Let me be your guide: Kunstenaarsfilm en -video in Vlaanderen

Black Speaks Back, Roxanne Maillet and Nazanin Fakoor in 23 Quai du Commerce, 1080/1000 Bruxelles (2020) at ARGOS. Photo: Dirk Pauwels

De kunstenaarsfilm en -video is een rijke discipline in Vlaanderen. Niet alleen neemt kunstenaarsfilm een centrale plaats in het oeuvre van veel internationaal erkende Vlaamse kunstenaars in, er is ook een keur aan grotere en kleinere gesubsidieerde organisaties die die films steunen en voor het voetlicht brengen. Samen met kunstenaars, curators, critici, kunstacademies, universiteiten en subsidieverstrekkers vormen deze organisaties een complex netwerk dat een duurzame cultuur van artistiek experiment met film mogelijk maakt. 

De kunstenaarsfilm en -video is lang tussen de plooien van de disciplines ‘kunst’ en ‘film’ gevallen. De term omvat film, filmessays, videokunst, installaties en performancekunst, is inclusief en flexibel, en kan ingezet worden voor werk bedoeld om in de bioscoop, in een tentoonstellingsruimte, op tv of online te vertonen. Dat werk kan de zelfexpressie van één individu zijn, het resultaat zijn van samenwerking of afkomstig zijn van een professioneel atelier, en alles daartussenin.

In Vlaanderen is de kunstenaarsfilm en -video over de hele breedte van het kunstzinnige spectrum te vinden: van het ambachtelijke, analoge doe-het-zelfwerk van filmmakers Floris Vanhoof of Els van Riel en van initiatieven als het Brusselse Labo, De Imagerie en Cinéma Parenthèse tot de grote installaties van kunstenaars als David Claerbout of Hans Op de Beeck in expositieruimten; van essayistisch en politiek tot verhalend en performend; van cinematografisch tot compromisloos digitaal. 

Videokunst in Vlaanderen in de jaren 1970-2000

Zoveel pluralisme is niet zo vreemd, gezien de uitzonderlijke geschiedenis van de Belgische film en video, en zeker gezien de vruchtbare traditie van de videokunst in Vlaanderen. Vanaf de vroege jaren zeventig vormde Antwerpen een trekpleister voor kunstenaars die met video werkten (onder wie Lili Dujourie, Gary Bigot en Hubert Van Es), veelal rond het ICC of Internationaal Cultureel Centrum, de eerste openbare presentatie-instelling voor hedendaagse kunst in Vlaanderen. In de twintig jaar daarna kon de videokunst zich verder ontwikkelen dankzij steun van kunstorganisaties en vele privéverzamelaars. In 1989 werd Argos door Frie Depraetere en Koen Van Daele in Brussel opgericht om de ‘toen nog opkomende Belgische audiovisuele kunstscène’ te stimuleren en te promoten. Argos verzorgt nog steeds de internationale distributie van het werk van Belgische videokunstenaars, onder wie de vele beeldende kunstenaars die video inzetten naast sculpturen, installaties en andere media, zoals Edith Dekyndt, Michel François, Ana Torfs en Joëlle Tuerlinckx. 

Terwijl in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw kunstenaars overal elders ter wereld de videocamera ter hand namen om kritiek te leveren op de televisie, door directe, subversieve ingrepen (vaak via speciale open kanalen, een soort ‘zenders voor de burger’), ontwikkelde zich in Vlaanderen een andere manier van werken: vanuit de massamedia, zonder er tegenin te gaan, gestimuleerd door de openheid van de publieke omroep. Zo ontstond er ruimte voor het baanbrekende werk van Jef Cornelis [1] (die onlangs internationale erkenning verkreeg in de vorm van een tentoonstelling in het Goldsmiths Centre for Contemporary Art en vertoning van zijn werk in het Tate Modern) en Stefaan Decostere. Aan de andere kant van de taalgrens, in Wallonië, gaf Jean-Paul Tréfois ook opdrachten aan Vlaamse kunstenaars voor het legendarische programma Vidéographie op de RTBF.

