Een kunstvorm in transitie: de geschiedenis en toekomst van performance in Vlaanderen en Brussel
Miet Warlop, 2025, INHALE DELIRIUM EXHALE (Silk Wave) © Reinout Hiel
Op 9 mei 2026 trekt Miet Warlop de deuren van het Belgische paviljoen open in Venetië. Met haar komst speelt performance voor de eerste keer een centrale rol in de Belgische vertegenwoordiging op de biënnale.
Ter gelegenheid van dit moment blikken we terug op de geschiedenis van performance: wat is performance, welke evoluties maakte de kunstvorm mee, en welke spelers gaven hier doorheen de jaren betekenis aan?
Daarnaast biedt de veldschets inzicht in de positie en de werking van performancekunst vandaag. Er wordt aandacht besteed aan de typologie van het veld en de dynamieken binnen creatie, ontwikkeling en presentatie. Bovendien wordt een overzicht geschetst van belangrijke spelers in het veld, evenals de kansen en uitdagingen voor de toekomst.
Deze veldschets is geen volledige mapping, maar vormt een eerste overzicht dat inzicht wil verschaffen. De tekst vertrekt vanuit een Vlaams perspectief, dat nauw aansluit bij een West- en Centraal-Europees referentiekader.
Performance: een kunstdiscipline op zich, of een containerbegrip?
Performance is vaak live en onvoorspelbaar; de kunstvorm laat zich dan ook niet zomaar vatten in één definitie. Artiesten gebruiken lichamen, acties en aanwezigheid als primaire materialen. Het kan geïmproviseerd zijn of experimenteel, uitgeschreven worden in scripts en scores, bestaan uit professionele kunstenaars of amateurs, of de traditionele vierde wand breken door het publiek te betrekken. Performance speelt zich zo af tussen kunst en leven, en reageert op de wereld rondom ons.
De geschiedenis van performance loopt terug tot het futurisme en de dadaïstische cabaretten van begin twintigste eeuw. Toch worden begrippen als performance art, body art, happenings en action art meestal gerelateerd aan historische performances van de jaren zeventig. Toen begonnen artiesten in bepaalde delen van de wereld zich ook expliciet performancekunstenaars te noemen: denk aan Joseph Beuys, Lygia Clark, Marina Abramovic, Chris Burden, Vito Acconci, Ana Mendieta, Helio Oiticica, Carolee Schneemann, Yoko Ono, en Joan Jonas. Die periode kunnen we in die zin zien als het begin van performance als genre of beweging. Hoewel de term natuurlijk niet overal gebruikt werd waar live evenementen plaatsvonden, was het gebruikelijk in een Centraal-Europese en Amerikaanse context.
De opkomst ervan werd historisch vaak gezien als een radicale breuk met de bestaande kunstvormen. Kunstenaar Vito Acconci beschreef het als een tijdelijke stijl in het oeuvre van een kunstenaar: “een moment dat alles op zijn kop zet als aankondiging van een nieuwe periode”.
Met de evolutie van performance volgden ook de pogingen tot definiëring. In 2001 schreef RoseLee Goldberg dat de geschiedenis van de term aantoont dat performance een permissief genre is, gehanteerd door artiesten die de grenzen van een bepaalde discipline willen aankaarten in directe relatie met een publiek. In 2016 merkte theoreticus Jonah Westerman op dat performance geen medium is, en nooit is geweest: “niet iets dat een kunstwerk kan zijn, maar eerder een reeks vragen en zorgen over hoe kunst zich verhoudt tot mensen en de bredere sociale wereld”. Catherine Wood opteert in Performance in Contemporary Art voor de volgende definitie: “Voor kunstenaars in de 21e eeuw is performance niet de vrije of ondefinieerbare ruimte van interdisciplinariteit die sommige mythes rond het werk suggereren. Het is vaak een manier om het eigen kader van de kunst en haar protocollen met betrekking tot de relaties tussen publiek, kunstenaar en kunstwerk te testen.”
In de beeldende kunst wordt vaak voor de term live art geopteerd. Ook het adjectief ‘performatief’ wint aan populariteit, wat ons terugbrengt naar de taalkundig-filosofische betekenis van het woord performance, waarbij filosofen als J.L. Austin, Jacques Derrida en Judith Butler verwezen naar woorden die de werkelijkheid niet beschrijven, maar net veranderen.
Sommige artiesten wijzen de term resoluut af en kiezen voor de oorspronkelijke discipline: ‘dans in het museum’, ‘choreografische tentoonstelling’, of zelfs ‘acties’ en ‘situaties’. Anderen, zoals artieste Grace Schwindt, willen de ene discipline niet boven de andere plaatsen en houden het daarom bij performance – een gedachte die gehoor vindt bij een nieuwe generatie kunstenaars waar steeds minder in categorieën wordt gedacht.
