Gedeelde grond 18: luister naar een nieuwe aflevering met Lies Cuyvers (tout petit)

Gedeelde grond is een reeks gesprekken met kunstprofessionals uit Vlaanderen. Waar dromen ze van? Waar maken ze zich zorgen over? We vroegen het aan Lies Cuyvers, bezieler en artistiek leider van tout petit. Het gezelschap en productiehuis brengt dans tot jonge mensen, zonder volwassenen uit het oog te verliezen.

We proberen hier content te tonen van PodBean.

Kunsten.be gebruikt minimale cookies. Om inhoud te zien die afkomstig is van een externe site, kan die site bijkomende cookies plaatsen. Door de inhoud te bekijken, aanvaard je deze externe cookies.
Lees meer over onze privacy policy.

Beluister op PodBean

Samenvatting

Tout petit brengt jaarlijks zo’n honderd voorstellingen naar een jong publiek. Wat begon als een artistiek project groeide inmiddels uit tot een volwaardig gezelschap. “Onze eerste productie ging in première in 2013: we wilden een voorstelling maken voor kinderen vanaf drie jaar. Dat kwam doordat ik zelf een dochtertje had van twee jaar. Ik zag hoe jonge kinderen continu in bewegingsonderzoek zijn: ze willen zich ontwikkelen en zijn continu aan het experimenteren met hun lichaam. Dat lijkt eigenlijk heel erg op hedendaagse dans. Ik heb heel veel bewegingen van haar gekopieerd, omdat het zo fascinerend was waar zij uitkwam.”

Hoewel de voorstellingen zich richten op een jong publiek, zijn ze ook toegankelijk – en vooral, heel betekenisvol – voor volwassen. “Mensen denken dat ze niet naar een voorstelling voor jong publiek moeten komen als ze geen kind of jongere meenemen. Dat is jammer omdat er supersterke producties tussen zitten. Soms is de beste productie van het jaar voor mij een voor jong publiek, en niet uit het avondcircuit.”

Ik zag hoe jonge kinderen continu in bewegingsonderzoek zijn: ze willen zich ontwikkelen en zijn continu aan het experimenteren met hun lichaam. Dat lijkt eigenlijk heel erg op hedendaagse dans.

Naast dans ligt de focus op scenografie en muziek, iets wat ze meenemen in hun vele artistieke samenwerkingen. In februari 2026 ging de nieuwe voorstelling Ogen. Blik. Verder. Kijken. in première. Daarvoor ging het gezelschap een samenwerking aan met beeldend kunstenaar Ief Spincemaille. “Hij is in functie van deze productie kijkobjecten gaan ontwikkelen. Dat is tegelijk beeldend werk en een voorwerp om te gebruiken. Die objecten worden geïntroduceerd in de voorstelling: zowel de kinderen als volwassenen kunnen erdoor kijken, en nemen de wereld op een andere manier waar door die objecten. Het is een productie die draait rond kijken, observeren, elkaar aankijken – ook de rest van het publiek aankijken. Dat is een ervaring die op veel verschillende niveau’s kan werken: waar een kind misschien meer met zichzelf bezig gaat zijn, gaan volwassenen meer de context observeren.”

Ogen. Blik. Verder. Kijken. zag het licht in Z33 – huis voor actuele kunst, design en architectuur in Hasselt – en speelt ook in Abby in Kortrijk. “Daarna hebben we gekozen om het op heel verschillende locaties te brengen, omdat we merkten dat het niet per se de museale context moet hebben. Maar we vinden het wel heel leuk om beeldende kunst en dans samen te brengen. Je voelt ook wel dat musea erg op zoek zijn naar andere formats, of andere manieren om een publiek te bereiken. Op die manier is het wel leuk om het museale te overstijgen. Enerzijds zijn er voorwerpen die in een museum thuishoren, en anderzijds dans, wat veel interactiever is.”

“We spelen graag op verschillende plekken omdat je op die manier een heel verschillend publiek kunt bereiken. Soms blijft het een enorme drempel om in een cultuurhuis binnen te gaan. Of je hebt publiek dat wel naar cultuurcentra gaat, maar bijvoorbeeld niet naar musea. Of wel naar een kunstencentrum maar niet naar cultuurcentra. Het is heel fijn om al die verschillende contexten op te zoeken. Niet altijd evident, maar het is wel heel leuk dat mensen op die manier iets ontdekken waar ze niet spontaan naartoe zouden gaan.”

Vlaamse producties vonden lange tijd een breed publiek via het netwerk van de 65 voormalige cultuurcentra. Het cultuurbeleid hiervoor is in de periode tot 2018 stapsgewijs gewijzigd, met een verschuiving van beleidsverantwoordelijkheid van het Vlaamse naar het lokale niveau. De impact daarvan op de spreiding van producties is voelbaar, ook bij tout petit. “Er komt meer druk vanuit steden op de programmatie van cultuurcentra, en de dingen moeten vaak break-even zijn. Het is een spannende evolutie, vooral voor schoolvoorstellingen omdat de ticketprijs daar laag wordt gehouden. Dat betekent dat een cultuurcentrum daar geld aan toesteekt, zoniet is het onmogelijk om een productie zoals bij ons voor tachtig tot honderd mensen te programmeren en maar ticketprijs van €4 te vragen.”

“Voor ons domein hebben we het gevoel dat die druk vooral vanuit lokale besturen komt en zakelijk is. Dat er een enorme druk is om als cultuurcentrum break-even te draaien, en om winst te maken op een productie. Daardoor wordt het soms moeilijk om te blijven overtuigen dat het belangrijk is om ook die kleine producties voor tachtig à honderd mensen te programmeren, en dat ook te doen voor alle leeftijden. Want ik heb nog altijd het gevoel dat we via die scholen het meest diverse publiek bereiken – van alle lagen van de bevolking, alle achtergronden. Dat is iets fantastisch wat we moeten omarmen, en waarvan het heel erg zou zijn mocht het achteruit gaan. Die kans krijg je nergens anders. Dus ik hoop echt dat men ervan overtuigd blijft dat belangrijk is, en dat die overtuiging op veel verschillende niveaus zit.”

Er komt meer druk vanuit steden op de programmatie van cultuurcentra, en de dingen moeten vaak break-even zijn. Het is een spannende evolutie, vooral voor schoolvoorstellingen omdat de ticketprijs daar laag wordt gehouden. Dat betekent dat een cultuurcentrum daar geld aan toesteekt, zoniet is het onmogelijk om een productie zoals bij ons voor tachtig tot honderd mensen te programmeren en maar ticketprijs van €4 te vragen.

“Er zit heel veel spanning bij scholen. Er is een maximumfactuur die niet zo heel hoog is, maar sommige scholen proberen daar ook nog onder te blijven, omdat ze weten in welke precaire omstandigheden hun leerlingen leven. En dus wordt voor sommige scholen zelfs die €4 per kind te veel, want daar komt dan ook nog transport bij kijken.”

Wanneer we Lies traditiegetrouw vragen naar haar droom voor ons kunstenveld volgt haar antwoord dan ook die gedachte. “Mijn grote droom voor het veld is dat iedereen zich er even welkom voelt, en dat iedereen zich even vrij voelt om eender welk kunsthuis binnen te lopen. Ik denk dat dat nog altijd niet zo gemakkelijk is, en zou heel graag willen dat we manieren vinden om de hele maatschappij te omarmen, uit te dragen dat iedereen zich er thuis kan voelen.”

Download de volledige transcriptie

wiki 1