Gedeelde grond 17: Sergio Roberto Gratteri

Gedeelde grond is een reeks gesprekken met kunstprofessionals uit Vlaanderen. Waar dromen ze van? Waar maken ze zich zorgen over? We vroegen het aan Sergio Roberto Gratteri, bezieler en artistiek leider van DAS HAUS – een nomadische ruimte voor de productie en presentatie van innovatieve klassieke muziek.

 

We proberen hier content te tonen van PodBean.

Kunsten.be gebruikt minimale cookies. Om inhoud te zien die afkomstig is van een externe site, kan die site bijkomende cookies plaatsen. Door de inhoud te bekijken, aanvaard je deze externe cookies.
Lees meer over onze privacy policy.

Beluister op PodBean

Samenvatting

Sinds een viertal jaar presenteert en produceert DAS HAUS vernieuwende klassieke muziek. Vaak buigt de organisatie zich over projecten met een multidisciplinaire of sociale inslag, vertoond in een radicaal gezellige, intieme setting. Die gezelligheid is belangrijk voor bezieler en artistiek leider Sergio Roberto Gratteri, en draagt bij aan een safe space, zowel voor de kunstenaars als voor het publiek. “Een plek waar muzikanten het gevoel hebben dat ze zichzelf kunnen zijn, en de dingen die ze willen tonen kunnen tonen, op hun manier.” Dat publiek is “geen grijze massa, maar individuen met hun eigen vrees, oordeelsvermogen en noden. Specifiek binnen de klassieke context is het nodig dat wij ons publiek het gevoel geven dat ze zich veilig kunnen voelen en openstellen, daar werken we heel bewust rond.”

Hoe creëer je zo’n safe space? “Gezelligheid is daar één aspect van,” legt Sergio Roberto uit. “Ik voel mij meer op mijn gemak in een huiselijk sfeer, dan in een tempel of een kerk. Maar je moet ook nadenken over de toegankelijkheid van het programma.” Daarnaast buigt DAS HAUS zich ook over inclusief taalgebruik. “Hoe spreek je naar je publiek toe? In je communicatie, maar ook letterlijk ter plaatse. Mijn publiek is relatief jong, en de helft houdt van klassieke muziek, de andere helft heeft er minder mee maar is wel nieuwsgierig. Dan moet je er niet zomaar van uitgaan dat iemand weet wie Mozart is.”

“In ons taalgebruik schuilt soms een veronderstelling dat je het maar weet. En het is gênant als je het niet weet, en dan voel je je slecht als publiek en dan kom je niet meer terug. Zo ontneem je mensen de kans om iemand te leren kennen die wel heel mooie muziek heeft geschreven. Het gaat dus over een combinatie van die dingen, dat is het concept.”

“Als ik programmeer, dan denk ik aan het publiek waarover ik het net had, plus mijn moeder. Dat is iemand die houdt van muziek, van klassiek, maar zodra het een beetje te avant-garde wordt, haakt ze af en vindt ze het maar niks. Ik wil dat mijn moeder tijdens onze concerten minstens drie momenten heeft waarop ze zegt: ‘Ah, dat heeft me geraakt. Dat vond ik interessant of mooi.’ Maar ik wil ook dat ze die andere momenten minder interessant vindt. Die dingen werken dan weer meer bij die andere mensen in het publiek.”

Ik hoop dat wij nog meer momenten kunnen beleven als ‘De stomme van Portici’, dat een opera in staat is om een revolutie te ontketenen.

DAS HAUS maakt ook ruimte voor safe spaces naast het podium. Zo koppelt het project Sounds for the Soul mensen die ergens mee zitten één op één aan topmuzikanten. “Dat is begonnen vanuit corona, of tenminste tussen de verschillende golven in. Enerzijds hadden we zoveel muzikanten die plots geen werk meer hadden, en het feit dat we eigenlijk geen dingen in groep meer mochten doen. Anderzijds waren er mensen die eronderdoor gingen. Het project is heel simpel, het is voor iedereen die door een moeilijk moment gaat in het leven. Dat kan eenzaamheid zijn, een burn-out, of je verliest iemand, je hart is gebroken: dan kan je een aanvraag doen. We sturen een professionele muzikant naar jou thuis die luistert naar jouw verhaal. Geïnspireerd daarop brengt die een muziekstuk als resonantie op jouw emotionele wereld.”

“We gaan naar de mensen en sociale doelgroepen die we minder bereiken: ziekenhuizen, instellingen, vluchtelingen, alleenstaande moeders, maakt niet uit. Daar waar we echt actief naartoe moeten gaan. En we trainen de muzikanten in hoe ze moeten omgaan met zo’n situaties. We hebben trainers in empathisch luisteren en verbindende communicatie om er echt een kwalitatief project van te maken. Je kan er veel fout mee doen als je het niet goed aanpakt.”

Traditiegetrouw eindigen we het gesprek met een blik naar de toekomst. Hoe kijkt Sergio Roberto naar het veld van klassieke muziek vandaag? Wat is zijn droom, en wat is zijn nachtmerrie? “Ik vind dat we als sector solidair moeten zijn. We zijn klein en moeten elkaar ondersteunen, ook in wie we zijn. Een deel van de sector doet dat, een ander deel wil vooral tonen dat het goed bezig is. Ik merk ook dat er nog vrij weinig kwetsbaarheid zit in de sector. We zijn bang om de puurheid te verliezen van ons vak, om (te) mainstream te worden. We zoeken allemaal onze weg, maar daarin moeten we plaats maken voor kwetsbaarheid.”

“Die solidariteitsoefening is ook moeilijk, want we vissen allemaal uit dezelfde pot. Die pot reikt maar tot een bepaald bedrag, dus daar zit competitiviteit in. Hoe ga je daarmee om? Ik denk dat we gewoon onze eigen stem moeten vinden. Niet beter proberen zijn, maar anders. Daarom is mijn droom dat wij zowel op maatschappelijk als politiek niveau terug beseffen wat de kracht is van muziek – zowel voor een mensenleven als de maatschappij. Ik hoop dat wij nog meer momenten kunnen beleven als ‘De stomme van Portici’, dat een opera in staat is om een revolutie te ontketenen.”

Download en lees de volledige transcriptie hier

wiki 0