Mijn voorstellingen bevatten altijd beeldhouwkunst, muziek, dans. Als ik het een dansvoorstelling zou noemen, zouden de verwachtingen binnen het vastgestelde kader van lezen, begrijpen en kijken bij de dans liggen. Ik zou het publiek misleiden, want het is geen dans – ik gebruik enkel dans.
Grace Schwindt (Van Langendonck 2025, 100)
Ondanks deze nuanceringen, blijft de term toch vaak fungeren als een containerbegrip voor alles wat niet op een scène plaatsvindt, of zelfs wel op een scène, maar met een beeldende en lichamelijke taal. Eerder dan de definities is het besef dat deze subjectief zijn belangrijk, zeker als men over de hokken van de disciplines heen springt.
Historische schets in een internationale context (1970-2000)
In de afgelopen drie decennia lijken immateriële kunstvormen een permanente plaats te hebben verworven in de beeldende kunstenscène: van lokale en internationale instellingen tot tentoonstellingen, speciale evenementen zoals museumnachten, en kunstbiënnales waar kunstenaars bovendien regelmatig in de prijzen vallen. Zo werd het werk van Tino Sehgal, Anne Imhof, Carolee Schneemann, Rugilė Barzdžiukaitė, Vaiva Grainytė en Lina Lapelytė eerder beloond met de Gouden Leeuw op de Biënnale van Venetië. Op deze biënnale zullen dit jaar naast Miet Warlop ook andere podiumkunstenaars hun plek opeisen, zoals Dries Verhoeven voor het Nederlandse paviljoen en Florentina Holzinger voor Oostenrijk. Intussen dringt performance ook binnen op commerciële kunstbeurzen.
Vanuit een internationaal perspectief is 2003 een keerpunt geweest, toen Catherine Wood een performance programma in Tate Modern begon. RoseLee Goldberg’s eerste Performa Biënnale in New York vond twee jaar later plaats, en nog eens vijf jaar later organiseerde het New Yorkse MoMA Marina Abramovićs invloedrijke performance-retrospectieve The Artist is Present. In 2011 presenteerde Hayward Gallery in Londen Move: Choreographing You, een expo over de historische en huidige relaties tussen beeldende kunst, dans en performance.
Die verhoogde zichtbaarheid en erkenning werkte ook in de omgekeerde richting. Naast performances die zich de codes van het museum eigen maken, wordt ook binnen theaterorganisaties en -festivals aandacht gegeven aan hybride vormen en interdisciplinariteit: denk op het internationale toneel onder meer aan Foreign Affairs van Berliner Festspiele (2012-2016), de speciale formats op Impulstanz Wien en Wiener Festwochen, Il tempo del Postino in Basel, Dance First Think Later in Genève of The Museum as Performance in het Portugese Serralves Museum.
Het lijkt alsof theatraliteit niet langer de kunst infiltreert, maar dat kunst geleidelijk theatraal is geworden.
(Eckersall and Ferdman. (ed.) 2021, 1)
Sleutelfiguren in Vlaanderen en Brussel
Zoals Thomas Crombez, Ruben De Roo en Karel Vanhaesebrouck schrijven, is het verhaal van de ontwikkeling van performance art in Vlaanderen minstens even ongrijpbaar als zijn onderwerp. Het is niet alleen fragmentarisch en ongestructureerd, maar speelt zich ook af buiten de geijkte circuits op ongeregelde plekken en is vaak weinig gedocumenteerd. Niet zo verwonderlijk: performance art nestelde zich als kunstpraktijk radicaler dan ooit tevoren in het hier en nu, en ook internationaal dacht men in die tijd weinig aan archiveren.
In de jaren zeventig ontstond er in de Vlaamse beeldende kunsten een netwerk van kleine – vaak selfmade – experimentele organisaties en collectieven. Ze uitten zich in een nieuwe zone tussen beeldende kunst en theater, ook al waren ze vanuit cultuursociologisch perspectief nauwer betrokken bij diverse beeldende kunststromingen: de environmental art, de conceptuele kunst, happenings en body art. De voorbeelden in onderstaande lijst zijn verre van volledig, maar geven een indicatie over hoe talrijk de plekken waren die performance en experimenteel theater expliciet binnen hun werking opnamen.
- In Antwerpen denken we aan A379089, Ruimte Morguen, Ruimte Z, Club Moral, Vacuüm voor Nieuwe Dimensies, Happening News, Today’s Place, cultuurhuis de King Kong, Ercola, De Nieuwe Workshop, CET (Centrum voor Experimenteel Theater) en het ICC (Internationaal Cultureel Centrum, het voormalige M HKA);
- in Brussel aan Reportage en Galerie MTL, ERG gallery, Galerie 20/27, Le Cube, Artistes Associés/Galerie 9, Théâtre 140 (1963), Plan K (1973), Beursschouwburg (Performance Art Festival 1978), het Kaaitheaterfestival, en het Kunst- en Cultuurverbond;
- in Oost-Vlaanderen denken we aan het Gentse Proka (Promotors van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten) en New Reform in Aalst.
