Gedeelde grond 21: luister naar een nieuw gesprek met Lieselot Siddiki

Gedeelde grond is een reeks gesprekken met kunstprofessionals uit Vlaanderen. Waar dromen ze van? Waar maken ze zich zorgen over? We vroegen het aan maker en performer Lieselot Siddiki. Ze vertelt over haar eigenzinnige pad van de schoolbanken naar het werkveld, wat het vraagt om een voorstelling op de planken te krijgen, en de aankomende première van SCHWEINEREI.

We proberen hier content te tonen van PodBean.

Kunsten.be gebruikt minimale cookies. Om inhoud te zien die afkomstig is van een externe site, kan die site bijkomende cookies plaatsen. Door de inhoud te bekijken, aanvaard je deze externe cookies.
Lees meer over onze privacy policy.

Beluister op PodBean

Samenvatting

Hoewel Lieselot Siddiki begon als actrice, is ze vandaag vooral gekend voor haar eigen werk: beeldende, immersieve en vaak absurdistische voorstellingen met een donkere ondertoon. Die uitkomst is niet zo vanzelfsprekend. “Ik ben eigenlijk begonnen door in een film te spelen. Dat bleek uiteindelijk niet wat ik wilde, en toen heb ik me in een opwelling ingeschreven aan de modeopleiding aan KASK. Een tijdlang was dat fantastisch, maar ik was te wild. Ik had een fantastische leerkracht, Marina Yee, die me zachtjes richting autonome vormgeving stuurde, een soort multimedia opleiding waar je ook performance kunt doen. Op het einde van die opleiding begon ik steeds meer met andere theaterstudenten te werken, en werd mijn werk heel theatraal. Dan ben ik de master drama begonnen, wat ik nog steeds niet heb afgemaakt. Dus eigenlijk zit ik hier met heel veel school en geen enkel diploma.”

Het resultaat is een hybride, artistieke octopus. Als maker en performer maakte ze tot nu toe twee voorstellingen: UP YOUR ASS en The Truthful. Beide geven de invloeden uit die verschillende disciplines zichtbaar weer. “Er wordt steeds meer interdisciplinair gewerkt. Ik vind dat een fantastische evolutie. Een theaterstuk is de samenvloeiing van alles, van sound, muziek, beeld, vormgeving. Sommige theaterstukken zijn bijna beeldend werk, iets wat je in een museum zou kunnen zien. Ik kijk heel graag naar wat er rond ons aan het gebeuren is.”

Je voelt dat er bij veel huizen meer focus komt op interdisciplinair werk. Maar in het subsidiesysteem maakt men nog sterk het onderscheid, dat vind ik moeilijk. Laatst moest ik voor een huis waar ik The Truthful ging spelen, specificeren of het een performance of theater was. Tja, alle twee of zo? Ik snap wel dat dat tools geeft aan het publiek, maar ik vind het een beetje voorbijgestreefd.

Geluid speelt een belangrijke rol in het werk van Siddiki. Binnenkort maakt ze haar derde voorstelling bij LOD muziektheater: SCHWEINEREI. “Het is een voorstelling die begint op de vooravond van de Franse Revolutie in Versailles. Maar het is totaal geen historisch document, maar een voorstelling over decadentie. Het wordt een soort misselijkmakend bacchanaal.” Daarvoor rekent ze onder meer op actrice Lucie Plasschaert – “mijn fictieve Marie-Antoinette” – en Lucas van der Vegt als Mozart, een klassiek geschoolde pianist en acteur. “We gaan echt met die muziek werken. Maar ik houd ook heel veel van noise, dus ook de muziek gaat verbrokkelen, het gaat eigenlijk echt over verval.”

In aanloop naar de Landschapstekening Kunsten spraken veel makers (uit verschillende disciplines en generaties) over de druk die zij voelen om te blijven maken en te blijven tonen. Zo niet ‘bestaan’ ze niet, zeggen ze. Sommige mensen beschreven het als in een tredmolen zitten waar ze niet uit geraken. Dat gevoel resoneert ook bij Siddiki. “Ik zit momenteel in een super geprivilegieerde positie. Ik krijg heel fijne kansen en dat is heel leuk. Tegelijkertijd voelt dat ook soms zo random, want ik ken zoveel zotte makers die echt aan het worstelen zijn. Wordt er te veel gemaakt tegenover hoeveel speelkansen er zijn? Dat denk ik echt. Er worden soms prachtige voorstellingen gemaakt die vier keer spelen. Dat is niet duurzaam en zo jammer. Maar hoe je dat zou moeten oplossen is maar de vraag. Er zijn mensen die daar beter over kunnen nadenken dan ikzelf. Maar ik voel het heel erg, ja. Ik vind het soms ook echt triest voor het werk.

“Het begint eigenlijk al bij het begin: je wilt een voorstelling maken. Alleen moet je zoveel koffies gaan drinken om zo’n dossier op gang te krijgen. Je moet dossiertaal beheersen. Soms zou ik gewoon willen dat je dat verbaal mocht gaan pitchen, maar dat vinden andere mensen dan weer vreselijk natuurlijk. En je moet zelf genoeg geld inleggen. Dus in de voorbereiding moet je al aan heel veel programmatoren vragen om coproductie: ‘wil je geen € 2.000 inleggen?’ Een beetje als een stofzuigerverkoper, en dat vraagt echt veel energie en tijd. Elke voorstelling is echt bloed, zweet en tranen. En het is niet dat ik vind dat het vanzelf zou moeten gaan. En het is ook cool dat je er goed over nagedacht hebt en zo. Maar daar klopt toch iets niet helemaal.”

Ikzelf zit als maker dan nog in een geprivilegieerde positie, ik mag best veel maken. Maar ik ben ook nog de helft van het jaar werkloos.

Als we Lieselot vragen naar haar hoop voor de toekomst van het kunstenveld, benoemt ze de “in crowd-achtige aard van theater”. “Ik zou graag meemaken dat het weer iets heel volks wordt, zonder dat je daarom volks theater moet gaan maken. Het is echt een levende vorm van kunst, wat in tijden van AI collectief en verbindend kan zijn. Ik heb een zotte hoop dat er misschien terug wat meer animo voor komt.  Daarmee wil ik niet zeggen dat mensen te elitair werk maken. Maar er blijft drempel om het theater binnen te stappen.”

Voor de jonge maker is het altijd fijn als er mensen naar haar voorstellingen komen die niet per se theaterkenners of medemakers zijn. “Tegelijkertijd is erkenning krijgen van je medewerkers een van de mooiste dingen.”

Download de volledige transcriptie



wiki a