Daarnaast werd videotechnologie door kunstenaars gebruikt als middel om live-performances van begin tot eind vast te leggen. De zogenoemde ‘Vlaamse golf’ in hedendaagse dans en theater van de jaren tachtig had ook invloed op de audiovisuele productie in Vlaanderen, en leidde tot een autonome traditie van dansfilms en -video’s ontstaan uit de samenwerking tussen choreografen, dansers, videokunstenaars en filmmakers, zoals Violin Fase van Eric Pauwels en Anne Teresa De Keersmaeker en Roseland van Walter Verdin en Wim Vandekeybus. De combinatie van theater en bewegend beeld is ook aanwezig in het werk van Jan Vromman en dat van Frank en Koen Theys, die Der Ring Des Nibelungen van Wagner als uitgangspunt namen voor een aantal videowerken, terwijl de komische video’s van Harald Thys en Jos de Gruyter in de theatrale traditie van de klucht passen, die teruggaat tot de middeleeuwen.

To Free the Cinema

Lang voor de videokunst was Marcel Broodthaers een van de eerste beeldende kunstenaars die gebruikmaakte van film in de tentoonstellingsruimte. Daarmee schiep hij een voorloper van de hedendaagse installatie met film of video en wees hij vooruit naar het idee van tentoonstellingen als cinematografische handeling. De lange traditie van Belgische kunstenaars in de film begon bij de surrealisten: René Magritte maakte een aantal amateurfilmpjes met vrienden en familie als cast en crew. Avant-gardefilms als Histoire de détective van Charles Dekeukeleire (1929) en Monsieur Fantômas van Ernst Moerman (1937) ontstonden onder invloed van de surrealisten. Een andere pionier van de Belgische film, Henri Storck, medeoprichter van het Koninklijk Belgisch Filmarchief, staat bekend om zijn sociale documentaires, maar draaide ook impressionistische portretten van zijn geboortestad Oostende. Storck stond van jongsaf dicht bij figuren als James Ensor, Constant Permeke en Léon Spilliaert en maakte een aantal documentaires over schilders, die de scheidslijn tussen kunstenaarsfilms en films over kunst opzochten, en vooruitliepen op het werk van Jef Cornelis bij de VRT, decennia later.

De geschiedenis van de avant-gardistische cinema in Vlaanderen, of breder gezien in België, is geen keurig rechtlijnig verhaal zoals in andere landen. De Vlaamse film was als ‘kleinere’, relatief goed gesubsidieerde sector al meer geneigd tot het artistieke experiment en minder ingeperkt door de logica van de markt. Misschien was de noodzaak er niet om, in de beroemde woorden van Jonas Mekas, ‘to free the cinema’.

De undergroundfilm is in Vlaanderen nooit zo groot geworden als de dynamische videokunstscene, maar Vlaanderen kon wel bogen op een serie cruciale evenementen in de geschiedenis van de internationale avant-gardefilm: het EXPRMNTL-festival, dat in 1947, 1963, 1967 en 1974 in Knokke, en tijdens Expo ’58 in Brussel plaatsvond. EXPRMNTL liep in de week tussen kerst en nieuwjaar, in het casino van het dan halfverlaten Knokke, en is tot mythische proporties uitgegroeid.[2] Het festival was een internationale bijeenkomst van avant-gardekunstenaars uit alle disciplines (film, video, muziek, poëzie, installatie, performance) en het zoveelste voorbeeld van een officieel fiat voor avant-gardekunst in Vlaanderen. Die van overheidswege gesubsidieerde viering van de tegencultuur werd georganiseerd door het Koninklijk Belgisch Filmarchief en was het geesteskind van de curator, Jacques Ledoux. Het belang van EXPRMNTL wordt nog steeds gevoeld in de hedendaagse scene van de kunstenaarsfilm en -video in Vlaanderen; nu nog worden hedendaagse kunstenaars, filmmakers en curators in heel België erdoor beïnvloed. Het Koninklijk Belgisch Filmarchief heeft vele sleutelwerken uit de geschiedenis van de avant-garde in de collectie en hanteert een speciaal aankoopbeleid voor experimentele films.