Allen werkten ze in de geest van de performance en voerden ze een strijd tegen het gevestigde kunstinstituut. We lichten hieronder een aantal sleutelfiguren uit.
Ook in theater en dans werd de sprong naar performance gemaakt. Parisiana van Eric De Volder trad in 1975 voor het eerst op in de Zwarte Zaal van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. In 1979 brak het ensemble door toen ze in de Ancienne Belgique speelden tijdens het Kaaitheaterfestival. Voor de solo No puedo mas (uit de productie Vier Korte Dansen, 1983) presenteerde Marc Vanrunxt zich aan het publiek met witte zwachtels om hoofd en benen. Hij ‘danste’ amper, maar huppelde en schuifelde in het rond, kwam ten val en werd door een andere danser opnieuw overeind geholpen.
Eind jaren negentig waren zowel het Leuvense Klapstuk als het Brusselse Kaaitheater voorlopers in wat men de conceptuele dans is gaan noemen. Zo werd de laatste editie van Klapstuk (2003), het iconische dansfestival van STUK gecureerd door choreograaf Jérôme Bel met de performativiteit van objecten als rode draad. In het Kaaitheater waren vanaf de jaren negentig de Franse choreografen van de conceptuele dans kind aan huis, waaronder eveneens Bel, maar ook Xavier Le Roy en Boris Charmatz. Zij kregen vaak als commentaar dat ze geen dans brachten omdat er nauwelijks of geen beweging te zien was in hun werk; ze onderzochten de condities en beperkingen van hun medium à fond. Het zijn ook deze choreografen die bij musea als eersten op belangstelling konden rekenen.
In de jaren tachtig en negentig kenden onze lokale podiumkunsten een spectaculaire groei, en daarmee ook de vele samenwerkingen met andere disciplines. Performance speelde toen nauwelijks een rol in musea: een periode waarin het S.M.A.K. een uitzonderlijke positie in nam. Jan Hoet en Bart De Baere programmeerden regelmatig performances in wat toen nog het Gentse Museum voor Hedendaagse Kunst heette.
Jan Hoet (1936-2014) nodigde in 1977 Josef Beuys uit voor een lecture performance. Nadien volgden Marina Abramović en Ulay in 1984, waarna Abramović eveneens haar 50e verjaardag vierde in het museum. Nog in 1996 voerde Abramović een performance op tijdens haar solotentoonstelling in het museum, The Urgent Dance. Met de expo Chambres d’Amis in 1986 brak Hoet S.M.A.K. open door hedendaagse kunstwerken van internationaal vermaarde kunstenaars tentoon te stellen in Gentse privéwoningen. Performatief is bijvoorbeeld het werk van Luciano Fabro. In 1999 volgde Over the Edges, met onder meer de kreet van Tarzan van Emilio López Menchero en Chantoir van Thierry De Cordier, een zwart podium dat de bezoeker uitdaagde om actief deel te nemen. Een ander voorbeeld dateert uit 1999, waarin voor de opening van het museum een boksmatch plaatsvond tussen Jan Hoet en de Amerikaanse kunstenaar Dennis Bellone.
Intussen nodigde Bart De Baere in 1994 choreografe Meg Stuart uit om deel te nemen aan de tentoonstelling This is the Show and the Show is Many Things. Meg Stuart’s bijdrage kan omschreven worden als een ‘dansinstallatie’, of als tien uur ononderbroken aanwezigheid. Ongeveer achttien acties werden verspreid over het museum, uitgevoerd door dansers, niet-dansers, acteurs en beeldend kunstenaars.
Ook Tino Sehgal’s heropvoering van Bruce Nauman Instead of allowing some thing to rise up to your face dancing bruce and dan and other things (2000) was een creatieopdracht voor S.M.A.K. en zijn eerste museale werk na zijn carrière als danser. Sehgal werd later een van de bekendste artiesten in dit veld, die zelfs de verkoop van zijn geconstrueerde ‘situaties’ (een set van gechoreografeerde gebaren en gesproken instructies) een immaterieel karakter geeft.
De heropleving van performance (2000-…)
In het eerste decennium van de 21e eeuw schieten verschillende (performance)festivals uit de startblokken. Door projecten van verschillende partners te bundelen, zorgen ze voor een grotere zichtbaarheid over de grenzen van de kunsthuizen heen. Trouble, een festival in Franstalig Brussel dat in 2005 werd opgericht, legde in de beginjaren de nadruk op body art. MOMENTUM – Platform for Performance Art (2005-2012) was een kleinschaliger jaarlijks festival, eveneens in Brussel, dat vertrok vanuit de beeldende kunsten.
