Kunsteducatie

Volgens sommigen is kunst altijd een proces van leren, reflecteren en groeien. Een noodzakelijke basishouding voor de omgang met de kunsten is openheid: nieuwsgierigheid zijn naar het nog onbekende, en er vanuit die onzekerheid toch zintuiglijk, emotioneel en/of rationeel door willen worden uitgedaagd. In die visie is elk contact met de kunsten steeds vrijwillig, ongedwongen en bewust.

Nieuwsgierigheid wekken door contact met een kunstwerk lukt niet voor iedereen. Dan kan de verbeelding een aanmoediging, omweg of technisch hulpmiddel gebruiken. Kunsteducatie betekent dan: een focus op en zorg voor de mens in het contact met een kunstwerk of een kunstpraktijk.

Leren en vormen

Educatie is meervoudig: het betekent zowel ‘leren’ (didactiek, expliciete kennisdeling, formeel) als ‘vormen’ (agogiek, impliciete kennisdeling, niet-formeel). Die verschillende benaderingen komen ook in de kunsten aan bod. Een goede omkadering maakt ruimte voor verbindingen tussen kunstwerken en het publiek via een veelheid van werkvormen: een rondleiding in een tentoonstelling, een creatief atelier of workshop in een museum of cultuurcentrum, een open repetitie, een gesprek met een kunstenaar, programmator of criticus voor of na een voorstelling …

Dit wil ook zeggen dat er niet één algemene visie over kunsteducatie ontwikkeld wordt. Op lokaal vlak zijn er privé-initiatieven en de werking van scholen, verenigingen en cultuur- en jeugddiensten. De Vlaamse overheid ondersteunt naast het formele aanbod van het dag- en avondonderwijs ook educatieve organisaties in het jeugdwerk, het sociaal-cultureel volwassenenwerk, de amateurkunsten, het erfgoed, de kunsten. Het beleid stelt telkens andere doelstellingen centraal: persoonlijke en creatieve ontwikkeling van de deelnemers, lokale gemeenschapsvorming of artistieke betekenisproductie. Die diversiteit van het cultuureducatieve werkveld is ook terug te vinden in een waaier van opleidingen voor kunsteducatoren aan (kunst)hogescholen en universiteiten.

Co-creatie en participatie

Kunstenaars zijn vaak professioneel actief in het (kunst)onderwijs als leraar of docent. Veel van hen werken ook in een informele en sociale context als artistiek begeleider. Daarbij gebruiken ze methodieken die gericht zijn op co-creatie. Samen met deelnemers van verschillende leeftijd en afkomstig uit diverse maatschappelijke, ook niet-dominante groepen maken ze creaties die participatie in het centrum van de kunstenpraktijk plaatsen.

Wat verwacht je? Met wie wil je werken?

Als je overweegt om als kunsteducator aan de slag te gaan, denk je best grondig na over je professionele verwachtingen. In het onderwijs heb je vaak een bepaald diploma nodig en kan een job, zelfs deeltijds, financiële zekerheid geven. In de informele kunsteducatie is er een diverse waaier aan deelnemers (families, nieuwkomers, amateurkunstenaars …) en is het werkaanbod variabel en meestal freelance. Het statuut en de vergoeding zijn in elke sector anders. Je doet er dus goed aan je rechten te kennen.

Onderzoek welke pedagogische uitdagingen je vanuit je artistieke praktijk wil aangaan: technieken oefenen en verfijnen, vormelementen uitproberen, kennis van kunstgeschiedenis, materialen en bouwstenen combineren. Stel jezelf ook de vraag met welk profiel van deelnemers je aansluiting kan vinden, want werken met kleuters is anders dan met jongeren met een mentale beperking of met volwassen kunstliefhebbers. ICEnet (International Creative Education Network) ontwikkelde een self-assessmenttool voor kunstenaars en creatieve educatoren die met kinderen willen werken aan creatieve ontwikkeling.

De mogelijkheden zijn eindeloos voor wie vanuit een passie voor kunsten graag samenwerkt met mensen.