Gedeelde grond 16: luister naar een nieuwe aflevering met Inge Lattré

Gedeelde grond is een reeks gesprekken met kunstprofessionals uit Vlaanderen. Waar dromen ze van? Waar maken ze zich zorgen over? We vroegen het aan Inge Lattré, de drijvende kracht achter Platform K – een werkplek en een gezelschap voor dansers en performers met een handicap.

We proberen hier content te tonen van PodBean.

Kunsten.be gebruikt minimale cookies. Om inhoud te zien die afkomstig is van een externe site, kan die site bijkomende cookies plaatsen. Door de inhoud te bekijken, aanvaard je deze externe cookies.
Lees meer over onze privacy policy.

Beluister op PodBean

Samenvatting

Platform K is een werkplek en gezelschap voor dansers en performers met een handicap. Via de werkplek krijgen mensen een opleiding
hedendaagse dans, met de compagnie maken ze voorstellingen in samenwerking met professionele choreografen. Begin januari ging hun nieuwe voorstelling in première: Where is everybody?, in samenwerking met Thomas Hauert en zijn gezelschap ZOO. “Wat je te zien krijgt zijn zes dansers op scène. Drie dansers van ZOO en drie van Platform K. Thomas maakte de voorstelling, maar enkel de contouren lagen vast. Er werd heel veel rond improvisatie gewerkt,” aldus Inge.

Een van de kerntaken van Platform K is het ondersteunen van de dansers. Daarvoor heb je enerzijds een artistieke feel nodig: “Bij ons gaat dat bijvoorbeeld over de vertaling van wat een externe kunstenaar binnenbrengt. Vaak is dat abstracte taal: je hebt een doel, je wil ergens toe komen en je vertelt dat in woorden die vaak abstract zijn. Niet al onze dansers begrijpen dat.” Tegelijk vereist het grote tentakels om onuitgesproken signalen op te vangen. “Hoe gaat het met de danser? Hoe is de sfeer hier? Dat is iets waar heel veel dansers van Platform K echt gevoelig voor zijn. Als je binnenstapt in een stresserend productieproces, wordt die stress vaak als een spons opgenomen. Vaak heeft dat een negatieve invloed op het creatieve proces van een danser.”

Het team van Platform K kent de dansers zeer goed. Door de werkplek en opleidingen lopen ze vaak een jarenlang traject met hen, maar ook met hun omgeving. “We hebben contact met de ouders, de familie, de zorgverleners. Bij niet-talige dansers kunnen we een probleem niet altijd vastpinnen, maar door er met het netwerk over te communiceren, voelen we wel: die zit niet goed in zijn vel. En dan weten wij waar we aandachtig voor moeten zijn.”

Terwijl de organisatie in de beginjaren een klassieke productielogica volgde – korte processen, intensieve trajecten, veel en lange dagen in de week – voelen ze vandaag dat dat niet voor iedere danser kan, en ligt de focus op individuele trajecten. Een inclusieve boodschap die wordt meegenomen in de vele samenwerkingen met externe, artistieke partners zoals WISPER, Danspunt, CAMPO en De Grote Post.

“Wij doen bijna nooit iets alleen, we hebben partners nodig. Bovendien hebben heel veel mensen met een handicap geen toegang tot om het even welke vorm van kunstbeleving. Als ze als kind in een dansschool terechtkomen, dan lukt dat vaak een paar jaar tot er nood is aan een adaptatie in een les, wat veel leerkrachten niet zien zitten of niet weten hoe het moet. Dan wordt die samenwerking stopgezet. Door samen te werken met WISPER en Danspunt proberen wij het signaal te geven dat het wel mogelijk is en dat er iets moet veranderen als we echt naar een inclusieve kunstwereld willen gaan.”

“Er komt wel veel bij kijken, er is extra ondersteuning nodig”, geeft Inge toe. “Als je les moet geven en ook die ondersteuning moet bieden, dan is dat een extra uitdaging. In het professionele circuit willen we duidelijk maken dat daar ook een budget tegenover moet staan, om bijvoorbeeld die artistieke coaches of ondersteuners als een volwaardige functie te zien, en niet als een nice to have. Neen, het is echt een noodzaak om ze te hebben.”

“Die bijkomende ondersteuning vertaalt zich ook in administratieve drempels. Over het combineren van (recht op) uitkeringen en betaald werk bestaat veel onduidelijkheid en onzekerheid. Er werden openingen gecreëerd in het systeem zodat mensen met een handicap naast hun uitkering inkomsten uit werk kunnen ontvangen, maar daarbij wordt vaak uitgegaan van een stabiele tewerkstelling. De moeilijkheid bij kunstenaars is dat ze meestal geen vast contract hebben. Voor occasioneel artistiek werk is het aldus nog moeilijker om zicht te krijgen op wat mogelijk is, daarnaast zijn sommige van de huidige maatregelen tijdelijk (bijvoorbeeld de cumulregeling), wat voor bijkomende onzekerheid zorgt. Het verkrijgen van bepaalde erkenningen of uitkeringen verloopt meestal traag en moeizaam; ouders en netwerken willen hier begrijpelijkerwijs geen risico’s in nemen. Bovendien is elke situatie uniek, en moet deze telkens in samenwerking met FOD sociale zekerheid (waar medewerkers zelf niet altijd antwoorden hebben op onze vragen omdat de regelgeving nieuw is en onze vragen zo uitzonderlijk zijn) opnieuw in beeld worden gebracht en berekend.”

Bij Platform K is het takenpakket van de zakelijke of productiemedewerker aldus anders dan bij ‘reguliere gezelschappen’. Persoon per persoon, danser per danser uitzoeken hoe het zit en wat er nodig is, of het nu gaat over transport, begeleiding of financiële situatie vraagt een veel grotere tijdsinvestering.

“Het probleem is ook om de entourage van die dansers mee te pakken in dat verhaal, want wij beslissen daar niet alleen over. Veel ouders of omgevingen zeggen ja, maar wat als mijn dochter of zoon zijn of haar uitkering verliest? Niemand wil dat en het is echt een kluwen, want het blijft zo dat men ook binnen de FOD Financiën nooit zekerheid kan geven. Het gaat ook over ouders die bang zijn, mensen die nog altijd op de wachtlijst staan, en die er nog jaren op zullen staan: welke implicaties heeft dat? Gaan die dan ooit nog in aanmerking komen voor een uitkering [indien we ze nu laten werken]? “Bij ons is de logica van een zakelijk persoon ook anders. Want als die persoon per persoon, danser per danser moet gaan uitzoeken hoe het zit, is dat een veel grotere tijdsinvestering. De logica van productieprocessen die trager moeten, is zo vaak ook een grotere tijdsinvestering.”

Toch ziet Inge positieve evoluties, zowel in het culturele veld als in de welzijnssector. “Er is heel veel veranderd. Toen ik begon, was niet iedereen overtuigd dat mensen met een handicap op scène ooit als professioneel zouden worden gezien. Er is veel meer openheid naar verschillende lichamen, verschillende hoofden, verschillende manieren van zijn als het ware. Als ik kijk naar de twaalf jaar dat ik voor Platform K werk, zie een evolutie. De kunsten staan er meer voor open. We staan aan het begin van iets, en ik hoop dat dat aanhoudt.”

Download en lees de transcriptie

wiki 6