Hieronder bespreken we verschillende initiatieven die zich richt(t)en op het experimentele karakter van disciplineoverschrijdende creaties.
Ook het Oostendse festival Theater aan Zee evolueerde van hoofdzakelijk theater naar een meer hybride programmering. Performances zijn er nog wel uitzonderlijk. In 2022 bracht Honoré d’O in samenwerking met de VUB de performance Laetoli Amfitheater met twee gele bulldozers op het strand. In Leuven organiseert kunstencentrum STUK naast Playground ook Artefact: een festival voor kunst en nieuwe media multidisciplinaire programma’s ontwikkelt rond tentoonstellingen.
Naast festivals zijn er in Vlaanderen en Brussel talrijke uitwisselingen tijdens speciale formats.
- WIELS organiseerde in 2021 en 2024 INDISCIPLINE in het Grand Casino van Knokke-Heist, een happening met performances en experimentele interventies.
- In 2025 vond de derde editie plaats van De Nacht van de Verbeelding – een nacht vol installaties en performances – in samenwerking met S.M.A.K., MSK en GUM.
- KAAP zet eenmalige initiatieven op in samenwerking met musea: Mo(nu)ment met Mu.ZEE in 2020 (Ria Pacquée, Anyuta Wiazemsky Snauwaert), Mind the Artist met Musea Brugge in 2021 (Charlotte Bouckaert, Heike Langsdorf, David Bergé, Maika Garnica) en De Langste Dag met Mu.ZEE in 2024. Via gegidste wandelingen speelden ze in op het opkomende gebruik van performatieve wandelroutes, zowel stedelijk als landelijk.
- 0090 organiseert jaarlijks een tweedaags festival The Image Generator op het kruispunt van beeldende kunst en live-ervaringen, gaande van performance en geluid tot beweging. Het festival werd in 2015 gelanceerd vanuit de gedeelde Antwerpse locatie van Platform 0090, Kunsthal Extra City, Lokaal 01 en Kunst/Werk. Vandaag wordt het programma gedragen door een vernieuwde coalitie van partners: Platform 0090, C-Takt, Kunsthal Extra City en SoAP.
- Tussen Middelheimmuseum en De Singel waren er meerdere samenwerkingen, zoals het project Come Closer (2024) dat de relatie tussen sculptuur en performancekunst onderzocht met installaties en performances van een 25-tal kunstenaars.
Samenwerking en uitwisseling
Een efemere kunstvorm als performance draagt het gevaar in zich van ad hoc-productie en presentatie met precaire werkcondities, beperkte budgetten en een hoge werkdruk als mogelijke gevolgen. Naast structurele inbedding in organisaties voor ontwikkeling en productie, kunnen Europese samenwerkingen en netwerken ook voor een grotere consistentie zorgen. Zo was er bijvoorbeeld het netwerk CORPUS van 2012 tot 2018 voor het Playground festival. Ook Bozar geeft dankzij het Europees netwerk Perform Inform Transform: Participatory Performance in Art Museums (PIT) opdrachten voor nieuwe performances in 2026 en 2027.
Ook het opzetten van binnenlandse netwerken met expertise uit verschillende hoeken zit in de lift. The Coalition of Care is een netwerk van elf multidisciplinaire culturele partners in Vlaanderen en Brussel, dat samen kansen voor ontwikkeling en creatie biedt aan nieuwe stemmen in het kunstenveld. In CC Strombeek worden kunstenaarsresidenties georganiseerd in samenwerking met Jester in Genk en De School van Gaasbeek.
De productie en presentatie van performance
Onderstaande initiatieven vormen geen volledige mapping, maar bieden een eerste overzicht dat inzicht wil verschaffen.
Beeldende kunsten
Podiumkunsten
Ontwikkeling en educatie
De laatste jaren zijn er een aantal interessante organisaties ontstaan die de ontwikkeling van trans- en multidisciplinaire praktijken als hun kerntaak beschouwen. Limburg, waar er weinig presentatiemogelijkheden zijn, is hier opvallend aanwezig met C-Takt en Vonk.
- C-Takt is een platform voor transdisciplinaire kunsten en talent. Deze relatief jonge werkplaats is gegroeid vanuit de nood aan een plek waar hybride praktijken en transdisciplinaire kunstenaars zich in alle rust kunnen ontwikkelen. C-Takt krijgt sinds 2017 geld uit de commissie transdisciplinair – die toen voor het eerst structurele middelen gaf, als reactie op de stijgende populariteit van discipline-overschrijdend werken. Hun pool van artiesten heeft meestal een achtergrond in de podiumkunsten, waarbij een aantal criteria worden gehanteerd: het werk is transdisciplinair, gaat anders om met het publiek, ontstaat cross-sectoraal, past in ‘veranderende praktijken’ of verschuift de grenzen van een discipline door erin te excelleren of door ze te herinterpreteren.
