Staten-Generaal musea en beeldende kunsten: terugblik consultatiemoment
Op vrijdag 25 september verzamelden 200 erfgoed- en kunstwerkers in Brussel voor het consultatiemoment van het traject Staten-Generaal over de toekomst van de beeldende kunsten en de musea met een beeldende kunstwerking. Een terugblik.
Een ecosysteem voor beeldende kunsten
Tekenden present op dit consultatiemoment: medewerkers van musea en beeldende kunstenorganisaties, beeldend kunstenaars en (zelfstandige) kunstwerkers. Samen bogen ze zich over de uitdagingen van het huidige en toekomstige beeldende kunstenlandschap of ecosysteem. Hoe ziet dit ecosysteem eruit? Hoe kan het stevig, fair en open zijn? Hoe geeft elk van ons dat ecosysteem mee vorm? En hoe werken we erin samen?
De Staten-Generaal over de toekomst van de beeldende kunsten en de musea met een beeldende kunstwerking is een onderzoekstraject in opdracht van minister van Cultuur Caroline Gennez.
Waarom deze Staten-Generaal?
De dag startte met een algemene kadering van het traject door Olga Van Oost, algemeen directeur van FARO. Ze herinnerde ons aan een reeks ingrijpende gebeurtenissen van het voorbije jaar.
1/ Sluiting Eperon d’Or
In september 2025 besloot het lokale bestuur van Izegem om Eperon d’Or, een door de Vlaamse overheid erkend museum, te sluiten. De sluiting veroorzaakte een schok. Het museum genoot het vertrouwen van het beleid, schenkers, publiek, erfgoedgemeenschappen, collega’s en stakeholders, en dat vertrouwen was gerechtvaardigd. Eperon d’Or had immers een kwaliteitslabel, was erkend als museum en voldeed dus aan een waslijst aan criteria, opgelegd door de Vlaamse overheid. Die criteria zijn op hun beurt geïnspireerd op wat de museumdefinitie van de International Council of Museums (ICOM) voorschrijft.
2/ Besparingen in het cultureel erfgoed in 2025
In diezelfde septembermaand, en parallel aan het nieuws over Eperon d’Or, bleek dat er zou worden bespaard in de cultureel-erfgoedsector. Culturele archieven, landelijke dienstverleners en bovenlokaal ingedeelde musea moesten bitter nieuws slikken. Ook het voortbestaan van musea zoals het Sportimonium, het Emile Verhaerenmuseum en het Museum aan de IJzer werd in vraag gesteld. Opnieuw leidde dit tot zeer veel commotie en onrust.
3/ M HKA en het Museumplan
In oktober 2025 volgde het nieuws dat het M HKA geen nieuw gebouw zou krijgen en tot een kunsthal zou worden omgevormd. Deze beslissing maakte deel uit van het Museumplan, dat de minister enkele dagen later lanceerde. Het plan kondigde een grondige ingreep in het museale landschap aan. Een bijzondere rol was weggelegd voor acht musea, die worden geclusterd in drie grote museale bakens:
- Cluster KMSKA, Museum Hof van Busleyden en Kasteel van Gaasbeek
- Cluster Mu.ZEE, Roger Raveelmuseum en FeliX Art & Eco Museum
- Cluster S.M.A.K. en M HKA, waarbij het M HKA geen museale rol meer zou opnemen
4/ Impact van het Museumplan op de brede sector
De impact van dit nieuws was groot, in eerste instantie voor de betrokken musea zelf, maar ook voor de rest van het museale en kunstenlandschap. Want, zo werd bezorgd gereageerd, wat zou de impact zijn op ‘mijn museum’ of op ‘mijn kunsthal’ wanneer er vanuit het beleid voortaan in grote clusters zou worden gedacht? Wat betekent dat voor de diversiteit in de sector, maar ook voor een kunstenaar en diens praktijk? Wat betekent dat voor de dienstverlening in de sector?
In januari 2026 gingen de minister en de acht musea rond de tafel zitten. Dat leidde tot enkele belangrijke beslissingen:
- In onderling overleg werd besloten dat ‘de acht’ een gezamenlijke visienota zouden schrijven over hoe ze in de toekomst willen samenwerken. Patrick Allegaert, voormalig voorzitter van het Vlaams Museumoverleg, kreeg de opdracht dit proces te modereren.
- Het M HKA mocht een traject afleggen over de eigen toekomst, waarbij het mogelijk blijft om de status van museum te behouden.
- Intussen bleef het de bedoeling dat deze musea werk maken van een clustering. Er werden transitiemanagers aangesteld om dit proces in goede banen te leiden.