Het Engels hanteert sinds kort de term ‘artists’ moving image’ om historisch gegroeide verschillen tussen de kunst en de film te overbruggen, de disciplines waarin audiovisuele kunstenaars zich eerder situeerden. In andere landen konden die verschillen groot zijn, soms met volledig gescheiden werelden als resultaat: ghetto’s waartussen nauwelijks interactie was. In Vlaanderen is de kloof tussen kunstfilm en de mainstream, en tussen video en film altijd minder groot geweest, en bewogen kunstenaars en filmmakers zich vrijelijk tussen die media. Filmmakers als Annik Leroy en Chantal Akerman zouden elders tot de avant-garde zijn verbannen, maar in België wordt hun werk niet alleen hogelijk gewaardeerd, het is zelfs ontstaan binnen de officiële subsidiestructuren en wordt uitgezonden op de landelijke televisie en gedistribueerd in bioscopen. 

De kant van de cinema op

In 1993 herwerkte Chantal Akerman haar film D’Est tot een installatie voor acht triptieken van videomonitoren, verspreid over de tentoonstellingsruimte. D’Est werd gecureerd door Bruce Jenkins en Catherine David voor het Jeu de Paume in Parijs en zou later op tournee gaan naar het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten en andere internationale locaties. De installatie zou grote invloed hebben op een nieuwe generatie kunstenaars, die daardoor film als een kunstvorm ging zien en niet, zoals gebruikelijk, als een aparte categorie. D’Est liet zien dat er ruimte was voor documentair en cinematografisch werk in de galerie en in het museum. Akerman was niet de enige die gebruikmaakte van die ontstane ruimte: ook filmmakers als Agnès Varda, Atom Egoyan, Abbas Kiarostami, Harun Farocki en Chris Marker stelden in de jaren negentig tot kort na de eeuwwisseling tentoon.

In 1997 werd Dial H-I-S-T-O-R-Y van Johan Grimonprez in het Parijse Centre Pompidou en op de Documenta X in Kassel vertoond. Dankzij technologische ontwikkelingen in de videoprojectie konden video’s van kunstenaars een meer cinematografisch karakter krijgen. De audiovisuele kunst werd bevrijd van de beperkingen van het tv-scherm door de beschikbaarheid van schermen van een veel groter formaat. Grimonprez’ documentaire essay over de geschiedenis van de vliegtuigkaping, samengesteld uit bestaand beeldmateriaal, was grensverleggend, ook omdat het de mogelijkheid opende voor film om in zijn conventionele presentatievorm in het museum te worden vertoond. Dial H-I-S-T-O-R-Y is geen meerschermige installatie, er zijn geen elementen toegevoegd die beter passen in de witte kubus van de galerieruimte dan in de zwarte doos van de bioscoop. Dankzij het mondiale succes van de 68 minuten durende video ontstond er ruimte in het museum voor het tentoonstellen van werken op één scherm (‘single’) die een mate van tijd en aandacht vergen vergelijkbaar met een bioscoopfilm. Hedendaagse Vlaamse kunstenaars als Sven Augustijnen, Herman Asselberghs, Vincent Meessen, Isabelle Tollenaere, Sarah Vanagt en Manon de Boer maken in hun werk nog steeds gebruik van de ruimte die meer dan twintig jaar geleden met Dial H-I-S-T-O-R-Y ontstond.

Johan Grimonprez en Chantal Akerman zijn emblematische figuren van verschuivingen die in de jaren negentig plaatsvonden. In dat veranderende landschap ging de videokunst de kant van de cinema op, en vervaagden het traditionele onderscheid en de hiërarchie tussen kunst en film. 

