intersekse, non-binair, trans, agender en andere mensen die onderdrukt worden door cisgender mannen) zijn bieden zuurstof in een drukkende wereld. Wanneer het nulpunt in een ruimte anders ligt dan verandert de volledige sociale dynamiek. Bepaalde vragen of opmerkingen zullen niet worden geuit, omdat die vanuit het dominante perspectief komen.
Los van het nieuwe nulpunt bieden exclusieve ruimtes ook de kans om lotgenoten te ontmoeten. Een ruimte die bijvoorbeeld wordt ingericht specifiek voor trans femme personen biedt de gelegenheid om uit te wisselen, sociaal netwerk te versterken en de weg naar de juiste hulp te vinden. Exclusieve ruimtes gericht op mensen die aangetrokken zijn tot hun eigen gender bieden de kans om romantische of seksuele contacten te ontmoeten, wat niet altijd evident is voor mensen die niet heteroseksueel of -romantisch zijn.
Er is de voorbije jaren al veel te doen geweest over dergelijke ruimtes. Ik wil graag de tijd nemen om die met hand en tand te verdedigen. Het narratief wordt namelijk omgedraaid, bepaalde stemmen presenteren het verhaal als volgt: we leven in een gelijke wereld, en sommige gender of seksuele minderheden maken die wereld ongelijk door bepaalde ruimtes af te sluiten voor anderen. Zo verdelen die minderheden de maatschappij, zorgen zij voor spanning, zorgen ze voor aversie en wekken ze haat in de hand.
Het verhaal zoals ik het zou vertellen klinkt helemaal anders: we leven in een wereld waar we overal geweld meemaken, verbaal of fysiek. Ik zou zeggen dat ik me niet kan herinneren wanneer ik voor het laatst zorgeloos uit kon gaan in een plek die niet expliciet queer was, nog wanneer ik voor het laatst zorgeloos over straat kon lopen in de kleren waar ik me echt goed in voel – niet de kleren die ik dagelijks draag als compromis. Ik zou zeggen dat ik me niet kan herinneren wanneer ik voor het laatst niet bang was voor mijn vrienden die in de nacht alleen naar huis moeten raken. Dat we het heft in eigen handen nemen, zelf een café, feest, spelletjesavond, boekenwinkel beginnen waar het over ons gaat, wat is daar zo mis mee?
Gender in de kunsten
Als we willen praten over hoe gender een impact heeft op de kunsten is het eerst en vooral belangrijk om te erkennen dat de kunsten deel zijn van de wereld waarin ze bestaan. Het idee dat de kunsten een vrijplaats moeten zijn, is nobel en valt na te streven tot op zekere hoogte. Wanneer we echter gaan pretenderen dat wat er binnen de kunsten gebeurt losstaat van wat er buiten gebeurt, slaan we de realiteit over. Dat leidt noodzakelijkerwijs tot gevaar. Zo maakt 25% van de vrouwen in de culturele sector grensoverschrijdend gedrag mee.
Wat ik hierboven beschreven heb, over verschillende genderdynamieken en het patriarchaat, gaat ook op voor onze culturele sector. Mogelijks worden sommige effecten zelfs uitvergroot. Dit komt door de precariteit die eraan verbonden is. Krimpende budgetten en een gebrek aan kansen vergroten sociale ongelijkheid. Wie bijvoorbeeld on(der)betaalde opdrachten kan aannemen, wordt sneller zichtbaar dan wie dat niet kan doen.
Of, als het bijvoorbeeld gaat over het opnemen van zorgtaken binnen het gezin, is het belangrijk om te erkennen dat de werkuren in onze sector vaak vallen tijdens de vrije tijd van anderen. Wie een kind heeft, moet dan opvang regelen, wat duur is en moeite kost. Die dynamiek speelt minder in een sector waar meer geld in omloop is, zoals pakweg de tv-industrie. Ouders kunnen daar makkelijker nadenken over oplossingen voor de zorgtaken dan in een sector waar mensen minder verdienen.
