Gedeelde grond 22: luister naar een nieuw gesprek met Ciel Grommen

Gedeelde grond is een reeks gesprekken met kunstprofessionals uit Vlaanderen. Waar dromen ze van? Waar maken ze zich zorgen over? We vroegen het aan architect en kunstenaar Ciel Grommen. Ze vertelt ons over haar praktijk, haar veldwerk op onconventionele plekken, en de onverwachte – maar nog waardevollere – resultaten die eruit voortkomen.

We proberen hier content te tonen van PodBean.

Kunsten.be gebruikt minimale cookies. Om inhoud te zien die afkomstig is van een externe site, kan die site bijkomende cookies plaatsen. Door de inhoud te bekijken, aanvaard je deze externe cookies.
Lees meer over onze privacy policy.

Beluister op PodBean

Samenvatting

Ciel Grommen is opgeleid als architect en kunstenaar. Haar werk toont zich zowel buiten de landsgrenzen als dichter bijhuis, waar ze evengoed de lokale context en minder traditionele plekken opzoekt. Denk aan het Klein Kasteeltje, een supermarkt, de landbouw of een fabrieksomgeving.

Voorafgaand aan dit gesprek dook Ciel in de Landschapstekening Kunsten. “Toen ik de hoofdstukken over participatieve en cross-sectorale kunsten doornam, viel het me op dat ik heel veel herkende in wat er beschreven werd rond de participatieve praktijk. Bij het cross-sectorale was ik eerder verbaasd. In de Landschapstekening lijken beide praktijken heel erg uit te gaan van co-creatie: ik denk dat dat in mijn werk minder aan de orde is. Hoewel ik me richt op plekken en contexten, en daar heel veel mensen in betrek, neem ik zelf wel de verantwoordelijkheid over het artistieke eindresultaat.” 

Vanuit haar collectief Seasonal Neighbours werkt iedereen vanuit eigen interesses. “Dat kan al dan niet participatief zijn,” legt ze uit. “Zelf ben ik er nog niet toe gekomen om mensen actief te betrekken in een artistiek proces, in de zin dat zij zich echt als makers gaan opstellen. Wel ben ik heel geïnteresseerd in de sociale dimensies, in het samenleven, en ik zie dat als materiaal. Een reactie van iemand op een werk kan tegelijkertijd ook materiaal zijn om mee verder te werken. Soms wordt dat letterlijk opgenomen via een audiofragment, soms nemen we het mee en speelt het een belangrijke rol in de verdere manifestaties van een werk.”

Toen ik subsidies voor internationale mobiliteit opzocht voor mijn project bleek ik niet in aanmerking te komen, want mijn opdrachtgever – Travail Culture – was geen kunstinstelling en mijn publiek – 1500 arbeiders, zoveel publiek had ik nog nooit gehad – betaalde geen ticketjes.

Seasonal Neighbours ontstond in 2017 toen Ciel terug verhuisde naar het dorp waar ze was opgegroeid: Borgloon in Haspengouw. “Ik voelde me daar redelijk verloren. Ik had veel gelezen over dekolonisatie, internationaal samenleven, het soort kwesties die me heel erg interesseren. Maar in Borgloon leek dat totaal niet aan de orde, omdat iedereen daar al jaren woonde. Toen mijn zus trouwde met een fruitboer die tachtig Bulgaarse mensen tewerkstelt, trok die boerderij mijn aandacht. Ik rook er geuren die ik niet kende, hoorde muziek die ik niet kende, en ik wilde daar een project rond doen. Ik heb toen veldwerk gedaan en een installatie gerealiseerd met Maximiliaan Rooijakkers. Maar toen merkte ik dat weinig mensen zich konden verplaatsen in het project of er zich toe aangetrokken voelden. Of ze hadden er wel sympathie voor, maar wilden er zich niet in organiseren. Seasonal Neighbours ontstond nadat ik ook andere kunstenaars had uitgenodigd om veldwerk te komen doen en rond dat thema te werken. Sinds 2020 zijn we een collectief van een tiental kunstenaars. We delen een methodiek van veldwerk en onderzoeksweekends, waarbij we bepaalde thema’s uitlichten en met elkaar bespreken.”

Er schort iets aan het vertrouwen dat mensen hebben in kunst, voor ze experimenten toelaten. Misschien heeft contextspecifiek werken vaak te maken met het opbouwen van vertrouwen, om dan een publiek te hebben wat klaar is voor je werk.

Wanneer we Ciel ten slotte vragen naar haar droom en nachtmerrie voor ons kunstenveld, verwijst ze naar de nood aan kunst in het onderwijs. “Ik heb het gevoel dat er veel minder geld voor cultuur is, en dat het heel erg gemeten wordt naar impact toe, dat het geïnstrumentaliseerd wordt. Specifiek heb ik veel schrik dat de kunstscholen en academies hun geld gaan verliezen, terwijl dat voor mij nog enkele van de weinige vrijplaatsen zijn – en waarin België ook redelijk uniek is – waardoor we zo’n rijk cultureel weefsel hebben. Ik denk dat meer animo creëren voor kunst ook daarin zit: in het samen maken, samen kijken, samen dingen doen. Dat wordt gecategoriseerd als kunsteducatie, maar daar komt bij mij de liefde voor kunst vandaan.”

Als ik het dan over een droom zou hebben: ik ben redelijk geïnteresseerd in die procentregeling bij publieke gebouwen. Wat als ieder bedrijf, iedere school, iedere instelling 1% aan kunst geeft?

Download de volledige transcriptie hier

wiki e