Samenwerken

Argos vierde zijn dertigjarige jubileum in 2019. Decennialang stond die collectie voor een bepaalde geschiedenis van de ‘videokunst’, maar de afgelopen jaren, met de verruiming en de diversificatie van de discipline, is de reikwijdte verbreed. Argos vertegenwoordigt nu zowel digitaal als analoog werkende kunstenaars en filmmakers, en legt in zijn collectie duidelijk de nadruk op het multiculturele en het internationale. Daarnaast is het een archiefcollectie, bedoeld om belangrijk werk van Belgische kunstenaars te conserveren.[3] Argos’ publiekswerking omvat tentoonstellingen, vertoningen en andere evenementen om de blik op audiovisuele kunsten te verbreden. 

In december 2019 werd in Argos, met de steun van Kunstenpunt, de eerste bijeenkomst van het Platform voor Audiovisuele en Mediakunsten gehouden, een vereniging van organisaties voor ‘kunstenaarsfilm, geluidskunst of mediakunst’.[4] Die bijeenkomst was de formele bevestiging van een al jarenlang bestaand informeel netwerk van uitwisseling en samenwerking. Kunst en de socioculturele sector zijn in België sinds jaar en dag met elkaar vervlochten, vaak in sociaal bewogen initiatieven. Zo begon Cinemaximiliaan in een geïmproviseerd vluchtelingenkamp in het Brusselse Maximiliaanpark en is het uitgegroeid tot een enorm netwerk van vrijwilligers die filmvertoningen organiseren voor nieuwkomers in België, met name in asielcentra. Het Platform getuigt van de breedte en diversiteit van de sector en van de belangrijke rol die kleinere organisaties van kunstenaars spelen. Als er één opvallend kenmerk is van het landschap van de kunstenaarsfilm en -video in de Vlaamse kunst is het wel de bloei van door kunstenaars opgezette initiatieven, collectieven en andere samenwerkingsverbanden. 

In 2006 bundelden vier kunstenaars hun krachten om een productie- en distributieplatform te beginnen: Auguste Orts. Hun werk was formeel heel verschillend – ze kwamen elk uit een andere traditie binnen de kunstenaarsfilm – maar de vier zagen in dat ze iets gemeen hadden: hun positie tussen de wereld van de hedendaagse kunst en die van de film in. Ze herkenden elkaars behoefte aan een organisatie die kunstenaars wegwijs kon maken in de complexe mechanismen van de filmproductie zonder daarbij de vereisten van de tentoonstellingspresentatie uit het oog te verliezen, een organisatie die zich kon aanpassen aan de logica van de kunstwereld én de filmindustrie, om, in de woorden van de kunstenaars zelf, ‘een specifieke context te creëeren vanuit de specifieke modus operandi van de artistieke filmproductie’.

In de jaren sinds de oprichting van Auguste Orts door Manon de Boer, Herman Asselberghs, Sven Augustijnen en Anouk De Clercq zijn in Vlaanderen in snel tempo veel meer organisaties met vergelijkbare intenties ontstaan: onder meer Jubilee (Justin Bennett, Eleni Kamma, Vincent Meessen, Jasper Rigole, en Vermeir & Heiremans), Messidor (Meggy Rustamova, Pieter Geenen, Eitan Efrat and Sirah Foighel Brutmann) en Escautville (Wim Catrysse, Jos de Gruyter & Harald Thys, Ria Pacquée, Frank Theys, Koen Theys). Elephy (Rebecca Jane Arthur, Eva Giolo, Chloë Delanghe en Christina Stuhlberger) hoort tot de nieuwste lichting en noemt zichzelf een ‘atelier voor bewegend beeld’ met een holistische aanpak waar ook publiekswerking onder valt, via speciale programmering en workshops. 

