Verloning/vergoeden van kunstenaars

Sta je er vanuit een organisatie voldoende bij stil dat je niet alleen je vaste medewerkers en leveranciers moet betalen voor de diensten en goederen die je nodig hebt, maar ook de kunstenaars die je uitnodigt of een opdracht geeft? Hou je daar bij het opmaken van een begroting voldoende rekening mee en heb je de juiste juridische kennis in huis?

Loont passie? Een onderzoek naar de sociaal-economische positie van professionele kunstenaars in Vlaanderen’ bevestigde in november 2016 op wetenschappelijke manier wat velen in de kunstensector al lang aan de kaak stellen: professionele kunstenaars werken vaak voor niets. Te vaak.

Kunstenaars hebben in België het recht om losse opdrachten, freelance, in het sociaal statuut van de werknemer aan te nemen, eventueel via een interimcontract bij een Sociaal Bureau voor Kunstenaars (SBK). Afhankelijk van de activiteit, zijn dan ook sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) van toepassing.

In augustus 2017 startten een aantal kunstenaars en medewerkers van kunstorganisaties een solidair netwerk tussen freelance kunstenaars en hun medestanders: www.handvest.org. In juni 2020 lanceren de leden van oKo Juist is Juist met vier principes, twaalf afspraken en een toolbox.

Wat is een CAO?

In een Collectieve ArbeidsOvereenkomst (CAO) maken vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers via sociaal overleg in een paritair comité (PC) afspraken die gelden voor alle arbeidsovereenkomsten die in die bepaalde sector worden afgesloten. Kunstenaars kunnen voor bepaalde opdrachten recht hebben op de toepassing van een CAO, maar de regels verschillen naargelang de kunstdiscipline. De regels voor beeldende kunstenaars verschillen van die voor musici en podiumkunstenaars.

Beeldend Kunstenaars

Beeldend kunstenaars kunnen als werknemer aangeworven worden door een opdrachtgever die al personeel in dienst heeft.

Werknemers die alleen of samen met anderen in opdracht optreden voor een publiek (muziek, zang, dans, theater, performance, gesproken woord, mime, circus…) kunnen − ook in het geval van een eenmalige voorstelling − in bepaalde gevallen recht hebben op de toepassing van de ‘CAO podiumkunsten en muziek’ (zie verder).

Werkgevers die geen winstgevend doel nastreven en vanwege hun activiteiten vallen onder het paritair comité voor de sociaal-culturele sector (PC 329). Bijvoorbeeld: musea en hun educatieve diensten, cultuurcentra, de verenigingen ‘ter bevordering van plastische en literaire kunst of tot organisatie van evenementen of tentoonstellingen van werken die met deze kunsten verband houden’. Werkgevers die een werkingssubsidie ontvangen van de Vlaamse overheid (via kunstendecreet, cultureel erfgoeddecreet, lokaal cultuurbeleid, monumentenzorg of nominatim) moeten de ‘CAO cultuurspreiding’ toepassen.

Sommige arbeidsvoorwaarden van de ‘CAO cultuurspreiding’ of de ‘CAO podiumkunsten en muziek’ kunnen ook van toepassing zijn als werkgevers die in andere sectoren actief zijn opdrachten geven aan kunstenaars (behalve voor de sectoren van hotelbedrijf, betaalde sporten, filmbedrijf of audiovisuele sector).

De ‘CAO cultuurspreiding’ bepaalt minimumlonen voor verschillende functies of beroepen, bijvoorbeeld ‘artistiek medewerker’: barema met code B1c. Verder kan de hoogte van het brutoloon ook bepaald worden door de ervaring van de werknemer. Contractanten zijn vrij om hogere lonen af te spreken.

Maand- en uurlonen staan in tabellen en zijn brutolonen. Dit is dus niet de totale kost van het contract en ook niet wat je netto uitbetaald krijgt. Meer informatie hierover kan je vinden bij Cultuurloket.

Omdat kunstenaars zelden per maand werken, kan je zelf aan de hand van het maandloon een week-, dag- of uurloon berekenen:

brutomaandloon x 3/13 = weekloon
weekloon/5 = dagloon
weekloon/38 = uurloon

Voltijdse arbeid bedraagt 38 uur per week. In de vijfdagenweek komt dat neer op 7,6 uren per dag exclusief rustpauzes.

Flexibiliteit: aparte CAO’s regelen tal van uitzonderingen op de algemene regels voor onregelmatige prestaties, arbeid op zon- en feestdagen, nachtarbeid, extra verlof … Een arbeidsprestatie mag nooit korter zijn dan drie uur of langer dan elf uur.

Een CAO bepaalt ook hoe de onkosten voor verplaatsingen in België vergoed worden.

Aparte CAO’s regelen de hoogte van de eindejaarspremie, het aanvullend pensioen en de syndicale premie.

Musici & Podiumkunstenaars

Werknemers die alleen of samen met anderen in opdracht optreden voor een publiek (muziek, zang, dans, theater, gesproken woord, mime, circus …), zelfs als dat een eenmalige voorstelling is. Op 1 juli 2017 werd voor de sector van de podiumkunsten en de muziek een nieuwe CAO van kracht. De volledige tekst en de vier bijlagen kan je vinden via je vakbond of downloaden via deze links: 

Werkgevers in het Vlaamse en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (Nederlandse taalrol bij de R.S.Z.) die vanwege hun activiteiten vallen onder het paritair comité voor het vermakelijkheidsbedrijf (PC304).