Zelfs wanneer mannen een grotere rol spelen in het opvangen van die zorgtaken, blijven ze tot op zekere hoogte passieve spelers. Daarmee doel ik erop dat het managen en regelen nog steeds door de vrouw gedaan wordt, en mannen hun rol opnemen waar zij dat vraagt. Dat managen en regelen zorgt voor een verlies in bandbreedte in de hersenen, wat leidt tot minder goede professionele prestaties.
Als we praten over het opvangen van zorgtaken door professionele ondersteuning is het belangrijk om ook de hedendaagse koloniale dynamieken aan te halen die daarmee verbonden zijn. Het is namelijk opmerkelijk dat het enkel lukt om vrouwen aan de arbeidsmarkt toe te voegen door hun onbetaalde arbeid op te laten vangen door mensen die de taken onderbetaald willen opnemen. Die mensen zijn veelal mensen met een migratieachtergrond, of mensen die doelbewust worden gevraagd om te migreren om die taken op zich te nemen. Kapitalisme draait dermate op on(der)betaalde zorgtaken dat er globale stromen van verhuizen op gang moeten worden gebracht om het systeem te onderhouden.
Naast dit soort dynamieken geeft ook 44,2% van de vrouwen aan genderdiscriminatie mee te maken, waarbij 19,4% zegt dat het vaak tot heel vaak gebeurt. Dat is een schril contrast tegenover 6,2% van de mannen, waarbij 0,3% aangeeft dat het vaak tot heel vaak gebeurt (volgens cijfers van VI.BE). Over ‘genderexpansieve’ personen werd in dit onderzoek geen data gepubliceerd omdat er te weinig respondenten waren.
Wat we ons daar concreet bij moeten voorstellen is niet opgenomen in het onderzoek. Uit mijn omgeving leer ik wel dat het gaat over hoe je als vrouw minder snel serieus wordt genomen in een artistiek proces of als kunstenaar, minder tijd krijgt om te spreken en sneller onderbroken wordt, en dat repetitieruimtes en atelierruimtes sneller worden verstoord dan bij mannen.
Gender en kunst
Ik besprak zonet welk effect gender heeft op hoe ons kunstenveld is georganiseerd. Mijn uitgangspunt daarvoor was dat we de kunsten niet buiten de samenleving mogen plaatsen, maar het moeten zien als onderhevig aan dezelfde systemen en patronen als de rest van de samenleving. Wie goed heeft opgelet weet dat gender niet alleen wordt opgepikt van buitenaf maar ook wordt doorgegeven. Dat betekent dat een sector met een groot publiek, zoals de culturele sector, ook het potentieel heeft om gender te hervormen.
We kunnen oefenen om een betere reflectie te maken over hoe we de samenleving afbeelden. Door dingen te herhalen bevestigen we ze en maken we geen nieuwe mogelijkheden. Zo worden de karrensporen in de weg steeds verdiept. Wie probeert om nieuwe scripts te tonen, kan deel zijn van een verwijding, een opening waarin nieuwe vormen van leven kunnen ontstaan.
We can become part of a widening when we refuse to be narrowed. And each time we reject or widen the happiness script, we become part of an opening. We have to create room if we are to live a feminist life. When we create room, we create room for others.
- Sara Ahmed
Tegelijkertijd is het belangrijk om te erkennen en benoemen dat de toekenning van betekenis grotendeels gebeurt bij het publiek. De normerende kaders van de buitenwereld zorgen ervoor dat ook de blik van de toeschouwer vanuit die norm vertrekt. Werk wordt daardoor soms gereduceerd tot iets wat veel enger is dan hoe de maker het bedoelde. Hoe verder iemand buiten de norm ligt – wit, man, able bodied, middenklasse, hoogopgeleid – hoe meer die dynamiek speelt. Het werk van kunstenaars van kleur wordt zo vaak gelezen als iets wat racisme aanklaagt of anti-koloniaal is, wat niet noodzakelijk waar is. Ook het werk van trans personen wordt vaak thematisch gelezen als gaande over gender of transitie, wat niet noodzakelijk zo hoeft te zijn.