Labo (Jen Debauche, Khristine Gillard, Séverine de Streyker, Els van Riel) is een door kunstenaars opgezet laboratorium waar pellicule ontwikkeld en verwerkt wordt en een sleutelorganisatie voor iedereen die met analoge film werkt. Van Riel is (naast Wendy Evan, Nicky Hamlyn, Daniel A. Swarthnas en Arindam Sen) medeoprichter van Cinéma Parenthèse, een collectief van auteurs, programmeurs en filmmakers dat vertoningen van experimentele films organiseert in Brussel. Andere samenwerkingsverbanden, zoals manyone (Sarah Vanhee, Mette Edvardsen, Alma Söderberg en Juan Dominguez) of Black Speaks Back (Emma-Lee Amponsah, Heleen Debeuckelaere, Burezi Turikumwe en Christopher Daley) zijn meer multidisciplinair, maar behouden een sterke band met film. Al deze initiatieven benadrukken duurzaamheid als bestaansreden en hebben vaak een uitgesproken zelfreflectieve positie, die ook hun eigen bestaan als collectief ter discussie stelt. Volgens de deelnemende kunstenaars is Messidor opgericht ‘om de waarde van krachtenbundeling te bespreken, ter discussie te stellen en uit te dragen in de huidige kunstwereld, in België en daarbuiten’.

Auguste Orts heeft zijn taak altijd breder gezien dan het ondersteunen van de oprichtende kunstenaars en een aantal gastproducties per jaar (waarbij Aglaia Konrad, Dora García, Sammy Baloji en Annik Leroy al de revue zijn gepasseerd). Auguste Orts is de drijvende kracht achter het Europese project On & For Production and Distribution. On & For is opgezet met de bedoeling om de productie van kunstenaarsfilm en -video te faciliteren door kunstenaars, producenten, curators, instituties en verzamelaars bij elkaar te brengen en heeft mettertijd een Europees netwerk uitgebouwd, met Vlaanderen in het centrum, van organisaties die rond kunstenaarsfilm werken. Onder de internationale partners zijn LUX (Verenigd Koninkrijk), CA2M (Spanje), Kaunas International Film Festival (Litouwen) en de Nordland kunst- og filmskole (Noorwegen), en er wordt nauw samengewerkt met organisaties in België, waaronder Art Brussels, VAF, Argos, Cinematek, Beursschouwburg, Contour, RITCS, ERG en Atelier Graphoui. 

Die geest van samenwerking is er ook in vergelijkbare Vlaamse initiatieven, vaak in de vorm van een collectief – Cinema Nova, het Courtisane Festival, het onlineplatform cinephile, Sabzian of De Imagerie – of een tijdelijke krachtenbundeling om een ambitieus project te lanceren, zoals ‘DISSENT!’, een serie gesprekken georganiseerd door Auguste Orts, Argos en Courtisane. ‘Eendracht maakt macht’ is tenslotte de nationale leus van België. 

Regelmatig worden er allianties tussen instellingen gesmeed om productie en presentatie te faciliteren. De meeste organisaties rond audiovisuele kunst, waaronder Argos, Courtisane en Contour, coproduceren en geven opdrachten. Beursschouwburg, een multidisciplinair kunsteninstituut met het accent op podiumkunsten en audiovisuele kunst, coproduceert niet alleen veel van de werken die er worden vertoond, maar faciliteert ook de productie van kunstenaarsfilm en -video door middel van residenties. Andere organisaties die zich niet specifiek aan kunstenaarsfilm en -video wijden, zoals Netwerk, Z33, WIELS, STUK en Het Bos, coproduceren occasioneel ook kunstenaarsfilms of stellen die tentoon. 

De recentste Contour Biennale van Mechelen (2019, curator Nataša Petrešin-Bachelez) legde de nadruk op kunstcollectieven, met werk van Coyote, Call It Anything, Black Speaks Back, Black(s) to the Future en Greyzone Zebra. Greyzone Zebra, opgericht in 2016, bestaat uit kunstenaars, curators, publiekswerkers en onderzoekers die rond een hedendaagse correctie op de geschiedschrijving werken, vooral gericht op de Belgische koloniale tijd. Die reflectie gebeurt via de studie van homevideo’s die voor en vlak na de onafhankelijkheid van de kolonies op het Afrikaanse continent gemaakt zijn. 