- Kunstplaats Vonk is een kunstorganisatie die de ontwikkeling van beeldende en transdisciplinaire performancekunstenaars stimuleert. Hun ateliers in Hasselt en Genk geven plek aan 25 beeldende kunstenaars, met daarnaast vier tot zes jaarlijkse residentieplekken voor zowel nationale als internationale kunstenaars. Ze organiseerden ook zes edities van Performa, een podium voor performances en visuele installaties.
In Antwerpen is 0090 een werkplaats en draaischijf voor onderzoek, residentie, creatie, productie en presentatie van transdisciplinaire kunst met aandacht voor tussenruimtes en hybriditeit. Ook Morpho is een op kunstenaars gerichte ontwikkelingsorganisatie die residenties opzet en ateliers aanbiedt in Antwerpen. Ze gaan op zoek naar de kruisbestuiving tussen beeldende kunst en andere praktijken die minder goed gedijen in traditionele organisaties: van tuinieren en koken tot geluidskunst en performance.
In Gent ondersteunt Kunstenplatform PLAN B kunstenaars in verschillende disciplines bij het produceren en presenteren van – en reflecteren over – hun artistieke praktijk, zowel in een stedelijke als landelijke context. Cas-co is een atelier- en residentieruimte in Leuven.
In Brussel zijn enorm veel werkplaatsen, artist-run spaces en andere grassroots initiatieven interdisciplinair in hun keuzes. We noemen er slechts een aantal: Pianofabriek, Hiros, Caravan, Nadine, workspacebrussels, Volksroom, NICC, K.A.K (2013-2023), A Two Dogs Company, Level Five, Anal Pompidou, rile*books, …
Educatie
Performance als discipline maakt pas sinds kort deel uit van het curriculum van kunstacademies en universiteiten in Vlaanderen en Brussel. KASK & Conservatorium in Gent biedt als enige hogeschool in Vlaanderen een opleiding met ‘performance’ in de titel: het gaat om een bachelor in de vrije kunsten (opgestart in 2017-2018) waar performance als medium een richting is. Het is een volwaardige aparte opleiding met docenten uit verschillende disciplines, waaronder theater, dans, video, tekenen, …
Ook de meeste andere opleidingen in theater, dans of beeldende kunsten hebben aandacht voor het lichaam, performance of interdisciplinariteit. In Franstalig Brussel focust ISAC op choreografie, performance en dans op de grens met beeldende kunsten. Ook ERG en La Cambre zijn interdisciplinair. De master dans van AP Hogeschool / Conservatorium Antwerpen organiseert de module Embodied Curating samen met Curatorial Studies op KASK & Conservatorium. Anderzijds krijgen A.pass en HISK, scholen waar artistiek interdisciplinair onderzoek centraal stond, vanaf 2023 geen subsidies meer. Doctoraten in de kunsten krijgen de laatste tijd meer zichtbaarheid door een samenwerking van universiteiten met kunstinstellingen. Zo voerde Shervin Kianersi Haghighi een jaar lang ‘onzichtbare performances’ uit in S.M.A.K. en was Ula Sickle te gast in NW Aalst met A Choreographic Exhibition, een tweedaagse live tentoonstelling die meteen ook de presentatie van haar doctoraat was: een onderzoek naar het tentoonstellen van performance en het format van de live tentoonstelling.
Kansen en uitdagingen voor de toekomst
Vandaag heeft performance haar weg gevonden in het hele veld. Het lijkt alsof de veelheid aan kleinschalige initiatieven uit de jaren zeventig op een eigentijdse manier resoneert. Vooral Brussel is uitgegroeid tot een vruchtbare voedingsbodem voor artistiek talent en blijft daarmee de pioniersrol vervullen die het op het vlak van interdisciplinariteit altijd heeft gehad. Als meertalige hoofdstad fungeert de stad als een aantrekkingspool voor artiesten uit binnen- en buitenland, die elkaar hier gemakkelijker lijken te vinden dan elders.
Ruimte voor experiment en de rol van de gemeenschap vormen de kern van talrijke bottom-up initiatieven. Anal Pompidou en Villa Canapé zijn daar slechts twee voorbeelden van. Deze organisaties zijn bovendien vaak vernieuwend op organisatorisch en financieel vlak: bij gebrek aan subsidies zoeken ze naar alternatieve vormen van gemeenschappelijke inbreng, die verder reiken dan louter financiële bijdragen.