Het kunstenaarsduo Daniel Kok en Luke George brachten in 2024 hun publicatie ‘Entanglements’ uit. Daarin bespreken verschillende mensen die hun parcours hebben gekruist aspecten van hun werk. In het essay dat de Maleisische Lim How Ngean schrijft bespreekt hij queering als artistieke praktijk. How Ngean beschrijft hoe de performances die het duo maken de kijker aan het denken stellen, tot op het punt dat normaliteit zelf in beeld komt. Daarvoor gebruikt hij een theorie van Rancière, die stelt dat er eerst een sensorische ervaring van ‘raarheid’ moet zijn, gevolgd door een besef van de bron van die raarheid. Wie die draad volgt zou, als derde stap, gemobiliseerd kunnen raken.
Centraal staat hetzelfde opzet dat we als Magdalena Collectief probeerden aangaan in onze masterproef DO YOU LOVE HER? Daarin onderzochten we of een ‘gequeerde’ wereld, die vrij was van context en referentiepunten uit de onze, een nieuwe lens op de realiteit kon bieden. Wat als rare, onherkenbare wezens dezelfde dingen zeggen die we zo normaal vinden? Wat als we onszelf kunnen zien zonder onszelf te zien? Welke blik zouden we kunnen openen op de wereld als we de decennialange ‘macht der gewoonte’ konden lossen?
In ‘The Left Hand of Darkness’ schetst Ursula K. Le Guin een genderloze planeet waar iedereen de mogelijkheid heeft om een kind te dragen en te verwekken. Welke rol ze aannemen wordt bepaald door hoe ze zich verhouden tot hun partner. We leren de planeet ‘Winter’ en haar bewoners, ‘Gethenians’ kennen via een aardbewoner. Die is daar op een geheime missie om de leiders van de planeet te overtuigen zich aan te sluiten bij een intergalactische federatie.
Wat K. Le Guin doet is spelen met de schuifknoppen die we maar al te goed kennen. Door een paar knoppen helemaal om te gooien ontstaat een nieuwe wereld. Het contrast dat bestaat met onze wereld laat ons toe om frisser te kijken naar onze eigen samenleving, maar evenzeer biedt het concrete mogelijkheden van spel, fantasie, en verlangen. K. Le Guin maakt in haar boeken werelden tastbaar die anders ondenkbaar en onbereikbaar waren geweest.
In haar werk speelt ze met veel verschillende sociale dimensies en assen, waaronder dus gender en seksualiteit, maar evenzeer leeftijd, onsterfelijkheid en gedaanteverwisseling. Via sciencefiction stelt ze zo pertinente vragen over de sociale werkelijkheid waarin we leven. K. Le Guin omschrijft zelf hoe de kunsten een plek kunnen zijn voor dit soort experimenten, en linkt het met de praktijken van Einstein en Schrödinger.
Why did I invent these peculiar people? Not just so that the book could contain, halfway through it, the sentence “The king was pregnant” — though I admit that I am fond of that sentence. Not, certainly not, to propose Gethen as a model for humanity. I am not in favor of genetic alteration of the human organism — not at our present level of understanding. I was not recommending the Gethenian sexual setup: I was using it. It was a heuristic de- vice, a thought-experiment. Physicists often do thought-experiments. Einstein shoots a light ray through a moving elevator; Schrödinger puts a cat in a box. There is no elevator, no cat, no box. The experiment is performed, the question is asked, in the mind. Einstein’s elevator, Schrödinger’s cat, my Gethenians, are simply a way of thinking. They are questions, not answers; process, not stasis. One of the essential functions of science fiction, I think, is precisely this kind of question-asking: reversals of a habitual way of thinking, metaphors for what our language has no words for as yet, experiments in imagination. The subject of my experiment, then, was something like this: Because of our lifelong social conditioning, it is hard for us to see clearly what, besides purely physiological form and function, truly differentiates men and women. Are there real differences in temperament, capacity, talent, psychic process, etc.? If so, what are they? Only comparative ethnology offers, so far, any solid evidence on the matter, and the evidence is in-complete and often contradictory.