Wel meer kunstenaars in Vlaanderen hebben met film en video uit het koloniale archief gewerkt. Sarah Vanagt heeft een aantal werken gemaakt in de grensstreek tussen Rwanda en de Democratische Republiek Congo, en Baby Elephant in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren gedraaid, voor die instelling op de schop werd genomen om haar van haar koloniale en racistische verleden te ontdoen. Vincent Meessen stelt geschiedschrijving en de verwestersing van de collectieve beeldvorming ter discussie, vaak met behulp van strategieën die ‘de autoriteit van de auteur ondermijnen en de intelligentie van het collectief benadrukken’. Voor zijn presentatie in het Belgische paviljoen op de 56ste Biennale van Venetië nodigde Meessen andere internationale kunstenaars uit om een werk te maken in reactie op de Belgische kolonialisatie van Congo, en reflecteerde hij daarnaast over de specifieke geschiedenis van het Belgische paviljoen en de internationale context van de Biennale. 

Esthetisch zijn deze werken zeer divers, maar ze komen ook voort uit een essayistisch, documentair elan. An van. Dienderen en Laurent Van Lacker, die beiden op het kruispunt tussen documentaire, antropologie en beeldende kunst werken, initieerden in 2007 samen met Rudi Maerten SoundImageCulture (SIC). Onder de mentors voor het (SIC)-programma waren Didier Volckaert, Eric Pauwels, Els Opsomer, Pieter Van Bogaert. 

(SIC) is een voorbeeld van een vernieuwend educatief programma buiten de academische wereld, maar Vlaanderen heeft ook uitstekende filmopleidingen op kunstacademies, met name LUCA Sint-Lukas in Brussel en het KASK in Gent, waar Edwin Carels lesgeeft (een van de invloedrijkste curators in de sector, die sinds jaar en dag voor het International Film Festival Rotterdam programmeert), naast kunstenaars als Jasper Rigole, Anouk De Clercq, Mekhitar Garabedian, Elias Grootaers, An van. Dienderen en Sarah Vanagt. Het Courtisane Festival, dat uitgegroeid is tot een belangrijke internationale bijeenkomst voor het bredere landschap van de kunstenaarsfilm, opereert ook vanuit het KASK. Auguste Orts-oprichter Herman Asselberghs geeft sinds ruim twintig jaar les op de afdeling film aan LUCA Sint-Lukas, naast collega’s als Robbrecht Desmet, Ana Torfs, Aglaia Konrad, Els Opsomer, Ludo Troch, Flo Flamme en Sofie Benoot. 

De hierboven genoemde organisaties (werkplaatsen, festivals, bioscopen, collectieven) ontvangen voor het merendeel subsidie van het ministerie van Cultuur (via het Kunstendecreet) en het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF).[5] Het VAF steunt de ontwikkeling, productie en promotie van ‘single’ audiovisuele producties (verhalende korte films en langspeelfilms, documentaires en experimenteel werk), ondersteunt daarnaast deskundigheidsbevordering en geeft studiebeurzen. Het Kunstendecreet ondersteunt de productie van meerschermige audiovisuele en mediakunst, en subsidieert kunstinstellingen zoals, onder meer, Auguste Orts, Escautville, Jubilee en Argos. Ook de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel draagt actief bij aan projecten en initiatieven met kunstenaarsfilm en -video.

Deze tekst concentreert zich op de bloeiende cultuur die dankzij steun van de publieke sector mogelijk gemaakt wordt, maar ook commerciële initiatieven dragen bij aan het ecosysteem van de kunstenaarsfilm, met name promotiegaleries als Jan Mot, Harlan Levey Projects, Dépendance en anderen. Mots langjarige engagement is uniek, en voor de meeste kunstenaars die hij vertegenwoordigt (onder wie Francis Alÿs, Sven Augustijnen, Manon de Boer, David Lamelas, Pierre Bismuth, Joachim Koester en Sharon Lockhart) vormt film de kern van hun oeuvre. De afgelopen jaren heeft ook Art Brussels, de grootste nationale kunstbeurs, een parallel programma met kunstfilms. 