De prominente aanwezigheid van performance uit Vlaanderen op een internationaal evenement zoals de Biënnale van Venetië is eveneens een belangrijke stap. Niet enkel voor het potentiële publieksbereik – wat vaak moeilijk is in dit genre – maar ook voor de erkenning ervan en interdisciplinariteit.
Ook de opening van het nieuwe Brusselse museum voor moderne en hedendaagse kunst KANAL zal in het najaar van 2026 het landschap van performance hertekenen, zowel in de stad als daarbuiten. KANAL positioneert zich tussen het model van een kunstencentrum (zoals Centre Pompidou) en dat van een interdisciplinair museum (zoals MoMA of Tate Modern). Het ontwikkelt een hybride werking: een museum als kern, ingebed in een dynamische, multidisciplinaire praktijk. Het gebouw stimuleert een niet-traditionele inzet van ruimte met tentoonstellingen en performances verspreid over diverse locaties. Opvallend is de structurele integratie van live arts, van performance, dans en theater tot spoken word en interdisciplinaire projecten, binnen de organisatie. KANAL profileert zich zo als een “levend museum” in het veld dat nieuwe kansen zal bieden.
Naar aanleiding van dit momentum blikken we vooruit op de kansen en uitdagingen voor de toekomst van het veld.
Performance in relatie tot figuratieve kunst
Dans of performance in musea vindt meestal plaats in een hedendaagse kunstcontext. Zijn kunstenaars bang voor het risico van mimesis in relatie tot figuratieve kunst? Of zijn het de hoge verzekeringspremies voor kunstwerken die bepalen waarom performance vaak plaatsvindt in de lege ruimtes van een museum of in de semi-openbare overgangsruimtes?
Het gevaar van overprofessionalisering en formattering
In het najaar van 2025 organiseerde Kunstenpunt een publiek gesprek over de uitdagingen van performance in Vlaanderen. Daar bleek enerzijds een grote waardering voor de kansen die het kunstenveld in Vlaanderen en Brussel biedt, maar anderzijds ook een nood aan experimenteren zonder de druk van het produceren en het tonen.
Nu lichamen steeds vaker musea bevolken en sommige musea slim inspelen op de behoefte van bezoekers aan nieuwe ervaringen, moeten we ons de vraag stellen in hoeverre performancekunst (binnen de context van grote institutionele kaders) haar efemere karakter en vaak kritische houding kan behouden. Hoe gaan we in tegen de logica van evenementen? Hoe presenteren we performances zonder begin of einde, of zonder tickets, als toevallige ontmoetingen? Het blijven zoeken naar nieuwe vormen en presentatiemethoden die spelen met de gevestigde codes van tijd en ruimte, kunstwerken, publiek en instituten, is essentieel.
Onderzoeken, documenteren en aankopen van performance
De historische kennis over performancekunst in Vlaanderen is relatief beperkt. Vaak wordt aangenomen dat de generatie in de jaren tachtig performance op de kaart heeft gezet, maar daaraan ging een belangrijke ontwikkeling vooraf, waarin de focus verschoof van tekst naar lichaam. Deze evolutie mondde in de jaren tachtig uit in de zogenaamde Vlaamse golf binnen de podiumkunsten.
Om de geschiedenis van performance in Vlaanderen duidelijker in kaart te brengen, is er nood aan een verdere ontsluiting en digitalisering van de archieven. Naast M HKA, CKV, Cemper en meemoo zal ook KANAL hierin een rol spelen. Er zijn te veel archieven die bewaard worden in slechte condities. Het is een verantwoordelijkheid van het hele veld, en vooral van de instituten, om archivering structureel aan te pakken.
Onder meer S.M.A.K., M HKA en Middelheimmuseum kochten al performances, of kunstwerken die een resultaat zijn van een performance. De collectie van de Vlaamse Gemeenschap deed dit onlangs ook voor de eerste keer: Relay van Ula Sickle werd aangekocht als een ‘sculptuur’ dat enkel tentoongesteld kan worden als het als performance wordt geactiveerd. Een belangrijke eerste stap bij de inschrijving van performance in het kunsthistorisch discours, en daarnaast een interessante oefening in het beschrijven van de overdracht van immateriële kunst in het contract.
In de beeldende kunst lijkt de documentatie van performance soms belangrijker dan de performance zelf. Vandaag zijn er stemmen die het immateriële aspect van performances als reactie op het materiële in de beeldende kunst, of het repetitieve in het theater, niet alleen willen benadrukken op het moment van de performance zelf, maar ook achteraf. Denk bijvoorbeeld aan het werk van Tino Sehgal waar zelfs de verkoop immaterieel verloopt. Niemand lijkt het belang van documentatie in vraag te stellen, maar tijdens het hierboven vermelde panelgesprek werd nagedacht over de mogelijkheden van niet-visuele documentatie. Kan het verzamelen van reacties en herinneringen van het publiek bijvoorbeeld een nieuwe vorm van documentatie worden, in het huidige tijdperk van hypervisibiliteit?