- The Language of the Night, Ursula K. Le Guin
What’s to do?
Ik wil graag besluiten met een uitnodiging geboren uit wanhoop. Wie deze tekst tot het einde heeft gelezen, heeft er hopelijk iets aan gehad – een verbreding van perspectief, een kader. Misschien was je het niet met alles eens, maar hopelijk voel je wel dat er iets van aan is. Gender is geen klucht, gender is reëel en drukt op ons allemaal. Gender duwt, dreigt, en dwingt – al hoeft dat zeker niet zo te zijn.
Het zijn enge tijden voor iedereen die buiten de gendernorm leeft, voor iedereen die nog maar durft zeggen dat er iets buiten de gendernorm bestaat. Wie morrelt met gender, morrelt met macht en dat hebben mensen met macht niet graag. Zo volgt een stortvloed aan geweld en tegenkracht. Er zijn veel mensen die wat te winnen hebben bij de status quo, en er alles aan doen om die te behouden.
Op dit moment heeft de trans gemeenschap nood aan bondgenoten, aan mensen die aan haar zijde staan. Er woedt een anti-transstorm over de hele wereld. We zien het in de Verenigde Staten, waar grote publieke figuren zoals Elon Musk trans personen en gemeenschappen hebben benoemd als death cults, en door Donald Trump als erger worden bestempeld dan terreurorganisatie Al Qaeda. Er woeden laaiende debatten over het bestempelen van trans personen en organisaties als terroristen, onder meer uitgedragen door het nieuwe hoofd van de FBI.
Ook in het Verenigd Koninkrijk zien we die tendens. Daar werd zonet vastgelegd dat biologische sekse primeert op gender binnen wetgeving met betrekking op gelijke rechten. Een mogelijk gevolg daarvan is dat trans personen niet meer naar de juiste toiletten of kleedkamers zullen kunnen gaan, maar verplicht naar onveilige ruimtes moeten. Evenzeer stelt het dat het aanbieden van enkel gemengde ruimtes discriminatie is tegenover vrouwen.
Ook in de Europese Unie zet die trend zich voort. Een studie uit 2025, Trans Rights Index & Map, stelt dat er een grote achteruitgang is op het vlak van trans-inclusie en bescherming op het juridische niveau. De signalen zijn niet mis te verstaan. De internationale trend vindt ook dichtbij huis voet aan wal.
Naast die juridische evolutie verschuift er ook in de publieke opinie duidelijk veel. Dat is erg verbonden met de juridische dimensie. Als er nieuwe wetgeving komt, ook wanneer die niet nodig is, wordt de indruk gewekt dat het wel nodig is. Zo wordt een cultuur van angst gecreëerd, versterkt door politici die hun nieuwe wetgeving publiekelijk rechtvaardigen aan de hand van allerhande drogredenen.
Die maatschappelijke evolutie leidt tot letterlijk ‘van alles’. Iets wat ik de moeite vind om te bespreken zijn video’s of sociale mediaberichten die aan ‘transvestigation’ doen. In dat genre doen vreemden een poging om te achterhalen of iemand trans is. Het kan daarbij gaan over een beroemdheid of influencer, maar evenzeer over willekeurige mensen op straat. Er wordt dan ingezoomd om iets te proberen achterhalen of te onthullen over iemand. Dat dit geen positieve of neutrale handeling is, lijkt vanzelfsprekend.
