Ruimte & Infrastructuur

Ruimte is schaars geworden

Kunstorganisaties hebben ruimte nodig. Het vinden van geschikte en betaalbare gebouwen kan een uitdaging zijn. De exploitatie volgens alle wettelijke voorschriften van publiek toegankelijke gebouwen vraagt ook de juiste kennis, menskracht en financiële middelen.

Betaalbare ruimte voor kunst en kunstenaars wordt schaarser door de stijgende prijzen op de vastgoedmarkt. Overheden kunnen steeds minder ruimte aanbieden voor kunst. Ze verkopen hun patrimonium wegens de hoge onderhoudskosten en omdat ze er extra inkomsten mee verwerven. Bovendien staan er alsmaar minder gebouwen leeg voor tijdelijk en goedkoop gebruik en wordt de periode van tijdelijk gebruik korter. Zo’n tijdelijk gebruik door kunstenaars maakt een gebouw en buurt aantrekkelijk, waardoor kunstenaars indirect meewerken aan de ‘gentrificatie’. Door de waardevermeerdering kunnen ze de ruimte uiteindelijk zelf niet meer betalen. Tijdelijk gebruik van leegstand wordt een zaak van ondernemers: commerciële leegstandbeheerders kiezen eerder voor gebruikers uit de creatieve industrie dan uit de kunsten.

Tijdelijk gebruik: experiment en onderzoek

De laatste decennia hebben kunstenaars en kunstwerkers in het kader van tijdelijk gebruik met ruimte geëxperimenteerd door ze te delen en samen te gebruiken met andere creatievelingen en met de buurt. Die nieuwe vormen van maken en presenteren dicht bij buurbewoners en de context van de vermarkting van ruimte roepen nieuwe vragen op. Wat betekent ruimte en infrastructuur voor een kunstenaar? Waar kan je die vinden? Welke rol kan het lokale bestuur spelen? Hoe gaan we om met leegstand en gentrificatie? En is het wel haalbaar om betaalbare ruimte te vinden waar je voor lange tijd kan over beschikken? 

In het dossier Ruimte voor Kunst onderzoekt Kunstenpunt samen met ARIA (Universiteit Antwerpen) en Rekto:verso hoe kunstenaars en kunstwerkers van onderuit betaalbare ruimte voor de lange termijn kunnen ontwikkelen waar ook overheden en private spelers kunnen bij aansluiten. (link van dossier dat volgende week online zal staan)

Kunst in de openbare ruimte

Op zoek naar inspirerende projecten rond kunst in de openbare ruimte? Lees meer in ons dossier Kunst in de publieke ruimte.

Investeringssubsidies voor duurzame culturele infrastructuur

In het kader van het Vlaams Klimaat- en Energiepact engageerde Sven Gatz, minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel zich om, binnen de beleidsvelden Jeugd en Cultuur, energie-efficiëntie en CO2-reductie te selecteren als één van de prioritaire ingrepen voor de subsidiëring van culturele infrastructuur in 2017-2021. Het energiezuiniger maken van culturele infrastructuur met bovenlokaal belang is volledig nieuw binnen het reglement Fonds Culturele Infrastructuur (FoCI). In het kader van de Klimaattop van de Vlaamse Regering werd beslist dat FoCI daar extra middelen voor krijgt.

Aangezien het een complexe materie is, werd op 26 juni 2017 toelichting gegeven op een druk bijgewoonde infosessie. Voor wie dat gemist heeft, lichten we een aantal vragen en antwoorden toe:

  • Indienen kan vanaf een verbruik van 100.000 kWh. Kleinere organisaties die onder dat verbruik blijven, mogen ook samen indienen. Er is dan 1 organisatie die het dossier trekt.
  • Een andere voorwaarde is dat je nog minstens 20 jaar beschikkingsrecht hebt over je gebouw.
  • Voorbeelden van maatregelen zijn: het plaatsen van hoogrendementsketels, WKK, duurzaam werklicht, superisolerend glas, dakisolatie, vloerisolatie, slimme energiemonitoring maar ook energieaudits (voor dit laatste is er geen prestatieverwachting wat betreft CO2-vermindering). Installatie van zonnepanelen komen niet in aanmerking (daarvoor zal er via het ministerie voor Energie een aparte subsidie komen, ook voor cultuur).
  • Een voorwaarde om je dossier in te dienen, is dat je je verbruik van 2015 ingeeft op EnergieID. (voor nieuwbouw is dit uiteraard niet vereist)
  • In je aanvraag wordt verwacht dat je een prognose kan geven voor de energiebesparing die de geplande maatregel zal opleveren.
  • 60 % zal gesubsidieerd worden door het FoCI (je moet wel zelf prefinancieren), 40 % zijn eigen middelen en/of subsidies van andere overheden.
  • Het aanvraagdossier wordt beoordeeld op de kwaliteit van het zakelijke plan. Per maatregel waarvoor er aanvragen zijn, wordt een ranking opgesteld. Deze wordt berekend door het subsidiebedrag dat het FoCI zal uitreiken (60 % van de investering) te delen door de beoogde CO2-besparing.

Verken ten slotte de mogelijkheden van de verschillende tools voor een duurzame cultuursector via Cultuurzaam.be.

Met dank aan Pulse Transitienetwerk cultuur jeugd en media.