Delen van expertise en het belang van ‘vertaling’
Er blijkt nood aan meer tijd om te experimenteren zonder meteen te produceren en te presenteren. Tegelijk is er de vraag om minder tijd te verliezen: minder naast elkaar praten, maar meer mét elkaar.
De kruising tussen verschillende disciplines verloopt vaak moeizaam. Hoewel kunstenaars al sinds de jaren zestig experimenteren met vormen van performance in de beeldende kunst, betekent naar het theater gaan nog vaak dat je collectief op een vaste plek zit voor een bepaalde tijd, om te kijken naar de enscenering van een chronologisch verhaal. Omgekeerd associëren podiumkunstenaars beeldende kunst vooralsnog met schilderijen op witte muren.
Wanneer we kijken naar performance vanuit een beeldende blik, zien we verschillen die verder gaan dan de voor de hand liggende ruimtelijke en temporele parameters. Denk aan de codes die inherent zijn aan een bepaalde ruimte (theater of museum), aan een bepaalde tijd (vast of durational), of aan een bepaalde groep (collectieve of individuele ervaring). Zo hanteren beeldende kunstenaars die in theater werken, ‘dans’ of ‘theater’ soms eerder als een readymade; meer als een idee dan als een praktijk. Ook auteurschap is een omstreden kwestie: de creatie van performance is nog steeds een veel collectiever proces in het theater dan in de beeldende kunst.
Iemands opleiding en manier van kijken naar kunst heeft invloed op hoe die persoon kunst selecteert, maakt of bekijkt. Begrippen hebben een andere betekenis afhankelijk van de context: wanneer wordt een kunstwerk een rekwisiet, een programmator een curator, een dramaturg een productieassistent? Wanneer er bovendien met codes wordt gespeeld en het niet meer zo duidelijk is tot welk medium een kunstwerk behoort, bepaalt het kader (een theater, een museum, de ervaring van de toeschouwer) vaak de betekenis. Een bewustwording hiervan is op alle niveaus van de creatie nodig.
Er is nog een lange weg te gaan in het duidelijk afbakenen van de functies ontwikkeling, productie en presentatie van performancekunst, zeker op vlak van de financiële verdeling en transparantie. Het opzetten van netwerken met expertise uit verschillende hoeken, en het delen van good practices is noodzakelijk. De twee werelden kunnen elkaar immers ook versterken. Musea zijn altijd al zorgvuldiger geweest met de documentatie van een kunstwerk, zelfs wanneer het gaat om het vluchtige medium van performance. Vanuit het productionele oog zijn theaters beter onderlegd wat betreft de betaling en praktische ondersteuning van kunstenaars, het coproduceren en tournees.
Grijze zones
“Moet het gebouw zich aan de kunstenaar aanpassen, of de kunstenaar aan het gebouw?” Jozef Wouters stelde de vraag tijdens zijn speech voor de opening van het TheaterFestival 2025. Feit is dat er in Vlaanderen en Brussel veel verbouwd wordt in instellingen die performances brengen (denk aan de gebouwen van KANAL, Kaaitheater, Beursschouwburg, Mu.ZEE en S.M.A.K.). Zullen ‘grijze zones’ (een term van kunsthistorica Claire Bishop) ontworpen worden, tussen de black boxes en white cubes in? En is dat waar kunstenaars naar op zoek zijn?
Tijdens het panelgesprek bleek de noodzaak van het herdenken van de publieke ruimte. We leven in een tijd waarin de publieke ruimte van alle kanten wordt ingeperkt. Sommige performances van de jaren zeventig zouden vandaag kunnen leiden tot arrestatie of vervolging; dat is een trend in heel Europa en de westerse wereld. Hoe kunnen performances helpen om ons het publieke weer toe te eigenen? En hoe kunnen musea zich aanbieden als publieke ruimtes?
Ook de nood aan andere ruimtes, zoals muziekfestivals, werd vernoemd. Organisaties als HORST in Vilvoorde bieden daar een antwoord op. Ontstaan in 2014, groeide HORST inmiddels uit tot een internationaal gerenommeerd platform voor baanbrekende elektronische muziek met inventieve in-situ kunst en interdisciplinaire projecten, waaronder performance.
Performance als houding
Toen Catherine Wood benoemd werd tot programmadirecteur bij Tate Modern, wilde ze performance – in de ruimste zin van het woord – integreren in de manier waarop het hele programma van het museum wordt samengesteld. Performance als een manier van werken die verder gaat dan het medium, als een houding die permanent de aandacht vestigt op de grenzen van wat kunst is en ze ook overschrijdt. Met ‘performance curatoren’ in nieuwe posities in Vlaanderen en Brussel en met een nieuw ‘levend museum’ in het vooruitzicht kan dat een heel spannende houding worden.