Een complexe, maar broze constellatie

Kunstenaarsfilm en -video is altijd interstitieel, beweegt tussen disciplines, tussen alternatieve paden, tussen esthetische keuzes, maar lijkt in Vlaanderen toch een stabiele vorm te hebben gevonden. Vlaamse filmkunstenaars zijn internationaal erkend, op biënnales en festivals als die van Rotterdam, Berlijn, FID Marseille, Rencontres Internationales Paris/Berlin. Om dat niveau te behouden is het cruciaal dat kleine, niet-commerciële initiatieven de ruimte krijgen. Juist de kwetsbare, kleinere organisaties en de kunstenaars zelf zijn verantwoordelijk voor de dynamiek van de sector.

De organisaties, instellingen, kunstopleidingen, kunstenaars en curators die samen het landschap vormen van de kunstenaarsfilm en -video in Vlaanderen, onder wie ook de vele die hier niet genoemd zijn, vormen een complexe maar broze constellatie die ondanks haar vele sterke kanten aangewezen is op de stabiele ondersteuning van de overheid. Ze is daarnaast sterk afhankelijk van de inventiviteit van de kunstenaars om er het beste van te maken in onzekere tijden en veel te doen met weinig. Meer dan ooit is samenwerking daarbij de enige verstandige weg vooruit. 

Over de auteur: María Palacios Cruz

María Palacios Cruz is a film curator, writer and educator based in London. She is course leader for the Film Curating course at Elias Querejeta Zine Eskola in San Sebastian (Spain) and was previously Deputy Director of LUX, the UK agency for artists’ moving image. She is a also programmer for the Punto de Vista and Courtisane festivals and writes regularly on artists’ moving image. She is the editor of the anthology of writings by British artist Lis Rhodes Telling Invents Told (The Visible Press, 2019) and co-editor of Mediations on the Present: Ute Aurand, Helga Fanderl, Jeannette Muñoz, Renate Sami (Punto de Vista, 2020).

Vertaling Leen Van Den Broucke

Voetnoten

[1] Het hele oeuvre van Jef Cornelis wordt gedistribueerd door Argos.

[2] Een uitgebreide studie van EXPRMNTL is te vinden in het proefschrift van Xavier García Bardón en zijn vele artikelen over het onderwerp, en in de documentaire Exprmntl van Brecht Debackere (2016).

[3] Argos staat niet alleen in zijn streven om het Vlaamse audiovisuele erfgoed te conserveren. Het werkt nauw samen met initiatieven als PACKED en VIAA, die pas samengegaan zijn in meemoo, Vlaams instituut voor het archief. Een goed voorbeeld van conservatie gecombineerd met onderzoek en publiekswerking was de samenwerking tussen Argos, M HKA en Objectif Exhibitions rond het werk van Hugo Roelandt (1950–2015), een innovatieve fotograaf, performance- en installatiekunstenaar.

[4] aifoon, ARGOS, Art Cinema OFFoff, Auguste Orts, Beursschouwburg, Centre Vidéo de Bruxelles-CVB, Centre de l’Audiovisuel à Bruxelles – CBA, Cinemaximiliaan, Constant, Contour, Courtisane, Elephy, Escautville, GLUON, Graphoui, Imagerie, iMAL, Jubilee, Lab-au, LABObxl, Messidor, Out of Sight, Overtoon, Qo2, SIC, Werktank

[5] Het FilmLab van het VAF heeft een budget van 400.000 euro en subsidieert jaarlijks gemiddeld 19 filmproducties van kunstenaars.

Bronnen

kunsten.be

argosarts.org

onandforproduction.eu

augusteorts.be

messidorgroup.be

elephy.org

courtisane.be

soundimageculture.org

kask.be

luca-arts.be

contour9.be


Let me be your guide

Kunstenpunt maakt je wegwijs in het Vlaamse kunstenlandschap via online gidsen en thematische sites rond hedendaagse dans, podiumkunsten voor een jong publiek, fotografie, koormuziek in de 21ste eeuw …

De thema's van Kunstenpunt

Welke thema’s of dossiers onderzoekt en analyseert Kunstenpunt? Welke thema’s bepalen straks de toekomst van de kunsten in Vlaanderen en Brussel? Ontdek hier het overzicht.