Starten in de Kunsten

Je studeert af en je wil op een professionele manier kunst maken. Of je bent al aan de slag als kunstenaar en je wil je praktijk verder uitbouwen. Hoe doe je dat?

‘Professioneel’ wil niet alleen zeggen dat het maken van kunst je hoofdbezigheid is. Het betekent ook dat je werkt binnen het sociaal-economische systeem van arbeid, belastingen, verzekering, auteursrecht en sociale bescherming. Dat je contracten afsluit met partners zoals coproducenten, kunstenorganisaties, kopers of andere kunstenaars. En dat je kan rekenen op ondersteuning van de overheid. Een professioneel kunstenaar is dus niet alleen bezig met de creatieve aspecten van het vak, maar ook met de zakelijke, administratieve en praktische kanten van het kunstenaarsberoep.

Een kunstenaar, wat is dat?

Wie is kunstenaar? Wie bepaalt dat? Wat zijn de criteria voor erkenning? In dit filmpje beantwoordt cultuursocioloog Rudi Laermans (KU Leuven) deze vragen vanuit historisch en maatschappelijk perspectief.

We proberen hier content te tonen van Vimeo.

Kunsten.be gebruikt minimale cookies. Om inhoud te zien die afkomstig is van een externe site, kan die site bijkomende cookies plaatsen. Door de inhoud te bekijken, aanvaard je deze externe cookies.
Lees meer over onze privacy policy.

Bekijk de video op Vimeo

Mythes

Laat ons eerst enkele mythes doorprikken. De media brengen vooral de succesverhalen van bekende kunstenaars-ondernemers. In realiteit kunnen slechts enkele kunstenaars met een internationale carrière echt leven van eigen werk. De meeste kunstenaars met een kwaliteitsvolle internationale carrière kunnen het hoofd alleen maar boven water houden omdat ze daarnaast ook lesgeven, toegepaste opdrachten aannemen, collectief werken of tijdelijk werk combineren met een werkloosheidsuitkering. 

Nog zo’n mythe is die van de kunstenaar die stap voor stap en langzaam maar zeker naar de top klimt. In werkelijkheid is geen enkele carrière rechtlijnig. Inspiratie kent ups en downs. Relaties in productie en presentatie zijn niet steeds stabiel, wisselen vaak en kunnen zorgen voor dips.

En wat te denken van het cliché van de autonome kunstenaar, levend in een andere wereld, los van alle rationaliteit en logica van het dagelijks bestaan? Een kunstenaar mag dan al eigenwijs naar de samenleving kijken en er zo een meerwaarde aan geven, hij of zij staat wel degelijk ín die samenleving. Wat dan weer niet wil zeggen dat de kunstenaar per se in dienst moet staan van die samenleving.

Hoe duurzaam is het kunstenaarsvak?

Kunstenaars vormen de basis van een dynamisch cultuurveld, maar hun positie is in het huidige sociaal-economische klimaat erg kwetsbaar. Met andere woorden: hun carrières zijn allerminst duurzaam op vlak van artistieke continuïteit, reflectie op loopbaan en oeuvre, materiaal en middelen om te creëren en te leven, opbouw van sociale rechten, stabiele relaties … Om het over duurzaamheid te kunnen hebben, brengen we die complexe mechanismen van de beroepspraktijk van kunstenaars in kaart.

Cultuursocioloog Pascal Gielen (Universiteit Antwerpen) gebruikt een hybride model, waarin de biotoop van de kunstenaar bestaat uit vier ruimtes of sferen. Per kunstenaar of per periode in een carrière kan nu eens de ene sfeer, dan weer de andere domineren, maar ze moeten alle vier in bepaalde mate aanwezig zijn om te kunnen spreken van een duurzame kunstenpraktijk.

De domestieke ruimte is de intieme sfeer van studie en experiment, getekend door opvoeding, onderwijs, familie en vrienden in de vertrouwde, eigen fysieke en culturele ruimte. In de gemeenschapsruimte zoekt een kunstenaar professionele reflectie via informele interactie of samenwerking met peers. De marktruimte is de ruimte van prijszetting, concurrentie en marketing, en vraagt van de kunstenaar een klantgerichte profilering met het oog op financiering en verkoop. De presentatie van het werk in de civiele ruimte en de brede publieke reflectie erover geeft een kunstenaar extra draagvlak. Gielen heeft met dit schema oog voor de behoefte van kunstenaars om binnen die realiteit van multiple job holding tijd en ruimte te vinden om werk te produceren en ten nutte te maken.