Veel mensen lijken te denken dat die maalstroom die op gang is gekomen, en tot op heden enkel accelereren, niet hun probleem is. Ze hebben het gevoel dat de gender critical-beweging geen effect op hun leven zal hebben omdat zij ‘normaal’ zijn. Toch trekken zij aan het kortste eind. Onlangs werd Brigitte Macron, vrouw van de Franse president, ook slachtoffer van die tendens. Als zelfs mensen met zoveel structurele en politieke invloed slachtoffer worden van de gendergekte die rechtse machten op ons loslaten, denk dan vooral niet zelf de dans te kunnen ontspringen. Dit gaat ons allemaal aan.
Niemand vatte het helderder dan de Duitse pastoor Martin Niemöller in zijn gedicht ‘First they come’.
First they came for the Communists
And I did not speak out
Because I was not a Communist
Then they came for the Socialists
And I did not speak out
Because I was not a Socialist
Then they came for the trade unionists
And I did not speak out
Because I was not a trade unionist
Then they came for the Jews
And I did not speak out
Because I was not a Jew
Then they came for me
And there was no one left
To speak out for me
Als mensen me vragen wat er op dit moment nodig is, wat er moet gebeuren, dan blijf ik hen vaak een concreet antwoord schuldig. Het is een moeilijke vraag, want gender is een moeilijk ding om te proberen vastpakken. Wat er nu gebeurt, dichtbij en ver weg, laat me denken aan wat er op 6 mei 1933 gebeurde in Berlijn. Op die dag vielen de nazi’s het Instituut voor Seksuele Wetenschappen van Magnus Hirschfeld binnen.
Hirschfeld had er zijn levenswerk van gemaakt om informatie die betrekking had op seksualiteit en gender samen te brengen. Zijn zoektocht leidde hem rond de wereld. In zijn instituut leefden ook mensen samen die niet elders konden leven, en werden (genderbevestigende) medische ingrepen uitgevoerd. Toen de nazi’s er binnenvielen werd de hele boel platgebrand en tot niets gereduceerd.
Wat nu gebeurt herinnert daaraan. Het is een totaal verlies van kennis, van vooruitgang, van iets wat langzaam werd opgebouwd. De vele stappen die de queer gemeenschap zetten lijken ongedaan gemaakt te worden. Sommigen lijken zelfs te ontkennen dat de stappen ooit gezet zijn, zo hard worden ze uitgewist. Dat maakt me verdrietig op een niveau dat ik niet kan communiceren.
Hoe moet ik dan antwoorden op wat er op dit moment nodig is? Hoe moet ik uitdrukken wat ik denk dat nodig is wanneer de gemaakte vooruitgang, de verzamelde kennis en gewonnen debatten, teruggedraaid lijken te worden? Hoe geef ik vlees aan mijn wanhoop, mijn verdriet, mijn rouw, deze specifieke vorm van lijden? Ik weet het niet, echt niet.
Wat ik wel weet is dat zij die denken dat dit niet over hen gaat, dat deze likkende vlammenzee hun voeten niet zal bereiken omdat zij op de sokkel van ‘de normaliteit’ staan, moeten hun ogen openen. Stormen zoals deze komen nooit van nergens op, en gaan altijd ergens anders over dan lijkt. Wat er nodig is? Solidariteit. Het besef dat we dit samen zullen moeten stoppen, nu we er samen nog zijn.
Tegelijkertijd verlang ik naar de stemmen van de mensen die dichter bij die seksuele en gendernorm liggen. Gender is performativiteit, net zoals veel in onze sociale realiteit. Hoe kan ik hen overtuigen om deel te zijn van een verbreding? Gek genoeg weet ik het niet, terwijl die verbreding evenzeer zwanger is van hun bevrijding als de mijne.
Zoals mij en deze tekst eigen is, ontbreekt het me aan helderheid en een concrete vraag. Gender is ook niet concreet, maar ongrijpbaar en eeuwig veranderend. Ik hoop dat we het gauw samen vorm geven op een draaglijke manier. Wat heb ik te doen met ons allemaal.