Sommige arbeidsvoorwaarden van deze CAO kunnen ook van toepassing zijn als werkgevers die in andere sectoren actief zijn opdrachten geven aan vertolkende of creërende artiesten om voor een publiek op te treden (behalve voor de sectoren van hotelbedrijf, betaalde sporten, filmbedrijf of audiovisuele sector). Bovendien blijft de ‘oude CAO muziek’ ook nog van toepassing en die is algemeen bindend in het hele land.

De CAO bepaalt minimumlonen voor verschillende functies of beroepen. Verder kan de hoogte van het brutoloon ook bepaald worden door de ervaring van de werknemer. Contractanten zijn vrij om hogere lonen af te spreken.

De maand- en uurlonen staan in tabellen en zijn brutolonen. Dit is dus niet de totale kost van het contract en ook niet wat je netto uitbetaald krijgt. Meer informatie hierover kan je vinden bij Cultuurloket.

Werkgevers die zonder subsidie van de Vlaamse overheid werken (of met een werkingssubsidie van minder dan 300.000 euro) betalen minimaal de maandlonen van weddeschaal C aan werknemers in functies van loongroep A, en weddeschaal D aan alle andere werknemers. Coproducties tussen organisaties geven recht op de hoogst geldende weddeschalen van de betrokken werkgevers opdat alle werknemers gelijke rechten zouden hebben.

Omdat kunstenaars zelden per uur of per maand werken, zijn er in de CAO rekenregels afgesproken. Die zijn verschillend voor podiumkunstenaars en muzikanten.

berekenen van minima voor podiumkunsten 

  • duur van het contract: er gelden andere weddeschalen voor contracten van maximum 4 maanden (incl. eindejaarspremie) of van meer dan 4 maanden (eindejaarspremie wordt apart betaald).
  • berekening van het loon voor korte contracten van minder dan 1 maand:
    1/22 maandloon per repetitiedag of reisdag.
    1/20 maandloon per voorstellingsdag ongeacht de duurtijd van de prestatie.
  • als de kunstenaar in een periode van 3 maanden minstens 54 dagen presteert, heeft ze recht op een voltijdse arbeidsovereenkomst van bepaalde duur voor drie maanden.
  • rolovername op korte termijn (opneemcontract)
    1/11 maandloon per repetitiedag
    1/9 maandloon per voorstellingsdag ongeacht de duurtijd van de prestatie (voor de eerste vier voorstellingsdagen)

berekenen van minima voor muziek

  • werknemers van een orkest, muziekensemble of koor kunnen met een dienstvergoeding betaald worden als ze in een periode van 3 maanden minder dan 54 dagen werken én niet gedurende 4 opeenvolgende weken in dienst zijn; in alle andere gevallen worden ze automatisch aangeworven met een maandloon.
  • de dienstvergoeding voor concerten verschilt van die voor repetities.
  • een dienst is een aaneengesloten periode van 3,5 uur voor een repetitie of uitvoering (incl. een pauze van 30 minuten).
  • elke begonnen dienst telt voor een volledige dienst.
  • bij 2 repetities op dezelfde dag, wordt de 2de dienst per uur betaald indien korter dan 2 uur, en vanaf 2 uur ontstaat het recht op een volledige dienstvergoeding.

Voltijdse arbeid bedraagt 38 uur per week. In de vijfdagenweek komt dat neer op 7,6 uren per dag exclusief rustpauzes.

Deeltijdse arbeid bedraagt minimaal ⅓ van een voltijdse wekelijkse arbeidsduur (12,66 uur), behalve voor werknemers uit loongroep D (minimaal 3 of 2 uren)

Nieuwe arbeidsregimes: de CAO regelt tal van uitzonderingen op de algemene regels voor zondagsrust, arbeidsduur in periodes van repetities en reisvoorstellingen, variabele uurroosters, jaarlijkse vakantie …

De CAO bepaalt ook hoe de onkosten voor verplaatsingen in België en in het buitenland kunnen vergoed worden, afspraken over kostuums en rekwisieten, verzekering van materiaal van de werknemer …

Voor werkgevers die een subsidie ontvangen van de Vlaamse overheid in het kader van het kunstendecreet gelden een aantal extra verplichtingen met betrekking tot de eindejaarspremie, ecocheques, jaarlijkse vakantie voor werknemers met flexibele arbeidstijden in de podiumkunsten, structureel overleg en vakbondsvergaderingen.

Op de website van Cultuurloket vind je meer info over belastingtechnische aspecten van het verlonen van kunstenaars en werkdocumenten.

Lees meer

  • verslag van Dirk De Wit van een gesprek over een faire vergoeding voor beeldend kunstenaars:
  • blog van Delphine Hesters over waarom een faire vergoeding van kunstenaars in de kunstensector vanzelfsprekend zou moeten zijn
  • Kunstenpocket #3: Do It Together, over de positie van de kunstenaar