Zorgen voor performance
De term curator is historisch gezien afkomstig uit de beeldende kunst en verwijst naar iemand die zorgt voor museumcollecties en kunstobjecten. Performance is een kunstvorm die in essentie fragiel is, en dat ook moet zijn. Toch is er nog meer zorg nodig, zowel op financieel (onderscheid tussen productie en presentatie), technisch (precaire freelance statuten) en menselijk vlak. Ook al is het systeem genereus, het is ook wreed, bleek onder meer tijdens het panelgesprek.
Hoewel er een zekere ondersteuning bestaat voor kunstenaars die tussen disciplines bewegen, blijven er belangrijke knelpunten. Het werken in verschillende contexten (podiumkunsten vs. beeldende kunst) brengt uiteenlopende verwachtingen en uitdagingen met zich mee, die een grote flexibiliteit en veerkracht van kunstenaars vragen. Structurele afstemming tussen beide velden blijft noodzakelijk om deze hybride praktijken duurzaam te ondersteunen.
Laten we, nu performance zich meer en meer inbedt in opleidingen, residentiewerkingen en musea-collecties, nu we het monumentale omzetten in het immateriële, deze praktijk de menselijke zorg geven die ze verdient.
Deze tekst werd geschreven door Katleen Van Langendonck, met dank aan Feiko Beckers, Hugo Bergs, Lore Boon, Pieter Boons, Elen Braga, Alice Ciresola, Thomas Crombez, Caroline Dumalin, Melat Gebeyaw Nigussie, Guy Gypens, Laura Herman, Ann Hoste, Eliel Jones, Carolina Maciel de França, Agnes Quackels, Ilse Roosens, Joshua Serafin, Christophe Slagmuylder, Anna Stoppa, Steven Vandervelden, Barbara Van Lindt, Bruno Verbergt, Merel Vercoutere, en Joanna Zielinska.
Bronnen
Crombez, Thomas. 2009. “Crepusculair theater. Performance en meer omstreeks 1980.” Documenta 27 (2-3): 209-229.
Crombez, Thomas. 2014. Arm theater in een gouden tijd. Ritueel en avant-garde na de Tweede Wereldoorlog. Lannoo.
Crombez, Thomas. 2017. “New Reform: performances, happenings en acties 1970-1979.”. New Reform Archive, 26 september. https://newreformarchive.blogspot.com/2017/09/new-reform-performances-happenings-en.html
De Roo, Ruben, en Karel Vanhaesebrouck. 2008. “De impact van performance art in Vlaanderen. Van conceptuele metacommentaar tot anarchistisch totaalspektakel.” Documenta 26 (2-3): 168-182.
D’Hondt, Roger. 2021. “Ervaringen zijn interessanter dan geld.” Gesprek met Hans Theys. https://hanstheys.ensembles.org/items/roger-d-hondt-2021-ervaringen-zijn-interessanter-dan-geld-nl-interview
T’Jonck, Pieter. 2017. “Live art: opmaat voor een nieuw museum of kritische rand?” De Witte Raaf 190 (nov-dec).
T’Jonck, Pieter. 2015. “Performatik 2013, een terugblik.” https://kaaitheater.be/nl/duiding/performatik-2013
Bishop, Claire. 2011. ”Unhappy Days in the Art World? De-skilling theater, Re-skilling performance.” The Brooklyn Rail, dec 11-jan 12. https://brooklynrail.org/2011/12/art/unhappy-days-in-the-art-worldde-skilling-theater-re-skilling-performance/
Eckersall, Peter, and Bertie Ferdman. (ed.). 2021. Curating Dramaturgies. Routledge.
Goldberg, Roselee. 2001 (1979). Performance art : from futurism to the present. Thames and Hudson.
Gronau, Barbara, Matthias von Hartz and Carolin Hochleichter. (ed.) 2016. How to Frame. On the threshold of performing arts and visual arts. Sternberg Press.
von Hantelmann, Dorothea. 2010. How to Do Things with Art, JRP & Les presses du réel.
Jackson, Shannon. 2014. “Performativity and its addressee.” On Performativity. Living Collectives Catalogue: Volume 1, Chapter 4. Walker Art Center.
Van Langendonck, Katleen. 2025 (2023). The Art of Performance. 25 Conversations. Track Report Royal Academy of Fine Arts.
Westerman, Jonah. “The Dimensions of Performance.” Tate Modern. https://www.tate.org.uk/research/publications/performance-at-tate/dimensions-of-performance.
Wood, Catherine. 2018. Performance in Contemporary Art. Tate Publishing.