- Aan FARO werd gevraagd om i.s.m. Kunstenpunt een traject uit te werken over de toekomst van de beeldende kunsten en musea met een beeldende kunstwerking.
Hoe verloopt het onderzoekstraject?
Het projectteam bestaat uit medewerkers van FARO en Kunstenpunt. Het koppelt regelmatig terug naar de opdrachtgevers, het kabinet van de minister van Cultuur en het Departement Cultuur. Een klankbordgroep met mensen uit zowel de kunsten- als de cultureel-erfgoedsector staat het team bij. De verschillende stappen van het traject vind je in de presentatie van het consultatiemoment.
De voorbije maanden deed het projectteam uitgebreid literatuuronderzoek en voerde het een waaier aan gesprekken, zowel individueel als in groep.
Dit consultatiemoment vormde een volgende stap. Alle inzichten van de dag worden verwerkt in een eindrapport met concrete aanbevelingen voor sector en beleid. Ook de komende maanden volgen daarvoor nog gesprekken en analyses.
Op 20 april 2027 wordt het traject afgesloten in aanwezigheid van de sector, het publiek en minister Caroline Gennez.
Keynote Pascal Gielen: een ‘gemeen ecosysteem voor de kunsten’
Pascal Gielen, cultuursocioloog en professor aan de Universiteit Antwerpen, volgt al vele jaren de ontwikkelingen in de wereld van musea en beeldende kunst. In zijn keynote keerde hij terug naar zijn studie Een omgeving voor de actuele kunst: een toekomstperspectief voor het beeldende-kunstlandschap in Vlaanderen (met Rudi Laermans, 2004). Daarin stond de artistieke biotoop centraal: een omgeving waarin hedendaagse kunst kan ontstaan en gedijen. Gielen bracht het belang van vier onderling verbonden sferen in herinnering:
- het atelier of de domestieke sfeer,
- de wereld van peers en onderwijs,
- de markt,
- de civiele ruimte, onder meer van de musea.
De analyse van meer dan twintig jaar geleden blijft verrassend actueel. Gielen actualiseerde ze tijdens zijn presentatie. De voornaamste vernieuwing is de toevoeging van de dimensie van het ‘gemeen’ of de commons, of het vergroten van het democratisch vermogen. Zijn recente boek Vertrouwen: bouwen op het cultureel ‘gemeen’ (2023) levert de sleutel. Het gaat dan bijvoorbeeld om co-eigenaarschap van ruimtes en infrastructuur, thematische expertcommissies, fair pay- en fair practice-principes en de algemene vergadering als sluitstuk van collectieve besluitvorming.
Een dag vol gesprek en energie
Geïnspireerd door de inzichten van Pascal Gielen gingen de deelnemers in 18 sessies in gesprek over de volgende thema’s:
- leer- en ontwikkelingskansen voor kunstenaars en kunst- en erfgoedwerkers
- kunstfestivals en -biënnales als actoren in het ecosysteem
- tentoonstellingen in de praktijk
- de decreten in de praktijk: invulling van de functies ‘onderzoek’ en ‘ontwikkeling’
- samenwerken op korte termijn (fair practice, contracten …)
- samenwerken op lange termijn (oeuvre-ontwikkeling, verzamelen …)
- participatie en inspraak in de museale en beeldende kunstorganisatie
- de fysieke infrastructuur van het ecosysteem
- afstemming met ‘de acht instellingen’ (hervorming Vlaamse musea): suggesties over hun rol in het ecosysteem
De deelnemers deelden heel genereus maar ook kritisch hun inzichten en bezorgdheden. De bereidheid en energie om elkaar beter te leren kennen en samenwerking op te bouwen of te verbeteren, vormden de rode draad van de dag. Er was een grote bereidheid om na te denken over een toekomst waarin cultureel erfgoed en kunst elkaar structureel zouden versterken.
Besparingen in de cultureel-erfgoedsector
Op 1 oktober 2026 werd de cultureel-erfgoedsector helaas opgeschrikt door de aankondiging van gigantische besparingen in de cultureel-erfgoedsector. Er moet 47 miljoen euro op het budget cultuur worden bespaard in Vlaanderen, en de cultureel-erfgoedsector wordt zeer diep getroffen. Het gaat om besparingen waarbij de middelen met 30%, 50% tot zelfs 100% worden geschrapt. De kunstensector wordt gevrijwaard.
Het projectteam krijgt intussen veel vragen over de voortgang van dit project. We gaan hierover het gesprek aan met de beleidsmakers.
Op 20 april 2027 worden de resultaten van het onderzoek voorgesteld aan de sector, de minister en het brede publiek .